Dict.cc - 12,101 Dutch-English terms

Jump to navigation Jump to search
Dutch English
(de afwas) afdrogen to dry up (the dishes) [Br.]
(de vaat) afdrogen to dry up (the dishes) [Br.]
(rakelings) langs iets scheren to come within a whisker of sth.
(ver) ontwikkeld sophisticated
(vluchtig) kijken to glance
[het toilet] doorspoelen to flush [the toilet]
[het toilet] doortrekken to flush [the toilet]
[iem./iets] gaat [sb./sth.] goes
[iem./iets] ging [sb./sth.] went
[iem./iets] heeft [sb./sth.] has
[iem./iets] is [sb./sth.] is
[iem./iets] kwam [sb./sth.] came
[iem./iets] stond [sb./sth.] stood
[iem./iets] was [sb./sth.] was
[iem.] at [sb.] ate
[iem.] deed [sb.] did
[iem.] maakte [sb.] made
[iem.] mag [sb.] may [is permitted]
[iem.] moet [sb.] shall
[iem.] poseert [sb.] poses
[iem.] schreef [sb.] wrote
[iem.] voorzag [sb.] foresaw
[iem.] waste [sb.] washed
[iem.] zag [sb.] saw
[iem.] zou [sb.] might
[iem.] zou [sb.] would
[iets] eindigt [sth.] ceases
[iets] gebeurt [sth.] happens
[iets] vond plaats [sth.] took place
[ik] ben [I] am
[je] mag niet [you] must not
[wij/zij/jullie] kunnen [we/they/you] can
[wij/zij/jullie] kunnen [we/they/you] may [are permitted / can possibly]
[wij/zij/jullie] moeten [we/they/you] must
aai {de} stroke
aaibaar suitable for petting
aaien to caress
aaien to stroke
aak {de} barge
aal {de} eel
aalbes {de} currant
aalbessengelei {de} currant jelly
aalbessenstruik {de} currant bush
aalmoezenier {de} almoner
aalmoezenier {de} chaplain [padre]
aan at
aan on
aan (de) at (the)
aan boord aboard
aan boord on board
aan de / het on the
aan de andere kant on the other side
aan de rechterkant on the right-hand side
aanbellen to ring (at the door/the doorbell)
aanbevelen to suggest
aanbeveling {de} recommendation
aanbidden to adore
aanbidder {de} admirer
aanbieden to offer
aanbieder {de} provider
aanblik {de} sight
aanbod {het} offer
aandacht besteden (aan) to pay attention (to)
aandachtig attentive [of a person]
aandeelhouder {de} shareholder
aandeelhouderschap {het} shareholding
aandelen {mv} shares
aandrang {de} [stuwen] pressure
aandrukken to press
aandrukken to push
aaneen (close) together
aaneen continuously
aaneen without interruption
aaneendraaien to wind together in a spiral
aangedaan moved [touched]
aangedaan touched
aangekleed dressed
aangenaam comfortable [pleasant]
aangenaam friendly [pleasant]
aangenaam nice [pleasant]
aangenaam pleasant
Aangenaam kennis met u te maken. Nice to meet you.
Aangenaam. Nice to meet you.
aangepast adapted
aangetrouwd familielid {het} in-law
aangrenzend adjacent
aangrijpend moving
aangrijpend touching
aanhalen [citeren] to quote
aanhalingstekens {mv} quotation marks
aanhanger {de} trailer
aanhangwagen {de} trailer
aanhebben to have on [to be wearing]
aanhouden [arresteren] to arrest
aanhoudend persistent
aankijken to look at
aankijken to think over
aankijken to wait and see
aanklacht {de} accusation
aanklacht {de} indictment
aanklagen to accuse [denounce]
aanklagen to denounce
aanklagen to sue
aanklager {de} accuser
aanklager {de} prosecutor
aankleden to dress
aankomen to arrive
aankomst {de} arrival
aankondigen to announce
aankondiging {de} announcement
aankondiging {de} notice [announcement]
aankoop {de} purchase
aanleggen to moor
aanleiding {de} cause
aanleiding {de} reason
aanlokkelijk alluring
aanlokkelijk attractive
aanlokkelijk tempting
aanlokkelijkheid {de} charm
aanmelden voor to apply for
aanmerkelijk considerable
aanmerking {de} remark
aanmoedigen to encourage
aanneembaar acceptable
aanneembaar plausible
aannemelijk plausible
aannemen to accept
aannemen to adopt
aannemen to assume
aannemen to engage [for a job]
aannemen to take
aanpak {de} approach
aanpasbaar adjustable
aanpassen to adjust
aanpassen to adapt
aanprijzen to recommend
aanraden to recommend
aanraden to advise
aanraden to suggest
aanraken to touch
aanraking {de} touch
aanrijding {de} collision
aanschaf {de} purchase
aanschaffen to acquire
aanschaffen to buy
aanschaffen to purchase
aansluiten to connect
aanspoelen to drift ashore
aanspoelen to wash ashore
aansprakelijk responsible
aanstaande {de} [man] fiancé
aanstaande {de} [vrouw] fiancée
aansteker {de} lighter
aanstellerig affected
aansterken to strengthen
aantal {het} quantity <Qty. / QTY / qty. / QTY.>
aantal {het} number
aantekening {de} note
aantijging {de} imputation
aantreden to accept [a position in office]
aantreffen to find
aantreffen to meet
aantrekkelijk attractive
aantrekkelijkheid {de} attractiveness
aantrekken to attract
aantrekken [kleding] to put on [clothes]
aanvaardbaar acceptable
aanval {de} attack
aanval {de} fit
aanvallen to attack
aanvangen to commence
aanvankelijk initial
aanvankelijk initially
aanverwant (closely) related
aanvoeren to supply
aanvraag {de} application
aanvragen to apply for
aanvullend additional
aanwas {de} increase
aanwassen to accrue
aanwassen to grow
aanwassen to rise
aanwensel {het} habit
aanwezig present [not absent]
aanwijzing {de} direction
aanwijzing {de} instruction
aanwijzing {de} lead
aanwijzingen {mv} directions
aanwijzingen {mv} instructions
aanzienlijk considerable
aanzienlijk considerably
aanzienlijk serious
aap {de} ape
aap {de} monkey
aard {de} kind
aard {de} nature
aardappel {de} potato
aardappels {mv} potatoes
aardappelschiller {de} potato peeler
aardbei {de} strawberry
aardbeving {de} earthquake
aardbol {de} earth
aardbol {de} globe [earth]
aarde {de} earth
aardgas {het} natural gas
aardig nice
aardmantel {de} mantle (of the earth)
aardolie {de} crude oil
aardrijkskundig geographical
aards earthly
aardworm {de} earthworm
aartsbisschop {de} archbishop
aartsvaderlijk patriarchal
aartsvijand {de} archenemy
aarzelen to hesitate
aarzeling {de} hesitation
abattoir {het} abattoir
abdij {de} abbey
abortus {de} abortion
abrikoos {de} apricot
abrikozenboom {de} apricot tree
abrikozenjam {de} apricot jam
abrupt abrupt
absenteïsme {het} absenteeism
absorberen to absorb
academisch academic
accent {het} accent
acceptabel acceptable
accepteren to accept
accorderen to consent
accountant {de} accountant
achenebbisj shabby
acht eight
achter behind
achter- rear
achterafstraatje {het} back street
achterbaks sneaky
achterbaks underhand
achterbuurt {de} slum
achterdeur {de} back door
achterdochtig suspicious
achtereenvolgend consecutive
achtereenvolgend subsequent
achtergrond {de} background
achterhaald outmoded
achterhalen to overtake
achterham {de} gammon
achterlijk idiotic [retarded]
achterlijk backward
achterlijk retarded [coll.]
achternaam {de} last name
achternaam {de} surname
achterop geraken to get behind
achterstand oplopen to get behind
achterstandswijken {mv} disadvantaged neighborhoods [Am.]
achterste {het} behind
achtersteven {de} stern
achtertuin {de} back garden
achtertuin {de} backyard [Am.]
achteruitgaan to decline
achteruitgang {de} decline
achteruitkijkspiegel {de} rear-view mirror
achtervolgen to chase
achtervolgen to pursue
achterwaarts backwards
achterwiel {het} back wheel
achterwiel {het} rear wheel
achterwielaandrijving {de} rear-wheel drive
achthoek {de} octagon
achthoekig octagonal
achtste <8e, 8ste> eighth <8th>
achttien eighteen
achttiende <18e, 18de> eighteenth <18th>
achtvoudig eightfold
acteren to act
acteur {de} actor
actief active
actieplan {het} action plan
actrice {de} actress
actualiteiten {mv} current affairs
actualiteitenprogramma {het} current affairs programme [Br.]
actualiteitenprogramma {het} current affairs program [Am.]
actueel current
adamsappel {de} Adam's apple
adelaar {de} eagle
adellijk noble
adem {de} breath
ademen to breathe
ader {de} vein
administratief administrative
adres {het} address
adresverandering {de} change of address
advies {het} advice
adviescommissie {de} advisory commission
adviseren to advise
advocaat {de} lawyer
aerodynamisch aerodynamic
aerodynamisch aerodynamical
af en toe at times
af en toe occasionally
afbeelding {de} image
afbouw {de} cutback
afbouw {de} depletion
afbouw {de} downsizing
afbraak {de} demolition
afbraak {de} destruction
afbraak {de} [gebouwen, stellingen, enz.] dismantling [buildings, scaffolds, etc.]
afbraakbaar degradable
afbreekteken {het} hyphen
afbreken to demolish
afbrokkelen to crumble apart
afdeling {de} department
afdeling {de} division
afdoen to deduct
afdronk {de} aftertaste
afdrukken to print
afdwingen to enforce
afdwingen to coerce [obtain by force]
afgekort abbreviated
afgelasten to cancel [nullify]
afgelasten to nullify
afgelasting {de} cancellation
afgelopen expired
afgelopen past
afgesproken OK
afgewezen dismissed
afgezaagd commonplace [mundane]
afgezaagd mundane
afgezaagd trite [mundane]
afgezien van ... aside
Afghaans Afghan
Afghanistan {het} Afghanistan
afhaal- takeaway
afhaalrestaurant {het} takeaway
afhaken to drop out
afhalen to collect
afhandelen to settle
afhangen (van) to depend (on)
afhankelijk dependent
afkeer {de} disgust
afkeer {de} repulsion
afkickcentrum {het} rehab center [Am.]
afkickcentrum {het} rehab centre [Br.]
afkoelen to cool down
afkomstig [van] derived [from]
afkorten to abbreviate
afkorting {de} abbreviation
afleiden to distract
afleiding {de} deduction
afleren to unlearn
afleveren to deliver
aflopen to come to an end
aflopen to expire
afmaken to finish
afmalen to portray
afname {de} decline
afname {de} decrease
afname {de} diminution
afname {de} sale
afname {de} shrinkage
afname {de} [koop] purchase
afnemen to decline
afpakken to snatch
afpakken to take away
afpersen to extort
afpersen to blackmail
afpersing {de} extortion
afprijzen to mark down in price
afremmen to brake
afremmen to slow down
Afrika {het} Africa
afschaffen to abolish
afscheid {het} farewell
afscheid {het} parting
afscheppen to scum
afscheppen to skim [scum]
afscheren to shave off
afschuw {de} disgust
afschuwelijk horrible
afschuwelijk terrible
afsluiten to conclude
afsluiten to lock
afspraak {de} appointment
afspraak {de} agreement
afstammeling {de} descendant
afstand {de} distance
afstandsbediening {de} remote control
afstandsbediening {de} [TV] zapper [coll.]
afstotelijk repulsive
afstotend repulsive
afstuderen to graduate
aftrekken to subtract
aftrekken to deduct
afvaardigen to delegate
afval {het} garbage [Am.]
afval {het} waste
afvoerbuis {de} sewage pipe
afwachten to await
afwachting {de} anticipation
afwachting {de} expectation
afwassen to do the dishes
afwassen to do the washing up
afweersysteem {het} immune system
afwegen to consider carefully
afwendbaar preventable
afwerken to complete
afweten van to have knowledge of
afweten van to know about
afwezig absent
afwezig absent-minded
afwezigheid {de} absence
afw?king {de} abnormality
afwijking {de} deviation
afwijzen [verwerpen] to overrule
afwikkelen to unwind
afwikkeling {de} unwinding
afwisseling {de} change
afwisseling {de} variation
afzetten to turn off
afzinkbaar submersible
afzinken to submerge
afzinken to submerse
afzonderlijk separate
afzwakken to downplay
agentschap {het} agency
agrarisch agricultural
agricultuur {de} agriculture
ajuin {de} [BN] onion
akelig scary [coll.]
akelig nasty
akkoord OK
akkoord {het} agreement
akkoord gaan to agree
akoestiek {de} acoustics
akoestisch acoustic
al already
al although
al even though
al though
Albanees Albanian
Albanees {het} Albanian
Albanië Albania
albast {het} alabaster
alchemie {de} alchemy
alcoholvrij non-alcoholic
aldoor all the time
alfabet {het} alphabet
algeheel complete
algemeen general
Algerije {het} Algeria
Algerijns Algerian
all right all right
alle all
alle gekheid op een stokje [fig.] and now to be serious
alleen only
alleen alone
alleenstaand single
allegorie {de} allegory
allemaal all
aller tijden of all time
allereerste very first
allergie {de} allergy
allergisch allergic
allerhande all kinds of
allerhande all sorts of
allerlaatste very last
Allerzielen [Cees Nooteboom] All Souls Day
alles everything
allesbehalve anything but
alom bekend well-known
alpen {mv} the Alps
Alpenlanden {mv} Alpine countries
als as
als if
als gevolg daarvan hence
als twee druppels water op elkaar lijken [fig.] to be as alike as two peas in a pod [fig.]
Alsjeblief! Here you go! [coll.]
Alsjeblieft! Here you are!
Alsjeblieft! Here you go! [coll.]
Alsjeblieft! Please!
Alsjeblieft. You are welcome!
alsmede as well as
alsof as if
Alstublieft! Please!
Alstublieft. You are welcome!
alternatief alternative
alternatief {het} alternative
althans at least
altijd always
aluin {de} alum
aluinsteen {de} {het} alumstone
aluniet {het} alunite
alvast in the meantime
alvast meanwhile
alweer again
ambassade {de} embassy
ambitie {de} ambition
ambitieus ambitious
ambulance {de} ambulance
American football {het} American football [Br.]
American football {het} football [Am.]
amerikaan {de} [omg.] American car
Amerikaans American <Am.>
Amerikaanse {de} American [female]
amfibie {de} amphibian
amfibisch amphibious
ammunitie {de} ammunition
amoureus amorous
amper barely
amper hardly
amper scarcely
ampère {de} <A> ampere <A>
ampère-uur {het} <Ah> ampere-hour <Ah>
ampersand {de} ampersand <&>
amusement {het} amusement
analyse {de} analysis
analyseren to analyse [Br.]
analyseren to analyze [Am.]
ananas {de} pineapple [Ananas comosus]
ander other
anderen others
anderhalf one and a half <1½>
anderhalve one and a half <1½>
anders else
anders otherwise
anders dan different from
andersom the other way round [Br.]
anderszins otherwise
andijvie {de} endive
anglicisme {het} anglicism
angst {de} fear
angst hebben voor to be afraid of
angstig afraid [pred.]
angstig anxious
angstig fearful
anijs {de} anise
anijsplant {de} anise
anjer {de} carnation
anker {het} anchor
ankeren to anchor
anoniem anonymous
ansichtkaarten {mv} [NN] postcards
ante meridiem <a.m.> ante meridiem <a.m., am, A.M., AM>
antenne {de} aerial [Br.]
antenne {de} antenna
antiek ancient
Antilliaanse gulden {de} <ANG, NAƒ, ƒ> Netherlands Antillean guilder <ANG, NAƒ, ƒ>
antipathie {de} antipathy
antiquarisch antiquarian
antropologie {de} anthropology
antropoloog {de} anthropologist
Antwerpen Antwerp
antwoord {het} answer
antwoord {het} reply
antwoord {het} response
antwoordapparaat {het} answering machine
antwoorden to answer
anus {de} anus
apart unusual
aperitief {het} {de} aperitif
aperitief {het} {de} appetiser [Br.]
aperitief {het} {de} appetizer
apostrof {de} apostrophe
apparaat {het} apparatus
apparaat {het} appliance
appartement {het} apartment <apt.> [Am.]
appartementsgebouw {het} [BN] apartment building [esp. Am.]
appel {de} apple [Malus domestica]
appelboom {de} apple tree
appelmoes {het} {de} applesauce
appels {mv} apples
appelsap {het} {de} apple juice
appelsien {de} [BN] orange [Citrus sinensis]
appelsiensap {het} [BN] orange juice
appendix {het} appendix <app.>
appetijtelijk appetising [Br.]
appetijtelijk appetizing
appetizer {de} appetiser [Br.]
appetizer {de} appetizer
appreciëren to appreciate
april {de} April <Apr.>
aquaduct {het} aqueduct
Arabië {het} Arabia
Arabisch {het} Arabic
Arabische Liga {de} Arab League
arbeid {de} labour [Br.]
arbeiders {mv} labour [Br.]
arbiter {de} referee
arcade {de} arcade
archaïsch archaic
architect {de} architect
architectuur {de} architecture
Ardennen {mv} Ardennes
arena {de} arena
arend {de} eagle
Argentijns Argentine
Argentijns Argentinean
Argentijns Argentinian
Argentinië {het} Argentina
Argonaut {de} Argonaut
argwaan {de} suspicion
aristocraat {de} aristocrat
aristocratie {de} aristocracy
ark {de} ark
arm poor
arm {de} arm
armband {de} bracelet
armelijk poor
armen {mv} arms
Armenië Armenia
armetierig pathetic
armoede {de} poverty
armoedegrens {de} poverty line
armtierig pathetic
armzalig pathetic
aroma {het} aroma
aromatisch aromatic
arrest {het} judgement
arrest {het} judgment
arresteren to arrest
arriveren to arrive
arrogant arrogant
articuleren to articulate
artiest {de} artist
artieste {de} artist [female]
artillerie {de} artillery
artistiek artistic
artritis {de} arthritis
arts {de} doctor
Aruba {het} Aruba
asbak {de} ashtray
asfalt {het} asphalt [Br.]
asiel {het} asylum
asielzoeker {de} asylum seeker
asperge {de} asparagus [Asparagus officinalis]
assist {de} assist
assistent {de} assistant
assistentie {de} assistance
assisteren to assist
assortiment {het} range
asterisk {de} asterisk
astma {het} {de} asthma
astrologie {de} astrology
astronaut {de} astronaut
astronomie {de} astronomy
astronomisch astronomical
atelier {het} studio
atheïsme {het} atheism
Athene {het} Athens
atletiek {de} athletics [Br.]
atletiek {de} track and field [Am.]
atmosfeer {de} atmosphere
atoom {het} atom
atoomaanval {de} atomic attack
atoomaanval {de} nuclear attack
attentie {de} attention
attest {het} certificate
attractie {de} attraction
audit {de} audit
auditeren to audit
auditeren to audition
auditie {de} audition
augustus {de} August <Aug.>
Australazië {het} Australasia
Australië Australia
Australisch Australian
auteursrecht {het} copyright
auto {de} automobile [esp. Am.]
auto {de} car
automatisch automatic
automobiel {de} automobile [esp. Am.]
autorijles {de} driving lesson
autorijschool {de} driving school
autoriteit {de} authority
avenue {de} avenue
avond {de} evening
avondjapon {de} evening dress
avondjapon {de} evening gown
avondjurk {de} evening dress
avondjurk {de} evening gown
avondmaal {het} dinner
Azerbeidzjan {het} Azerbaijan
Azië Asia
azijn {de} vinegar
azijnzuur {het} acetic acid <CH3COOH>
baai {de} bay
baai {de} inlet
baak {de} beacon
baan {de} job
baantje {het} (low-paid) job
baard {de} beard
baas {de} boss
babbel {de} chat
babbelen to chat
baby {de} baby
Babylonisch Babylonian
babysit {de} babysitter
babysitten to babysit
babysitten {mv} babysitters
backslash {de} backslash
bacon {de} {het} bacon
bad {het} bath
bad {het} bathtub
baddoek {de} bath towel
badhanddoek {de} bath towel
badjas {de} bathrobe
badkamer {de} bathroom
badkuip {de} bathtub
badminton {het} badminton
badpak {het} bathing suit
badpak {het} swimsuit
badplaats {de} bathing resort
badplaats {de} seaside resort
bagage {de} baggage
bagage {de} luggage
bagatelliseren to downplay
Bahrein {het} Bahrain
bakboord {het} port
bakken to bake
bakker {de} baker
bakkerij {de} bakery
bakkerswinkel {de} bakery
bakpoeder {het} baking powder
baksteen {de} brick
baksteenmuur {de} brick wall
bal {de} ball
bal {de} sphere
bal {de} [omg.] [NN] snob
balans {de} balance sheet
balk {de} bar
balk {de} beam
balken [ezel] to bray
balkon {het} balcony
ballade {de} ballad
ballingschap {de} exile
ballon {de} balloon
ballonvaarder {de} balloonist
ballpoint {de} ballpoint
balpen {de} ballpoint
balspel {het} ball game
bamboe bamboo
bamboe {de} {het} bamboo
banaal banal
banaal banally
banaan {de} banana
bananen {mv} bananas
band {de} tire [Am.]
band {de} band
band {de} bond
band {de} ribbon
band {de} tie
band {de} tyre [Br.]
band {de} [boekband] binding
bandiet {de} bandit
bang afraid
bang zijn to be afraid
bang zijn to fear
bang zijn van to be afraid of
bang zijn voor to be afraid of
Bangladesh {het} Bangladesh
bank {de} [NN] couch
bank {de} [NN] sofa
bankbiljet {het} banknote
banket {het} banquet
bankier {de} banker
bar harsh
bar rough
bar rude
bar {de} bar [pub, counter]
barbaar {de} barbarian
barbaars barbarian
barbaars barbaric
barbaars barbarous
Barbados {het} Barbados
barbecue {de} [gelegenheid] barbecue party
barbecue {de} [toestel] barbecue
barbecueën to barbecue
barensweeën {mv} birth pangs
barst {de} crack
barst {de} fissure
barst {de} rupture
baseball {het} baseball
basis {de} basis
basketbal {het} basketball
basketballen to play basketball
bassin {het} basin
batterij {de} battery
baviaan {de} baboon
beamen to endorse
beangstigen to alarm
beantwoorden to answer [reply to]
beantwoorden to reply
beauty {de} beauty
bed {het} bed
bedachtzaam serious
bedanken to thank
bedankt voor ... thanks for ...
Bedankt! Thank you!
Bedankt! Thanks!
bedden {mv} beds
beddengoed {het} bed linen
bedelaar {de} beggar
bedelen to beg
bedelven to cover completely [overwhelm]
bedenkelijk dubious
bedenkelijk dubiously
bedenkelijk questionable
bedenkelijk questionably
bedenken to consider
bederven to spoil
bedienen to operate
bedieningspaneel {het} control panel
bedienster {de} waitress
bedingen to stipulate
bedoelen to intend
bedoelen to mean
bedoeling {de} intention
bedoeling {de} purpose
bedriegen to deceive
bedrieger {de} deceiver
bedrieglijk deceitful
bedrieglijk fallacious
bedrijf {het} company
bedrijfs- corporate
bedrijfskleding {de} corporate clothing
bedrijfskleding {de} corporate wear
bedrijven to commit
bedrukken to print
bedrukt printed
bedtijd {de} bedtime
beduidend considerable
beduidend significant
beëindigd finished
beëindigen to finish
beëindigen to end
beek {de} brook
beek {de} creek
beeld {het} image
beeldhouwen to sculpt
beeldhouwer {de} sculptor
beeldscherm {het} display
beeldscherm {het} monitor
beeldscherm {het} screen
been {het} bone
been {het} leg
beenhouwer {de} [BN] butcher
beenhouwerij {de} [BN] butcher's
beenmerg {het} bone marrow
beenwarmers {mv} leg warmers
beer {de} bear
beest {het} beast
beet {de} bite
beetje bij beetje bit by bit
befaamd renowned
befaamd well-known
begaafd gifted
begaafd talented
begaan to commit
begane grond {de} ground floor <GF>
begeren to crave
begeren to desire
begin {het} start
begin {het} beginning
beginnen to start
beginnen to begin
beginnen to commence
beginsel {het} principle
begraven buried
begraven to bury
begrensd [door] bounded [by]
begrenzing {de} boundary
begrijpen to understand
begrip {het} comprehension
begrip {het} concept [notion]
begrip {het} idea
begrip {het} institution [well-known entity]
begrip {het} notion
begrip {het} understanding
begrip {het} view
begunstigen to favour [Br.]
beha {de} bra
behalve apart from
behalve besides [apart from]
behalve except
behalve als unless
behandelen to treat
behandelen to discuss
behandeling {de} treatment
behang {het} wallpaper
behangen to wallpaper
behangselpapier {het} wallpaper
behartigen to look after
beheksen to hex
behoorlijk decent
behoorlijk decently
behoorlijk fair
behoorlijk fairly
behoorlijk proper
behoorlijk properly
behoren to belong
beiaard {de} carillon
beide both
beïnvloeden to affect
beitel {de} chisel
beitelen to chisel
bek {de} beak
bekender better known
bekendmaken to announce
bekendmaking {de} announcement
bekendmaking {de} declaration
bekendst best known
bekennen to acknowledge [admit, confess]
bekennen to admit
bekennen to confess
beker {de} mug
bekijken to look at
bekijken to regard
bekijken to watch
beklagenswaardig lamentable
beklagenswaardig pitiful
beklemtonen to emphasise [Br.]
beklemtonen to emphasize
beklemtonen to stress
beknotten to limit
beknotten to confine
beknotten to curtail
beknotten to cut back
beknotten to reduce
beknotten to restrict
bekomen to recover [revive]
bekomen van iets to recover from sth.
bekrachtigen to endorse
bekritiseren to criticise [Br.]
bekritiseren to criticize
bekvechten to squabble
belachelijk ridiculous
belachelijk absurd
belachelijk laughable
belanden to end up
belanden to land
belang {het} relevance
belang {het} interest
belang stellen in to take an interest in
belangrijk important
belasten to burden
belasten to charge [e.g. taxes]
belasten to encumber [burden]
belasting {de} load
belasting {de} tax
belasting {de} over de toegevoegde waarde <BTW> value-added tax <VAT>
beledigd insulted
beledigd offended
beledigen to insult
beledigen to offend
beledigend insulting
beledigend offensive
beleefd polite
beleefd well-mannered [polite]
beleefdheid {de} politeness
beleefdheid {de} courtesy
beleid {het} policy
belemmeren to obstruct
belemmering {de} obstacle
belemmering {de} disability
beletselteken {het} ellipsis
belevenis {de} experience
belfort {de} belfry
Belg {de} Belgian
Belgen {mv} Belgians
België Belgium
Belgisch Belgian
Belgische {de} Belgian [female]
Belize {het} Belize
bellen to call [telephone]
bellen to ring
belofte {de} [talent] young talent
belofte {de} [toezegging] promise
beloftevol promising
belonen to reward
beloning {de} reward
beloofd promised
beloven to promise
bemand manned
bemand staffed
bemanning {de} crew
bemanningsleden {mv} crew members
bemanningslid {het} crew member
bemeubeld [BN] furnished
bemiddelen to mediate
beminde {de} sweetheart
bemoedigen to encourage
bemoeizucht {de} intrusiveness [meddlesomeness]
bemoeizucht {de} meddlesomeness
Ben je er nog bij? [NN] Are you with me?
Ben je nog mee? [BN] Are you with me?
benadering {de} approach
benadrukken to emphasise [Br.]
benadrukken to emphasize
benadrukken to highlight
benauwen to oppress [burden]
beneden below
beneden beneath
benedenverdieping {de} ground floor <GF>
benen {mv} legs
benepen small-minded
benijden to envy
benodigd required
benodigen to need
benzeen {het} benzene <C6H6>
benzine {de} gasoline [Am.]
benzine {de} petrol [Br.]
beoefenaar {de} practitioner
beoordelen to assess
beoordelen to judge
beoordeling {de} assessment
bepaald definite
bepaald definitely
bepaald lidwoord {het} definite article
bepalen to determine
bepalen to assess [determine]
bepalen to define
bepalen to stipulate
bepaling {de} condition [determination of possibility]
bepaling {de} definition
bepalingen {mv} provisions
beperken to limit
beperking {de} constraint
beperkt limited
bepleisterd plastered
bepleisteren to plaster
bepraten to discuss
bereid ready
bereid willing
bereid [geen bezwaren hebbend] prepared
bereiden to prepare
bereiding {de} preparation
bereikbaar achievable
bereikbaar attainable [achievable]
bereikbaar reachable
bereiken to achieve [attain]
bereiken to accomplish
bereiken to attain
bereiken to contact
bereiken to reach [contact]
berekenen to charge
berg {de} mountain
bergachtig mountainous
bergaf downhill
bergafwaarts downhill
berggeit {de} mountain goat
berging {de} [bergruimte] storeroom
berging {de} [het in veiligheid brengen] salvage
bergingsoperatie {de} salvage operation
bergop uphill
bergopwaarts uphill
bericht {het} message
berispen to reprimand [scold]
berisping {de} reprimand
Berlijn {het} Berlin
bermuda {de} Bermudas
bermuda {de} Bermuda shorts
Bermuda {het} Bermuda
beroemd famous
beroemd renowned
beroep {het} occupation
berucht notorious
bes {de} [vrucht] berry
beschaafd refined
beschadigd damaged
beschadigen to damage
beschadigen to harm
beschadiging {de} damage
beschadigingen {mv} damage
bescheiden modest
beschermen to protect
beschermend protective
beschermer {de} guardian [protector]
beschermer {de} protector [guardian]
bescherming {de} protection
beschikbaar available
beschikbaarheid {de} availability
beschikking {de} regulation
beschouwen to consider
beschouwen to regard
beschrijven to describe
beschrijving {de} description
beschuldigen to accuse
beschuldigen to blame
beschuldiging {de} accusation
beseffen to realize
beslissen to decide
beslissend decisive
beslissing {de} decision
beslist certain
beslist certainly
beslist definite
beslist definitely
besloten vennootschap {de} <BV> private (limited liability) company
besmettelijk contagious [disease]
bespottelijk absurd
bespottelijk ridiculous
bespreken to discuss
bespugen to spit at
best best
bestaan to exist
bestaan uit to consist of
bestand {het} file
bestek {het} cutlery
bestek {het} cutlery [Br.]
bestek {het} flatware [Am.]
bestek {het} silverware [Am.]
bestekken {mv} sets of cutlery [Br.]
bestekken {mv} sets of silverware [Am.]
bestellen to order
bestelling {de} order
bestelwagen {de} van
bestemming {de} destination
bestemming {de} destiny
bestormen to storm
besturen to operate
besturingssysteem {het} operating system <OS>
bestuur {het} administration
bestuurder {de} [voertuig] driver
betaalbaar affordable
betaald paid
betalen to pay
betaling {de} payment
betamelijk decent
betamelijk decently
betekenen to matter
betekenen to mean
betekenis {de} meaning
beter better
beton {het} concrete
beton spuiten to spray concrete
betonnen concrete
betreden to enter
betreffen to concern
betreffende concerning
betreffende in question [postpos.]
betreffende regarding
betrekkelijk relative
betrekkelijk relatively
betrekken to involve
betrekking {de} job
betrekking {de} position [job]
betrekking {de} relationship
betrouwbaar reliable
betrouwbaarheid {de} reliability
beuken to batter
beuken to dash
beul {de} executioner
beurs {de} stock exchange
beurt {de} turn
bevaarbaar navigable
bevallen [aanstaan] to please
bevalling {de} delivery
bevatten to contain
bevechten to combat
bevechten to fight [combat]
bevel {het} order
beven to shake
bever {de} beaver
bevestigen to confirm
bevestigen to endorse
bevestigen to fix [fasten]
bevolking {de} population
bevoorrechten to favour [Br.]
bevorderen to promote
bevredigd satisfied
bevredigen to satisfy
bevredigend satisfactory
bevredigend satisfying
bevrediging {de} satisfaction
bevreemdend peculiar
bevriezen to freeze
bevriezing {de} freezing
bevroren frozen
bevruchten to fertilize
bevruchten to impregnate
bewapend armed
bewapenen to arm
bewaren to preserve
bewassen to plant
beweegbaar movable
beweeglijk mobile
beweeglijkheid {de} motility
bewegen to budge [move]
bewegen to move
beweging {de} movement
beweging {de} activity [movement]
beweging {de} motion
bewegingsvermogen {het} motility
beweren to assert
beweren to claim
bewering {de} claim
bewerkstelligen to bring about
bewijs {het} evidence
bewijs {het} proof
bewijzen to prove
bewonderaar {de} admirer
bewonderen to admire
bewonderenswaardig admirable [worthy of admiration]
bewondering {de} admiration
bewonen to inhabit
bewonen to live in
bewoner {de} inhabitant
bewoond inhabited
bewoording {de} wording
bewust deliberately
bewust conscious
bewusteloos unconscious
bewustzijn {het} awareness
bezem {de} broom
bezet occupied
bezettingsgraad {de} occupancy
bezienswaardigheden {mv} sights [tourist attractions]
bezienswaardigheid {de} sight [tourist attraction]
bezienswaardigheid {de} tourist attraction
bezig busy
bezig zijn to be engaged
bezigheid {de} employment
bezitten to have got
bezitten to own
bezitten to possess
bezitter {de} owner
bezitting {de} possession
bezoek {het} visit
bezoeken to visit
bezoeker {de} visitor
bezopen [omg.] drunk
bezorgd concerned
bezorgd worried
bezorgen to provide
bezorgen to deliver
bezorging {de} delivery
bezweet sweaty
bh {de} bra
Bhutan {het} Bhutan
bibberen to shiver
bibberen to tremble
bibliotheek {de} library
bibliotheekboek {het} library book
biechten to confess
bieden to offer
biefstuk {de} steak
bier {het} beer
bierbuik {de} beer paunch
bij by [near / beside]
bij with
bij {de} bee
bij elkaar passen to match [go together]
bij nacht en ontij at unusual times
bij toeval by chance
Bijbel {de} Bible
bijbels biblical
bijbenen to keep pace with
bijdrage {de} contribution
bijdragen to contribute
bijen {mv} bees
bijenkorf {de} beehive
bijenraat {de} honeycomb
bijgevolg consequently
bijkomend additional
bijkomend in addition
bijl {de} axe
bijlage {de} appendix
bijleggen [bijbetalen] to contribute [money]
bijleggen [bijpassen] to make up the deficit
bijleggen [goedmaken] to settle [e.g. dispute]
bijna almost
bijna nearly
bijouterie {de} bijouterie
bijproduct {het} by-product
bijrivier {de} tributary
bijschrift {het} caption
bijstand {de} assistance
bijten to bite
bijvoeglijk naamwoord {het} adjective
bijvoegsel {het} supplement
bijvoorbeeld for instance <f.i.>
bijvoorbeeld <bv.> for example <e.g.>
bijwerking {de} side effect
bijwoord {het} adverb
bijzaak {de} side issue
bijzonder great
bijzonder special
bikini {de} bikini
bil {de} buttock
biljet {het} ticket
billen {mv} buttocks
bilocatie {de} bilocation
binden to bind
binnen inside
binnen within
binnenband {de} inner tube
binnenbekleding {de} lining
binnendringen to force entry
binnenhalen to bring in
binnenkomen to come inside
binnenkomen to enter [come inside]
binnenkomen to step in
binnenkort soon
binnenlands domestic
binnenlands national
binnenlandse vlucht {de} domestic flight
binnenmuur {de} inside wall
binnenmuur {de} interior wall
binnenshuis indoor
binnenshuis indoors
binnenstad {de} inner city
binnenstebuiten inside out
binnentrekken to invade
binnentrekken to march in
binnenvallen to invade
binnenwand {de} inside wall
binnenwand {de} interior wall
binnenzee {de} inland sea
binnenzijde {de} inside
biochemicus {de} biochemist
biochemie {de} biochemistry
biograaf {de} biographer
biografe {de} biographer [female]
biografisch biographical
biologie {de} biology
biologisch biological
biologisch biologically
bioloog {de} biologist
bioscoop {de} cinema [Br.]
biotiet {de} biotite
Birma {het} Burma
Birmaans Burmese
Birmaans {het} Burmese
biscuit {de} {het} biscuit [Br.]
biseksueel bisexual
bisschop {de} bishop
bitter bitter
bitterheid {de} bitterness
bitterzoet bitter-sweet
bitterzoet bittersweet
bivakmuts {de} balaclava
bizar bizarre
bizar weird [coll.]
bizon {de} bison
blaas {de} bladder
blaasbalg {de} bellows
blaasinstrument {het} wind instrument
blad {het} leaf
bladeren to leaf (through)
bladeren to thumb (through)
bladeren {mv} leaves
bladluis {de} aphid
bladluizen {mv} aphids
bladmuziek {de} sheet music
bladvormig leaflike
bladwijzer {de} bookmark
bladzijde {de} page
blaffen to bark
blamage {de} disgrace
blauw blue
blauw oog {het} black eye
blauwe plek {de} bruise
blauwverschuiving {de} blueshift
blazen to blow
bleek pale
blij glad
blij joyful
blijdschap {de} gladness
blijdschap {de} cheerfulness
blijdschap {de} joy
blijken to appear [become apparent]
blijken te zijn to turn out to be
blijven to remain
blijvend steady
blik {de} look
blik {het} can
blik {het} tin [esp. Br.]
blikje {het} can
blikje {het} tin [esp. Br.: can]
bliksem {de} lightning
bliksemsnel lightning-fast
bliksemsnel with lightning speed
bliksemstraal {de} flash of lightning
blinddoek {de} blindfold
blindengeleidehond {de} guide dog
bloed {het} blood
bloedbad {het} massacre
bloeddorstig bloodthirsty
bloeddruk {de} blood pressure
bloeden to bleed
bloedvat {het} blood vessel
bloeiwijze {de} inflorescence
bloem {de} flower
bloem {de} [meel] flour
bloemen {mv} flowers
bloemist {de} florist
bloemkool {de} cauliflower
bloempot {de} flowerpot
bloempotkapsel {het} bowl cut
bloemsuiker {de} [BN] confectioners' sugar [Am.]
bloemsuiker {de} [BN] icing sugar
bloemsuiker {de} [BN] powdered sugar
bloes {de} blouse
blok {het} block
blond blonde
blond blonde-haired
blond fair-haired
blondje {het} blonde
blooper {de} blooper [esp. Am.] [coll.]
blooper {de} blunder
bloot bare
blootleggen to expose [lay bare]
blootleggen to lay bare
blootstellen to expose
blootstelling {de} (aan) exposure (to)
blootsvoets barefoot
blouse {de} blouse
blozen {het} flush [blush]
blunder {de} blooper [esp. Am.] [coll.]
blunder {de} blunder
bluts {de} [BN] dent
bobbel {de} lump
bocht {de} bend
bodem {de} bottom
bodem {de} soil
bodemerosie {de} soil erosion
bodemkunde {de} soil science
bodemvruchtbaarheid {de} soil fertility
body {de} {het} [enkel bij wijn] body [also wine]
body lotion {de} body lotion
bodylotion {de} body lotion
bodywarmer {de} body warmer
boeddhisme {het} Buddhism
boeddhist {de} Buddhist
boeddhistisch Buddhist
boeien to tie down
boeien [fig.] to captivate
boeien [fig.] to fascinate
boeiend captivating
boeiend fascinating
boek {het} book
boekanier {de} buccaneer
boekenkast {de} bookcase
boekenplank {de} bookshelf
boekensteun {de} bookend
boeket {het} {de} bouquet
boekhandel {de} bookshop
boekhouder {de} accountant
boekwinkel {de} bookshop
boer {de} farmer
boerderij {de} farm
boerin {de} farmer's wife
boerin {de} farmer [female]
boete {de} fine
bof {de} mumps
boffen to be lucky
boiler {de} boiler
bokser {de} boxer
bokssport {de} boxing
bol {de} ball
bol {de} globe [ball]
bol {de} sphere
bol {de} touw ball of string
Bolivia {het} Bolivia
Boliviaans Bolivian
bom {de} bomb
bombardement {het} bombardment
bombarderen to bomb [attack with bombs]
bomen {mv} trees
bommen werpen to bomb
bon {de} coupon
bonbon {de} bonbon
bondig concise
Bondsrepubliek {de} Duitsland Federal Republic of Germany
bonen {mv} beans
bonken to pound
bont {het} fur
boodschap {de} errand
boodschap {de} message
boodschappen doen to go shopping
boodschappen doen to shop [for groceries or other basic necessities]
boodschappentas {de} shopping bag
boog {de} arc
boog {de} arch
boog {de} bow
boom {de} tree
boomgaard {de} orchard
boomstam {de} tree trunk
boomstronk {de} tree stump
boon {de} bean
boor {de} drill
boord {de} rim
booreiland {het} drilling platform [offshore]
boormachine {de} drill
boos angry
boos angrily
boos bad [evil]
boos evil
boos evilly
boot {de} boat
bord {het} plate
bord {het} [op openbare plekken] sign
bordeel {het} brothel
bordje {het} [op openbare plekken] small sign
bordspel {het} board game
borrelend geluid {het} burble
borst {de} breast
borst {de} chest
borstel {de} brush
borsten {mv} breasts
borstkas {de} thorax
borstvoeding {de} breastfeeding
bos {het} forest
bosbeheer {het} forest management
bosbouw {de} forestry
bosecologie {de} forest ecology
bosgrond {de} forest floor
bossen {mv} forests
bot {het} bone
botanie {de} botany
boter {de} butter
boterham {de} slice of bread
botsing {de} collision
botsing {de} crash
Botswana {het} Botswana
bougie {de} spark plug
bout {de} bolt
bouten {mv} bolts
bouwen to build
bouwen to construct [build]
bouwkraan {de} tower crane
bouwkunde {de} architectural engineering
bouwput {de} excavation
bouwval {de} ruin
bouwvallig dilapidated
boven above
boven on top
boven zijn theewater zijn [fig.] to be drunk
bovenarm {de} upper arm
bovendien besides
bovendien furthermore
bovendien moreover
bovenlichaam {het} upper body
braaf obedient
braaf obediently
braaf well-behaved
braam {de} blackberry
braden to roast
braden to fry
braken to vomit
bramen {mv} blackberries
brand {de} fire
brandbaar combustible
brandbaar flammable
brandbaar inflammable
brandblusser {de} fire extinguisher
branden to burn
brandend burning
brandkast {de} safe [vault]
brandkast {de} (fireproof) safe
brandpunt {het} focal point
brandstof {de} fuel
brandweer {de} fire brigade [esp. Br.]
brandweerman {de} fireman
Braziliaan {de} Brazilian
Braziliaans Brazilian
Braziliaanse {de} Brazilian [female]
Brazilië Brazil <.br>
breder broader
breed broad
breed wide
breedst broadest
breedte {de} width
breekbaar fragile
breien to knit
breinaald {de} knitting needle
breken to break
breuk {de} fracture
brief {de} letter
briefkaarten {mv} postcards
briefwisseling {de} exchange of letters
brieven {mv} letters
brievenbus {de} letter box [Br.]
brievenbus {de} mailbox [esp. Am.]
brievenbus {de} postbox [esp. Br.]
brij {de} mash
brij {de} porridge
brij {de} pulp
brij {de} puree
bril {de} glasses
briljant brilliant
briljant brilliantly
Brit {de} Briton
Brit {de} Brit [coll.]
Brits British
Britse Eilanden {mv} British Isles
Britten {mv} Britons
Britten {mv} Brits [coll.]
Britten {mv} the British
broche {de} {het} brooch
brochure {de} brochure
broeden to brood
broeder {de} [oud.] brother
broedseizoen {het} breeding season
broeikas {de} glasshouse [Br.]
broeikas {de} greenhouse
broeikasgas {het} greenhouse gas
broeikasgassen {mv} greenhouse gases
broek {de} pants [esp. Am.]
broek {de} trousers
broekpak {het} pantsuit [Am.]
broekpak {het} trouser suit [Br.]
broekzak {de} trouser pocket
broer {de} brother
broers en zussen {mv} siblings
brok {de} chunk
brokkelen to crumble
brokstukken {mv} debris
brompot {de} grumbler
bron {de} source
bron {de} spring
bron {de} well
bronchitis {de} bronchitis
brons {het} bronze
bronstijd {de} Bronze Age
bronwater {het} spring water
bronzen bronze
brood {het} bread
broodje {het} roll
broodmand {de} bread basket
broodnodig badly needed
broodnodig highly necessary
broodrooster {de} {het} toaster
broosheid {de} fragility
brug {de} bridge
brugdek {het} bridge deck
Brugge Bruges
bruggen {mv} bridges
bruggenbouw {de} bridge engineering
brugpijler {de} bridge pillar
bruid {de} bride
bruidegom {de} bridegroom
bruidegom {de} groom [bridegroom]
bruidsboeket {het} {de} bridal bouquet
bruidsjapon {de} bridal gown
bruidsjapon {de} wedding dress
bruidsmeisje {het} bridesmaid
bruidsnacht {de} wedding night
bruidspaar {het} bridal couple
bruidspaar {het} bride and groom
bruidssuite {de} bridal suite
bruidstaart {de} wedding cake
bruiloft {de} wedding
bruin brown
bruinbrood {het} brown bread
bruinen to tan
bruinkool {de} brown coal
bruinvis {de} porpoise
brullen to roar
brullen to yell
brunch {de} brunch
Brunei {het} Brunei
Brussel Brussels
Brusselaar {de} [native of Brussels, Belgium]
Brusselaars {mv} [natives of Brussels, Belgium]
Brusselaren {mv} [natives of Brussels, Belgium]
Brussels lof {de} {het} [NN] Belgian endive [Am.]
Brusselse {de} [female native of Brussels, Belgium]
brutaal bold
brutaal impudent
bruto gross
brutogewicht {het} gross weight
brutowinst {de} gross profit
buffet {het} buffet
bui {de} shower [of rain etc.]
buigen to bend
buigspanning {de} bending stress
buik {de} belly
buikloop {de} diarrhea [Am.]
buikpijn {de} bellyache
buikpijn {de} stomachache
buis {de} conduit
buis {de} duct
buis {de} pipe
buis {de} tube
buit {de} booty
buit {de} prey
buiten gehoorsafstand out of earshot
buiten kantooruren out-of-hours
buiten werking out of order
buitengewoon extraordinarily
buitenland {het} foreign country
buitenlander {de} foreigner
buitenlands foreign
buitenlandse zaken {mv} foreign affairs
buitenpost {de} outstation
buitenshuis outdoor
buitenshuis outdoors
buitensluiten to exclude
buitensluiten to shut out [exclude]
buitenspel offside
buitensporigheid {de} exorbitance
buitentemperatuur {de} outside temperature
buitenzijde {de} outside
buitmaken to capture [conquer]
buitmaken to conquer
buizerd {de} buzzard
bulderen to bellow
bulderen to roar
bulderen [lachen] to guffaw
Bulgaars {het} Bulgarian
Bulgarije Bulgaria
bult {de} bump
bungelen to dangle
bungelen to swing about loosely [dangle]
bureau {het} desk
bureau {het} office
bureau {het} [schrijfbureau] bureau [Br.]
bureaustoel {de} office chair
burgemeester {de} burgomaster
burgemeester {de} mayor
burgeroorlog {de} civil war
burgerschap {de} citizenship
bus {de} bus
bus {de} coach
bus {de} van
bushalte {de} bus stop
bussen {mv} buses
bustehouder {de} brassiere
buur {de} neighbor [Am.]
buur {de} neighbour [Br.]
buurland {het} neighboring country [Am.]
buurland {het} neighbouring country [Br.]
buurlanden {mv} neighboring countries [Am.]
buurlanden {mv} neighbouring countries [Br.]
buurman {de} neighbor [Am.]
buurt {de} neighborhood [Am.]
buurt {de} neighbourhood [Br.]
buurt {de} vicinity
buurvrouw {de} neighbor [Am.] [female]
buurvrouw {de} neighbour [Br.] [female]
cabaret {het} cabaret
cacao {de} cocoa
cacaopoeder {de} {het} cocoa powder
cactus {de} cactus
cadeau {het} present
cadeautje {het} present
café {het} cafe
cafeïne {de} caffeine
cafeïnevrij decaffeinated
cafetaria {de} cafeteria
caissière {de} cashier
caisson {de} caisson
calamiteit {de} calamity
calculatie {de} calculation
calculator {de} calculator
calculeren to calculate
calibratie {de} calibration
calibreren to calibrate
Californië California
calorie {de} <cal> calorie <cal>
calorieën {mv} calories
Cambodja {het} Cambodia
camera {de} camera
camion {de} [BN] lorry [Br.]
camion {de} [BN] truck
camionette {de} [BN] van
camouflage {de} camouflage
camoufleren to camouflage
camoufleren to disguise
campagne {de} campaign
camping {de} camping site
Canada {het} Canada
Canadees Canadian
Canarische Eilanden {mv} Canary Islands
canvas {het} canvas
capabel capable
capaciteit {de} capacity
capaciteit {de} skill
cape {de} cape
cape {de} cloak
capitulatie {de} capitulation
capituleren to capitulate
capsule {de} capsule
cardiogram {het} cardiogram
cardiologie {de} cardiology
cardioloog {de} cardiologist
cargo {de} cargo
cargo {de} freight
cariës {de} caries
carnivoor {de} carnivore
carport {de} carport
carrière {de} career
cartografie {de} cartography
cartoon {de} cartoon
cash {de} cash
casino {het} casino
castagnetten {mv} castanets
catalogus {de} catalogue
catastrofaal catastrophic
catastrofe {de} catastrophe
catastrofe {de} disaster
categorie {de} category
categorie {de} class [type]
causaal causal
cavia {de} guinea pig
cavia's {mv} guinea pigs
cd-speler {de} CD player
ceintuur {de} belt
cel {de} cell
cellen {mv} cells
cellulair {de} [SN] cellular phone [Am.]
cement {de} {het} cement
centraal central
Centraal-Europa Central Europe
centrale verwarming {de} central heating
centraliseren to centralise [Br.]
centraliseren to centralize
centrum {het} center [Am.]
centrum {het} centre [Br.]
charismatisch charismatic
charismatisch charismatically
chauffeur {de} chauffeur
chauffeur {de} driver
chauffeuse {de} chauffeuse
checken to check
cheeta {de} cheetah
chemie {de} chemistry
chemisch chemical
cheque {de} check [Am.]
cheque {de} cheque [Br.]
chic chic
Chileens Chilean
Chili {het} Chile
chimpansee {de} chimpanzee
China {het} China
chinaklei {de} china clay
chinaklei {de} kaolin
Chinees Chinese
Chinees {de} Chinaman [pej.]
chinees {de} [omg.] Chinese restaurant
Chinees {de} [persoon] Chinese
Chinees {het} Chinese
Chinese {de} Chinese [female]
Chinezen {mv} Chinese {pl}
chips {mv} chips [esp. Am.]
chips {mv} crisps [esp Br.]
chips {mv} potato chips [Am.]
chirurg {de} surgeon
chocolade {de} chocolate
cholera {de} cholera
christelijk Christian
Christen-Democratisch Appèl {het} <CDA> [Dutch political party, lit. translated: Christian Democratic Appeal]
chroom {het} chrome
chrysant {de} chrysanthemum
Ciao! Bye!
cilinder {de} cylinder
cilindervormig cylindrical
cinema {de} cinema
circa approximately
circa <ca.> approximately
cirkel {de} circle
citaat {het} quotation [citation]
citaat {het} citation
citaat {het} quote
citroen {de} lemon
citrusfruit {het} citrus fruit
citrusfruit {het} citrus [citrus fruit]
claim {de} claim
claimen to claim
clandestien clandestine
clandestien clandestinely
classicisme {het} classicism
claxon {de} horn
claxonneren to honk [horn]
claxonneren to sound the horn
claxonneren to toot [horn]
clitoris {de} clitoris
clown {de} clown
club {de} club
cocaïne {de} coke [sl.]
cocktail {de} cocktail
codeïne {het} codeine
co-existeren to coexist
coffeïne {de} caffeine
cognac {de} cognac
cokes {de} coke
cola {de} Coke [coll.]
colbert {de} {het} dinner jacket
colbert {de} {het} tuxedo [esp. Am.]
collage {de} collage
collega- fellow
collega {de} colleague
collega's {mv} colleagues
collegezaal {de} lecture hall
Colombia {het} Colombia
Colombiaans Colombian
colonne {de} column
column {de} column
combinatie {de} combination
combineren to combine
comfort {het} convenience
comfortabel comfortable
comité {het} committee
commentaar {het} {de} comment
commercial {de} commercial
commissaris {de} commissioner
commissie {de} commission
communicatieve vaardigheden {mv} communication skills
communiceren to communicate
compact compact
compact compactly
compartiment {het} compartment
compatibel compatible
compensatie {de} compensation
compenseren to compensate
compenseren to indemnify
competent competent
competitie {de} competition
compleet complete
compleet completely
compleetheid {de} completeness
completer more complete
completeren to complete
component {de} component
computer {de} computer
concentratiekamp {het} concentration camp
concert {het} concert
concertgebouw {het} concert hall
concluderen to conclude
conclusie {de} conclusion
concreet concrete
concurrent {de} competitor
concurrentie {de} competition
condenseren to condense
conditie {de} condition
conferentie {de} conference
confituur {de} [BN] jam
confituur {de} [BN] jelly [Am.]
conifeer {de} conifer
conisch conical
conjugatie {de} conjugation
conjugeren to conjugate
conserveermiddel {het} preservative
conserveren to can [preserve]
consolideren to consolidate
consortium {het} consortium
constant constant
constant constantly
constante {de} constant
consternatie {de} consternation
constipatie {de} constipation
constitutie {de} constitution
constitutioneel constitutional
constitutioneel constitutionally
constructie {de} construction
constructief constructive
constructief constructively
consul {de} consul
consulaat {het} consulate
consulent {de} consultant
consulent {de} counselor [Am.]
consult {het} consultation
consulteren to consult
consument {de} consumer
consumeren to consume
consumptie {de} consumption
consumptiegoederen {mv} consumer goods
contact {het} contact
contactlenzen {mv} contact lenses
container {de} container
contanten {mv} cash
context {de} context
continent {het} continent
continentaal continental
continentaal plat {het} continental shelf
contingent {het} contingent
continu continuous
continu continuously
continue continuous
continue continuously
continueren to continue
continuering {de} continuation
continuïteit {de} continuity
contour {de} contour
contraceptie {de} contraception
contract {het} contract
contracteren to contract
contradictie {de} contradiction
contragewicht {het} counterbalance
contragewicht {het} counterweight
contrast {het} contrast
contribueren to contribute
contributie {de} contribution
controverse {de} controversy
convent {het} convent
conventie {de} convention
conventioneel conventional
conventioneel conventionally
conversatie {de} conversation
converseren to converse
cool [omg.] awesome [Am.] [coll.]
coöperatie {de} co-operation
coöperatie {de} cooperation
coöperatief cooperative
coöperatief cooperatively
coöpereren to co-operate
coöpereren to cooperate
coördinatenstelsel {het} coordinate system
coördinatie {de} coordination
coördinator {de} coordinator
coördineren to coordinate
copiloot {de} copilot
coproductie {de} coproduction
copulatie {de} copulation
copyright {het} copyright
corner {de} corner [corner kick]
corporatie {de} corporation
corps {het} corps
corpulent corpulent
correct correct
correct correctly
correctheid {de} correctness
correctie {de} correction
correlatie {de} correlation
correspondent {de} correspondent
correspondentie {de} correspondence
corrigeren to correct
corrigeren to rectify
corrosie {de} corrosion
corrosief corrosive
cosmetica {mv} cosmetics
cosmetisch cosmetic
Costa Rica {het} Costa Rica
counselor {de} counsellor [Br.]
coup {de} coup
coup {de} coup d'état
courgette {de} courgette [Br.]
courgette {de} zucchini [esp. Am.]
courtisane {de} courtesan
cowboy {de} cowboy
crashen to crash
creatief creative
creditcard {de} credit card
creëren to create
crème {de} cream
cricket {het} cricket
cricketen to play cricket
criminologie {de} criminology
criticaster {de} quibbler
critici {mv} critics
criticus {de} critic
croissant {de} croissant
Cuba {het} Cuba
culmineren to culminate
cumulus {de} cumulus (cloud)
Cupido {de} Cupid
curaçao {de} curaçao
Curaçaoënaar {de} native of Curaçao
Curaçaoër {de} native of Curaçao
Curaçaose {de} female native of Curaçao
curry {de} curry
cursief italic
cursus {de} class
cyanide {het} cyanide
cycloon {de} cyclone
cycloon {de} hurricane
Cyprus {het} Cyprus
cytologie {de} cytology
daad {de} act
daad {de} deed [act, action]
daar there
daar since
daarachter behind it
daarbeneden below
daarbeneden down there
daardoor as a result
daardoor thereby
daardoor thus
daarentegen on the contrary
daarentegen on the other hand
daarginds over there
daarheen there
daarin therein
daarnaast besides
daarom therefore
daartussen in between
daarvandaan (coming) from there
daarvoor before that
dacht thought
dadelijk at once [immediately]
dadelijk directly [right away]
dadelijk immediately
dadelijk right away
dader {de} offender
dag {de} day
dag {de} van de week day of the week
Dag! Bye!
dagblad {het} daily newspaper
dagboek {het} diary
dagelijks daily
dagelijks every day
dagen {mv} days
daglicht {het} daylight
dagorde {de} [BN] agenda
dahlia {de} dahlia
dak {het} roof
dakgoot {de} gutter [roof]
dakgoot {de} roof gutter
dakkapel {de} dormer
dakloos homeless
dakpan {de} pantile
dakspant {het} rafter
dalen to descend
dame {de} lady
dame {de} queen [chess]
damestoilet {het} women's restroom [Am.]
damesverband {het} sanitary napkin [Am.]
damesverband {het} sanitary pad
damesverband {het} sanitary towel [Br.]
dampen to steam
dan than
dan then
danig thoroughly
dank {de} thanks {pl}
Dank je! Thank you!
Dank u! Thank you!
dankbaar thankful
dankbaar obliged
dankbaarheid {de} gratitude
dans {de} dance
dansen to dance
dapper daring [brave]
darm {de} gut
das {de} [Meles meles] badger
dashboard {het} dashboard
dat that
Dat geldt ook voor haar. That goes for her too.
dat is <d.i.> that is <id est, i.e.>
datum {de} date
datzelfde that same
dauw {de} dew
dauwdruppel {de} dewdrop
dauwpunt {het} dew point
de the
de afwas doen to wash the dishes
de bokkepruik op hebben to be in a bad mood
de boventoon voeren to predominate
de handdoek in de ring gooien to throw in the towel
de lippen tuiten to purse one's lips
De mazzel! Bye!
de nadruk leggen op iets to stress sth.
de provincie countryside
De rekening, alstublieft. The bill please! [Br.]
de schuld geven to blame
de tafel afruimen to clear the table
de tafel dekken to lay the table
de tien geboden {mv} the Ten Commandments
de vaat doen to wash the dishes
de voors en tegens the pros and cons
de winterslaap houden to hibernate
deadline {de} deadline
debiteur {de} debtor
december {de} December <Dec.>
decennia {mv} decades
decenniën {mv} decades
decennium {het} decade
decent decent
decent decently
decentraliseren to decentralise [Br.]
decentraliseren to decentralize
decimaal decimal
decimaalteken {het} decimal point
declasseren to declassify
declasseren to downgrade
declineren to decline
decoderen to decode
decoreren to decorate
deegrol {de} rolling pin
deegroller {de} rolling pin
deel {het} part
deel {het} share
deelbaar [door] divisible [by]
deelnemen to attend
deelnemen aan to take part in
deels partially
deelstaat {de} state [within a country]
deeltje {het} particle
Deen {de} Dane
Deens Danish
Deens {het} Danish
Deense {de} Dane [female]
deerniswekkend pathetic [pitiful]
deerniswekkend meager [Am.]
deerniswekkend meagre [Br.]
deerniswekkend paltry
deerniswekkend pitiful
defect defective
defect {het} defect
defensie {de} defence [esp. Br.]
defensie {de} defense [Am.]
defensief defensive
defensief defensively
definiëren to define
definitie {de} definition
deflatie {de} deflation
deftig distinguished
deftig stately
degelijk solid [reliable]
degelijk thorough
degelijk thoroughly
degradatie {de} degradation
dek {het} deck
deken {de} blanket
deksel {de} {het} lid
deksel {de} {het} top
delen to divide
delen to share
delicatessenwinkel {de} delicatessen
delicatessenwinkel {de} deli [coll.]
deling {de} fission
delven to excavate
delven to delve [fig.]
delven to dig
democratie {de} democracy
democratisch democratic
demoduleren to demodulate
demografisch demographic
demonstratie {de} demonstration
demontage {de} dismantling
Den Haag The Hague
denderen to dash
Denemarken Denmark
Denen {mv} Danes
denkelijk probably
denken to think
denker {de} thinker
depanneren [BN] to repair
deponeren to deposit
depressie {de} depression
derde third <3rd>
derde {het} [derde deel] third [one third] <1/3>
derden {mv} third parties
deregulering {de} deregulation
dermatologie {de} dermatology
dertien thirteen
dertiende <13e, 13de> thirteenth <13th>
dertig thirty
dertigste <30e, 30ste> thirtieth <30th>
desbetreffend relevant
design {het} design
designer {de} designer
desinfecteren to disinfect
deskundige {de} expert
dessert {het} dessert
detailhandel {de} retail business
detailhandel {de} retail
detailhandel {de} retail industry
detaillist {de} retailer
detecteerbaar detectable
detecteren to detect
deugd {de} virtue
deugdelijk decent
deugniet {de} rascal
deuk {de} dent
deur {de} door
deurbel {de} doorbell
deurmat {de} doormat
dextro- dextro-
deze this
deze these
dezelfde the same
diagnose {de} diagnosis
diagnosticeren to diagnose
dialect {het} dialect
diameter {de} diameter
diarree {de} diarrhea [Am.]
dicht closed
dicht shut
dichtbij close
dichtbij near
dichter {de} poet
dichteres {de} poetess
dichteres {de} poet [female]
dichtheid {de} density
dichtknopen to button
dictator {de} dictator
die those
dief {de} thief
diefstal {de} theft
dienen to serve
dienst {de} service
dienstregeling {de} schedule
dienstregeling {de} timetable
dientengevolge hence
diep deep
diep beneden deep below
diepgang {de} draft [Am.]
diepgang {de} draught [Br.]
diepte {de} depth
diepvrieskast {de} deep-freezer
diepvriezer {de} deep freezer
dier {het} animal
dierbaar beloved
dierbaar dear
dierenarts {de} vet
dierenhuid {de} hide
dierentuin {de} zoo
dierentuin {de} zoological garden [dated]
dierenziekte {de} animal disease
diergeneeskunde {de} veterinary medicine
dievegge {de} thief [female]
dieven {mv} thieves
diffuus diffuse
diftong {de} diphthong
digestie {de} digestion
digitaal digital
digitaal digitally
dij {de} thigh
dijbeen {het} thigh bone
dijbenen {mv} thighs
dijen {mv} thighs
dijk {de} dike
dijk {de} dyke
dik fat [thick]
dik thick
dikke darm {de} colon
dikker thicker
dikoor {de} mumps {pl}
dikst thickest
dikte {de} thickness
dikte {de} [dichtheid] density
dikwijls frequently
dikwijls often
dimensie {de} dimension
ding {het} thing
dingen {mv} things
dinsdag {de} Tuesday
diplomaat {de} diplomat
diplomatie {de} diplomacy
diplomatiek diplomatic
diplomatiek diplomatically
diplomatisch diplomatic
diplomatisch diplomatically
directrice {de} headmistress
discreet discreet
discreet discreetly
discussie {de} discussion
discussiëren to discuss
distributie {de} distribution
district {het} district <dist.>
dit this
dobbelsteen {de} dice
dobbelsteen {de} die [dice]
dobbelstenen {mv} dice {pl}
docent {de} lecturer
docent {de} teacher
dochter {de} daughter
dochter {de} [dochteronderneming] subsidiary
dochteronderneming {de} subsidiary (company)
dodelijk deadly
dodelijk fatal
dodelijk lethal
dodelijk ongeval {het} fatal accident
dodemansknop {de} dead man's button
doden to kill
Doe gerust! Go ahead!
doe-het-zelf- do-it-yourself <DIY> [attr]
doe-het-zelfzaak {de} hardware store
Doei! Bye!
doek {de} cloth
doek {het} [projectiescherm] screen
doek {het} [schilderstuk] canvas
doek {het} [toneelgordijn] curtain
doekoe {de} [SN] [omg.] money
doel {het} aim
doel {het} goal
doel {het} purpose
doel {het} target
doelloos idle
doelman {de} keeper [goalkeeper]
doelpunt {het} goal
doelverdediger {de} goalkeeper
doelvrouw {de} goalkeeper [female]
doelvrouw {de} keeper [female goalkeeper]
doen to do
dogma {het} dogma
dokter {de} doctor
dol crazy
dollar {de} dollar
dom dumb [coll.: stupid]
dom silly
dom stupid
domein {het} domain
domein {het} scope
dominant dominant
dominant dominantly
donder {de} thunder
donderbui {de} thunderstorm
donderdag {de} Thursday
donker dark
donker {het} dark
donker {het} darkness
donkerblauw dark blue
dood dead
dood {de} death
doodeenvoudig dead simple
doodgaan to die
doodlachen to die laughing
doodlopend straatje {het} cul-de-sac
doodlopend straatje {het} dead-end street
doodschieten to shoot dead
doodslag {de} manslaughter
doof deaf
doofheid {de} deafness
doofstomme {de} deaf mute
dooier {de} yolk
door through
door ijs ingesloten icebound
doorbladeren to leaf through
doorbladeren to thumb through
doorbreken to break through
doordacht considered
doordacht elaborate
doordringen to penetrate
doordringen to convince
doordringen to persuade
doorgaan to carry on [continue]
doorgaan to continue
doorgaan to go on [continue]
doorgaand continuous
doorgaans generally
doorkruisen to traverse
doorlopend continual
doorlopend continually
doorlopend continuous
doorlopend continuously
doorn {de} in het oog eyesore
doorroesten to rust through
doorslaggevend decisive
doortikken to continue ticking
doorzetten to persevere
doorzettingsvermogen {het} perseverance [stamina]
doorzettingsvermogen {het} stamina
doos {de} box
doosje {het} box [matchbox, of crackers etc.]
dopen to baptize
dopen to christen
dorp {het} village
dorpen {mv} villages
dorst {de} thirst
dorst hebben to be thirsty
dorstig thirsty
dosis {de} dose
dossier {het} file
douane {de} customs
douche {de} shower
douchen to shower
downloaden to download [from the Internet]
dozijn {het} dozen
draad {de} thread
draadloos wireless
draagbaar portable
draaien to turn around
draaien to spin
draaien to turn
draaien to twist
draaierig dizzy
draaiing {de} rotation
draaimolen {de} merry-go-round [Br.]
draaimoment {het} torque
draaischijf {de} turntable
draak {de} dragon
draf {de} trot
drafsport {de} harness racing
dragen to carry
dragen to wear
dragend supporting
draineerbuis {de} drainage pipe
drank {de} drink
dranken {mv} drinks
drankje {het} drink
drankzucht {de} dipsomania
draven to trot
draven {het} trotting
dreigen to threaten
dreigend threatening
dreigender more threatening
dreiging {de} threat
drempel {de} doorstep
dreun {de} dash
dreun {de} wallop
drie three
drieëntwintig <23> twenty-three
driehoek {de} triangle
driehoekig triangular
driest cheeky
drilboor {de} drill
dringend urgent
drinken to drink
droef sad
droef sadly
droefenis {de} sadness
droevig sad
drogen to dry
dromen to dream
dromen {mv} dreams
dronkaard {de} drunkard
droog dry
droogdok {het} dry dock
droogte {de} drought
droom {de} dream
druif {de} grape
druipen to drip
druiven {mv} grapes
druk busy
druk {de} pressure
drukken to push
drukken to press
drukken to squeeze
druppel {de} drop [of liquid]
dubbel double
dubbel liggen (van het lachen) to double up (with laughter)
dubbelepunt {de} colon
dubbelzinnig ambiguous
Dublin {het} Dublin
duidelijk clear
duidelijk clearly
duidelijk obvious
duidelijk obviously
duidelijk plainly
duidelijk precise [clear]
duiden op to indicate
duif {de} pigeon
duik {de} dive
duikboot {de} submarine
duiken to dive
duim {de} thumb
duister gloomy
duisternis {de} darkness
Duits German
Duits {het} German
Duitse {de} German [female]
Duitse Bocht {de} German Bight
Duitsland Germany
Duitssprekend German-speaking
Duitstalig German-language
Duitstalig German-speaking
duivel {de} devil
duizelig dizzy
duizend thousand
duizendpoot {de} centipede [genus Chilapoda]
dun thin
dunner thinner
dunst thinnest
duo {het} duo
duren to last
duren to take [to last]
dus so
dus thus [therefore]
dutje {het} nap
dutten to snooze
dutten to take a nap
duur dear [expensive]
duur expensive
duur {de} duration
duurder more expensive
duurst most expensive
duurzaam durable
duurzaam sustainable
duwen to push
dwaalspoor {het} wrong track
dwaas foolish
dwaas silly
dwaas stupid
dwaas {de} fool
dwarsdoorsnede {de} cross section
dwarsprofiel {het} cross section
dweil {de} mop
dweil {de} rag
dwerg {de} dwarf
dwerg {de} midget
dwerg {de} munchkin
dwerg {de} pigmy [spv.] [dwarf, also fig.]
dwerg {de} pygmy [dwarf, also fig.]
dwerg {de} runt
dwergstaat {de} microstate
dwergstaat {de} miniature state
dwergstaat {de} mini state
dwergstaat {de} ministate [Am.]
dwergstaat {de} tiny country
dwergstaat {de} tiny nation
dwingen to constrain
dwingen to enforce [constrain]
dwingerig complaining [whiny]
dwingerig whiny
dynamica {de} dynamics
eau de cologne {de} eau de cologne
ebbenhout {het} ebony [wood]
e-card {de} e-card
echo {de} echo
echt real
echt really
echt truly
echt [onvervalst] genuine
echt {de} marriage
echt {de} matrimony
echt {de} wedlock
echtelijk marital
echtelijk maritally
echtelijk matrimonial
echtelijk matrimonially
echter however
echtgenoot {de} husband
echtgenoot {de} spouse [male]
echtgenote {de} spouse [female]
echtgenote {de} wife
echtheid {de} authenticity
echtpaar {het} married couple
ecologie {de} ecology
Ecuador {het} Ecuador
edel noble
edelstaal {het} stainless steel
educatie {de} education
eekhoorn {de} squirrel [Sciurus]
een a
een an
één one
een aantal some
een akkoord bereiken to reach an agreement
een ander another
een andere another
een beetje een ... a bit of a ...
een bezoek brengen to visit
een blauwtje lopen [fig.] to be / get rejected
een blauwtje lopen [fig.] to be / get turned down
een boel a lot
een foto maken to take a photograph
een geding aanspannen to take legal action
een glas water a glass of water
een hoop a lot
een koekje van eigen deeg krijgen [fig.] to get some of one's own medicine [fig.]
een lust voor het oog a sight for sore eyes
een numeriek overwicht hebben to outnumber
een paar a few
een plaat draaien to play a record
een taal leren to acquire a language
eend {de} duck
eender likewise
eender wanneer any time
eender wanneer anytime [esp. Am.]
eender wat whatever
eendracht {de} harmony
eendracht {de} unity
eenduidig clear-cut
eenentwintig twenty-one
eenentwintigste <21e, 21ste> twenty-first <21st>
eenheden {mv} units
eenheid {de} unit
eenhoorn {de} unicorn
eenjarige plant {de} annual
eenlettergrepig monosyllabic
eenmaal once
eenmaal simply
eenpersoonsbed {het} single bed
eenrichtingsstraat {de} [vooral BN] one-way street
eenrichtingsweg {de} one-way street
eens once
eensklaps suddenly
eenvoudig easy [simple]
eenvoudig plain [simple]
eenvoudig simple
eenvoudigweg simply
eenzaam lonely
eenzaamheid {de} loneliness
eenzijdigheid {de} one-sidedness
eer {de} honor [Am.]
eer {de} honour [Br.]
eerbaar reputable
eerbaarheid {de} respectability
eerbetoon {het} tribute
eerder earlier
eerder rather
eerder sooner
eerder ... dan rather ... than
eergisteren the day before yesterday
eerlijk honest
eerlijk fair
eerlijk honestly
eerst first
eerste chief
eerste prime
eerste <1e, 1ste> first <1st>
eerstgeboren firstborn
eervol honourable [Br.]
eerzucht {de} ambition
Eet smakelijk! Enjoy your meal!
eetbaar edible
eetbaarheid {de} edibility
eetgewoonte {de} eating habit
eetkamer {de} dining room
eetlepel {de} tablespoon <tbsp.>
eeuw {de} century
eeuwen {mv} centuries
eeuwigheid {de} eternity
effect {het} effect
effectief effective
effectiviteit {de} effectiveness
efficiënt efficient
egel {de} hedgehog
ego {het} ego
egoïst {de} egoist
egoïstisch selfish
Egypte {het} Egypt
Egyptisch Egyptian
ei {het} egg
eierdooier {de} egg yolk
eieren {mv} eggs
Eiffeltoren {de} Eiffel Tower
eigeel {het} egg yolk
eigen own
eigenaar {de} owner
eigenaar {de} proprietor
eigenaardig peculiar
eigenares {de} owner [female]
eigenaresse {de} [NN] owner [female]
eigendom {de} {het} possession
eigendom {het} property
eigenheid {de} uniqueness
eigenheid {de} singularity
eigenlijk actually
eigenlijk exactly
eigenlijk in fact
eigenlijk proper
eigenlijk real
eigenlijk really
eigenlijk TRUE
eigennaam {de} proper name
eigennaam {de} proper noun
eigenschap {de} property [quality]
eigenschap {de} quality
eigenwijs conceited
eik {de} oak
eikel {de} acorn
eiken oak
eiken oaken
eikenboom {de} oak tree
eikenhout {het} oak wood
eiland {het} island
eilanden {mv} islands
eilander {de} islander
eilandje {het} islet
eilandje {het} small island
eind {het} end
eind {het} [omg.] distance
eindbestemming {de} final destination
einde {het} end
eindelijk eventually
eindelijk at last
eindelijk finally
eindgebruiker {de} end user
einzelgänger {de} loner
eis {de} requirement
eis {de} demand
eisen to demand
eisen to require
eiwit {het} egg white
ejaculatie {de} ejaculation
ekster {de} magpie
elan {het} elan
eland {de} elk [Alces alces]
eland {de} moose [Am.] [Alces alces]
elandtest {de} elk test
elandtest {de} moose test
elastisch elastic
elders elsewhere
elegantie {de} elegance
elektricien {de} electrician
elektriciteit {de} electricity
elektriciteitsnet {het} electricity grid
elektriciteitsnet {het} electricity network
elektrisch electric
elektrisch electrically
elektrisch scheerapparaat {het} electric razor
elektrode {de} electrode
elektromagnetisch electromagnetic
elektromagnetisch electromagnetical
elektromagnetisch electromagnetically
elektronica {de} electronics
elektronisch electronic
elf eleven
elfde eleventh <11th>
elk each
elk everyone
elkaar each other
elkaar one another
elkander each other
elkander one another
elke each
elke every
elke dag every day
elkeen anyone
elkeen each
elkeen everyone
elleboog {de} elbow
elleboogjesmacaroni {de} elbow pasta
ellende {de} misery
ellendig miserable
ellendig awful
ellendig awfully
ellendig miserably
ellendig pitiful
ellendig wretched
e-mail {de} email
e-mailen to e-mail
e-mailen to email
emancipatie {de} emancipation
emir {de} emir
emiraat {het} emirate
emissie {de} emission
emmer {de} bucket
emotie {de} emotion
en and
en dergelijke <e.d.> and the like
energiek energetic
eng narrow
eng scary [coll.]
engageren to engage
Engeland England
Engels English
Engels {het} English
Engelse {de} English girl
Engelse {de} Englishwoman
enig adorable
enig lovely
enige several
enkel just
enkel only
enkel single
enkel {de} ankle
enkele a few
enkele some
enkelvoud {het} singular
enorm huge
enquête {de} poll [opinion poll]
enthousiasme {het} enthusiasm
enthousiast enthusiastic
entree {de} entrance
enveloppe {de} envelope
enzovoort and so on <ASO>
enzovoort <enz.> and so forth
enzovoort <enz.> et cetera <etc.>
enzovoort <enz.> etcetera <etc.>
epistel {de} {het} epistle
equator {de} Equator
equivalent equivalent
er geen doekjes om winden [fig.] to not mince matters
er is there is
er zijn there are
erbarmelijk pathetic
eren to honor [Am.]
eren to honour [Br.]
erfelijk hereditary
erfgenaam {de} heir
erfgenaam zijn to inherit
erfgename {de} heiress
erg very
erg vinden to mind
ergens somewhere
ergens anders elsewhere
erger worse
ergernis {de} annoyance
ergernis {de} irritation
ergonomisch gevormd ergonomically shaped
ergst worst
erkennen to recognize
ernstig grave
ernstig gravely
ernstig serious
ernstig seriously
eromheen around it
erop on it
erop on them
erts {het} ore
erudiet erudite
eruit flappen to blurt
ervaring {de} experience
erven to inherit
erwt {de} pea
erwten {mv} peas
erwtensoep {de} pea soup
erwtjes {mv} peas
Esperanto {het} Esperanto
essentieel crucial
essentieel essential
Estland {het} Estonia
estuarium {het} estuary
et cetera <etc.> et cetera <etc.>
et cetera <etc.> etcetera <etc.>
etage {de} floor
etage {de} storey [Br.]
etalage {de} window [shop window]
etalages kijken to window-shop
eten to eat
Ethiopië {het} Ethiopia
etiket {het} label
etiket {het} tag
etniciteit {de} ethnicity
etnisch ethnic
etsen to etch
etteren to fester
euforie {de} euphoria
euro {de} <EUR, €> euro <EUR, €>
Europa Europe
Europese Gemeenschap {de} <EG> European Community <EC>
Europese Unie {de} European Union
euthanasie {de} euthanasia
evacuatie {de} evacuation
evaluatie {de} evaluation
even even [number]
evenaar {de} Equator
evenals just like
eveneens likewise
evenmin neither
evenredig proportional
evenredige {de} proportional quantity
eventueel if necessary
eventueel possibly
evenwaardig equivalent
evenwicht {het} balance
evenwicht {het} equilibrium
evergreen {de} classic [book, film, song]
evolueren to evolve
evolutie {de} evolution
examen {het} exam
Excuseer mij! Excuse me!
Excuseer, dat heb ik niet verstaan. I'm sorry, I didn't catch that.
Excuseer, dat heb ik niet verstaan. I'm sorry, I didn't get that.
excuses maken to apologize
excuus {het} excuse
executeren to execute [kill as punishment]
exotisch exotic
exotisch exotically
expansie {de} expansion
expansief expansive
expert {de} expert
exploitatie {de} exploitation
exploratie {de} exploration
exploreren to explore
explosief explosive
explosief {het} explosive
expres deliberately
expres on purpose
extra extra
extreem extreme
extrusief extrusive
eyeliner {de} eyeliner
eylandt {het} [oud] island
ezel {de} donkey
ezel {de} [schilderkunst] easel
faam {de} fame
fabel {de} fable
fabelachtig fabulous
fabriek {de} plant [factory]
fabrikaat {het} make
fabrikant {de} manufacturer
façade {de} façade
facelift {de} facelift
factuur {de} invoice
fagot {de} bassoon
fakkel {de} torch
falen to fail
familie {de} family [relatives]
fan {de} fan
fanatiek fanatic
fanatiek fanatical
fanatiek fanatically
fanclub {de} fan club
fantastisch fantastic
fantastisch great
fantastisch superb
farmaceutisch pharmaceutical
fascinerend intriguing
fase {de} phase
fastfood {het} fast food
fatalist {de} fatalist
fatsoen {het} decency
fatsoen {het} propriety
fatsoenlijk decent
fatsoenlijk decently
fatsoenshalve for decency's sake
favoriet favorite [Am.]
favoriet favourite [Br.]
favoriet {de} favorite [Am.]
favoriet {de} favourite [Br.]
februari {de} February <Feb.>
federale republiek {de} federal republic
feest {het} celebration
feestdag {de} holiday
feestdagen {mv} holidays
feestelijk solemn
feestelijk festive
feit {het} fact
feitelijk in fact
feitelijk actually
fel bright
fenomeen {het} phenomenon
festival {het} festival
fiets {de} bicycle
fiets {de} bike [coll.: bicycle]
fietsen to cycle
fietsen to ride a bike
fietsen {het} cycling
fietser {de} cyclist
fietspad {het} cycle path
figuurlijk figurative
figuurlijk figuratively
fijn fine
filatelie {de} philately
filiaal {het} subsidiary
film {de} film
film {de} movie
filmcamera {de} movie camera
filmen to film
filmpje {het} short film clip
filmster {de} film star
filodeeg {het} filo dough
filosofie {de} philosophy
filosoof {de} philosopher
Fin {de} Finn
financieel financial
financieel financially
fingerspitzengefühl {het} instinctive feeling
Finland {het} Finland
Finnen {mv} Finns
Fins Finnish
Fins {het} Finnish
Finse {de} Finn [female]
firma {de} company
fit fit
fitheid {de} fitness
fitness {de} fitness
flanel {de} {het} flannel
flanellen flannel
flapdrol {de} [vulg.] [pej.] jerk [esp. Am.] [coll.]
flat {de} apartment <apt.> [Am.]
flat {de} flat [esp. Br.]
flater {de} blunder
flatgebouw {het} apartment building [esp. Am.]
flatgebouw {het} block of flats [Br.]
flauw bland [of flavoring]
flauw faint [languid]
flauw silly
flauw tasteless [bland flavor]
flauw tasteless [boring]
flauw vague [concept]
flauwekul {de} [omg.] baloney [coll.]
flauwvallen to faint
fles {de} bottle
flesopener {de} bottle opener
flessen {mv} bottles
flexibel flexible
flexie {de} inflection
flink considerable
flipflops {mv} flip-flops
flirt {de} [het flirten] flirtation
flirt {de} [persoon] flirt
flirten to flirt
flonkeren to glitter
flonkeren to sparkle
flonkeren to twinkle
flonkering {de} sparkle
flop {de} flop [coll.]
floppen to flop [coll.]
flora {de} flora
floraal floral
fluisteren to whisper
fluit {de} flute
fluiten to whistle
fluitje {het} whistle
flutblaadje {het} rag [low-quality newspaper]
fobie {de} phobia
foetsie gone
föhn {de} hair dryer
folklore {de} folklore
fooi {de} tip [gratuity]
forel {de} trout
formeel formal
formuleren to formulate
fornuis {het} stove
fort {het} fort
fortuin {het} fortune [riches]
fortuin {het} luck
fortuinlijk fortunate
forum {het} forum
forumdiscussie {de} panel discussion
foto {de} photo
fotograaf {de} photographer
fotografe {de} photographer [female]
fotograferen to photograph
fotograferen to take a photograph
fotografie {de} photography
fotografisch photographic
fototoestel {het} camera
fouilleren to frisk
fout FALSE
fout {de} error
fout {de} flaw
fout {de} mistake
fraai fine
fractie {de} fraction
fractuur {de} fracture
fragiel fragile
fragiliteit {de} fragileness
fragiliteit {de} fragility
fragment {het} fragment
fragmentarisch fragmentarily
fragmentarisch fragmentary
fragmentariseren to fragment
fragmentarisering {de} fragmentation
fragmentatie {de} fragmentation
fragmenteren to fragment
framboos {de} raspberry
frambozen {mv} raspberries
franc {de} franc
Française {de} French girl
Française {de} Frenchwoman
frank {de} franc
Frankrijk France
Frans French <Fr.>
Frans {het} French
Frans brood {het} [BN] French bread
Frans brood {het} [BN] French stick
Franstalig French-speaking
fraude {de} fraud
free kick {de} free kick
frequentie {de} frequency
Friesland {het} Frisia
friet {de} [ZvN] chips [esp. Br.]
friet {de} [ZvN] French fries [esp. Am.]
frieten {mv} [BN] chips [esp. Br.]
frieten {mv} [BN] French fries [esp. Am.]
frietkot {het} [BN] [ZvN] [omg.] chip shop [Br.]
frietkot {het} [BN] [ZvN] [omg.] French fries stall [Am.]
frigo {de} [BN] refrigerator
frikadel {de} [BN] meatball
fris fresh
fris freshly
frisheid {de} freshness
fritteuse {de} deep fryer [Am.]
frituurpan {de} deep fryer [Am.]
fruit {het} fruit
fruitsalade {de} fruit salad
functioneren to function
functionerend functioning
fundamenteel fundamental
fundamenteel fundamentally
fusie {de} merger
fusilleren to execute by firing squad
fysica {de} physics
fysiek physical
fysiek {het} physique
fysiologie {de} physiology
gaaf intact
gaaf undamaged
gaaf [omg.] groovy [coll.]
gaafheid {de} intactness
gaai {de} jay
gaan to go
gaan to leave
gaan [lopen] [BN] to walk
gaanderij {de} arcade
gaandeweg gradually
gaap {de} yawn
gaar done [fully cooked]
gaar exhausted
gaarkeuken {de} soup kitchen
gaarne [omg.] gladly
gaas {het} gauze
gaas {het} netting
gaatje {het} little hole
gabardine {de} gabardine [esp. Am.]
gabardine {de} gaberdine
gabber {de} [omg.] buddy
gabber {de} [omg.] mate [Br.] [Aus.] [NZ]
gabber {de} [omg.] pal
gadeslaan to observe
gadget {het} gadget
gaga [omg.] gaga [coll.]
gage {de} fee
gage {de} pay
gajes {het} [omg.] riff-raff
gal {de} bile
gala {het} gala
gala-avond {de} gala evening
galabal {het} gala ball
galactisch galactic
galadiner {het} gala dinner
galant chivalrous
galant gallant
galanterie {de} chivalry
Galapagoseilanden {mv} Galapagos Islands
galblaas {de} gall bladder
galei {de} galley
galeislaaf {de} galley slave
galerie {de} gallery
galeriehouder {de} gallery owner
galeriehoudster {de} gallery owner [female]
galerij {de} gallery [corridor]
galg {de} gallows
galgenhumor {de} black humor [Am.]
galgenhumor {de} black humour [Br.]
galgje {het} hangman
galjoen {het} galleon
gallon {de} {het} gallon
galop {de} gallop
galopperen to gallop
gammel ramshackle
gammel wobbly
gang {de} corridor
gang {de} hallway
gang {de} [ruimte] passage
gangbaar [woorden enz.] usual
gangetje {het} pace
gangpad {het} aisle
gangreen {het} gangrene
gangster {de} gangster
gans entire
gans {de} goose
ganselijk entirely
ganzen {mv} geese
ganzenei {het} goose egg
gapen to yawn
garage {de} body shop
garage {de} garage
garagehouder {de} garage owner
garagist {de} [BN] garage owner
garanderen to guarantee
garantie {de} guarantee
garantiebewijs {het} certificate of guarantee
garantietermijn {de} period of guarantee
garantievoorwaarden {mv} terms of guarantee
garde {de} [wacht] guard
garderobe {de} wardrobe
garen {het} yarn
garnaal {de} prawn
garnaal {de} shrimp
garnalencocktail {de} shrimp cocktail
garnalenkroket {de} shrimp croquette
garneren to garnish
garneren to decorate
garnering {de} garnish
garnering {de} decoration
garnituur {de} {het} garnish
garnizoen {het} garrison
gas {het} gas
gasfabriek {de} gas plant
gasketel {de} gasholder
gaskraan {de} gas tap
gasleiding {de} gas mains
gasleiding {de} gas pipes
gaslucht {de} smell of gas
gasmasker {het} gas mask
gasmeter {de} gas meter
gaspedaal {de} {het} accelerator
gaspijp {de} gas pipe
gasrekening {de} gas bill
gassen {mv} gases
gasstel {het} gas ring
gast {de} guest
gast {de} [omg.] guy [coll.]
gastarbeider {de} immigrant worker
gastcollege {het} guest lecture
gastdocent {de} visiting lecturer
gastenverblijf {het} guest house
gastgezin {het} host family
gastheer {de} host
gastoevoer {de} gas supply
gastvrijheid {de} hospitality
gastvrouw {de} hostess
gasvormig gaseous
gat {het} hole
gatenkaas {de} cheese with holes
gatenkaas {de} [fig.] Swiss cheese
gateway {de} gateway
gaucho {de} gaucho
gaullisme {het} Gaullism
gaullist {de} Gaullist
gauw quick
gauw quickly
gave {de} gift
gave {de} talent
gavotte {de} gavotte
gay gay [homosexual]
gayscene {de} gay scene
gazelle {de} gazelle
gazet {de} [BN] gazette
gazet {de} [BN] newspaper
gazeuse {de} carbonated water
gazon {het} lawn
gazpacho {de} gazpacho
ge [ZvN] [BN] you [singular]
geaardheid {de} [seksuele voorkeur] (sexual) orientation
geaarzel {het} hesitation
geaccepteerd accepted
geadresseerde {de} addressee
geallieerden {mv} allies
geamuseerd amused
geamuseerdheid {de} amusement
geassisteerd assisted
geassocieerd associated
geauditeerd audited
geavanceerd advanced
gebaar {het} gesture
gebabbel {het} chatter
gebak {het} pastry
gebakje {het} piece of pastry
gebakkelei {het} arguing
gebakschaal {de} pastry plate
gebaksdoos {de} cake box
gebaren to gesture
gebarentaal {de} sign language
gebazel {het} balderdash
gebazel {het} drivel
gebazel {het} gibberish
gebazel {het} nonsense
gebazel {het} twaddle
gebed {het} prayer
gebedskleedje {het} prayer mat
gebeente {het} skeleton
gebeurd happened
gebeurde {het} event
gebeuren to happen
gebeuren to occur
gebeuren {het} event
gebeuren {het} happening
gebeurtenis {de} event
gebeurtenis {de} happening
gebeurtenis {de} incident
gebeurtenis {de} occurrence
gebied {het} area
gebied {het} region
gebied {het} territory
gebiedsdeel {het} territory
gebiedsontwikkeling {de} integrated area development
gebit {het} set of teeth
gebit {het} [kunstgebit] dentures
gebitsverzorging {de} dental care
gebladerte {het} foliage
geblaf {het} barking
geblesseerd injured
geblindeerd shuttered
gebloemd floral
geblokkeerd blocked
geblokt chequered [Br.]
gebocheld hunchbacked
gebochelde {de} hunchback
gebod {het} command
gebod {het} order
gebogen curved
gebogen bent
gebonden bound
gebonden tied up
geboorte {de} birth
geboorteakte {de} birth certificate
geboortecijfer {het} birth rate
geboortedatum {de} date of birth
geboortejaar {het} year of birth
geboorteland {het} country of origin [person]
geboorteland {het} native country
geboorteplaats {de} place of birth
geboren born
gebouw {het} building
gebouwd built
gebouwen {mv} buildings
gebrand zijn op iets te be intent on sth.
gebrek {het} deficiency
gebrek {het} flaw
gebrek {het} lack
gebrek {het} aan lack of
gebrekkig deficient
gebrekkig lame
gebrekkig poor
gebrekkig poorly
gebroeders {mv} brothers
gebroken broken
gebruik {het} usage
gebruik {het} use
gebruik maken van to make use of
gebruikelijk usual
gebruiken to make use of
gebruiken to use
gebruiken to utilize
gebruiker {de} user
gebruikersnaam {de} user name
gebruikersonvriendelijk user-unfriendly
gebruikersvriendelijk user-friendly
gebruiksaanwijzing {de} manual
gebruiksgoederen {mv} consumer goods
gebruikster {de} user [female]
gebruind tanned
gecompliceerd complex
gecompliceerd complicated
gecompliceerd difficult [complicated]
geconcentreerd concentrated
geconserveerd preserved
gecontinueerd continued
gecontroleerd controlled
gedaagde {de} defendant
gedaan done
gedaante {de} figure
gedaanteverwisseling {de} transformation
gedachte {de} thought
gedachtegang {de} line of reasoning
gedachteloos thoughtless
gedag zeggen to say hello
gedeelte {het} part
gedeeltelijk partial
gedeeltelijk partially
gedefinieerd defined
gedegen thorough
gedegradeerd reduced in rank
gedegradeerd relegated
gedeisd calm
gedekt covered
gedelegeerde {de} delegate
gedemotiveerd demoralized
gedempt subdued
gedempt [licht] soft [light]
gedenken to remember
gedenksteen {de} memorial (stone)
gedenkteken {het} memorial
gedenkwaardig memorable
gedeprimeerd depressed
gedesillusioneerd disillusioned
gedesinfecteerd disinfected
gedetailleerd detailed
gedetineerde {de} prisoner
gedicht {het} poem
gedijen to prosper
geding {het} lawsuit
gediplomeerd certified
gedistingeerd distinguished
gedoe {het} hassle
gedogen to tolerate
gedonder {het} thundering
gedrag {het} behavior [Am.]
gedrag {het} behaviour [Br.]
gedrag {het} conduct
gedragen to behave
gedragspatroon {het} pattern of behaviour [Br.]
gedragsregel {de} rule of conduct
gedragswetenschappen {mv} behavioural sciences [Br.]
gedrang {het} jostling
gedresseerd trained
gedreven passionate
gedrevenheid {de} passion
gedrocht {het} monster
gedrukt printed
geducht fearsome
geduld {het} patience
geduldig patient
geduldig patiently
gedupeerd duped
gedupeerde {de} victim
gedurende during
gedurfd daring
gedurfd provocative
gedurig continuous
gedwee submissive
geel yellow
geen no
Geen dank. You are welcome!
Geen probleem! Never mind!
Geen probleem! No problem! <np>
geenszins not at all
geest {de} spirit
geestelijk mentally
geestelijk mental
geestelijk spiritual
geestelijk spiritually
geestig funny
geestig witty
gefluit {het} whistling
gegaan gone
gegeten eaten
gegevensbescherming {de} data protection
gehakt {het} mince [esp. Br.]
gehaktbal {de} meatball
gehalte {het} content
gehandicapt handicapped
gehandicapt disabled [handicapped]
gehard hardened
geheel completely
geheel entire
geheel entirely
geheel fully
geheel total
geheel totally
geheel whole
geheel {het} whole
geheim secret
geheim secretly
geheim {het} secret
geheimzinnig mysterious
geheugen {het} memory
gehoor {het} hearing
gehoor {het} sense of hearing
gehoorapparaat {het} hearing aid
gehoorsafstand {de} hearing distance
gehoorzaam obedient
gehoorzaam obediently
gehoorzamen to obey
geillustreerd illustrated
geinig [omg.] funny
geïnstalleerd installed
Geintje! I'm just kidding.
geïsoleerd insulated
geïsoleerd isolated
geit {de} goat
geitensik {de} [omg.] goatbeard
gek crazy
gek foolish
gek insane
gek ridiculous
gek silly
gek stupid
gek {de} fool
gek {de} idiot
gek {de} lunatic
gek genoeg funnily enough
gekleurd dyed
gekoeld cooled
gekozen chosen
gekreukeld wrinkled
gekreun {het} moaning
gekriebel {het} itching
gekrijs {het} screaming
gekruid spicy
gekruist crossed
gekruld curly
gekscheren to jest
gekscheren to joke
gekscherend joking
gekuist edited
gekwalificeerd qualified
gekwalificeerd zijn to qualify
gekweld tormented
gekwetst hurt
gel {de} {het} gel
gelaat {het} face
gelaatskleur {de} complexion
gelach {het} laughing
gelach {het} laughter
geladen loaded
gelasten to order [instruct]
gelaten resigned
gelatine {de} gelatine
geld {het} money
geld afhalen [BN] to withdraw money
geld opnemen to withdraw money
geldautomaat {de} automated teller machine <ATM>
geldautomaat {de} cash machine <ATM>
geldautomaat {de} cashpoint [Br.] <ATM>
geldbeugel {de} [BN] purse [Br.]
geldboete {de} fine
gelden voor iem./iets to apply to sb./sth. [be applicable to]
geldend valid
geldgebrek {het} shortage of money
geldig valid
geldigheid {de} validity
geldschieter {de} moneylender
geldwolf {de} money-grubber [coll.]
geldzorgen {mv} financial worries
geleden ago [postpos.]
geleden [in tijd] back
gelederen {mv} ranks
geleerd learned
geleerd learnt [esp. Br.]
geleerde {de} scholar
gelegd laid
gelegen situated
gelegenheid {de} chance [opportunity]
gelegenheid {de} occasion
gelegenheid {de} opportunity
gelei {de} jelly
geleidehond {de} guide dog
geleidelijk gradual
geleidelijk gradually
geleiden to conduct
geleiden to transmit
geleider {de} conductor
geleuter {het} twaddle
gelid {het} rank
geliefd beloved
geliefd popular
gelijk equal
gelijk {het} right
gelijkaardig [BN] similar
gelijkelijk equally
gelijkenis {de} likeness
gelijkenis {de} resemblance
gelijkheid {de} equality
gelijkmaken to equalise [Br.]
gelijkmaken to equalize
gelijkmaken to level the score
gelijkmaker {de} equaliser [Br.]
gelijkmaker {de} equalizer
gelijkmatig even
gelijkmatig evenly
gelijkmatig smooth
gelijkmatig steady
gelijknamig of the same name [postpos.]
gelijksoortig similar
gelijkspel {het} draw
gelijkspel {het} tie
gelijkspelen to draw
gelijkspelen to tie
gelijkstellen (aan) to put on a par (with)
gelijkstroom {de} direct current <DC>
gelijktijdig simultaneous
gelijktijdig simultaneously
gelijkvloers on the ground floor
gelijkvloers {het} [BN] ground floor <GF>
gelijkwaardig equivalent
gelijkwaardig (aan) equal (to)
gelijkwaardigheid {de} equality
gelijkwaardigheid {de} equivalence
gelijkzetten to set [synchronize watches]
gelijkzijdig equilateral
gelijkzijdige driehoek {de} equilateral triangle
gelijnd lined
gelofte {de} vow
geloof {het} belief
geloof {het} faith
geloof {het} religion <rel.>
Geloof me. Believe me.
geloofwaardig credible
geloofwaardig reliable
geloofwaardigheid {de} credibility
geloven to believe
gelovig religious
geluid {het} sound
geluid {het} noise
geluiddicht soundproof
geluidloos silent
geluidsapparatuur {de} audio equipment
geluidsbarrière {de} sound barrier
geluidsdrager {de} sound carrier
geluidsfilm {de} talkie [coll.]
geluidshinder {de} noise pollution
geluidsinstallatie {de} sound installation
geluidsisolatie {de} sound insulation
geluidskaart {de} sound card
geluidskwaliteit {de} sound quality
geluidsopname {de} sound recording
geluidssignaal {het} sound signal
geluidssnelheid {de} speed of sound
geluidsvrij soundproof
geluidswal {de} noise barrier
geluk {het} happiness
gelukkig fortunate
gelukkig fortunately
gelukkig happy
gelukkig luckily
gelukkig lucky
gelukkig thankfully
gelukkige {de} lucky one
geluksspel {het} gambling
gelukswensen {mv} congratulations
gelukszoeker {de} fortune hunter
gelukzalig blissful
gelul {het} [omg.] bullshit [coll.]
gemaakt forced
gemaakt made
gemaakt phoney
gemachtigde {de} deputy
gemak {het} ease
gemak {het} convenience
gemak {het} easiness
gemakkelijk comfortable
gemakkelijk comfortably
gemakkelijk convenient
gemakkelijk easily
gemakkelijk easy
gemakkelijkheid {de} ease
gemakshalve for the sake of convenience
gemakzuchtig lazy
gemarineerd marinaded
gemarineerd marinated
gemaskerd masked
gematigd moderate
gematigd moderately
gematigd temperate
gember {de} ginger
gemeen mean
gemeen nasty
gemeend sincere
gemeengoed commonplace
gemeenschap {de} community
gemeenschappelijk common
gemeenschappelijk mutually
gemeenschappelijk together
gemeenschapsgeld {het} public funds {pl}
gemeente {de} municipality
gemeentebedrijven {mv} public works
gemeentebelasting {de} council tax [Br.]
gemeentebelasting {de} municipal tax
gemeentebestuur {het} local authority
gemeentehuis {het} town hall
gemeentelijk municipal
gemeenteraad {de} town council
gemeenteraadsverkiezingen {mv} local elections
Gemenebest {het} van Naties Commonwealth of Nations
gemengd mixed
gemeubeld [BN] furnished
gemeubileerd furnished
gemiddeld average
gemiddeld mean [average]
gemiddeld on average
gemiddelde {het} average
gemis {het} absence
gemodificeerd modified
gemoedelijk easy-going
gemoedelijk easygoing
gemoedsrust {de} peace of mind
gemonteerd mounted
gemotiveerd motivated
gemotoriseerd motorised [Br.]
gemotoriseerd motorized
gems {de} chamois
gen {het} gene
genaamd named
genade {de} mercy
genadeloos merciless
genadeslag {de} coup de grâce
genadeslag {de} death blow [coup de grâce]
gênant embarrassing
geneesheer {de} doctor
geneeskrachtig medicinal
geneeskunde {de} medicine [as a science]
geneeskundig medical
geneesmiddel {het} medicine [drug, remedy]
geneeswijze {de} therapy
genegenheid {de} affection
geneigd inclined
geneigdheid {de} inclination
geneigdheid {de} proclivity
geneigdheid {de} proneness
geneigdheid {de} propensity
geneigdheid {de} tendency
generaal {de} general
generaliseren to generalise [Br.]
generaliseren to generalize
generator {de} generator
genereren to generate
genetica {de} genetics
genetisch genetic
Genève {het} Geneva
genezen to cure
genezen to heal
genezing {de} healing
genezing {de} recovery
geniaal brilliant
genie {de} genius
genieten to enjoy
genitaliën {mv} genitals
genocide {de} genocide
genodigde {de} invitee
genoeg enough
genoeg sufficiently
genoeg hebben van to be tired of
genoegen met iets nemen to put up with sth.
genoemd naar ... named after ...
genot {het} delight
genot {het} enjoyment
genre {het} genre
Gent Ghent
genuanceerd subtle
geoefend trained
geografie {de} geography
geografisch geographic
geografisch geographical
geografisch geographically
geolied lubricated
geologe {de} geologist [female]
geologie {de} geology
geologisch geological
geoloog {de} geologist
geomagnetisme {het} geomagnetism
geometrie {de} geometry
geometrisch geometric
geometrisch geometrical
geometrisch geometrically
geoorloofd permitted
geoorloofd acceptable
geoorloofd admissible
geoorloofd allowable
geoorloofd permissible
geoorloofdheid {de} permissiveness
geopolitiek geopolitical
geopolitiek geopolitically
geopolitiek {de} geopolitics
geordend regulated
geordend assorted
geordend classified
geordend orderly
geordend organised [Br.]
geordend organized
geordend sorted
geordend tabulated
geordend tidied
geordend well-ordered
georganiseerd organised [Br.]
georganiseerd organized
Georgia {het} Georgia [US state]
Georgië {het} Georgia [country]
Georgiër {de} Georgian [native of the country of Georgia]
georiënteerd oriented
geothermisch geothermal
geothermisch geothermic
geouwehoer {het} verbiage
gepantserd armoured [Br.]
gepantserd armored [Am.]
gepantserd ironclad
geparfumeerd perfumed
geparfumeerd scented
gepast appropriate
gepast fit
gepast proper
gepast properly
gepast suitable
gepatenteerd patented
gepeins {het} pondering
gepensioneerd retired
gepensioneerde {de} pensioner
gepeperd peppered
geperforeerd perforated
geperforeerd punched [holed]
gepeuter {het} fiddling
gepiep {het} squeaking
gepikeerd piqued
gepolijst polished
gerafeld frayed
geraspt grated
geratel {het} burble
gerecht {het} dish
gerechten {mv} dishes [food, not dinnerware]
gerechtshof {het} court of law
gerechtshof {het} law court
gereedschap {het} tools {pl}
gerenoveerd renovated
gerieflijk comfortable
Germaans Germanic
Germaans {het} Germanic
germanisme {het} Germanism
geroerd stirred
gerookte ham {de} gammon
gerst {de} barley
gerucht {het} rumor [Am.]
gerucht {het} rumour [Br.]
geruststellen to reassure
geruststellend reassuring
geruststelling {de} reassurance
geschat estimated <est.>
gescheiden separated
gescheiden [huwelijk] divorced
geschenk {het} [cadeau] gift
geschenk {het} [cadeau] present
geschieden to happen
geschiedenis {de} history
geschift crazy
geschikt appropriate
geschikt fit
geschikt suitable
geschikt [omg.] [sympathiek] decent
geschil {het} disagreement
geschokt shocked
geschonden damaged
geschoold educated
geslachtsziekte {de} venereal disease <VD>
geslepen [fig.] cunning
gesloten closed
gesmeerd greased
gesmokkeld smuggled
gesmolten molten
gesmoord smothered
gesnauw {het} snarling
gesofisticeerd sophisticated
gesp {de} buckle
gespannen strained [tense]
gespannen tense
gespecialiseerd specialised [Br.]
gespecialiseerd specialized
gespen to strap
gespierd muscular
gespikkeld spotted
gespleten split
gesprek {het} talk
gesprekskosten {mv} call charges
gespreksstof {de} topics of conversation
gesproken spoken
gespuis {het} scum [coll.]
gestampt crushed
gesteente {het} rock
gesteld keen [eager]
gesteldheid {de} condition
gesteldheid {de} state [condition]
gesteriliseerd sterilised [Br.]
gesteriliseerd sterilized
gesticht {het} mental home
gestoffeerd upholstered
gestoomd steamed
gestoord disturbed
gestoord insane
gestoord mad [insane]
gestotter {het} stammering
gestrekt outstretched
gestroomlijnd streamlined
getal {het} figure [number]
getal {het} number
getalenteerd talented
getekend branded
getekend marked
getemd tamed
getemperd moderate
getij {het} tide
getijde {het} tide
getijdenrivier {de} tidal river
getikt crazy
getikt nuts [coll.]
getint dark
getint tinted
getiteld titled
getob {het} worrying
getralied barred
getroffen hit
getroffen struck
getrouw faithful
getrouwd married
getuige {de} witness
getuigenverklaring {de} testimony
getuigschrift {het} reference
geüniformeerd uniformed
geur {de} odor [Am.]
geur {de} odour [Br.]
geur {de} scent
geur {de} smell
geurig fragrant
geurloos odorless [Am.]
geurloos odourless [Br.]
gevaar {het} danger
gevaarlijk dangerous
gevaarlijk dicey [coll.]
gevaarlijk risky
gevaarte {het} colossus
geval {het} case
gevallen fallen
gevangen caught
gevangene {de} captive
gevangenis {de} jail
gevangenis {de} prison
gevangenisstraf {de} prison sentence
gevangennemen to arrest
gevangenschap {de} captivity
gevangenschap {de} imprisonment
gevarendriehoek {de} warning triangle
gevarieerd varied
gevat sharp [fig.]
gevecht {het} combat
gevecht {het} battle
gevecht {het} fight
geveinsd feigned
gevel {de} outer wall
geven to hand
gevestigd established
gevierd celebrated
gevlekt spotted
gevlekte scheerling {de} hemlock [plant] [Conium maculatum]
gevlogen gone [flown, fled]
gevlucht fled
gevoel {het} feeling
gevoel {het} sensation [feeling]
gevoelig sensitive
gevogelte {het} poultry
gevolg {het} consequence
gevolg {het} result
gevorkt forked
gevuld filled
gewaarwording {de} sensation
gewapend armed
gewas {het} crop
gewassen washed
gewauwel {het} twaddle
geweer {het} gun
geweer {het} rifle
gewei {het} antlers {pl}
geweld {het} violence
geweld {het} force
geweldig fantastic
geweldig huge
geweldig terrific
geweldig tremendous
geweldig tremendously
gewelf {het} vault
gewend accustomed
gewenst desired
gewenst wished for
gewerveld dier {het} vertebrate
gewervelden {mv} vertebrates
gewicht {het} weight <w., wt.>
gewichtig important
gewond hurt
gewond injured
gewond wounded
gewonnen gained
gewoon common
gewoon customary
gewoon habitual
gewoon just
gewoon normal
gewoon normally
gewoon ordinarily
gewoon ordinary
gewoon regular
gewoon simply
gewoonlijk normally
gewoonte {de} custom
gewoonte {de} habit
gewoonte {de} wont [dated: habit]
gewoonterecht {het} common law
gezegde {het} proverb
gezegde {het} saying
gezellig cosy [Br.]
gezellig cozy [Am.]
gezellig enjoyable
gezellig pleasant
gezemel {het} twaddle
gezicht {het} face
gezicht {het} sight
gezichtsbehandeling {de} facial (treatment)
gezien seen
gezin {het} family [husband/wife and children]
gezinslid {het} family member
gezond healthy
gezondheid {de} health
gezondheid {de} healthiness
Gezondheid! [na het niezen] Bless you! [after sneezing]
gezongen sung
gezouten salted
gezwam {het} twaddle
gezwollen swollen
Ghana {het} Ghana
giechelen to giggle
gieren to scream
gieren to shriek
gierigaard {de} miser
gieten to cast [mold]
gieten to mold [Am.]
gieten to mould [Br.]
gieten to pour
gieter {de} watering can
gietijzer {het} cast iron
gietijzeren cast-iron
gieting {de} casting [sth. made in a mould]
gif {het} poison
giftig poisonous
giftig toxic
gij [ZvN] [BN] you [singular]
gijzelaar {de} hostage
gil {de} yell
gillen to scream
gillen to screech
gillen to shriek
gillen to squeal
gillen to yell
gin {de} gin
ginseng {de} ginseng
gin-tonic {de} gin and tonic
giraf {de} giraffe [Giraffa camelopardalis]
giraffe {de} giraffe [Giraffa camelopardalis]
gissen to suppose
gissing {de} guess
gist {de} yeast
gister yesterday
gisteren yesterday
gisternacht yesterday night
gitaar {de} guitar
glas {het} glass
glasruit {de} pane
glasvezel {de} glass fiber [Am.]
glasvezel {de} glass fibre [Br.]
glazen glass
glazen {mv} glasses
glazenwasser {de} window cleaner
glazenwasser {de} window washer [Am.]
glazenwasserij {de} window cleaning business
gletsjer {de} glacier
glijden to glide
glimlach {de} smile
glimlachen to smile
globe {de} globe
gloed {de} fervency
gloednieuw brand new
gloeibougie {de} glow plug
gloeidraad {de} electric filament
gloeilamp {de} light bulb
glossarium {het} glossary
gluren to peep
gnoe {de} gnu
goal {de} goal
god {de} god
godin {de} goddess
godsdienst {de} religion
godsdienstig religious
godsdienstig religiously
Godverdomme! [omg.] Damn! [coll.]
godvruchtig devout [pious]
godvruchtig pious
godvruchtigheid {de} piousness
goed good
goed well
Goed bezig! Great job!
goed doorbakken well done
Goed gedaan! Well done!
Goede avond! Good evening!
Goede nacht! Good night!
Goede namiddag! [BN] Good afternoon!
Goedemiddag! Good afternoon!
Goedenacht! Good night!
goederen {mv} goods
goedgeefs generous
goedheid {de} goodness
goedig good-natured
goedkeuren to approve
goedkeuring {de} approval
goedkeuring {de} OK
goedkoop cheap
goeroe {de} guru
gok {de} guess
gokken to gamble
golf {de} gulf
golf {de} wave
golf {het} golf
golfbaan {de} golf course
golven {mv} waves
gonorroe {de} gonorrhea [Am.]
gonorroe {de} gonorrhoea [Br.]
gooien to throw
goot {de} gutter
gootsteen {de} sink
gordijn {het} {de} curtain
gordijnen {mv} curtains
gorgelen to burble
gort {de} groats {pl} [pearl barley]
gort {de} pearl barley
goud {het} gold
goudader {de} gold vein
gouden golden
goudmijn {de} gold mine
goudvis {de} goldfish
gozer {de} bloke [esp. Br.]
graafmachine {de} excavator
graag gladly
Graag gedaan. You are welcome!
graan {het} grain
gracht {de} canal [urban]
grachtenpand {het} house on a canal
graf {het} grave
graffiti {de} graffiti
grafiet {het} black lead [graphite]
grafiet {het} graphite
grafisch graphic
grafsteen {de} gravestone
grammatica {de} grammar
grammofoon {de} gramophone
granaatappel {de} pomegranate
grandioos magnificent
graniet {het} granite
grap {de} joke
grapefruit {de} grapefruit
grapefruits {mv} grapefruit
grapefruits {mv} grapefruits
grapefruitsap {het} grapefruit juice
grappenmaker {de} joker [person who makes jokes]
grappig funny
gras {het} grass
grasduinen to browse
grasperk {het} lawn
grasplein {het} [BN] lawn
grasveld {het} lawn
gratis free
gratis gratis
gravel {het} gravel
graven to dig
graven {mv} graves
greep {de} grip
grens {de} border
grensoverschrijdend border-crossing
grensoverschrijdend cross-border
grensrechter {de} linesman
grenswaarde {de} threshold value
greppel {de} ditch
Griekenland Greece
Grieks Greek
Grieks {het} Greek
griezelen to shiver
griezelig creepily
griezelig creepy
griezelig frightening
griezelig grisly
grijpen to grip
grijs gray [Am.]
grijs grey [Br.]
grill {de} broiler [Am.]
grill {de} grill
grillen to broil [esp. Am.]
grillen to grill
grillroom {de} grillroom
grimmig grim
grind {het} pebbles
grindpad {het} gravel path
grindzand {het} gravel sand
grinniken to chuckle
grint {het} pebbles
groeien to grow
groeisel {het} growth
groen green
groenblijvend evergreen
Groenland {het} Greenland
groente {de} vegetable
groep {de} group
groepen {mv} groups
groet {de} greeting
groeten to greet
grond {de} ground
grondbezit {het} landed property
grondig thorough
grondig thoroughly
grondslag {de} foundation
grondstuk {het} property
grondwater {het} groundwater
grondwet {de} constitution
groot big
groot great
groot large
groot major [of great extent]
groot [lang] tall
groot [volwassen] grown-up
Groot Artesisch Bekken {het} Great Artesian Basin
Groot-Brittannië Great Britain <GB>
grootmoeder {de} grandmother
grootouders {mv} grandparents
grootst biggest
grootte {de} magnitude
grootteorde {de} [vooral BN] magnitude
grootvader {de} grandfather
grote vooruitgang boeken to make great strides
groter bigger
groter larger
gruwelijk gruesome
gruwelijk gruesomely
gruwelijk horrible
gruwelijk horribly
gruwelverhaal {het} horror story
gsm {de} [mobiele telefoon] cellphone [Am.]
gsm {de} [mobiele telefoon] mobile [Br.] [mobile phone]
gulden {de} guilder [former Dutch and Surinamese currency, still used in the Netherlands Antilles]
Gulden Vlies {het} Golden Fleece
gulp {de} fly
gum {de} eraser [esp. Am.]
gunstig favourable [Br.]
gunstig favorable [Am.]
gunstig favorably [Am.]
gunstig favourably [Br.]
gunstig gezind zijn to favour [Br.]
gympies {mv} sneakers [esp. Am.]
gympies {mv} trainers [Br.]
haag {de} hedge
haai {de} shark
haak {de} hook
haakje {het} bracket
haakje {het} parenthesis
haakjes {mv} brackets
haakneus {de} hook nose
haalbaar viable
haan {de} cock
haan {de} rooster
haar her [indirect object]
haar {het} hair
haar zelf herself
haarborstel {de} hairbrush
haardroger {de} hair dryer
haarfijn exact [precise]
haarspray {de} hairspray
haas {de} hare
haast almost
haast nearly
haast {de} haste
haast {de} hurry
haast hebben to be in a hurry
haastig hastily
haastig hasty
haat {de} hate
haat {de} hatred
haatdragend resentful
haatdragend resentfully
haatdragend unforgiving
haatdragend unforgivingly
haatdragend vindictive
haatdragendheid {de} resentfulness
hagedis {de} lizard
hagel {de} hail
hagelsteen {de} hailstone
haiku {de} haiku
hak {de} heel
haken to crochet
haken {mv} hooks
hakken to chop
half half <hf.>
halfgeleider {de} semiconductor
halfuur {het} half hour
halfweg halfway
Hallo! Hello!
hals {de} neck
halsdoek {de} scarf
halsketting {de} necklace
halslijn {de} neckline
halssnoer {het} necklace
halverwege halfway
ham {de} ham
hamer {de} hammer
hameren to hammer
hamerhaai {de} hammerhead (shark)
hamster {de} hamster
hand {de} hand
handbagage {de} hand luggage
handbal {het} handball
handboeien {mv} handcuffs
handdoek {de} towel
handel {de} trade
handelen to deal
handelen to trade
handelingsonbekwaam incapable
handelsmerk {het} trademark
handen geven to shake hands
handgemaakt handmade
handgreep {de} handle
handicap {de} disability
handleiding {de} manual
hands {het} handball [fault in soccer]
handschoen {de} glove
handschoenen {mv} gloves
handtas {de} handbag
handtekening {de} signature
handvat {het} handle
hangbrug {de} suspension bridge
hangen to hang
hangslot {het} padlock
hanteren to handle
hap {de} bite
hapklaar ready-to-eat
hard loudly
hard loud
harde schijf {de} hard drive
hardheid {de} hardness
hardhorend hard of hearing
hardhout {het} hardwood
hardhouten hardwood
hardlopen to run
hardst hardest
Hare Koninklijke Hoogheid <HKH> Her Royal Highness <HRH>
harkerig stiff
harkerig stiffly
harlekijn {de} harlequin
harmonie {de} harmony
hart {het} heart
Hartelijk dank. Thank you very much!
harteloos heartless
hartig piquant
hartig tasty
hartigheid {de} piquancy
hartigheid {de} savouriness [Br.]
hartigheid {de} [dat wat hartig is] savoury [Br.]
hartinfarct {het} heart attack
hartvormig heart-shaped
haten to hate
hattrick {de} hat-trick
hattrick {de} hat trick
hautain sniffy
haute couture {de} haute couture
haven {de} harbor [Am.]
haven {de} harbour [Br.]
haven {de} port
havenarbeider {de} dockworker
havenstad {de} harbor town [Am.]
havenstad {de} harbour town [Br.]
havenstad {de} port city
havik {de} hawk
Heb je ... ? Do you have ... ?
Heb je een vuurtje? Have you got a light? [for a cigarette]
Heb jij ... ? Do you have ... ?
hebben to have
hebben to have got
heden today
heden {het} present
heden ten dage nowadays
hedendaags contemporary
hedendaags present-day
Heeft u ... ? Do you have ... ?
heel very
heel whole
heel wat a lot of
heenreis {de} outward journey
heer {de} gentleman
heerlijk delicious
heerlijk delightful
heerlijk delightfully
heerlijk magnificent
heerlijk magnificently
heerlijk wonderful
heerlijk wonderfully
heersen to rule
hees hoarse
heet hot
heftig fierce
heg {de} hedge
heimelijk secret
heimelijk secretly
heimwee {de} {het} homesickness
hekel {de} disgust
heks {de} witch
heksen to hex
helaas unfortunately
held {de} hero
heldendaad {de} act of heroism
heldendom {het} heroism
helder clear
helder clearly
heldin {de} heroine
heleboel {de} a lot
helemaal entirely
helemaal totally
helft {de} half
helften {mv} halves
helling {de} inclination
helling {de} dip [incline]
helling {de} incline
helling {de} slope
helm {de} helmet
helpen to help
hels infernal
hem him [direct object]
hemd {het} shirt
hemel {de} sky
hemel {de} heaven
hemelblauw sky-blue
hemelhoog sky-high
hemellichaam {het} celestial sphere
hemelrijk {het} kingdom of heaven
hemels heavenly
hemlockspar {de} hemlock [tree]
hemofilie {de} haemophilia [Br.]
hemofilie {de} hemophilia [Am.]
hen them [direct object]
hendel {de} grip
hendel {de} {het} grip
hendel {de} {het} handle
hengel {de} fishing rod
hengelen to angle
hengelen to fish
hengsel {het} hinge
hengst {de} stallion
henzelf themselves [direct / indirect object]
herberg {de} inn
herbivoor {de} herbivore
herbouwen to rebuild
herbruikbaar reusable
herdenken to commemorate
herentoilet {het} men's restroom [Am.]
herexamen {het} resit [of an exam]
herfst {de} autumn
herfst {de} fall [Am.]
hergebruik {het} reuse
hergebruiken to recycle
hergebruiken to reuse
herhaald repeated
herhalen to recur
herhalen to repeat
herinneren to remember
herinnering {de} memory
herinneringen {mv} memories
herkennen to recognize
herkenning {de} recognition
herleving {de} revival
hernieuwbaar renewable
hernieuwen to renew
hernieuwing {de} renewal
heropleving {de} revival
herscheppen to transform
hersencel {de} brain cell
hersens {mv} brain
hersenschudding {de} brain concussion [Commotio cerebri]
herstel {het} repair
herstelbaar repairable
hersteller {de} repairer
herstelling {de} repair
hertentamen {het} resit [of an exam]
hertenvlees {het} venison
hervormen to reform
herzien to review [revise]
herzien revised
herzien to revise
hesp {de} [BN] ham
het it
het the
het bericht ontvangen to get the message
het druk hebben to be busy
het eens zijn to agree
Het gaat goed met hem. He is doing well.
Het is mijn beurt. It's my turn.
het overwicht hebben to predominate
het redden to manage
Het spijt me. I am sorry.
Het spookt in het huis. The house is haunted.
het te gek maken to overegg the pudding [fig.]
het uitproesten to burst out laughing
het uitschateren van het lachen to split one's sides laughing
hete bron {de} hot spring
heten [warm maken] to heat
hetzelfde the same
heuglijk joyful
heup {de} hip
heus real
heus really
heus TRUE
heus truly
heuvel {de} hill
heuvelachtig hilly
hevig intense
hevig violent
hiel {de} heel
hier here
hierna hereinafter
hierna hereafter
hiëroglief {de} hieroglyph
hiervoor for this purpose
hij he
Hij moet het gedaan hebben. He must have done it.
hijgen to gasp
hijgen to pant
hijgen to puff
hijgen to wheeze
hijger {de} heavy breather
hik {de} hiccup
hikken to hiccup
hilarisch hilarious
hinder {de} nuisance
hinderlaag {de} ambush
Hindi {het} Hindi
hindoe {de} Hindu
hinkelen to hop
hinniken to neigh
hint {de} lead
historie {de} history
historisch historic
historisch historical
hitte {de} heat
hobbelpaard {het} rocking horse [children's toy]
hobbyist {de} hobbyist
hockeyer {de} field hockey player [Am.] [Can.]
hockeyer {de} hockey player
hoe how
Hoe gaat het met hem? How is he doing?
Hoe gaat het met jou? How are you?
Hoe gaat het? How's it going?
Hoe gaat het? How are you doing?
Hoe heet jij? What's your name?
Hoe is 't? [omg.] What's up? [Am.] [coll.]
Hoe kom ik daar? How do I get there?
Hoe komt het dat ... ? How come ... ?
Hoe laat is het? What time is it?
Hoe lang zal het duren ... ? How long will it take ... ?
Hoe oud ben jij? How old are you?
Hoe zegt men ... in het Engels? How do you say ... in English?
Hoe zegt men ... in het Nederlands? How do you say ... in Dutch?
hoed {de} hat
hoedendoos {de} hatbox
hoek {de} angle
hoek {de} corner
Hoek {het} van Holland Hook of Holland
hoekschop {de} corner [corner kick]
hoelahoep {de} hula hoop
hoerenbuurt {de} red-light district
hoest {de} cough
hoesten to cough
hoeveel how many
hoeveelheden {mv} quantities
hoeveelheid {de} quantity
hoewel though
hoewel even though
hof {het} [gerechtshof] court [law court]
hoffelijk polite
hoffelijkheid {de} courtesy
hoge hoed {de} top hat
hoge pief {de} [omg.] high muckamuck [sl.]
hoger higher
hogesnelheidstrein {de} high-speed train
Hoi! Hi!
hok {het} pen
hol hollow
hol {het} burrow
hol {het} hole
Holland {het} Holland
Hollander {de} Dutchman
hond {de} dog
hondenras {het} breed of dog
honderd hundred
honderdste <100e, 100ste> hundredth <100th>
Honduras {het} Honduras
Hongaar {de} Hungarian
Hongaars Hungarian
Hongaars {het} Hungarian
Hongaarse {de} Hungarian [female]
Hongaarstalig Hungarian-speaking
Hongarije Hungary
honger {de} hunger
hongerig hungry
hongersnood {de} famine
hongerstaking {de} hunger strike
Hongkong {het} Hong Kong
honing {de} honey
honingbij {de} honeybee
honingraat {de} honeycomb
honkbal {het} baseball
honorarium {het} fee
hoofd- main
hoofd {het} head
hoofdband {de} headband
hoofdboekhouder {de} [BN] chief accountant
hoofddeksel {het} headgear
hoofddeksel {het} headwear
hoofddoek {de} headscarf
hoofdgerecht {het} main course
hoofding {de} [BN] heading
hoofdkantoor {het} head office
hoofdkantoor {het} headquarters {pl}
hoofdkussen {het} pillow
hoofdkwartier {het} headquarters {pl}
hoofdletter {de} capital letter
hoofdluis {de} head louse
hoofdluizen {mv} head lice
hoofdmaaltijd {de} dinner
hoofdpijn {de} headache
hoofdprijs {de} first prize
hoofdrol {de} starring role
hoofdrol {de} leading part
hoofdrol {de} lead [leading part]
hoofdrolspeler {de} leading actor
hoofdschotel {de} main course
hoofdstad {de} capital (city)
hoofdstuk {het} chapter
hoofdtelefoon {de} (pair of) headphones
hoofdzakelijk essentially
hoog high
hooghartig haughty
hooghartig sniffy
hooghartig supercilious
hoogspanning {de} high voltage
hoogst highest
hoogte {de} height
hoogtepunt {het} highlight
hooi {het} hay
hoop {de} hope
hoop {de} [stapel] batch
hoorbaar audible
hoorn {de} horn
hopelijk hopefully
hopeloos hopeless
hopen to hope
hopen op to hope for
horen to hear
horizon {de} horizon
hospitaal {het} hospital
hostel {het} hostel
hotel {het} hotel
Hou het kort [vooral NN] Cut it short! [coll.]
Hou op! Stop it!
houdbaar tot good until ... [food]
houden to keep
houden van to love
houding {de} attitude
houding {de} position
hout {het} wood
houtduif {de} wood pigeon
houten wooden
houterig clumsy
houtig woody
houtwol {de} excelsior
houtwol {de} wood wool
hovercraft {de} hovercraft
hub {de} hub [transport]
huichelachtig hypocritical
huid {de} skin
huid {de} [dierenhuid] hide
huidig current
huidig present
huilen to cry
huis {het} house
huisapotheek {de} medicine chest
huisdier {het} pet
huiselijk domestic
huiselijkheid {de} domesticity
huishoudelijk household [attr.]
huishouden to keep house
huishouding {de} housekeeping
huisvrouw {de} housewife
huiswerk {het} homework
huizen {mv} houses
hulp {de} aid
hulpbehoevend in need of help
hulpbehoevend invalid [sickly, disabled]
hulpeloos helpless
hulppakket {het} aid package
hulpvaardig helpful
hulst {de} holly [Ilex]
humaan human
hun theirs
huren to rent
hurken to squat
huur {de} rent
huurcontract {het} rental contract
huurder {de} tenant
hydraat {het} hydrate
hydrodynamisch hydrodynamic
hyperstatisch hyperstatic
hypochonder {de} hypochondriac
hypotheek {de} mortgage
hypothese {de} hypothesis
Iberisch Iberian
ibis {de} ibis
ibissen {mv} ibises
ideaal ideal
ideaal ideally
ideaal {het} ideal
idealiseren to idealize
idee {het} idea
ideeën {mv} ideas
identiek identical
idioom {het} idiom
idioot idiotic
idioot {de} idiot
ieder jaar every year
iedereen anyone
iedereen everybody
iedereen everyone
iem. advies geven to give advice to sb.
iem. at sb. ate
iem. beliegen to lie to sb.
iem. blinddoeken to blindfold sb.
iem. de laan uit sturen [fig.] to fire sb. [to dismiss sb.]
iem. deed sb. did
iem. dwingen to coerce sb. [force sb.]
iem. dwingen to force sb.
iem. een genoegen doen to do sb. a favour [Br.]
iem. feliciteren to congratulate sb.
iem. herinneren to remind sb.
iem. in verlegenheid brengen to embarrass sb.
iem. knijpen to pinch sb.
iem. maakte sb. made
iem. mag sb. may [is permitted]
iem. moet sb. shall
iem. oppikken to pick sb. up
iem. pijn doen to hurt sb.
iem. poseert sb. poses
iem. schreef sb. wrote
iem. ter verantwoording roepen (voor iets) to call sb. to account (for sth.)
iem. treedt op sb. acts
iem. treedt op sb. appears
iem. treedt op sb. performs
iem. uitlachen to laugh at sb.
iem. uitmaken voor to call sb. a/an
iem. van zijn stuk brengen to unsettle sb.
iem. voor iets berispen to scold sb. for sth.
iem. voorzag sb. foresaw
iem. wakker maken to wake sb. up
iem. waste sb. washed
iem. wekken to wake sb.
iem. wekken to wake sb. up
iem. zag sb. saw
iem. zou sb. might
iem. zou sb. would
iem./iets gaat sb./sth. goes
iem./iets gedenken to commemorate sb./sth.
iem./iets ging sb./sth. went
iem./iets heeft sb./sth. has
iem./iets is sb./sth. is
iem./iets kwam sb./sth. came
iem./iets stond sb./sth. stood
iem./iets was sb./sth. was
iemand somebody
iemand someone <so.> [subject]
iemands somebody's
iemands someone's
iep {de} elm
Ierland {het} Ireland
Iers Irish
Iers {het} Irish
iets something
iets benadrukken to stress sth.
iets bevat sth. contains
iets eindigt sth. ceases
iets gebeurt sth. happens
iets meeslepen to drag sth. along
iets op tegen hebben to mind
iets uit de doeken doen [fig.] to explain sth.
iets uitspoken [NN] [een streek uithalen] to be up to sth.
iets uitsteken [BN] [een streek uithalen] to be up to sth.
iets vond plaats sth. took place
iets willen bereiken to aim at sth.
ietsje {het} dash
ietwat somewhat
ietwat slightly
iglo {de} igloo
ijdel idle
ijdel conceited
ijdel vain
ijl rarefied
ijl thin
ijs {het} ice
ijsachtig ice-like
ijsbaan {de} ice rink
ijsbeer {de} polar bear
ijsberg {de} iceberg
ijsbergsla {de} iceberg lettuce
ijsblokje {het} ice cube
ijsbreker {de} icebreaker
ijshockey {het} (ice) hockey
ijshockeyer {de} hockey player [Am.] [Can.]
ijshockeyer {de} ice hockey player [esp. Br.]
ijsje {het} ice cream
ijskast {de} refrigerator
ijskoud ice-cold
IJsland {het} Iceland
IJslander {de} Icelander
IJslanders {mv} Icelanders
IJslands Icelandic
IJslands {het} Icelandic
IJslandse {de} Icelander [female]
ijslolly {de} ice block [Aus.] [NZ]
ijslolly {de} ice lolly [Br.]
ijslolly {de} ice pop [Am.]
ijspegel {de} icicle
ijspret {de} winter fun
ijstijd {de} ice age
ijsvrij ice-free
ijsvrij iceless
ijsvrij {het} [NN] [time off from school to make winter fun]
ijver {de} diligence
ijver {de} zeal
ijverig diligent
ijzer {het} iron <Fe>
ijzeren iron
ijzertekort {het} hypoferremia
ijzertekort {het} iron deficiency
ijzig icy
ik I
Ik begrijp het niet. I don't understand.
ik ben I am
Ik ben akkoord. I agree.
Ik ben al onderweg! I'm on my way!
Ik denk het niet. I don't think so.
Ik denk van niet. I don't think so.
Ik heet ... My name is ...
Ik kom uit ... I come from ...
Ik kom uit Oostenrijk. I am from Austria.
illegaal illegal
illustreren to illustrate
imitatie {de} imitation
imiteren to imitate
immuniseren to immunise [Br.]
immuniseren to immunize
immuun immune
immuunsysteem {het} immune system
impact {de} impact
imperium {het} empire
implicatie {de} implication
imponerend impressive
impuls {de} impulse
in in
in ballingschap gaan to go into exile
in brand on fire
in de brede zin in the broad sense
in de buurt van near
in de loop der tijd in the course of time
in de omgeving van near
in de praktijk in practice
in de tussentijd in the meantime
in elk geval in any case
in geen geval in no case
In geen geval. Out of the question!
In hemelsnaam! For heaven's sake!
in het algemeen generally
in het bijzonder especially <esp.>
in het buitenland abroad
in het echt in reality
in het geval in case
in het onderhoud voorzien to provide
in ieder geval <iig> anyhow
in ieder geval <iig> at any rate
in ieder geval <iig> in any case
in lachen uitbarsten to burst out laughing
in onbruik geraakt disused
in opdracht van in commission of
in orde OK
in plaats van instead of
in reparatie under repair
in slaap vallen to fall asleep
in tranen uitbarsten to burst into tears
in verwachting pregnant
in volle zee on the open sea
in werking in operation
in zwijm vallen to faint
in zwijm vallen to swoon
inademing {de} inhalation
inbraak {de} burglary
incapabel incapable
incident {het} incident
inclusief including
inclusief BTW including VAT
inclusief BTW inclusive of VAT
inclusief BTW VAT included
incompetent incapable
indelen to classify
indeling {de} allocation
inderdaad indeed
index {de} index
indexeren to index
India {het} India
Indiaas Indian
indien nodig if necessary
indien nodig when necessary
indirect indirect
individu {het} individual
Indonesië {het} Indonesia
indringer {de} intruder
indruk {de} impression
industrie {de} industry
industriegebied {het} industrial area
industrieterrein {het} industrial area
ineffectief ineffective
inenten to vaccinate
inflatie {de} inflation
informant {de} informant
informatie {de} information
informatief informative
informeren to inform
informeren to ask
informeren to enquire [esp. Br.]
informeren to inquire
infrarood infrared
ingang {de} entrance
ingelegd (in het zuur/de pekel) pickled
ingelijst framed
ingenieur {de} engineer
ingenieurswetenschappen {mv} [BN] engineering
ingesloten enclosed
ingesloten surrounded
ingeving {de} inspiration
ingevolge in accordance with
ingewijd zijn to be in the know
ingewijde {de} initiate
ingewikkeld elaborate
ingrediënten {mv} ingredients
inheems indigenous
inhoud {de} content
inhoudsopgave {de} table of contents
inhuldiging {de} inauguration
inkeer {de} repentance
inklappen to fold in
inklappen to fold up [fold in]
inkomen {het} income
inkomen {het} revenue
inkt {de} ink
inktvis {de} squid
inleiden to introduce
inleiding {de} introduction
inleveren to hand in
inlichten to inform
inlichting {de} intelligence
inlichtingen {mv} information
inlijsten to frame
inloggen to log in [a computer, website, etc.]
inlossen to redeem [promise]
inmiddels in the meantime
inmiddels meanwhile
innemen to occupy
innerlijk inner
innerlijk innerly
inpakken to charm
inpakken to pack
inpakken to wrap
inpalmen to charm
input {de} input
inrichten to equip
inrichten to furnish
inschatten to assess
inschepen to embark
inscheppen to spoon in / into
insect {het} insect
insecteneter {de} insectivore
insecticide {het} insecticide
insectivoor {de} insectivore
inslapen to fall asleep
inspanning {de} effort
inspanning {de} exertion
instabiel unstable
instapkaart {de} boarding pass
instappen to get in
instemmen to agree
instructeur {de} instructor
instrument {het} instrument
insturen to send in
integendeel on the contrary
intelligent intelligent
intentie {de} purpose
interessant interesting
interesse {de} interest
interest {de} interest
internationale datumgrens {de} International Date Line <IDL>
internetten to use the Internet
interruptie {de} interruption
intiem intimately
intimidatie {de} intimidation
intimideren to intimidate
intrede {de} entrance
intreden to begin [set in]
intreden to enter [go in]
intreden to go in [enter] [a building, etc.]
intreden to set in [begin]
introductie {de} introduction
introductieprijs {de} introductory price
introvert introverted
introvert {de} introvert
intrusief intrusive
intussen in the meantime
intussen meanwhile
intypen to type in
inval {de} invasion
inval {de} raid
invalide handicapped
invasie {de} invasion
investeren to invest
investering {de} investment
invoeren to introduce
invullen to fill in
invulling {de} interpretation
inwaarts inward
inweken to soak
inwendig internal
inwendig internally
inwerken op to act on
inwijding {de} consecration
inwijding {de} initiation
inzake concerning
inzicht {het} opinion
inzicht {het} understanding
inzicht {het} view
inzicht {het} (in) insight (into)
inzien to comprehend
inzien to see
inzien to understand
ionosfeer {de} ionosphere
Iraaks Iraqi
Iraans Iranian
Irak {het} Iraq
Iran {het} Iran
iris {de} iris
irriteren to irritate
islamitisch Islamic
isolatiemateriaal {het} insulant [Br.]
isoleren to insulate
isoleren to isolate
Israël {het} Israel
Israëlisch Israeli
Italiaans Italian
Italiaans {het} Italian
Italië Italy
ivoor {het} ivory
ja yes
jaar {het} year
jaargetij {het} season
jaargetijde {het} season
jaarlijks annual
jaarlijks annually
jaarlijks yearly
jaartelling {de} calendar era
jacht {het} yacht
jachten to be hasty
jachten to hurry up
jachtvergunning {de} hunting licence
jack {het} jacket
jacket {het} jacket
jacuzzi {de} whirlpool
jagen to chase
jagen to hunt
jager {de} hunter
jaguar {de} jaguar
jaknikken to nod
jaloers jealously
jaloers [op] jealous [of]
jam {de} jam
jam {de} jelly [Am.]
Jamaica {het} Jamaica
Jammer! What a pity!
Jammer. Too bad.
januari {de} January <Jan.>
Japan Japan <.jp>
Japans Japanese
Japans {het} Japanese
japon {de} dress
japon {de} gown
jaren {mv} years
jas {de} coat
jas {de} jacket
jasje {het} jacket
jasmijn {de} jasmine [genus Jasminum]
Jasses! [omg.] Yuck! [coll.]
jazz {de} jazz
je you [singular]
jeans {de} jeans
jeansvest {het} denim jacket
jeep {de} [omg.] sport utility vehicle <SUV>
Jemen {het} Yemen
jenever {de} Holland gin [Br.]
jeremiade {de} jeremiad
jetskiën to jet-ski
jeugd {de} youth
jeugdherberg {de} youth hostel
jeugdig youthful
jeuk {de} itch
jeuken to itch
jezelf yourself
jicht {de} (articular) gout
Jiddisch Yiddish
Jiddisch {het} Yiddish
jij you [singular]
Jij ook. The same to you.
jijzelf yourself
jippie yahoo
jippie yippee
jobaanbieding {de} job offer
joch {het} [NN] kid [coll.: little boy]
jochie {het} [NN] kid [coll.: little boy]
joggingpak {het} joggers
jojo {de} yo-yo
joker {de} joker [cards]
jong young
jongedame {de} young lady
jongelui {mv} youngsters
jongeman {de} young man
jongen {de} boy
jongen {de} lad
jongens {mv} boys
jongeren {mv} youths
jongstleden last
jonkvrouw {de} [oud.] maiden [archaic] [poet.]
Jood {de} Jew
joods Jewish
Jordaans Jordanian
Jordanië {het} Jordan
jouw your
Jouw beurt. It's your turn.
judo {het} judo
juf {de} teacher [female]
juichen to shout with joy
juist correct
juist just
juist right
juk {het} yoke
jukbeen {het} cheekbone
juli {de} July
jullie you [plural direct]
jumper {de} [trui] jumper [Br.]
jungle {de} jungle
juni {de} June
jurist {de} jurist
jurk {de} dress
jury {de} jury
jus {de} [NN] gravy
jus {de} [NN] [omg.] orange juice
jus {de} d'orange [NN] orange juice
jute {de} jute
Jutland {het} Jutland
juweel {het} jewel
juwelier {de} jeweller
kaak {de} jaw
kaakbeen {het} jawbone
kaalhoofdig bald
kaap {de} cape
Kaapstad {het} Cape Town
kaars {de} candle
kaarslicht {het} candlelight
kaart {de} card
kaart {de} map
kaas {de} cheese
kaaskop {de} [pej.] Dutchman
kabbelen to burble
kabeljauw {de} cod
kachel {de} stove
kade {de} quay
kade {de} wharf
kaftan {de} kaftan
kajak {de} kayak
kaleidoscoop {de} kaleidoscope
kalender {de} calendar
kalenderdagen {mv} calendar days
kalenderjaar {het} calendar year
kalf {het} calf
kalkoen {de} turkey
kalksteen {de} {het} limestone
kalm calm
kalm calmly
kalmeren to calm down
kalmte {de} calm
kam {de} comb
kameel {de} camel
kameleon {de} {het} chameleon
kamer {de} room
kamer {de} chamber
kameraad {de} comrade
kamertemperatuur {de} room temperature
kammen to comb
kampeerplaats {de} camping site
kampeerplek {de} camping site
kampioenschap {het} championship
kampioenschap {het} championship title
Kan je mij nog volgen? Are you with me?
kanaal {het} canal
Kanaal {het} English Channel
Kanaaleilanden {mv} Channel Islands
kanarie {de} canary
kandelaar {de} candle holder
kandidaat {de} candidate
kaneel {de} cinnamon
kaneelkleur {de} cinnamon [colour]
kanker {de} cancer
kans {de} chance
kansarm deprived
kansel {de} pulpit
kant {de} edge
kant {de} side
kant {de} way [direction]
kantelen to tilt
kanton {het} canton
kanton {het} district
Kantonees {het} Cantonese
kantoor {het} office
kantoorflat {de} office building
kantoorgebouw {het} office building
kantoorklerk {de} (office) clerk
kantoorpersoneel {het} office staff
kaolien {het} china clay
kaolien {het} kaolin
kapitaal {het} capital
kapitein {de} captain
kapot broken
kapper {de} barber
kapper {de} hairdresser
kapstok {de} hallstand
kapstok {de} hat rack
kapstok {de} hatstand
karakter {het} character
karate {het} karate
kartonnen cardboard
kartonnen bord {het} paper plate
karwei {de} {het} job
karwij {de} caraway [Carum carvi]
karwijzaad {het} caraway seed
kas {de} glasshouse [Br.]
kas {de} greenhouse
kassa {de} (cash) register
kassa {de} checkout
kast {de} cupboard
kasteel {het} castle
kat {de} cat
katachtig feline
kater {de} hangover
kathedraal {de} cathedral
katoen {de} {het} cotton
kattenvoer {het} cat food
kattenwasje {het} catlick [Br.] [coll.]
kattenwasje {het} quick wash
kattig catty
kattin {de} [BN] female cat
kauwen to chew
Kazachstan {het} Kazakhstan
kazen {mv} cheeses
keel {de} throat
keeper {de} goalkeeper
keeper {de} keeper
keepster {de} goalkeeper [female]
keepster {de} keeper [female]
keer {de} time [occasion]
kegelvormig conical
keizer {de} emperor
keizerin {de} empress
keizerlijk imperial
keizerrijk {het} empire
kelder {de} basement
Kenia {het} Kenya
kennelijk seemingly
kennelijk apparently
kennelijk obviously
kennen to know
kennis {de} knowledge
kennismaken to meet
kennissenkring {de} circle of acquaintances
kerel {de} fellow
keren to turn
kerk {de} church
kerker {de} dungeon
kermis {de} fair
kernachtig concise
kernachtig pithy
kernachtig terse
kerosine {de} kerosene
kerrie {de} curry
kers {de} cherry
kersen {mv} cherries
kerst {de} Christmas
kerstavond {de} Christmas Eve
kerstbal {de} bauble [esp. Br.]
kerstbal {de} [kerstboomversiering] Christmas ball [Am.]
kerstboodschap {de} Christmas message
kerstboodschappen {mv} Christmas shopping {sg}
kerstboom {de} Christmas tree
kerstboomverlichting {de} Christmas (tree) lights
kerstcadeau {het} Christmas present
kerstconcert {het} Christmas concert
kerstdag {de} Christmas Day
kerstdiner {het} Christmas dinner
kerstfeest {het} Christmas
Kerstgeschenk {het} Christmas present
kerstinkopen {mv} Christmas shopping {sg}
Kerstman {de} Santa Claus
Kerstmis {de} Christmas
kersttoespraak {de} Christmas address
kersttoespraak {de} Christmas speech
ketel {de} kettle
keten {de} chain [restaurants, stores, etc.]
ketting {de} chain
kettingreactie {de} chain reaction
kettingwiel {het} chain wheel
kettingzaag {de} chainsaw
keuken {de} kitchen
keukengerei {het} kitchen utensils
Keulen Cologne
keurig decent
keurig decently
keus {de} choice
keuvelen to chat
keuze {de} choice
keuzen {mv} choices
keuzes {mv} choices
keuzevrijheid {de} freedom of choice
kever {de} beetle
keyboard {het} keyboard
kibbelen to bicker
kibbelen to squabble
kidnappen to kidnap
kiekeboe peekaboo
kieken {het} [BN] [omg.] chicken
kiekje {het} snapshot
kiem {de} germ
kieming {de} germination
kier {de} chink
kier {de} crack
kier {de} slit
kierewiet [omg.] gaga [coll.]
kiesrecht {het} right to vote
kiezen to choose
kiezen {mv} back teeth
kiezer {de} voter
kijken to look
kijkfile {de} [traffic jam caused by motorists slowing down to look at an accident]
kijven to quarrel
kikker {de} frog
kilometer {de} kilometer [Am.] <km>
kilometer {de} kilometre [Br.] <km>
kilt {de} kilt
kimono {de} kimono
kin {de} chin
kind {het} child
kind {het} kid [coll.]
kinderachtig childish
kinderboek {het} children's book
kinderen {mv} children
kinderen {mv} kids [coll.]
kinderkleding {de} children's clothing
kindermishandeling {de} child abuse
kinderwagen {de} baby carriage [Am.]
kinderwagen {de} stroller [Am.]
kindje {het} infant
kindvriendelijk child-friendly
kiosk {de} booth
kiosk {de} kiosk
kip {de} chicken
kip {de} hen
kippenhok {het} hen house
kippenhok {het} henhouse
kippenvel {het} goose bumps [esp. Am.]
Kirgizië {het} Kyrgyzstan
klaar ready
klaar zijn to be done
klaarblijkelijk evidently [obviously]
klaarblijkelijk evident [obvious]
klaarblijkelijk obvious
klaarblijkelijk obviously
klacht {de} complaint
klagen to complain
klager {de} complainer
klampen to clamp
klank {de} sound
klant {de} client
klant {de} customer
klappen to clap
klarinet {de} clarinet
klas {de} class
klasse {de} class
klasseren to classify
klassiek classic
klassiek classical
klassieker {de} classic [book, film, song]
klauteren to climb
klauw {de} claw
kleden to dress
kleding {de} clothes
kleding {de} clothing
kledingstuk {het} garment
kleed {het} [BN] dress
kleed {het} [vloerkleed] rug
kleerhaak {de} coat hook
kleerhanger {de} coat hanger
kleermaker {de} tailor
klei {de} clay
kleigrond {de} clay soil
klein little
klein small
Klein-Azië {het} Asia Minor
kleindochter {de} granddaughter
kleiner smaller
kleinigheid {de} trifle
kleinst smallest
kleinzoon {de} grandson
kleren {mv} clothes
kletsen to chat
kletsen to chatter
kletsen to natter
kletskop {de} [BN] [iem. met een kaal hoofd] baldy [coll.] [pej.]
kletskop {de} [BN] [kaal hoofd] baldhead
kletskop {de} [koekje] gingersnap
kletskous {de} chatterbox
kletsmajoor {de} blatherer
kletsmajoor {de} gossipmonger
kletsmajoor {de} twaddler
kletspraat {de} [onzin] nonsense
kletspraat {de} [prietpraat] twaddle
kletspraat {de} [roddel] gossip
kletspraat verkopen to gossip
kletstante {de} chatterbox
kleur {de} color [Am.]
kleur {de} colour [Br.]
kleuren {mv} colors [Am.]
kleuren {mv} colours [Br.]
kleurloos colorless [Am.]
kleurloos colourless [Br.]
kleurrijk colorful [Am.]
kleurrijk colourful [Br.]
kleuterschool {de} kindergarten
kleverig sticky
klikspaan {de} telltale
klim {de} climb
klimaat {het} climate
klimaatverandering {de} climate change
klimmen to climb
klimplant {de} climber [climbing plant]
klimplant {de} climbing plant
klimplant {de} vine
klimplanten {mv} vines
kliniek {de} clinic
klink {de} doorhandle
klink {de} handle
klinken to sound
klok {de} bell
klok {de} clock
klokkentoren {de} clock tower
klooster {het} monastery
kloppen to knock
kloppen to tap
klotsen to burble
klotsen to splash
knaagdier {het} rodent
knagen to gnaw
knal {de} bang
knap pretty
knap smart
knapzak {de} knapsack
knecht {de} servant
kneuzen to bruise
knie {de} knee [Genu]
knieën {mv} knees
knijptang {de} pincers
knikken to nod
knipogen to wink
knippen to cut
knippen to snip
knoflook {het} {de} garlic [Allium sativum]
knook {de} [BN] joint
knoop {de} button
knop {de} button
knopen {mv} buttons
knopen aanzetten to button
knuffel {de} cuddle
knuffel {de} hug
knuffel {de} [knuffelbeest, knuffeldier] cuddly toy
knuffelbeer {de} teddy bear
knuffelbeest {het} cuddly toy
knuffeldier {het} cuddly toy
knuffelen to cuddle
knuffelen to hug
koe {de} cow
koekenpan {de} frying pan
koekje {het} biscuit [Br.]
koekje {het} cookie [Am.]
koel cool
koelkast {de} fridge
koelkast {de} refrigerator
koelwater {het} cooling water
koen daring [brave]
koepel {de} dome
koers {de} price
Koeweit {het} Kuwait
koffie {de} coffee
koffiekan {de} coffeepot
koffielepel {de} coffee spoon
koffiemachine {de} coffee maker
koffiepot {de} coffeepot
koffiezetapparaat {het} coffee maker
koffiezetmachine {de} coffee maker
kogel {de} bullet
kogel {de} sphere
kok {de} cook
koken to cook
koken [overgang van de vloeibare fase naar een gas] to boil
koken [process of evaporation] to boil
koken {het} cooking
kokosnoot {de} coconut
kokosnoten {mv} coconuts
kolen {mv} coal
kolom {de} column
Kom aan! [vooral BN] Come on!
Kom op! [vooral NN] Come on!
komen to come
komiek comic
komiek comical
komiek {de} comedian
komiek {de} comic
komisch comical
komisch funny
komisch humorous
komkommer {de} cucumber [Cucumis sativus L.]
komma {de} {het} comma
kommapunt {de} semicolon
komst {de} arrival
komst {de} coming
konijn {het} rabbit
koning {de} king
koning {de} king [chess]
koningin {de} queen
koninklijk royal
Koninklijke Marine {de} <KM> Royal Netherlands Navy <RNLN>
koninkrijk {het} kingdom
Koninkrijk {het} der Nederlanden Kingdom of the Netherlands
kookboek {het} cookery book
kool {de} cabbage
kooldioxide {het} carbon dioxide
koolstof {de} carbon <C>
koolstofdioxide {het} carbon dioxide
koolvis {de} pollack
koop {de} buy [coll.]
koop {de} purchase
koopprijs {de} purchase price
koor {het} choir
koord {de} {het} rope
koorts {de} fever
kop {de} cup
kop {de} head
kopbal {de} header
kopen to buy
kopen to purchase
Kopenhagen {het} Copenhagen
koper {de} buyer
koper {de} purchaser
koper {het} copper
koperen copper
kopie {de} copy
koplamp {de} headlamp
koplamp {de} headlight
koplampen {mv} headlights
koppelteken {het} dash
koppig headstrong
kordaat firm
kordaat resolute
Korea {het} Korea
Koreaans {het} Korean
korset {het} corset
korst {de} crust
korstvormig crustlike
kort quick
kort short
korte broek {de} shorts
korter shorter
korting {de} discount
kortsluiting {de} short circuit
kortst shortest
kosteloos free of charge
kosteloos free [free of charge]
kosten to cost
kostenvergelijking {de} cost comparison
kostuum {het} suit
kotelet {de} chop
kou {de} cold
koud cold
koufront {het} cold front
kous {de} sock
kous {de} stocking
kraag {de} collar
kraagloos collarless
kraai {de} crow [genus Corvus]
kraakbeen {het} gristle
kraam {de} {het} (market) booth
kraam {de} {het} (market) stall
kraam {de} {het} stand
kraamafdeling {de} maternity (ward)
kraamverzorgster {de} maternity nurse
kraan {de} crane
kraan {de} faucet [Am.]
kraan {de} tap
kraanvogel {de} crane
krabachtig crab-like
krabachtig crablike
krabbelen to scrawl
krabbeltje {het} scrawl
krabben to scratch
krach {de} crash
kracht {de} power
kracht {de} strength
kraken to crack
kraker {de} squatter
kramp {de} cramp
krant {de} newspaper
kras {de} scratch
krassen {mv} scratches
kredietkaart {de} credit card
kreeft {de} lobster
Kreeft {de} [sterrenbeeld] Cancer
kreeftachtig lobster-like
kreeftachtig lobsterlike
kreet {de} cry
kreng {het} [pej.] bitch [sl.: malicious / arrogant woman]
Kreta {het} Crete
kreupel gimpy [Am.] [pej.]
kribbig grumpy
kriebel {de} itch
kriebel {de} tickle
krijgen to get
krijt {het} chalk
krimpen to shrink
kring {de} circle
kritiek {de} criticism
kritisch critical
kritisch critically
Kroatië {het} Croatia
Kroatisch Croatian
Kroatisch {het} Croatian
kroeg {de} pub [esp. Br.]
krokodil {de} crocodile
krokodillentranen {mv} crocodile tears
krom crooked
krom curved
kroon {de} crown
kruid {het} herb
kruid {het} spice
kruiden {mv} herbs
kruiden {mv} spices
kruidnagel {de} clove
kruip {de} [vervorming ] creep [deformation]
kruipen to creep
kruipen to crawl
kruis {het} cross
kruisbes {de} gooseberry
kruisen to cross
kruising {de} crossroads
kruising {de} [wegkruising] intersection (point)
kruispunt {het} intersection (point)
kruisraket {de} cruise missile
kruiwagen {de} barrow [wheelbarrow]
kruiwagen {de} wheelbarrow
kruk {de} stool
krukken {mv} crutches
kuchen to cough
kudde {de} herd [of cows, horses, etc.]
kuiken {het} chick
kuiltje {het} dimple
kuit {de} calf [Sura]
kunnen to be able (to) [can]
kunnen {het} skill
kunnen niet can't [cannot]
kunnen niet cannot
kunst {de} art
kunstenaar {de} artist
kunstgalerie {de} art gallery
kunstig skilful [Br.]
kunstig skillful [Am.]
kunstrijden {het} figure skating
kurk {de} cork
kus {de} kiss
kussen to kiss
kussen {het} cushion
kussen {het} pillow
kust {de} coast
kust {de} shore
kustlijn {de} coastline
kuststreek {de} coastal area
kuststreek {de} coastal region
kustwateren {mv} coastal waters
Kut! [omg.] Damn! [coll.]
kwaad angrily
kwaad angry
kwaad bad [evil]
kwaad evil
kwaad evilly
kwaad furious
kwaad vicious
kwaad {het} evil
kwaadheid {de} anger
kwaadspreken over iem. to speak evil of sb.
kwajongen {de} rascal
kwakken to dash
kwaliteit {de} quality
kwantiteit {de} quantity
kwart {het} quarter
kwart na a quarter past
kwart over a quarter past
kwart voor a quarter to
kwartaal {het} quarter [of a year]
kwartier {het} quarter
kwartier {het} quarter hour
kwarts {het} quartz
kwast {de} brush
kwebbelen to burble
kweek {de} culture
kweken to cultivate
kwestie {de} issue
kwestie {de} matter
kwestie {de} question
kwetsbaar vulnerable
kwibus {de} joker [weirdo]
kwibus {de} weirdo
kwik {het} <Hg> [kwikzilver] mercury
kwispelen to wag
kwispelstaarten to wag the tail
la {de} drawer
laag low
laag {de} layer
laagst lowest
laagtepunt {het} low
laan {de} avenue
laan {de} lane
laars {de} boot
laarzen {mv} boots
laat late
Laat mij eens zien. Just let me have a look.
laat staan let alone
laatst last
laatst lately
laatst latest
laatst recent
laatst recently
laatste last
laboratorium {het} laboratory
lach {de} laugh
lachen to laugh
lachen {het} laughing
lactose {de} lactose
lactose {de} milk sugar
ladder {de} ladder
ladderzat [omg.] wasted [coll.]
lade {de} drawer
laden to load
lader {de} charger
laf cowardly
lage prijzen {mv} low prices
lagen {mv} layers
lager lower
laken {het} sheet
laks lax
lam [krachteloos] numb
lam [verlamd] paralysed [Br.]
lam [verlamd] paralyzed [Am.]
lam {het} lamb
Lam {het} Gods Lamb of God
lama {de} llama [Lama glama]
lama {de} [boeddhistische monnik] lama
lamp {de} lamp
lampenkap {de} lampshade
lampion {de} Chinese lantern
lampion {de} lampion
land {het} country
land {het} countryside
landbouw {de} agriculture
landbouwer {de} farmer
landelijk nationwide
landelijk rural
landelijk [krant / dagblad] national [e.g. newspaper]
landelijk gebied {het} rural area
landen to land
landen {mv} van het Gemenebest Commonwealth countries
landengte {de} isthmus
landgenoot {de} compatriot
landkaart {de} map
landoppervlakte {de} land area
landschap {het} landscape
lang long
langdradig long-winded
langdurig long
langs along
langszij alongside
langzaam slow
langzaam slowly
langzamerhand gradually
lanterfanten to dally
Lapland {het} Lapland
las {de} welding
lasbaar weldable
lasbrander {de} welding torch
lasnaad {de} weld
lassen to weld
lassen {het} welding
last {de} burden
last {de} load
lastig troublesome
lastig difficult
lastigheid {de} difficulty
laten to let
laten vallen to drop
later later
Latijn {het} Latin
Latijns Latin
laurierblad {het} bay leaf
laxeermiddel {het} laxative
leasen to lease
lebberen to lap up
leden {mv} members
leder {het} leather
ledigen to empty
leed {het} suffering
leed {het} [letsel] harm
leed {het} [verdriet] sorrow
leeftijd {de} age
leeg empty
leeg raken to empty
leeghoofdig empty-headed
leegmaken to empty
leegscheppen to empty out
leegte {de} emptiness
leek {de} layman
leenwoord {het} loan word
leenwoord {het} loanword
leer {het} leather
leerling {de} apprentice
leerling {de} learner
leerling {de} pupil
leerlinge {de} pupil [female]
leerlingen {mv} pupils
leerproces {het} learning process
leesbaar legible
leesbaar readable
leesbril {de} reading glasses
leesteken {het} punctuation mark
leeuw {de} lion
leeuwendeel {het} lion's share
leeuwenwelp {de} {het} lion cub
leeuwin {de} lioness
leger {het} army
leger {het} military
lei {de} [BN] avenue
leiden to lead
leider {de} leader
leiderschap {het} leadership
leiding {de} administration
lekken to leak
lekker delicious
lekker tasty
lekkerbekken to feast
lelie {de} lily
lelijk ugly
lelijk badly
lelijk nastily
lelijk nasty
lelijkaard {de} ugly man
lelijkerd {de} ugly man
lelijkheid {de} nastiness
lelijkheid {de} ugliness
lelijkheid {de} unsightliness
lellebel {de} [omg.] slut
lemmet {het} blade [of a knife]
lenen to borrow
lengte {de} length
lenig agile
lenig supple
lening {de} loan
lens {de} lens
lente {de} spring [season]
lepel {de} spoon
lepel {de} vol spoonful of
lepelaar {de} [Platalea leucorodia] spoonbill
leraar {de} teacher
lerares {de} teacher [female]
leren to learn
les {de} lesson
les geven to educate
lesbienne {de} lesbian
lesbisch lesbian
lesboek {het} textbook
lesgeven to instruct
lesgeven to teach
lessen {mv} lessons
Letland {het} Latvia
Lets {het} Latvian
letter {de} letter
letterkunde {de} (study of) literature
letterlijk literal
letterlijk literally
leugen {de} lie
leugenaar {de} liar
leugenachtig mendacious
leukemie {de} leukaemia [Br.]
leunen to lean
leven to be alive
leven to live
leven {het} life
levend live
levend alive
levend living
levensduur {de} lifespan
levenslang lifelong
levensmiddelen {mv} groceries
levensonderhoud {het} livelihood
levensstijl {de} lifestyle
lever {de} liver [Hepar]
leverancier {de} supplier
leveren to deliver
leveren to supply
levering {de} delivery
levertijd {de} delivery time
lezen to read
lezer {de} reader
liaan {de} liana
lianen {mv} lianas
Libanees Lebanese
Libanon {het} Lebanon
libel {de} dragonfly
libelle {de} dragonfly
liberaal liberal
liberaliseren to liberalise [Br.]
liberaliseren to liberalize
liberalisering {de} liberalisation [Br.]
liberalisering {de} liberalization
liberalisme {het} liberalism
Liberia {het} Liberia
Libië {het} Libya
Libisch Libyan
lichaam {het} body
lichaamslotion {de} body lotion
lichaamstaal {de} body language
lichamelijk physically
lichamelijk physical
lichamelijk letsel {het} bodily injury
lichamen {mv} bodies
licht {het} light
lichtbruin light brown
lichtelijk slightly
lichten to lift
lichten to raise
lichtgelovig deceivable
lichtgelovig credulous
lichtgelovig gullible
lichtgroen light green
lichtreclame {de} neon sign
lichtschakelaar {de} light switch
lid {het} member
lidmaatschap {het} membership
lied {het} song
lief nice [kind, obliging, of a person]
lief sweet
lief sweetly
liefde {de} love
liefdesverdriet {het} lovesickness
liefdesverklaring {de} declaration of love
liefhebben to love
liefhebber {de} lover
liefkozen to caress
liefkozing {de} caress
liegen to lie
liegen to tell a lie
liegen tegen iem. to lie to sb.
lies {de} groin
lieveheersbeestje {het} lady beetle
lieveheersbeestje {het} ladybird (beetle) [esp. Br.]
lievelings- favorite [Am.]
lievelings- favourite [Br.]
liever rather
liever niet rather not
lift {de} elevator [Am.]
liggen to lie
ligging {de} location
ligging {de} position
lijden to suffer
lijden {het} suffering
lijf {het} body
lijk {het} corpse
lijken to seem
lijmpistool {het} (hot) glue gun
lijn {de} line
lijnen {mv} lines
lijnrecht staan tegenover to be diametrically opposed to
lijst {de} list
likken to lick
limiet {de} limit
limitatie {de} constraint
limoen {de} lime
limonade {de} lemonade [Br.]
lineair linear
lingerie {de} lingerie
liniaal {het} {de} ruler
linkerarm {de} left arm
linkerhand {de} left hand
lintzaag {de} band saw
lip {de} lip
lis {de} {het} iris
lispelen to lisp
Lissabon {het} Lisbon
literair literary
literatuur {de} literature
Litouwen {het} Lithuania
loc {de} [locomotief] loco [locomotive]
locomotief {de} locomotive
loensen to squint
loep {de} magnifying glass
logeren to stay
logisch logical
lokale tijd {de} local time
lol {de} fun
lolbroek {de} joker [person making jokes]
Londen London
long {de} lung [Pulmo]
longontsteking {de} pneumonia
lood {het} lead <Pb>
loodgieter {de} plumber
loodgieterij {de} [vooral BN] plumbing
loodrecht perpendicular
loon {het} wage
looneis {de} wage demand
loonvordering {de} wage demand
loopgraaf {de} trench
lopen to walk
lopende band {de} conveyor belt
loper {de} bishop [chess]
los loose
losbol {de} debauchee
losbol {de} fast liver
loser {de} loser [coll.]
losgeld {het} ransom
loslaten to release
losmaken to loosen
losmaken to make loose
losmaken to undo [unfasten]
losmaken to unfasten
lot {het} fortune
lot {het} destiny
lot {het} fate
lot {het} lot
loterij {de} lottery
loven to praise
lovertje {het} spangle
lucht {de} air
luchtaanval {de} air attack
luchtdicht airtight
luchten to air (out)
luchten to ventilate
luchter {de} chandelier
luchthaven {de} airport
luchtruim {het} airspace
luchttransport {het} air transport
luchtvaart {de} aviation
luchtvaartmaatschappij {de} airline
luchtverfrisser {de} air freshener
luchtvervoer {het} air transport
luchtvochtigheid {de} air humidity
luchtziek airsick
lucifer {de} match
luciferdoosje {het} matchbox
lui idle
lui lazy
luiaard {de} sloth
luiaard {de} [een lui mens] lazybones
luid loud
luiden to ring
luiden to sound
luidsprekers {mv} loudspeakers
luidsprekers {mv} speakers [loudspeakers]
luier lazier
luier {de} diaper [Am.]
luier {de} nappy [Br.]
luiheid {de} laziness
Luik Liege
luipaard {de} {het} leopard
luis {de} louse
luisteren to listen
luizen {mv} lice
lul {de} [vulg.] prick [vulg.]
lullen [omg.] to talk bullshit [coll.]
lullen [omg.] to talk nonsense
lunch {de} lunch
lunchpauze {de} lunch break
lust {de} desire
lust {de} lust
lusten to like [food]
Luxemburg Luxembourg
Luxemburgs Luxembourgian
luxueus luxurious
luxueus sumptuous
lymf {de} lymph
lynchen to lynch
lynx {de} lynx
lyrisch lyric
lyrisch lyrical
lyrisch lyrically
ma {de} ma [coll.]
ma {de} mom [Am.] [coll.]
ma {de} mum [Br.] [coll.]
maag {de} stomach
maagaandoening {de} stomach disorder
maagpijn {de} stomachache
maagpijn {de} stomach ache
maagpijn {de} upset stomach
maagzuur {het} gastric acid
maagzweer {de} gastric ulcer
maaidorser {de} combine [combine harvester]
maaidorsmachine {de} combine harvester
maaien to mow
maaien to cut
maaien to reap
maaier {de} mower
maaier {de} reaper
Maak het kort! [vooral BN] Cut it short! [coll.]
Maak je geen zorgen! Don't bother!
maal {het} meal
maaltijd {de} meal
maan {de} moon
maanblindheid {de} moon blindness
maand {de} month
maandag {de} Monday
maandelijks monthly
maanden {mv} months
maandverband {het} sanitary napkin [Am.]
maandverband {het} sanitary pad
maandverband {het} sanitary towel [Br.]
maanlicht {het} moonlight
maansverduistering {de} lunar eclipse
maar but
maart {de} March <Mar.>
Maas {de} Meuse
maat {de} measure
maat {de} size
maatregel {de} measure [tactic, strategy, piece of legislation]
maatregelen nemen to take measures
maatregelen treffen to take measures
maatschappelijk social
maatschappelijk socially
maatschappelijk societal
maatschappij {de} society
machinaal mechanical
machine {de} machine
machinegeweer {het} machine gun
machinekamer {de} engine room
machteloos incapable
machtig powerfully
machtig powerful [capable of exerting power potency or influence]
machtsvacuüm {het} power vacuum
macramé {het} macramé
Madrid {het} Madrid
Mag ik voorstellen, ... May I introduce ...
magazijn {het} warehouse
magazijn {het} magazine [warehouse]
mager skinny
magere melk {de} skim milk [Am.]
magie {de} magic
magisch magic
magisch magical
magma {het} magma
magneet {de} magnet
magnetisch magnetic
magnetisme {het} magnetism
magnifiek magnificent
magnifiek magnificently
magnolia {de} magnolia
mahonie mahogany
mahonie {het} mahogany
maïs {de} corn [Zea mays] [Am.] [Aus.] [NZ]
maïs {de} Indian corn
maïs {de} maize
majestueus majestic
makelaar {de} real-estate agent [esp. Am.]
maken to make
maken to repair
maken [repareren] to mend
makkelijk convenient [easy]
makkelijk easy
mal foolish
mal foolishly
mal sillily
mal silly
Maleisië {het} Malaysia
malen to grind
Malta {het} Malta
man {de} guy [coll.]
mand {de} basket
Mandarijn {het} Mandarin
manen {de} mane
manie {de} mania
manier {de} fashion [way, manner]
manier {de} manner
manier {de} way [of doing sth.]
manieren {mv} manners
manifesteren to manifest
manipuleren to manipulate
mank gimpy [Am.] [pej.]
mannelijk male
mannelijk masculine
mannelijkheid {de} masculinity
mannen {mv} men
mantel {de} cloak
mantelpak {het} women's suit
mantelpakje {het} women's suit
map {de} folder
margarine {de} margarine
marginaal marginally
marginaal at the edge [fig.]
marginaal borderline [fig.]
marginaal destitute
marginaal marginal [literally]
marginaal slightly [marginally]
marginaal socially outcast
marineblauw navy blue
marineblauw {het} navy blue [the color]
marineblauw {het} navy [the color] [navy blue]
markeerstift {de} marker [marker pen]
marker {de} marker [marker pen]
markeren to highlight
markeren to mark
markt {de} market
markt {de} mart
marktwaarde {de} market value
marmer {het} marble
Marokkaans Moroccan
Marokko {het} Morocco
Mars Mars
mars {de} march
marxisme {het} Marxism
mascara {de} mascara
maskeren to mask
massa {de} mass
massaal massive
massaal massively
massage {de} massage
masseren to massage
masseur {de} masseur
masseuse {de} masseuse
massief massive
massief solid [massive]
masturbatie {de} masturbation
masturberen to masturbate
matador {de} matador
mate {de} extent
maten {mv} measures
materiaal {het} material
materie {de} matter
materieel material
materieel materially
materieel tangible
mathematiek {de} mathematics
matig moderate
matras {de} {het} mattress
maximaal maximal
mayonaise {de} mayonnaise
mazelen {mv} measles {pl} [used with a singular or plural verb]
me me [direct object]
Mechelen {het} Mechlin
mede also
mede {de} mead
medebewoner {de} roommate
mededelen to inform
medelijden {het} compassion
medelijden {het} pity
medeplichtig accessory [helping in a crime]
medeplichtig sharing in guilt
medeplichtige {de} accessory [helper in a crime]
medeplichtige {de} accomplice
medewerker {de} employee
medicijn {het} medicine
medicijnman {de} medicine man
medisch medical
meditatie {de} meditation
medium {het} medium
meedoen to take part
meegenomen taken along
meeleven to sympathize
meelevend sympathetic
meelijwekkend pathetic [pitiful]
meelijwekkend pitiful
meemaken to experience
meeneem- takeaway
meer more
meer {het} lake
meer dan alleen maar (een) ... more than just (a / an) ...
meerdere several
meerderheid {de} majority
meerkost {de} [BN] extra cost
meerkost {de} [BN] surcharge
meerlagig multilayered
meerlettergrepig polysyllabic
meertalig multilingual
meervoud {het} plural
meest most
meestal mostly
meeste most
meester {de} master
meesterwerk {het} magnum opus
meesterwerk {het} masterpiece
meetkunde {de} geometry
meeuw {de} seagull
meevallen to exceed expectation
meewarig pitying
meewarig pityingly
megafoon {de} megaphone
megahertz {de} megahertz <MHz>
mei {de} May
meisje {het} gal [esp. Am.] [coll.]
meisje {het} girl
meisje {het} van het platteland country girl
meisjes {mv} girls
melancholiek melancholic
melden to report
melig [clichématig] corny
melig [pulverachtig] mealy
melk {de} milk
melken to milk
melkproduct {het} dairy product
melksuiker {de} lactose
melktand {de} milk tooth
melkvee {het} dairy cattle
melkveehouder {de} dairy farmer
Melkweg {de} Milky Way
melodie {de} melody
melodie {de} tune
memoriseren to memorise [Br.]
memoriseren to memorize
meneer {de} gentleman
meneer {de} sir [form of address]
menen to think [believe]
mengen to blend
mengen to mix
mengsel {het} blend
mengsel {het} mixture
mening {de} opinion
mens {de} human being
menselijk human
mensen {mv} people
mentaal mental
mentaal mentally
mentaal overwicht {het} psychological superiority
menu {het} menu
merel {de} blackbird
meren {mv} lakes
merendeel {het} majority
merk {het} brand
merken to notice
merknaam {de} brand name
merkwaardig bizarre
merkwaardig notable
merkwaardig odd [bizarre]
merkwaardig remarkable [literally]
merkwaardig strange [bizarre]
merrie {de} mare
mes {het} knife
mesjogge crazy [insane]
mesjogge insane
messen {mv} knives
messing {het} brass
met with
met betrekking tot <m.b.t.> concerning
met betrekking tot <m.b.t.> with reference to
met betrekking tot <m.b.t.> with regard to
met de grond gelijk maken to demolish
met de klok mee clockwise
met gember kruiden to ginger
met iem. in zee gaan to team up with sb.
met ingang van heden as from today
met lege handen empty-handed
met opzet deliberately
met pensioen gaan to retire
met room bereiden to cream
metaal {het} metal
metabolisme {het} metabolism
metafoor {de} metaphor
meten to measure
meteoor {de} meteor
meteoorkrater {de} meteor crater
metgezel {de} companion
methaan {het} methane
meting {de} measurement
metro {de} metro [Paris, Washington DC, Barcelona]
metro {de} subway [esp. New York, Glasgow]
metro {de} underground [Br.]
metro {de} underground [London]
metroseksueel metrosexual
metselaar {de} bricklayer
metselen to build (in brick/with bricks)
metselen to lay bricks
meubel {het} piece of furniture
meubelen {mv} furniture
meubels {mv} furniture
meubilair {het} furniture
Mexicaans Mexican
Mexicaanse griep {de} swine flu
Mexico Mexico <.mx>
mezelf me [direct object]
mezelf myself
miauw miaow
miauwen to mew
miauwen to miaow [spv.]
Michelin-mannetje {het} Michelin Man
microscoop {de} microscope
microscopisch microscopic
middag {de} afternoon
middagmaal {het} lunch
middeleeuwen {mv} Middle Ages
middeleeuws mediaeval
middeleeuws medieval
middelgroot medium-sized
Middellandse Zee {de} Mediterranean Sea
middelmatig average [mediocre]
middelmatig mediocre
middelpunt {het} center [Am.]
middelpunt {het} centre [Br.]
middelste teunisbloem {de} common evening primrose [Oenothera biennis]
middelvinger {de} middle finger
midden {het} centre [Br.]
midden {het} middle
middenrif {het} midriff
middernacht {de} midnight
mier {de} ant
mierenneuker {de} [omg.] nitpicker [coll.]
mij me [indirect object]
mijl {de} mile
mijn my
mijn {de} mine
Mijn excuses! Excuse me!
mijnwerker {de} miner
mijzelf myself
mikken to aim
milieu {het} environment
milieu {het} milieu
milieuvriendelijk environmentally friendly
miljoen {het} million
miljoenste millionth
miljonair {de} millionaire
millennium {het} millennium
millibar {de} millibar
min of meer more or less
minachtend disdainful
minaret {de} minaret
minder fewer
minder less
minderheid {de} minority
minderheidstaal {de} minority language
minderjarig under age
mindervalide disabled
mineraal {het} mineral
miniem negligible
miniem slight
miniem small
minirok {de} miniskirt
minirok {de} mini [miniskirt]
minirokje {het} miniskirt
minirokje {het} mini [miniskirt]
minister {de} zonder portefeuille minister without portfolio
ministerie {het} ministry
minst fewest
minuten {mv} minutes
minutieus minutely
minuut {de} minute
misbruik {het} abuse [misuse]
misbruik {het} misuse
misbruiken to abuse [use improperly]
misbruiken to misuse
misbruikt misused
misdaad {de} crime
mishandelen to abuse [mistreat]
mishandelen to hurt [mistreat]
mishandelen to maltreat [mistreat]
mishandelen to mistreat
mishandeling {de} mistreatment
mishandeling {de} physical abuse
miskraam {de} miscarriage
misleiden to delude
misleidend fallacious
misleiding {de} deceit
mislukken to fail
mislukking {de} failure
misrekening {de} miscalculation
misrekening {de} disappointment
misschien maybe
misschien perhaps
misselijk [onaangenaam] nasty
misselijk [ziek] sick
misselijk [ziek] ill
misselijk [ziek] nauseous
missen to lack
missen to miss
missie {de} mission
mist {de} fog
mistroostig despondent
mistroostig despondently
mistroostig miserable [despondent]
misverstand {het} misunderstanding
misverstanden {mv} misconceptions
misvorming {de} deformity
mix {de} blend
mixen to mix
mixer {de} mixer
mobiel mobile
mobiel {de} cellular phone [Am.]
mobiele telefoon {de} cellular phone [Am.]
mobiele telefoon {de} mobile phone [Br.]
mobieltje {het} cellular phone [Am.]
mobieltje {het} [NN] cellphone [Am.]
mobieltje {het} [NN] mobile [Br.] [mobile phone]
mobiliteit {de} mobility
mocassin {de} moccasin
modder {de} mud
mode {de} fashion
modebewust fashion-conscious
modernisering {de} modernisation [Br.]
modernisering {de} modernization
modeshow {de} fashion show
modificeren to modify
modulatie {f} modulation
moe tired
moed {de} courage
moeder {de} mother
moedermelk {de} breast milk
moedertaal {de} mother tongue
moedertaal {de} native language
moedig brave
moedig bravely
moedig daring [brave]
moeilijk difficult
moeilijkheid {de} difficulty
moeite {de} effort
moer {de} nut
moeren {mv} nuts
moersleutel {de} spanner [esp. Br.]
Moeskroen {het} Mouscron
moeten to have to
moeten to need to
mogelijk possible
mogelijk possibly
mogelijkheid {de} possibility
mogen to be allowed
mogen to like
mol {de} mole
molen {de} mill
molenaar {de} miller
momenteel at the moment
momenteel current
momenteel currently
momenteel right now
Monaco {het} Monaco
mond {de} mouth
mondeling oral
mondvol {de} mouthful
Mongolië {het} Mongolia
monitoren to monitor
monnik {de} monk
monocle {de} monocle
monogaam monogamous
monogamie {de} monogamy
monoloog {de} monologue
monopolie {het} monopoly
monotheïstisch monotheistic
monotoon monotonous
monotoon monotonously
monoxide {het} monoxide
monster {het} monster
monsterlijk monstrous
monsterlijk monstrously
monument {het} monument
mooi beautiful
mooi beautifully
mooi fine
mooi lovely
mooi nice
mooi pretty
mooi meisje {het} beauty
mooie vrouw {de} beauty
moord {de} murder
moordenaar {de} murderer
mop {de} joke
mopemmer {de} [NN] mop bucket
mopperen to grouch
mopperen to grumble
morfine {de} morphine
morgen tomorrow
morgen {de} morning
moskee {de} mosque
Moskou {het} Moscow
mosterd {de} mustard
mot {de} moth
motief {het} motive
motieven {mv} motives
motor {de} engine
motorfiets {de} motorcycle
mout {de} {het} malt
moutazijn {de} malt vinegar
mouw {de} sleeve
mouwen {mv} sleeves
mouwloos sleeveless
muf musty
muf sniffy
muf stale
muf stuffy
mug {de} gnat
muil {de} mouth
muis {de} mouse
muisstil quiet as a mouse
muizen {mv} mice
multicultureel multicultural
multilateraal multilateral
multimiljonair {de} multimillionaire
multiple multiple
München Munich
munt {de} coin
munteenheid {de} currency unit
munteenheid {de} monetary unit
mus {de} sparrow
museum {het} museum
musical {de} musical
musiceren to make music
musici {mv} musicians
musicus {de} musician
musketier {de} musketeer
mutant {de} mutant
mutatie {de} mutation
muts {de} tuque [Can.]
muur {de} wall
muze {de} Muse
muziek {de} music
muziekschool {de} school of music
muziekstuk {het} composition
muziekstuk {het} piece of music
muzikaal musical
muzikaal musically
muzikant {de} musician
mysterie {het} mystery
mysterie {het} puzzle [mystery]
mysterieus mysterious
mysterieus mysteriously
mythisch mythic
mythisch mythical
mythologie {de} mythology
mythologisch mythological
na after
naad {de} seam
naadloos seamless
naaf {de} hub
naaidoos {de} sewing box
naaien to sew
naaien [bedriegen] [omg.] to dupe
naaien [vulg.] to screw [vulg.]
naaimachine {de} sewing machine
naakt naked
naakt nude
naaktheid {de} nudity
naaktloper {de} streaker [coll.]
naaktslak {de} slug
naaktstrand {het} nudist beach
naald {de} needle
naaldboom {de} conifer
naaldbos {het} coniferous forest
naam {de} name
naambord {het} nameplate
naambordje {het} small nameplate
naamloos anonymous
naamloos nameless
naamloze vennootschap {de} <NV> public limited company <PLC> [Br.]
naar horrible
naar nasty
naar towards
naar beneden downwards
naar boven upwards
naar de film gaan to go to the cinema [esp. Br.]
naar de film gaan to go to the movies [esp. Am.]
naar links to the left
naar rechts to the right
naast by [next to]
naast near
naast next to
nabij close
nabij near
nabij nearby
nabijgelegen nearby
naburig neighboring [Am.]
naburig neighbouring [Br.]
nacht {de} night
nachtclub {de} nightclub
nachtdienst {de} night shift
nachtdier {het} nocturnal animal
nachtegaal {de} nightingale
nachtelijk nightly
nachtelijk nocturnal
nachthemd {het} nightdress
nachthemd {het} nightgown
nachtjapon {de} nightdress
nachtjapon {de} nightgown
nachtjapon {de} nightie [coll.]
nachtkaars {de} nightlight [candle]
nachtkaars {de} common evening primrose [Oenothera biennis]
nachtkeers {de} [omg.] common evening primrose [Oenothera biennis]
nachtkleding {de} nightwear
nachtmerrie {de} nightmare
nachtpot {de} chamber pot
nadat after
nadeel {het} disadvantage
nadeel {het} drawback
naderen to approach
naderen {het} approach
nadering {de} approach
nadoen to imitate
nadrukkelijk emphatic
nadrukkelijk emphatically
nagellak {de} nail polish
nagellakremover {de} nail polish remover
nagelschaartje {het} nail scissors {pl}
nagerecht {het} dessert
naïef naive
najaar {het} autumn
najaar {het} fall [Am.]
nakomeling {de} descendant
nalaten to neglect
nalaten [vererven] to bequeath
nalaten te to refrain from
nalatigheid {de} negligence
namelijk namely
namelijk in particular
namens on behalf of
Namibië {het} Namibia
namiddag {de} afternoon
namiddag {de} late afternoon
naoorlogs post-war
napluizen to look into
narigheid {de} misery
nastreven to aspire
nat wet
nat maken to wet
natie {de} nation
nationaal national
Nationale Maatschappij {de} der Belgische Spoorwegen <NMBS> Belgian National Railways
nationaliteit {de} nationality [citizenship]
native speaker {de} native speaker
natte sneeuw {de} sleet
natuur {de} nature
natuurliefhebber {de} nature lover
natuurlijk natural
natuurlijk naturally
natuurlijk of course
nauw narrow
nauwel?ks barely
nauwel?ks hardly
nauwel?ks scarcely
navigatie {de} navigation
navolgend following
navraag {de} demand
navulbaar refillable
nazi {de} Nazi
nazisme {het} Nazism
nectar {de} nectar
nectarine {de} nectarine
nederlaag {de} defeat
Nederland {het} (the) Netherlands
Nederlands Dutch
Nederlands {het} Dutch
Nederlandse Spoorwegen {mv} <NS> Dutch Railways
Nederlandse Taalunie {de} <NTU> Dutch Language Union
Nederrijn {de} Lower Rhine
neef {de} cousin
neef {de} nephew
neefje {het} cousin [young]
neefje {het} nephew [young]
neer down
neergang {de} downfall
neerschrijven to write down
neerslag {de} precipitation
neerslag {de} [bezinksel] deposit
neerslag {de} [bezinksel] sediment
neerwaarts downward
neerwaarts downwards
negen nine
negende ninth <9th>
negentien nineteen
negentiende <19e, 19de> nineteenth <19th>
negentig ninety
negentigste <90e, 90ste> ninetieth <90th>
negenvoudig ninefold
negeren to ignore
neigen naar to tend to
nek {de} neck
nemen to take
neogotisch neo-Gothic
neonreclame {de} neon sign
Nepal {het} Nepal
nepper {de} [NN] phony [coll.]
nergens nowhere
nerveus nervous
nerveus nervously
nest {het} nest
net just
net neat
net neatly
net {het} net
netjes neatly
netjes decent
netjes decently
netjes neat
neuken [vulg.] to fuck [vulg.]
neus {de} nose [Nasus]
neusgat {het} nostril
neushoorn {de} rhinoceros
neutraliteit {de} neutrality
neven- side
Nicaragua {het} Nicaragua
nicht {de} niece
nicotine {de} nicotine
niemand nobody
niemand no one
niemandsland {het} no-man's-land
nier {de} kidney
niet not
niet- non-
niet aan zee grenzend landlocked
niet akkoord zijn met to disagree with
niet bij machte incapable
niet op voorraad not in stock
niet te herstellen beyond repair
niet te verwarren met ... not to be confused with ...
niet-godsdienstig non-religious
niets nothing
nietszeggend empty
niettemin nonetheless
nieuw new
Nieuw-Amsterdam {het} New Amsterdam
Nieuwe Testament {het} New Testament
nieuwer newer
nieuwgeboren newborn
nieuwgeboren newly born
nieuwgekozen newly chosen
nieuwgekozen newly elected
Nieuw-Guinea {het} New Guinea
Nieuwjaar {het} New Year's Day
nieuws {het} news
nieuwsbrief {de} newsletter
nieuwsgierig curious
nieuwsgierig inquisitive
nieuwsgierigheid {de} curiosity
nieuwspresentator {de} newsreader
nieuwste snufje {het} novelty
Nieuw-Zeeland {het} New Zealand
niezen to sneeze
Nigeria {het} Nigeria
nijptang {de} pincers
niks nothing
nimf {de} nymph
nirwana {het} nirvana
nivellering {de} leveling [Am.]
nivellering {de} levelling [esp. Br.]
Nobelprijs {de} Nobel prize
noch neither
nodig necessary
nodig hebben to need
noedels {mv} noodles
noemen to call [name]
nog altijd still
nog beter dan ... even better than ...
nog niet not yet
nog steeds still
nogal fairly
nogal pretty [coll.]
nogal quite
nogal rather
non {de} nun
nonchalance {de} nonchalance
nonchalant casual
nonchalant nonchalant
nonchalant nonchalantly
nonsens {de} nonsense
nood {de} need
nood {de} distress
nood {de} misery
nood {de} necessity
noodlijdend indigent
noodlot {het} destiny
noodlottig disastrous
noodlottig fatal
noodpaspoort {het} emergency passport
noodzaak {de} necessity
noodzaak {de} need [necessity]
noodzakelijk necessary
noodzakelijk necessarily
nooit never
Noor {de} Norwegian
Noord-Atlantische Verdragsorganisatie {de} <NAVO> North Atlantic Treaty Organisation [Br.] <NATO>
noordelijk northern
noordelijk halfrond {het} northern hemisphere
Noordelijke IJszee {de} Arctic Ocean
noordelijkste northernmost
noorden {het} north
noordoosten {het} north-east
noordoosten {het} northeast
Noordpool {de} North Pole
noordwaarts northwards
noordwesten {het} north-west
noordwesten {het} northwest
Noordzee {de} North Sea
Noors Norwegian
Noors {het} Norwegian
Noorse {de} Norwegian [female]
Noorwegen {het} Norway
noot {de} note
noot {de} nut
nootmuskaat {de} nutmeg
Noren {mv} Norwegians
norm {de} norm
normaal normal
normaal gesproken usually
normaal gezien [vooral BN] usually
normaalspoor {het} standard gauge
nors surly
nostalgie {de} nostalgia
nostalgisch nostalgic
nostalgisch nostalgically
notaris {de} notary
notariskantoor {het} notary's office
noten {mv} notes
noten {mv} nuts
notenmuskaat {de} nutmeg
noteren to note
notie {de} notion
notitie {de} note
november {de} November <Nov.>
nu at present
nu at this moment
nu currently
nu now
nu nowadays
nu presently
nu right now
nuance {de} nuance
nucleair nuclear
nudist {de} nudist
nul zero
numeriek numeric
numeriek numerical
nummer {het} number
nummeren to number
nutteloos useless
nuttig useful
nylon {de} {het} nylon
nymfomane {de} nymphomaniac
o-benen {mv} bandy legs
o-benen {mv} bowlegs
o-benen {mv} hebben to toe out
ober {de} waiter
object {het} object
objectief objective
objectief impartial
observeren to observe
occlusie {de} occlusion
occlusiefront {het} occluded front
oceaan {de} ocean
Oceanië {het} Oceania
ocelot {de} ocelot
ochtend {de} morning
ochtendkrieken {het} dawn
ochtendkrieken {het} sunrise
ochtendschemering {de} dawn
odyssee {de} odyssey
oefenen to practice [Am.]
oefening {de} exercise
Oekraïens Ukrainian
Oekraïens {het} Ukrainian
Oekraïne {de} Ukraine
oerwoud {het} jungle
oever {de} bank
oever {de} van de rivier riverbank
Oezbekistan {het} Uzbekistan
of or
offensief offensive
offensief offensively
offensief {het} offensive
offer {het} sacrifice
offerte {de} quotation [offer, bid]
officieel official
offside offside
ofwel either
ogen {mv} eyes
ogenschijnlijk apparent
ogenschijnlijk apparently
OK OK
OK okay
okay OK
oké OK
oké okay
Oklahoma {het} Oklahoma [U.S. state]
oktober {de} October <Oct.>
olie {de} oil
olifant {de} elephant
olijf {de} olive
olijfboom {de} olive tree
olijfolie {de} olive oil
olijftakje {het} olive branch
olijven {mv} olives
om de week every other week
om eerlijk te zijn to be honest
om half negen at half past eight
om het halfuur half-hourly
om veiligheidsredenen for reasons of safety
om zo in order to
oma {de} grandmother
omarmen to embrace
omarming {de} hug
omdat because
omdoen to put on
omdraaien to turn around
omdraaien to turn round [esp. Br.]
omgekeerd reversed
omgekeerd reverse [reversed]
omgekeerd vice versa
omheinen to fence
omhelzen to embrace
omissie {de} omission
omkeer {de} reversal
omkeren to reverse
omkeren to turn upside down
omkering {de} reversal
omkopen to bribe
omkoping {de} bribery
omlaag down
omlaaggaan to go down
omleiding {de} detour
omlijsting {de} framing
ommekeer {de} turnaround
ommekeer {de} reversal [turnaround]
omnivoor {de} omnivore
omrekenen to convert
omroeper {de} announcer
omruilen to swap
omschrijven to describe
omslaan to turn over
omstandigheden {mv} circumstances
omstandigheid {de} circumstance
omtrent concerning
omvang {de} extent
onaangenaam unpleasant
onaanvaardbaar unacceptable
onafhankelijk independent
onafhankelijk independently
onbeantwoord unanswered
onbedoeld unintentional
onbedoeld unintentionally
onbeduidend insignificant
onbegrip {het} incomprehension
onbehandeld untreated
onbeholpenheid {de} awkwardness
onbeholpenheid {de} clumsiness
onbekend unknown
onbekend anonymous
onbekwaam incapable
onbeleefd rude
onbeleefd impolite
onbeleefd impolitely
onbeleefd rudely
onbepaald lidwoord {het} indefinite article
onbeperkt unlimited
onbereikbaar unachievable
onbereikbaar unattainable [unachievable]
onberispelijk irreprovable
onberispelijk irreprovably
onbeschaafd unrefined
onbeschaamd cheeky
onbeschaamdheid {de} cheek [impertinence]
onbeschadigd undamaged
onbeschrijfelijk unspeakable
onbeschrijfelijk unspeakably
onbetaald unpaid
onbevoegd incapable
onbeweeglijk immobile
onbeweeglijk motionless [immobile]
onbeweeglijk stationary [immobile]
onbewoonbaar uninhabitable
onbreekbaar unbreakable
onbuigzaam rigid
ondankbaar ungrateful
ondankbaar ungratefully
ondanks despite
ondanks in spite of
onder below
onder under
onder andere <o.a.> among other things
onderaan at the bottom
onderaards subterranean
onderaards underground
onderbreking {de} interruption
onderbroek {de} underpants
onderdak {het} lodging
onderdak {het} shelter
onderdeel {het} part
onderdelen {mv} parts
onderdrukken to suppress
onderdrukking {de} oppression
onderduiken to go into hiding
ondergaan to bear
ondergoed {het} underwear
ondergronds underground
onderhandelaar {de} negotiator
onderhandelen to negotiate
onderhandelend negotiating
onderhoud {het} maintenance
onderjurk {de} petticoat
onderjurk {de} slip
onderjurk {de} underslip
onderliggend underlying
onderlip {de} lower lip
ondermijnen to undermine
onderneming {de} business
onderneming {de} undertaking
ondernemings- corporate
onderschatten to underestimate
onderscheid {het} distinction
onderscheiden different
onderscheiden to differentiate
onderscheiden to distinguish
onderscheppen to intercept
onderstelling {de} assumption
onderstelling {de} supposition
ondersteuning {de} support
ondertussen in the meantime
ondertussen meanwhile
onderverdeeld subdivided
onderverdelen to subdivide
ondervinden to experience
ondervragen to question
ondervrager {de} interrogator
onderwater- underwater
onderwerp {het} issue
onderwerp {het} subject [topic]
onderwerp {het} topic
onderwijs {het} education
onderwijs {het} lesson
onderwijzen to instruct
onderwijzen to teach
onderwijzer {de} teacher
onderzeeboot {de} submarine
onderzeeër {de} submarine
onderzoek {het} inquiry
onderzoek {het} checkup
onderzoek {het} enquiry [esp. Br.]
onderzoek {het} examination
onderzoek {het} research
onderzoeken to investigate
onderzoeking {de} probe [Am.] [fig.]
ondeugend naughty
ondeugendheid {de} naughtiness
ondraaglijk unbearable
ondubbelzinnig clear-cut
ondubbelzinnig unambiguous
onduidelijk unclear
oneerlijk dishonest
oneerlijk crooked [coll.: dishonest]
oneerlijk unfair
oneindigheid {de} infinity
onenigheid {de} disagreement
onenigheid {de} discord
onenigheid {de} dispute
oneven odd [number]
ongecontroleerd uncontrolled
ongedierte {het} vermin
ongeduldig impatient
ongeduldig eager
ongehoorzaam disobedient
ongeldig invalid
ongelijk unequal
ongelijkheid {de} inequality
ongelofelijk incredible
ongelofelijk incredibly
ongelofelijk unbelievable
ongelofelijk unbelievably
ongelooflijk incredible
ongelooflijk incredibly
ongelooflijk unbelievable
ongelooflijk unbelievably
ongeluk {het} accident
ongeluk {het} misfortune
ongelukkig unfortunate
ongelukkig unfortunately
ongelukkig unhappily
ongelukkig unhappy
ongemakkelijk inconvenient
ongemakkelijk uncomfortable
ongemanierd ill-mannered
ongerust worried
ongesteld zijn to have one's period
ongetemd untamed
ongetrouwd single [not married]
ongeval {het} accident
ongeveer about [approximately]
ongeveer approximately <approx.>
ongeveer roughly [approximately]
ongevoelig insensitive
ongevoelig unfeeling
ongewenst undesired
ongewenst unwanted
ongewoon uncommon
ongewoon unusual
ongunstig unfavorable [Am.]
onhoorbaar inaudible
onjuist incorrect
onjuist wrong
onkruid {het} weed
onkruid {het} weeds {pl}
onlangs recently
onlangs the other day
onmiddellijk at once
onmiddellijk immediate
onmiddellijk immediately
onmiddellijk straight away
onmiddellijk straightaway
onmisbaar indispensable
onmogelijk impossible
onmogelijk impossibly
onnatuurlijk unnatural
onnodig unnecessary
onnozel empty-headed
onofficieel unofficial
onofficieel unofficially
onomkeerbaar irreversible
ononderbroken without a break
onontbeerlijk indispensable
onontkoombaar unavoidably
onopgelost unsolved
onophoudelijk incessant
onophoudelijk incessantly
onopzettelijk inadvertently
onoverkomelijk insurmountable
onoverwinnelijk invincible
onpartijdig even-handed
onplezierig unpleasant
onpraktisch impractical
onrecht {het} injustice
onredelijk unreasonable
onregelmatig irregular
onregelmatig erratic
onregelmatige werkwoorden {mv} irregular verbs
ons us
ons {het} ounce
onsamenhangend incoherent
onschuld {de} innocence
onschuldig innocent
onsterfelijk immortal
onszelf ourselves
ontbijt {het} breakfast
ontbijtbuffet {het} breakfast buffet
ontbinden to dissolve
ontbloot bare
ontbloot naked
ontbloot [bovenlijf] bare-chested
ontbrandbaar flammable
ontbrandbaar inflammable
ontbreken to be absent
ontbreken to be missing
ontcijferen to decipher
ontcijferen to figure out [decipher]
ontdekken to discover
ontdekker {de} discoverer
ontdekking {de} discovery
ontelbaar countless
onterecht unfair
ontginning {de} quarrying
ontgoocheld disappointed
ontgoocheling {de} disappointment
onthullen to divulge
ontkennen to deny
ontkurken to uncork
ontkurken {het} uncorking
ontlasting {de} excrement
ontlopen to escape
ontluizen to delouse
ontmantelen to dismantle
ontmaskeren to expose [unmask]
ontmaskeren to reveal [unmask]
ontmaskeren to unmask
ontmoeten to meet
ontmoeting {de} meeting
ontmoetingsplaats {de} meeting place
ontpitten to stone [to pit]
ontploffen to explode
ontploffen to blow up
ontploffing {de} explosion
ontrafelen to unravel
ontrafelen to untie [unravel]
ontrafeling {de} unraveling
ontroerend touching
ontrollen to unroll
ontrouw zijn to be unfaithful
ontslaan to fire [to dismiss]
ontsnappen to escape
ontsnapping {de} escape
ontsnappingsplan {het} escape plan
ontspannen to relax
ontspanning {de} recreation
ontspanning {de} relaxation
ontstaan {het} origin
ontsteld horrified
ontstoken sore [inflammatory]
ontvangen to receive
ontvanger {de} recipient
ontvanger {de} receiver
ontvangst {de} receipt
ontvlammen to fire [to catch fire]
ontvoering {de} abduction
ontvouwen to unfold
ontwassen to remove vegetation
ontwerp {het} design
ontwerpen to design
ontwerper {de} designer
ontwerpster {de} designer [female]
ontwijken to avoid
ontwikkelaar {de} developer
ontwikkeling {de} development
ontzettend appalling
ontzettend appallingly
ontzien to spare
ontzilten to desalinate
ontzwavelen to desulfurize [Am.]
ontzwavelen to desulphurise [Br.]
onuitgebalanceerd biased
onuitstaanbaar intolerable
onveilig unsafe
onverdedigd unprotected
onverenigbaar incompatible
onvergelijkbaar incomparable
onvergetelijk unforgettable
onverklaard unexplained
onverkleinbaar irreducible
onverkleinbaar irreducibly
onverkoopbaar unsaleable
onverschillig indifferent
onverschillig indifferently
onverwacht unexpected
onvoldoend inadequate
onvoldoend insufficient
onvoldoende inadequate
onvoldoende insufficient
onvoorzichtig careless
onvoorzien unforeseen
onvoorzienbaar unforeseeable
onvriendelijk unfriendly
onwaarschijnlijk unlikely
onwaarschijnlijk improbable
onweer {het} thunderstorm
onwel unwell
onwetendheid {de} ignorance
onwillekeurig involuntary
onze our
onze ours
onzes inziens <o.i.> in our view
onzichtbaar voor het blote oog invisible to the naked eye
onzin {de} nonsense
oog {het} eye
oogdruppels {mv} eye drops
ooggetuige {de} eyewitness
ooglid {het} eyelid
oogpunt {het} point of view
oogschaduw {de} eyeshadow
oogst {de} harvest
oogsten to reap
oogverblindend dazzling
ooievaar {de} stork
ooit ever
ook also
ook too [also]
ook niet neither
oom {de} uncle
oor {het} ear
oorbel {de} earring
oorbellen {mv} earrings
oordelen to judge
oorknopje {het} ear stud
oorknopje {het} stud earring
oorlog {de} war
oorlogsschip {het} warship
oorlogsverklaring {de} declaration of war
oorlogszuchtig belligerent
oorlogszuchtig militant [belligerent]
oorlogszuchtigheid {de} belligerence
oorring {de} earring
oorsmeer {het} {de} earwax
oorsprong {de} origin
oorspronkelijk indigenous
oorspronkelijk original
oorspronkelijk originally
oorzaak {de} cause
oorzakelijk causal
oostelijk eastern
oostelijkste easternmost
oosten {het} east
Oostende Ostend
Oostenrijk Austria
Oostenrijks Austrian
oostwaarts eastwards
Oostzee {de} Baltic Sea
op on
op up
op aanvraag on request
op apegapen liggen [fig.] [omg.] to be at one's last gasp [coll.]
op de / het on the
op de achtergrond in the background
op de planken staan to tread the boards
op de vingers getikt worden to be rapped on the knuckles
op de vingers getikt worden to be rapped over the knuckles
op het spel at stake
op kantoor at the office
op prijs stellen to appreciate
op school at school
op slot doen to lock
op tijd zijn to be on time
op vakantie gaan to go on holiday
op voorraad in stock
op zich nemen [verantwoordelijkheid] to take on [accept, assume responsibility etc.]
opa {de} grandfather
opa {de} grandpa [coll.]
opbellen to call [to contact by telephone]
opbergen to put away
opblazen to inflate
opbouwen to build
opbrengen to yield
opbrengst {de} revenue
opdelven to dig up
opdelven to excavate
opdoemen to appear
opdoemen to loom up
opdringen to foist
opdringen to palm off
opdringerig obtrusive
opdweilen to mop up
opeens all of a sudden
opeens suddenly
open open
open haard {de} open fireplace
open vlam {de} naked flame
openbaar public
openbaar vervoer {het} public transport
openbaar vervoer {het} public transportation
openen to open
opening {de} opening
operatie {de} operation
opgave {de} [taak] task
opgekropt pent-up
opgelucht relieved
opgetogen delighted
opgeven to give up
opgewekt cheerful
opgewekt cheerfully
opgewonden excited
opgezwollen swollen
opgroeien to grow up
opheffen to discontinue
ophouden to cease
opinie {de} opinion
opjagen to chase
opkalefateren to doctor up
opkalefateren to patch up
opknapbeurt {de} overhaul
oplaadbaar rechargeable
opleiden to educate
opletten to pay attention
oplossen to dissolve
oplossen to solve
oplossing {de} [voor] solution [to]
opluchten to relieve
opmerkelijk remarkable
opmerkelijk remarkably
opnieuw again
opnieuw anew
opnieuw ontdekken to rediscover
opofferen to sacrifice
oponthoud {het} delay
oppassen to babysit
oppervlakkig shallow
oppervlakkig shallowly
oppervlakkig superficial
oppervlakkig superficially
oppervlakte {de} area
oppervlakte {de} surface
oprichten to establish
oprijzen to arise
oprijzen to rise up
oprollen to roll up
opruimen to tidy up
opscheppen [eten op borden scheppen] to dish up
opscheppen [iets van de grond opnemen] to shovel up
opscheppen [met lepel, handen, ...] to scoop up
opscheppen [pochen] to boast
opscheppen [pochen] to brag
opscheppen [pochen] to show off
opschepperig boastful
opslagplaats {de} depot
opstandeling {de} insurgent
opstandeling {de} rebel
opstandig rebellious
opstanding {de} resurrection
opstapelen to heap [pile up]
opstapelen to pile up [heap]
opstellen to draw up
opstijgen {het} take-off
optakelen [hijsen] to hoist up
optakelen [paard optuigen] to harness [horse, yoke]
optekenen to register
optellen to add
opteren to opt
opticien {de} optician
optie {de} option
opties {mv} options
optimisme {het} optimism
optimist {de} optimist
optreden to act [perform]
optreden to appear
optreden to perform [act]
optreden {het} behavior [Am.]
optreden {het} behaviour [Br.]
optreden {het} conduct [behavior]
optreden {het} manner [behavior]
optreden {het} performance
optrekken to raise
optutten to prink
opvallen to attract attention
opvallend conspicuously
opvangreservoir {het} collecting tank
opvatten to interpret
opvatting {de} conception
opvatting {de} notion
opvatting {de} opinion
opvatting {de} view
opvoeden to bring up [children]
opvoeden to educate
opvolgen to succeed [as a successor]
opvolger {de} heir
opvolger {de} successor
opvolgster {de} successor [female]
opwaarts upward
opwaarts upwards
opwarming {de} van de aarde global warming
opwekkend exciting
opwelling {de} fit
opwinden to excite
opwindend exciting
opwinding {de} agitation
opzadelen to saddle up
opzettelijk on purpose
opzetten to set up
opzichtig blatant
opzichtig showy
opzij aside
opzoeken to look up
oranje orange
orde {de} van grootte magnitude
ordegrootte {de} [vooral NN] magnitude
ordentelijk decent
ordentelijk decently
order {de} order
order {de} {het} order
oren {mv} ears
organiseren to organise [Br.]
organiseren to organize
organisme {het} organism [living thing]
orgasme {het} orgasm
orgie {de} orgy
oriëntaal oriental
originaliteit {de} originality
origineel original
origineel originally
orkaan {de} hurricane
orkest {het} orchestra
otter {de} otter
oud old
Oude Testament {het} Old Testament
oudejaar {het} New Year's Eve
oudejaarsavond {de} New Year's Eve
ouden {mv} van dagen the elderly
ouder older
ouder elder
ouder {de} parent
ouderavond {de} parents' evening
ouderdom {de} old age
ouderlijk parental
ouders {mv} parents
ouderwets old-fashioned
oudheid {de} antiquity
oudjaar {het} New Year's Eve
oudst oldest
outlaw {de} outlaw
ovaal oval
ovaal {het} oval
oven {de} furnace
oven {de} oven
over about
over over
over het algemeen generally
over iets nadenken to consider
overal anywhere
overal everywhere
overal throughout
overbelasten to overburden
overbelasten to overload
overblijven to remain [to be left over]
overbodig redundant
overbodig superfluous
overbrengen to transfer
overdag during the day
overdag in the daytime
overdoen to redo
overdosis {de} overdose
overdraagbaar transmissible
overdraagbaar transmittable
overdreven exaggerated
overdrijven to exaggerate
overdrijving {de} exaggeration
overduidelijk obvious
overduidelijk obviously
overeengekomen agreed
overeenkomen to agree
overeenkomst {de} agreement
overeenstemming {de} accordance
overeten to overeat
overeten {het} overeating
overgebracht transferred
overgeven to vomit
overgrootmoeder {de} great-grandmother
overgrootvader {de} great-grandfather
overhebben to have left
overheersen to predominate
overheersing {f} domination
overheidsinstelling {de} bureau [department in government]
overhemd {het} shirt
overhouden to have left
overig left
overig remaining
overigens by the way <BTW>
overjas {de} overcoat
overkomen to befall
overkomen to happen to [to befall]
overlaatst [BN] recently
overleden deceased
overleefd survived
overleven to outlive
overleven to survive
overlijdensakte {de} death certificate
overmaken to transfer
overplaatsen to transfer
overschatten to overestimate
overschatten to overrate
overschatting {de} overestimation
overschatting {de} overrating
overschatting {de} overvaluation
overschilderen to repaint
overstromen to flood
overstromen to inundate
overstuur upset
overtollig surplus
overtreden to transgress
overtreffen to exceed
overtuigen to convince
overtuigen to persuade
overtuiging {de} conviction
overtuiging {de} opinion
overval {de} robbery
oververhitten to overheat
oververhitting {de} overheating
overweg {de} grade crossing [Am.]
overweg {de} level crossing [Br.]
overwegen to consider
overwegend mainly
overweging {de} consideration [deliberation, thought]
overweldigend overwhelming
overwicht {het} [grotere invloed] ascendancy
overwicht {het} [wat meer weegt dan vastgesteld is] overweight [surplus weight]
overwinnen to overcome
overwinning {de} triumph
overwinning {de} victory
overwinteren to hibernate
overzee overseas
overzees overseas
oxaalzuur {het} oxalic acid
pa {de} dad
paal {de} post
paaldans {de} pole dance
paaldansen {het} pole dancing
paaldanseres {de} pole dancer
paar {het} couple
paar {het} pair
paard {het} horse
paard {het} knight [chess]
Paard {het} van Troje Trojan Horse
paardenbloem {de} dandelion
paardenkracht {de} <pk> horsepower <hp>
paardenliefhebber {de} horse lover
paardenmarkt {de} horse market
paardenrace {de} horse race
paardenraces {mv} horse races
paardenraces {mv} the races [horses]
paardenrenbaan {de} racecourse
paardensport {de} equestrianism
paardensport {de} equestrian sports
paardenstaart {de} ponytail
paardentram {de} horse-drawn streetcar [Am.]
paardentram {de} horse-drawn tram [esp. Br.]
paard-en-wagen {de} horse-drawn carriage
paardrijden to ride on horseback
paars purple
paarsachtig purplish
paasfeest {het} Easter
pad {de} toad
pad {het} path
paddestoel {de} mushroom
pagina {de} page <p.>
pak {het} suit
pakhuis {het} storehouse [warehouse]
pakhuis {het} warehouse
pakken to take
paleis {het} palace
Palestijns Palestinian
paling {de} eel
palm {de} palm
palm {de} palm tree
palmboom {de} palm
palmboom {de} palm tree
Panama {het} Panama
pandjesbaas {de} pawnbroker
pandjeshuis {het} pawnshop
paneel {het} pane
pannenkoek {de} pancake
pantalon {de} trousers
panter {de} panther
papa {de} dad [coll.]
papegaai {de} parrot
papegaaiduiker {de} puffin [Fratercula arctica]
papier {het} paper
papierophoping {de} paper jam
paprika {de} paprika
parachute {de} parachute
paradijs {het} paradise
paraffineolie {de} liquid paraffin
paraffineolie {de} paraffin oil [esp. Br.]
Paraguay {het} Paraguay
Paraguayaans Paraguayan
Paraguees Paraguayan
paraplu {de} umbrella
parasiet {de} parasite
parasitair parasitic
parasitair parasitical
parasitologie {de} parasitology
Pardon? Pardon?
parfum {het} {de} perfume
Parijs {het} Paris
Parisienne {de} Parisienne
park {het} park
parkeergelegenheid {de} place to park
parkeerklem {de} Denver boot [Am.]
parkeerklem {de} wheel clamp [Br.]
parkeerplaats {de} car park [Br.]
parkeerplaats {de} parking lot [Am.]
parkeerterrein {het} car park [Br.]
parkeren to park
parkeren {het} parking
parket {het} [vloer] parquet
parkiet {de} parakeet
parlement {het} parliament
parlementslid {het} member of parliament
partij {de} party
partij kiezen tegen iem. to side against sb.
partij kiezen voor iem. to side with sb.
pas just
pas [volgende week] not until [next week]
pas {de} pace
pas {de} step
Pas op! Be careful!
Pasen {de} Easter
pasgeboren newborn
pasgeboren newly born
Pasjtoe {het} Pashto language
paspoort {het} passport
pass {de} pass
passagier {de} passenger
passen to fit
passen to try on
passend appropriate
passend fit
passend fitting
passend suitable
password {het} password
pasta {de} pasta
pasvorm {de} fit
patat {de} [NN] chips [esp. Br.]
patat {de} [NN] French fries [esp. Am.]
patenteren to patent
pathetisch pathetic
patiënt {de} patient
patiënte {de} patient [female]
patiënten {mv} patients
patriarchaal patriarchal
patriarchaat {het} patriarchy
patricisch patrician
patroon {het} pattern
paus {de} pope
pauze {de} break
pech {het} bad luck
peer {de} pear [Pyrus communis, common pear]
peer {de} [gloeilamp] bulb [light bulb]
peervormig pear-shaped
pees {de} sinew
peillood {het} lead [sounding line]
pellen to peel
pen {de} pen
penalty {de} penalty [penalty kick]
penetreren to penetrate
pensioen {het} pension
peper {de} pepper
per ongeluk by chance
per ongeluk accidentally
perceel {het} premises {pl}
peren {mv} pears
perenboom {de} pear tree
perfect perfect
perfide perfidious
permanent permanent
permanent permanently
permanent {de} perm
permissie {de} allowance
permissie {de} permission
permitteren to afford
permitteren to permit
perplex perplexed
perron {het} platform
pers {de} press
personeel {het} personnel
personeel {het} staff
persoon {de} person
persoonlijk personal
persoonlijk personally
persoonlijkheid {de} personality
Peru {het} Peru
Peruaans Peruvian
Peruviaans Peruvian
Pesach {het} Passover
pessimist {de} pessimist
pestkop {de} bully
pet {de} cap
petitie {de} petition
peuter {de} toddler
piano {de} piano
pianospelen to play the piano
piekeren to brood
piekeren to ponder
piekeren to worry
piekfijn posh
piekfijn poshly
piepklein microscopic
piepklein tiny
pier {de} earthworm
p?l {de} arrow
pijler {de} pillar
pijn {de} ache
pijn {de} pain
pijn doen to ache
pijn doen to hurt
pijnlijk painful
pijnstiller {de} painkiller
pijp {de} pipe
pijpen [vulg.] to fellate
pijpen [vulg.] to give head [vulg.]
pijpleiding {de} pipeline
pijplijn {de} pipeline
pilaar {de} pillar
piloot {de} pilot
pinda {de} peanut
pindakaas {de} peanut butter
pinda's {mv} peanuts
pingpong {het} ping-pong
pingpong {het} table tennis
pinguïn {de} penguin
pion {de} pawn [chess]
pionier {de} pioneer
piraterij {de} piracy
pisbak {de} [omg.] urinal
pistool {het} pistol [handgun]
pittig hot
pittoresk picturesque
pizza {de} pizza
pizzeria {de} pizzeria
plaag {de} plague
plaag {de} curse
plaat {de} picture
plaat {de} plate
plaat {de} sheet
plaats {de} place
plaats hebben to take place
plaatselijke tijd {de} local time
plaatsgevonden taken place
plaatsvervangend substitute
plaatsvervanging {de} substitution
plaatsvinden to take place
plafon {het} ceiling
plafond {het} ceiling
plagen to tease
plakband {het} adhesive tape
plakken to paste
plan {het} plan
planeet {de} planet
plannen to plan
planning {de} schedule
plant {de} plant
planten to plant
plantkunde {de} botany
plasma {het} plasma
plasmafysica {de} plasma physics
plassen [omg.] to pee [coll.]
plat flat
plat [BN] still [drink]
plat [onbeschaafd] plebby [coll.]
platenlabel {het} record label
plattegrond {de} map
platteland {het} countryside
plattelandsmeisje {het} country girl
plechtig solemn
plegen [begaan] to perpetrate
plegen [begaan] to commit [perpetrate]
plegen te [gewoon zijn] to be accustomed to
plein {het} square [plaza]
plek {de} [plaats] place
plezant [BN] pleasant
plezier {het} pleasure
plezierig pleasant
plezierig fun [pleasant]
plicht {de} duty
plicht {de} obligation
ploeg {de} plough [Br.]
ploeg {de} plow [Am.]
ploegen to plough [Br.]
ploegen to plow [Am.]
plooi {de} pleat
plots sudden
plotseling abrupt
plotseling suddenly
plotten to plot
pluizen to give off fluff
po {de} chamber pot
poeder {het} powder
poedersuiker {de} icing sugar [esp. Br.]
poedersuiker {de} confectioners' sugar [Am.]
poedersuiker {de} powdered sugar
poema {de} cougar
poema {de} puma
poepchic [omg.] [vooral BN] swagger [Br.] [coll.]
poes {de} pussycat [coll.]
poes {de} pussy cat [coll.]
poeslief suave
poëzie {de} poetry
poging {de} attempt
pokeren to play poker
pokken {mv} smallpox
Polen {het} Poland
polijsten to polish
politie {de} police
politieagent {de} policeman
politieagent {de} police officer
politieagente {de} police officer [female]
politieagente {de} policewoman
politieauto {de} patrol car
politieauto {de} police car
politiebureau {het} police station
politiek political
politiek {de} politics {pl} [with singular or plural verb]
politiestation {het} [SN] police station
polka {de} polka
polo {de} polo shirt
polo {het} polo
polohemd {het} polo shirt
pols {de} wrist
polystyreen {het} polystyrene
pomelo's {mv} pomelos
pomp {de} pump
pompelmoes {de} pomelo
pompen to pump
pompoen {de} pumpkin
pond {het} pound
pont {de} ferry
poolen to play pool
Pools Polish
Pools {het} Polish
poort {de} gate
poos {de} while
poot {de} paw
pop {de} doll
popcorn {de} {het} popcorn
popmuziek {de} pop music
poppenhuis {het} doll's house
poppenhuis {het} dollhouse [Am.]
populair popular
populairder more popular
populairst most popular
poreus porous
porselein {het} china
porselein {het} porcelain
porseleinaarde {de} china clay
porseleinaarde {de} kaolin
portefeuille {de} purse [Br.]
portemonnee {de} purse [Br.]
portemonnee {de} wallet
portie {de} portion
portie {de} share
portret {het} portrait
Portugal Portugal <.pt>
Portugees Portuguese
Portugees {het} Portuguese
pose {de} pose
poseren to pose
post meridiem <p.m.> post meridiem <p.m., pm, P.M., PM>
postbode {de} postman
postkaarten {mv} postcards
postkantoor {het} post office <PO>
postzegel {de} stamp
pot {de} [omg.] dike
potlood {het} pencil
potsierlijk ridiculous
Praag {het} Prague
pracht {de} beautifulness
pracht {de} splendor [Am.]
prachtig gorgeous
prachtig gorgeously
prachtig splendid
prachtig splendidly
praktijk {de} practice
praktisch practical
praten to chat
praten to speak
precies precise
precies accurately [precisely]
precies accurate [precise]
precies correct
precies exactly [precisely]
precies exact [precise]
precies just
precies precisely
precies right [correct, just]
precisie {de} precision
predator {de} predator
prediker {de} preacher
preekstoel {de} pulpit
prefereren to prefer
prefereren to favour [Br.]
preken to deliver a sermon
preken to preach
première {de} premiere
prent {de} picture
prentbriefkaarten {mv} postcards
prestaties {mv} accomplishments
presteren to achieve
pret {de} fun
pretenderen to pretend
pretentieus demanding
prettig pleasant
prettig nice
preuts prudish
prijs {de} fare
prijs {de} price
prijs {de} prize
prijsbereik {het} price range
prijsgeven to abandon
prijsgeven to give up
prijskaartje {het} price tag
prijsklasse {de} price bracket
prijsklasse {de} price range
prijsverhoging {de} price increase
prijzen to praise
prijzen [van prijs voorzien] to mark [price]
prijzen [van prijs voorzien] to fix a price
prikkelbaar excitable
prikkelbaar irritable
prikkelen to bother [irritate]
prikkelen to burn [sting]
prikkelen to irritate
prikkelen to prick
prikkelen to prickle
prikkelen to sting
prikkelend irritating
prikken to sting
prikken to prick
prima excellent
prima great
primair primary
principe {het} principle
prins {de} prince
prinsdom {het} principality
prinses {de} princess
privé private
proberen to attempt
proberen to try
probleem {het} problem
problemen {mv} problems
procedure {de} procedure
procent percent [Am.]
procent per cent [Br.]
procentteken {het} percentage sign
procentteken {het} percent sign [Am.]
proces {het} process
proclamatie {de} proclamation
proclameren to proclaim
produceren to produce
productie {de} production
proeven to taste
programmeertaal {de} programming language
promenade {de} walkway
promoten to promote
promotie {de} promotion
promoveren to promote
prompt prompt
prompt promptly
pronken to show off
prooi {de} prey
propaan {het} propane
proper [vooral BN] clean
prospectus {de} {het} prospectus
protest {het} protest
provinciaal provincial
provinciaal small town
provinciaal {de} hillbilly [Am.] [coll.]
provinciaal {de} provincial
provincie {de} province
provisiekast {de} pantry
provoceren to provoke
pruik {de} wig
pruim {de} plum
prullenmand {de} dustbin [Br.]
psychologie {de} psychology
pub {de} pub
publiek public
publiek {het} public
pudding {de} pudding
puin {het} debris
pullover {de} jumper [Br.]
pulserend pulsating
pumps {mv} pumps
punt {het} {de} full stop [esp. Br.]
punt {het} {de} period [esp. Am.]
puntenslijper {de} pencil sharpener
puntkomma {de} {het} semicolon
purper purple
puzzel {de} puzzle
puzzelen to puzzle
pygmee {de} pygmy
pyjama {de} pajamas [Am.]
pyjama {de} pyjamas [esp. Br.]
Qatar {het} Qatar
queeste {de} quest
raad {de} advice
raad {de} council
raad {de} van bestuur board of directors
raad {de} van commissarissen supervisory board
raadgeving {de} advice
raadhuis {het} town hall
raadsel {het} puzzle
raadsel {het} riddle
raadsman {de} lawyer
raam {het} window
raar odd
raar strange
rabarber {de} rhubarb
race {de} race
racekak {de} [vulg.] diarrhea [Am.]
racen to race
racepaard {het} racehorse
races {mv} races
radiator {de} heater
radijs {de} radish
radio {de} radio
radiostation {het} radio station
rafelen to fray
raffinage {de} refining
raken to hit
raken to touch
raket {de} rocket
raketten {mv} rockets
ramen to assess
rammelen to rattle
rancune {de} grudge
rand {de} rim
randgebied {het} periphery
randzee {de} marginal sea
rangeren to shunt [Br.]
rangschikken to classify
rangschikken to order [sort]
rangschikken to sort
rantsoen {het} ration
rapport {het} report
rapporteren to report
ras {het} race [ethnic group]
raspen to grate
rat {de} rat
ratelen to burble
ratificatie {de} ratification
ratificeren to ratify
ravijn {het} ravine
ravioli {de} ravioli
razen to rush
razzia {de} razzia
reactie {de} reaction
reageerbuis {de} test tube
reageerbuisbaby {de} test-tube baby
reageren to react
rebel {de} rebel
recensie {de} review [of a book, film etc.]
recent recent
recent recently
recentelijk recently
recht straight
recht {het} right
rechtdoor straight on
rechter {de} judge
rechterarm {de} right arm
rechterhand {de} right hand
rechthoek {de} rectangle
rechthoekig rectangular
rechtop upright
rechts afslaan to turn right
rechtstreeks direct
rechtstreeks directly
rechtvaardig fair [just]
rechtvaardig just [fair]
rechtvaardigen to justify
rechtvaardiging {de} justification
recipiënt {de} recipient
reclame {de} advertising
reclameren to complain
record {het} record
recordaantal {het} record number
rectificatie {de} rectification
rectificeren to correct [rectify]
rectificeren to rectify
recyclen [NN] to recycle
recycleren [BN] to recycle
redden to rescue
redden to salvage
redden to save
reddingsboot {de} lifeboat
reddingsvest {het} life jacket
redelijk quite
redelijk reasonable
reden {de} reason
redeneren to argue
reductie {de} reduction
reeds already
reeks {de} sequence
reeks {de} series
reep {de} bar [chocolate etc.]
refereren to refer
reflex {de} reflex
reformhuis {het} health food shop
reformwinkel {de} health food shop
regel {de} line
regel {de} rule
regelen to arrange
regelmatig frequent
regelmatig frequently
regelmatig regular
regelmatig regularly
regen {de} rain
regenachtig rainy
regenboog {de} rainbow
regenboogvlies {het} iris
regenbui {de} shower [of rain]
regendag {de} rainy day
regendicht rainproof
regendicht raintight
regendruppel {de} raindrop
regenen to rain
regenjas {de} raincoat
regenmeter {de} rain gauge
regenval {de} rainfall
regenwater {het} rainwater
regenworm {de} earthworm
regenwoud {het} rainforest
regenwoud {het} rain forest
regeren to govern
regering {de} government
regulier regular
rehabilitatie {de} rehabilitation
rehabiliteren to rehabilitate
rei {de} [gracht] [BN] canal [in a town]
reiger {de} heron
reiken to extend
reiken to reach
reikwijdte {de} range
reïncarnatie {de} reincarnation
reinigen to clean
reinigingsmelk {de} cleansing lotion
reis {de} journey
reis {de} trip
reisbureau {het} travel agency
reisgids {de} guidebook
reisorganisatie {de} tour operator
reispas {de} [BN] passport
reizen to travel
reiziger {de} traveller
reiziger {de} voyager
rek {het} rack
rekenblad {het} spreadsheet
rekenen to charge
rekening {de} bill
rekenmachine {de} calculator
rel {de} riot
relatie {de} relationship
relativeren to downplay
relaxen to relax
relevantie {de} relevance
religie {de} religion
rellen {mv} riots
rem {de} brake
remmen to brake
remmen {mv} brakes
rennen to run
rennen [zich haasten] to rush
renoveren to renovate
renpaard {het} racehorse
rensport {de} horse racing
rente {de} interest
rentes {mv} interest [no plural]
reparatie {de} repair
repareren to repair
reptiel {het} reptile
republiek {de} republic
reputatie {de} reputation
reserve {de} reserve
reserveonderdeel {het} spare part
resoluut resolute
resonantie {de} resonance
respect {het} respect
respectabel decent
respectabel decently
respectievelijk respectively <resp.>
respectievelijk respective
restaurant {het} restaurant
resultaat {het} result
retourbiljet {het} return ticket
retourvlucht {de} return flight
reuk {de} scent
reuk {de} smell
reukloos odorless [Am.]
reukloos odourless [Br.]
reukzin {de} sense of smell
reus {de} giant
reusachtig enormous
reusachtig enormously
reusachtig huge
reusachtig hugely
reusachtig stupendous
reuze enormously
revanche {de} revenge
reviseren to revise
revolteren to revolt
richting {de} direction
richtlijn {de} guideline
richtlijnen {mv} guidelines
ridder {de} knight
riem {de} belt
riet {het} cane
riet {het} reed
rietsuiker {de} cane sugar
rij {de} line
rij {de} queue
rij {de} row
rijbewijs {het} driver's licence [Br.] [Can.]
rijbewijs {het} driver's license [Am.]
rijbewijs {het} driving licence [Br.]
rijden to drive
rijden to go [by vehicle]
rijden to ride
rijk rich
rijm {het} rhyme
Rijn {de} Rhine
rijst {de} rice
rijtjeshuis {het} row house [Am.]
rijtjeshuis {het} terraced house
rijtjeshuis {het} town house [Am.]
rijtjeshuis {het} townhouse [Am.]
rijtjeshuizen {mv} terraced houses
rijtjeswoning {de} terraced house
rijtjeswoningen {mv} terraced houses
rijtuig {het} carriage [Br.]
rijtuig {het} coach
rijzen to rise
rillen to shiver
rillen to tremble
rimpel {de} wrinkle
rimpelen to wrinkle
ring {de} ring
ringvinger {de} ring finger
riool {het} {de} sewer
risico {het} {de} risk
riskant risky
ritme {het} rhythm
rits {de} zip fastener
rits {de} [grote hoeveelheid] bunch
ritssluiting {de} zipper
rivier {de} river
rivieren {mv} rivers
rob {de} seal [marine mammal]
robben {mv} seals [marine mammals]
roddel {de} gossip
roddelen to gossip
Rode Zee {de} Red Sea
rodekool {de} red cabbage
roeien to row [to use an oar]
roek {de} rook [Corvus frugilegus]
roekeloos reckless
Roemeens {het} Romanian
Roemenië Romania
roereieren {mv} scrambled eggs
roeren to stir
roest {de} {het} rust
roesten to rust
roestig rusty
rok {de} skirt
roken to smoke
roker {de} smoker
rol {de} part
rolhockey {het} roller hockey
rollen to roll
rollend materieel {het} rolling stock
rolluik {het} shutter [roller shutter]
rolstoel {de} wheelchair
roltrap {de} escalator
roman {de} novel
Rome {het} Rome
rommel {de} junk
rommel {de} mess [chaos]
rommel {de} rubbish
rommel {de} trash
rommelen to rumble
rommelen to rummage
ronde {de} round
rondlopen to walk around
rondom around
rondreis {de} round trip
röntgenfoto {de} X-ray (image)
rood red
roodverschuiving {de} redshift
roof {de} robbery
roofdier {het} predator
roofvogel {de} bird of prey
rook {de} smoke
room {de} cream
roomijs {het} ice cream
roomkaas {de} cream cheese
roomser dan de paus more Catholic than the Pope
rooms-katholicisme {het} Roman Catholicism
roos {de} rose
roosteren to broil [esp. Am.]
roosteren to toast
rot decayed
rot lousy [coll.]
rot putrid
rot rotten
rot wretched
rotatie {de} rotation
rotatiesnelheid {de} rotational speed
roterend revolving
rots {de} rock
rotsen {mv} rocks
rouw {de} sorrow
rouw {de} mourning
roze pink
rozemarijn {de} rosemary [Rosmarinus officinalis]
rozen {mv} roses
rozijn {de} raisin
rubber {de} {het} rubber
rubberafdichting {de} rubber gasket
rubberslang {de} rubber tube
rug {de} back
rug {de} van hoge druk ridge of high pressure
rugby {het} rugby
ruggengraat {de} backbone
rugleuning {de} backrest
rugpijn {de} back pain
ruiken to smell
ruil {de} barter
ruilen to trade
ruilen to exchange
ruim large
ruim roomy
ruim spacious
ruimschoots amply
ruimschoots plentifully
ruimte {de} room
ruimte {de} space
ruimteschip {het} spaceship
ruimtevaartuig {het} spacecraft
ruimtevaartuigen {mv} spacecrafts
ruimtevaartuigen {mv} spacecraft {pl}
ruimteziek spacesick
ruin {de} gelding
ruïne {de} ruin
ruit {de} pane
ruitenwisser {de} windscreen wiper [Br.]
ruitenwisser {de} windshield wiper [Am.]
rukken to jerk
rukken to tug
rups {de} caterpillar
ruraal rural
Rus {de} Russian
Rusland {het} Russia <.ru>
Russisch Russian
Russisch {het} Russian
rust {de} peace
rustig quiet
rustig calm
rustig calmly
rustig quietly
ruw raw
ruwe aardolie {de} crude oil
ruwe olie {de} crude oil
ruzie {de} argument
ruzie {de} dispute
ruzie {de} quarrel
ruzie maken to quarrel
's avonds in the evening
's middags at midday
's middags in the afternoon
's morgens in the morning
's nachts at night
's ochtends in the morning
saai boring
sabbat {de} sabbath
sabotage {de} sabotage
saboteur {de} saboteur
sacrament {het} sacrament
sadisme {het} sadism
sadist {de} sadist
sadistisch sadistic
sadistisch sadistically
sadomasochisme {het} sadomasochism
safari {de} safari
safe {de} safe
Sahara {de} Sahara
salade {de} salad
salamander {de} salamander
salami {de} salami
salaris {het} salary
salaris {het} wage
salonfähig socially acceptable
salvo {het} salvo
samen together <tog.>
samenkomen to meet
samenkomst {de} assembly
samenleven to cohabit
samenleven to live together
samenstelling {de} composition
samentrekken to contract
samenvatten to outline
samenwerken to co-operate
samenwerken to cooperate
samenwerking {de} co-operation
samenwerking {de} cooperation
samenzweren to conspire
sandaal {de} sandal
sandwich {de} sandwich
Saoedi-Arabië {het} Saudi Arabia
Saoedi-Arabisch Saudi Arabian
Saoedisch Saudi
sap {de} {het} juice
sarcasme {het} sarcasm
sardine {de} sardine
Sardinië {het} Sardinia
satanisch satanic
satanisch satanically
satelliet {de} satellite
satellietschotel {de} satellite dish
satijn {het} satin
satijnen satin
satire {de} satire
saus {de} sauce
saxofoon {de} saxophone
scala {het} {de} range
scalp {de} scalp
scalpel {het} scalpel
Scandinavië {het} Scandinavia
Scandinaviër {de} Scandinavian
scenarioschrijfster {de} scriptwriter [female]
scenarioschrijver {de} screenwriter
scenarioschrijver {de} scriptwriter
scenarist {de} screenwriter
scenarist {de} scriptwriter
scenariste {de} scriptwriter [female]
scepter {de} scepter [Am.]
scepter {de} sceptre [Br.]
sceptisch sceptical
sceptisch sceptical [Br.]
sceptisch skeptically [Am.]
sceptisch skeptical [Am.]
schaakbord {het} chessboard
schaakstukken {mv} chess pieces
schaal {de} bowl
schaaldier {het} crustacean
schaamhaar {het} pubic hair
schaap {het} sheep
schaapsvacht {de} fleece
schaar {de} scissors
schaats {de} skate
schaatsen to skate
schaatser {de} skater
schade {de} damage
schade {de} harm
schadelijk harmful
schadeloosstelling {de} indemnity
schaduw {de} shade
schaduw {de} shadow
schaduwrijk shadowy
schaduwrijk shady
schakelaar {de} switch
schaken {het} chess
schandaal {het} scandal
schandalig disgraceful
schandalig disgracefully
schandalig outrageous
schandalig outrageously
schandalig scandalous
schandalig scandalously
schandalig shameful
schandalig shamefully
schande {de} disgrace
schapen {mv} sheep {pl}
scharnier {het} hinge
schat {de} treasure
schateren to roar with laughter
schaterlachen to guffaw
schatten to assess
schatten to estimate
schattig lovely
schattig sweet
schatting {de} estimate
scheef crooked [not level or straight]
scheen {de} shin
scheepsweerbericht {het} shipping forecast
scheepswerf {de} shipyard
scheepvaart {de} navigation
scheepvaart {de} shipping industry
scheepvaartmaatschappij {de} shipping company
scheerapparaat {het} razor
scheerkwast {de} shaving brush
scheerzeep {de} shaving cream
scheiden to divide
scheiden to divorce
scheiden to separate
scheiding {de} divorce
scheidsrechter {de} referee
scheikunde {de} chemistry
scheikundig chemical
schel shrill
schelden to curse
schelden to swear
scheldwoord {het} swear word
schelen to matter
schelp {de} shell
schemerdonker {het} twilight
schemering {de} twilight
schemerlicht {het} twilight
schep {de} scoop
schepen {mv} ships
scheppen [creëren] to create
scheppen [met een schep] to scoop
scheren [afsnijden] to shave
scherp keen
scherp sharp
scherpe prijzen {mv} competitive prices
scherper {de} [BN] pencil sharpener
scherpzinnig sharp-witted
scheur {de} crack
schiereiland {het} peninsula
Schiet op! Hurry up!
schieten to kick
schieten to shoot
schieten [vuurwapen] to fire
schijf {de} slice
schijfremmen {mv} disc brakes
schijnbaar apparently
schijnheilig hypocritical
schijnwerper {de} searchlight
schikken to arrange
schilder {de} painter
schilderen to paint
schilderes {de} painter [female]
schilderes {de} paintress
schilderij {de} {het} painting
schildpad {de} [landschildpad] tortoise
schildpad {de} [waterschildpad] turtle
schillen to peel
schip {het} ship
schip {het} [in een kerkgebouw] nave
schitteren to glitter
schoeisel {het} footwear
schoen {de} shoe
schoenen {mv} shoes
schoenveter {de} shoelace
schoenwinkel {de} shoe shop
schoft {de} bastard [coll.]
scholen to educate
scholen {mv} schools
scholier {de} pupil
schommelpaard {het} rocking horse [children's toy]
schoner cleaner
school {de} school
schoolhoofd {het} principal [head of a school]
schooljaar {het} school year
schoolkind {het} schoolchild
schoolkinderen {mv} schoolchildren
schoolvakanties {mv} school holidays
schoon clean
schoon [BN] beautiful
schoon [BN] beautifully
schoondochter {de} daughter-in-law
schoonheid {de} beautifulness
schoonheid {de} beauty
schoonmaakbeurt {de} sweep
schoonmaken to clean
schoonmoeder {de} mother-in-law
schoonzoon {de} son-in-law
schoonzus {de} sister-in-law
schoonzuster {de} [BN] sister-in-law
schoorsteen {de} chimney
schoot {de} lap [of a sitting person]
schop {de} shovel
schop {de} spade
schop {de} [met de voet] kick
schoppen to kick
schor hoarse
schorsen to suspend
schorsen [vergadering enz.] to adjourn
schort {de} {het} apron
Schot {de} Scot
Schot {de} Scotchman [dated]
Schot {de} Scotsman
schot {het} shot
schotel {de} dish
schotelantenne {de} satellite dish
Schotland Scotland
Schotse {de} Scotchwoman [dated]
Schotse {de} Scotswoman
Schotse {de} Scot [female]
schouder {de} shoulder
schouwburg {de} playhouse
schouwburg {de} theatre [esp. Br.]
schouwspel {het} spectacle
schouwspel {het} sight
schreeuw {de} scream
schreeuwen to scream
schreeuwen to shout
schreeuwen to yell
schrift {het} exercise book
schrift {het} notebook
schriftelijk written
schrijden to stride
schrijffout {de} clerical error
schrijfmachine {de} typewriter
schrijfster {de} author [female]
schrijfster {de} writer [female]
schrijftafel {de} writing desk
schrijven to write
schrijver {de} author
schrijver {de} writer
schrik {de} fright
schrik {de} scare
schrikkeldag {de} leap day
schrikkeljaar {het} leap year
schrikken [opschrikken] to scare
schrikwekkend terrible
schrobben to scrub
schrobborstel {de} scrubbing brush
schroef {de} screw
schroefsleutel {de} adjustable spanner [esp. Br.]
schroeven to screw
schroeven {mv} screws
schudden to shake
schudden to shuffle
schuilen to take shelter
schuimen to foam
schuiven to push
schuld {de} blame
schuld {de} fault
schulden {mv} debts
schuldig guilty
schuldvraag {de} question of guilt
schuur {de} shed
schuurborstel {de} scrubbing brush
scoren to score
seconde {de} second
seconden {mv} seconds
secondes {mv} seconds
secretaresse {de} secretary
seinhuis {het} signal box
seizoen {het} season
seizoenkaart {de} season ticket
seksueel sexual
seksueel overdraagbare aandoening {de} <SOA> sexually transmitted disease <STD>
selecteren to select
september {de} September <Sep., Sept.>
serieus serious
Serieus? Are you kidding?
serre {de} [BN] greenhouse
serre {de} [NN] sunroom
serveerster {de} waitress
servet {het} napkin
servet {het} serviette [esp. Br.]
servetring {de} serviette ring [esp. Br.]
service {de} service
Servië {het} Serbia
servies {het} dishes {pl}
sextant {de} sextant [for navigation]
sfeer {de} atmosphere
sfeer {de} [oud] sphere
sferisch spherical
shampoo {de} shampoo
sheriff {de} sheriff
sherry {de} sherry
shirt {het} shirt
Shit! [omg.] Damn! [coll.]
shock {de} shock
shot {het} [injectie] shot [injection]
Siberië {het} Siberia
Sicilië {het} Sicily
sidderaal {de} electric eel
sigaar {de} cigar
sigaren {mv} cigars
sigaret {de} cigarette
sigaretten {mv} cigarettes
sigarettenaansteker {de} cigarette lighter
signaal {het} signal
significant significant
significant significantly
silhouet {de} {het} silhouette
simpel easy
simpel simple
sinaasappel {de} orange [Citrus sinensis]
sinaasappelsap {het} [sp. BN] orange juice
sinds since
single single [without partner]
sint [+naam] saint [+name]
Sinterklaas {de} Santa Claus
siroop {de} syrup
situatie {de} situation
sjaal {de} scarf
sjabloon {de} template
skateboard {het} skateboard
ski {de} ski
skilift {de} ski lift
sla {de} lettuce
slaaf {de} slave
slaan to beat
slaan to dash
slaan to hit
slaan to slap
slaan to strike
slaap {de} sleep
Slaap lekker! [NN] Good night!
Slaap zacht! Good night!
slaapkamer {de} bedroom
Slaapwel! [BN] Good night!
slaatje {het} green salad
slachten to slaughter
slachthuis {het} abattoir
slachthuis {het} slaughterhouse
slag {de} hit
slag {de} dash
slagader {de} artery
slagen to pass [to succeed]
slagen to succeed
slager {de} butcher
slagerij {de} butcher's
slaginstrument {het} percussion instrument
slagroom {de} cream
slak {de} slag
slak {de} snail
slang {de} snake
slank slender
slank slim
slap soft
slap weak
slapeloos wakeful
slapeloosheid {de} wakefulness
slapen to sleep
slaperig drowsy
slaperig sleepy
slash {de} slash
slaven {mv} slaves
slecht bad
slecht poor [bad, inferior]
slechter worse
slechts just [only]
slechts merely
slechts only
slepen to drag
sleuren to drag
sleutel {de} key
slikken to swallow
slim smart [intelligent]
slim clever
slingeren to sling
slingerschijt {de} [vulg.] diarrhea [Am.]
slipje {het} knickers [esp. Br.]
slipje {het} panties
slippen to slip
slippers {mv} slippers
slof {de} slipper
slok {de} gulp
slok {de} sip
sloop {de} demolition
sloot {de} ditch
slopen to break (up) [scrap]
slopen to demolish
slopen [bij afbraak verkrijgen] to salvage
slopen [gezondheid] to undermine [fig.] [health]
slopende ziekte {de} wasting disease
sloper {de} [aannemer] demolition contractor
sloperij {de} [mbt. auto's] scrapyard
slordig sloppily
slordig sloppy
slordigheid {de} sloppiness
slot {het} castle
slot {het} conclusion
slot {het} lock
slotsom {de} conclusion
Slovaaks [BN] Slovakian
Slovaaks {het} [BN] Slovak
Slovakije {het} [BN] Slovakia
Slovenië {het} Slovenia
Slowaaks [NN] Slovakian
Slowaaks {het} [NN] Slovak
Slowakije {het} [NN] Slovakia
sluipschutter {de} sniper
sluis {de} lock
sluiten to close
sluiten to conclude
sluiting {de} closure
sluitring {de} washer
sluitringen {mv} washers
sluw cunning
sluw sly
smaak {de} taste
smaak {de} flavor [Am.]
smaak {de} flavour [Br.]
smaakvol tastefully
Smakelijk eten! Enjoy your meal!
smaken to taste
smal narrow
smalspoor {het} narrow gauge
smart {de} sorrow
smeervet {het} grease
smeken to implore
smelten to melt
smerig dirty
smerig disgusting
smerig filthy
smerig grubby
smetteloos immaculate
smetteloos impeccable
smetteloos spotless
smetteloos stainless
smijten to dash
smoezelig grubby
smoking {de} black tie
smokkelen to smuggle
snack {de} snack
snackbar {de} snack bar
snateren to burble
snauwen to snarl
snavel {de} beak
snavel {de} bill
sneeuw {de} snow
sneeuwploeg {de} snowplough [Br.]
sneeuwploeg {de} snowplow [Am.]
sneeuwstorm {de} snowstorm
sneeuwvlok {de} snowflake
snel fast
snel rapid
snel swift
snelgroeiend fast-growing
snelheid {de} pace
snelheid {de} speed
snelheidslimiet {de} speed limit
sneller faster
snelverhardend quick-setting
snelweg {de} freeway [Am.]
snert {de} pea soup
snijden to cut
snijtand {de} incisor
snikheet scorching
snikheet torrid
snikken to sob
snoep {de} {het} sweets
snoepen to eat sweets
snoepwinkel {de} candy store [Am.]
snoezig cute
snor {de} mustache [Am.]
snorkelen to snorkel
snugger clever
snuiven to sniff
snuiven [drug] to snort [sl.]
snurken to snore
soep {de} soup
soevereiniteit {de} sovereignty
soezerig drowsy
sofa {de} couch
sofa {de} sofa
softbal {het} softball
sok {de} sock
sokkel {de} socket
sokken {mv} socks
soldaat {de} soldier
soldeerbout {de} soldering iron
solderen to solder
solide solid
sollicitatiegesprek {het} job interview
som {de} sum
somber somber [Am.]
somber sombre [Br.]
sommatie {de} summation
sommige several
sommige some
soms at times
soms by any chance
soms perhaps
soms sometimes
sonar {de} sonar
soort {de} {het} kind
soort {de} {het} sort
soorten {mv} kinds
soorten {mv} sorts
soortgelijk similar
Sorry! Excuse me!
Sorry. I am sorry.
sowieso anyway
sowieso in any case
Spaans Spanish
Spaans {het} Spanish
Spaanse {de} Spaniard [female]
spaghetti {de} spaghetti
Spanje {het} Spain <.es>
spannen [nauw sluiten] to fit tightly
spannen [strak trekken] to stretch
spannen [strak trekken] to tighten
spannen [trekdier] to harness [horse, yoke]
spannend exciting
spanning {de} suspense
spanning {de} tension
spatie {de} space
speakers {mv} loudspeakers
speakers {mv} speakers [loudspeakers]
specerij {de} spice
speciaal especially
speciaal special
speciaal specially
special {de} special
specialiseren to specialise [Br.]
specialiseren to specialize
specificatie {de} specification
specifiek specific
speechen to deliver a speech
speechen to give a speech
speechen to make a speech
speeksel {het} saliva
speeksel {het} spit
speelbaar performable
speelbaar playable
speelfilm {de} feature film
speelgoed {het} toys {pl}
speelveld {het} pitch [Br.] [e.g. football pitch]
speer {de} spear
spek {het} bacon
spel {het} game
spel {het} match
spelbreker {de} spoilsport
speld {de} pin
spelen to play
spelfout {de} spelling error
spellen to spell
spiegel {de} mirror
spiegelbeeld {het} reflection
spiegelbeeld {het} mirror image
spiegelen to mirror
spiegelschrift {het} mirror writing
spiegelsymmetrie {de} mirror symmetry
spijker {de} nail
spijkerbom {de} nail bomb
spijkeren to nail
spijsvertering {de} digestion
spijt hebben to regret
spin {de} spider
spinazie {de} spinach
spinnen [draad] to spin
spinnen [snorren] to purr
spit {het} lumbago
spits {de} [verkeer] rush hour
spitsuur {het} rush hour
spleet {de} crack
splijten to split
splinternieuw brand new
spoedig soon
spoedig quick
spoedig shortly
spoedig speedy
spoelen to rinse
spons {de} sponge
spook {het} spook
spookstad {de} ghost town
spoor {het} trace
spoorboekje {het} timetable [in book form]
spoorbreedte {de} track gauge
spoorweg {de} railroad <RR> [Am.]
spoorweg {de} railway [Br.]
spoorwegovergang {de} grade crossing [Am.]
spoorwegovergang {de} level crossing [Br.]
sportbeoefening {de} athletics [Am.]
sportkleding {de} athletic wear
sportkleding {de} sportswear
sportschool {de} [NN] gym [gymnasium]
sporttas {de} sports bag
sportvereniging {de} sports club
spot {de} mockery
spraakkunst {de} grammar
sprakeloos speechless
spreekgestoelte {het} podium
spreekwoord {het} proverb
spreeuw {de} starling
spreken to speak
spreker {de} talker
springen to jump
sprinkhaan {de} grasshopper [locust]
sprinkhaan {de} locust
sprinkhanenplaag {de} plague of locusts
sprint {de} dash
sproeten {mv} freckles
spruitjes {mv} Brussels sprouts
spugen to spit
spuiten to spray
spurt {de} dash
spuwen to spit
squash {het} squash
Sri Lanka {het} Sri Lanka
staal {het} steel
staan to stand
staart {de} tail
staartvin {de} tail fin
staat {de} state [within a country]
staatloos stateless
staatsbegrafenis {de} state funeral
staatsgreep {de} coup d'état
staatshoofd {het} head of state
staatsman {de} statesman
staatsschuld {de} public debt
stabiel stable
stabiliteit {de} stability
stad {de} city
stad {de} town
stadhuis {het} town hall
stadsdeel {het} borough [esp. London, New York]
stadsdeel {het} district
stagiair {de} intern
staking {de} strike
stakingbreker {de} strike-breaker
stakingbreker {de} strikebreaker
stakingsbreker {de} strike-breaker
stakingsbreker {de} strikebreaker
stalen steel
stam {de} stem
stamboom {de} family tree
stand {de} booth
stand {de} station [in society]
standaarddrager {de} standard-bearer
standaardisatie {de} standardisation [Br.]
standaardisatie {de} standardization
standbeeld {het} statue
standpunt {het} point of view
standpunt {het} standpoint
stap {de} step [pace]
stapel {de} heap
stapel {de} pile
stapel {de} stack
stapelbaar stackable
stappen to step
stappen to march
stappen to walk [step]
stappen [omg.] to go out [for a drink]
stappen {mv} steps
star fixed
start {de} start
starten to start
startpunt {het} starting point
statenloos stateless
statica {mv} statics
station {het} train station
stationschef {de} station manager
statisch static
statussymbool {het} status symbol
stedelijk urban
steden {mv} cities
steeds steadily
steeg {de} alley
steeg {de} alleyway
steek {de} stitch
steekpenning {de} bribe
steen {de} rock
steen {de} stone
steenkoud stone cold
steentijd {de} Stone Age
steil steep
stekelig prickly
steken to prick
stekker {de} plug
stelen to steal
stellage {de} stage
stellage {de} stand
stellig certain
stellig certainly
stellig definite
stellig definitely
stelling {de} scaffold
stelselmatig systematic
stem {de} voice
stemmen to vote
stemming {de} atmosphere
stemming {de} mood
stemming {de} vote
stencil {de} {het} stencil
stenen {mv} rocks
steno {het} {de} stenography
step {de} scooter [for children]
stepdans {de} step dance
ster {de} star
sterfbed {het} deathbed
sterfelijk mortal
sterk strong
sterker stronger
sterkst strongest
sterkte {de} strength
sterktes {mv} strengths
sterren {mv} stars
sterrenkunde {de} astronomy
sterrenkundige {de} astronomer
sterrenstelsel {het} galaxy
sterretje {het} asterisk
sterveling {de} mortal
sterven to die
steun {de} support
steunen to support
stevig firm
stevig solid
stevige schoenen {mv} sturdy shoes
steward {de} flight attendant [male]
stewardess {de} flight attendant [female]
stichten to found
stichten to set up
stichting {de} foundation
stiefbroer {de} stepbrother
stiefdochter {de} stepdaughter
stiefkind {het} stepchild
stiefmoeder {de} stepmother
stiefvader {de} stepfather
stiefzoon {de} stepson
stiefzuster {de} stepsister
stiekem in secret
stijf rigid
stijf stiff
stijgen to rise
stijlvol stylish
stikdonker pitch-black
stikdonker pitch-dark
stikken to stitch
stikken to choke
stikken to suffocate
stikstof {de} nitrogen
stikstofoxide {het} nitrogen oxide
stil quiet [silent]
stil silent
stil still
Stille Oceaan {de} Pacific Ocean
stilstand {de} standstill
stilte {de} silence
stinkdier {het} skunk
stipt on time
stipt exact
stipt punctual
stipt punctually
stipuleren to stipulate
stoel {de} chair
stoep {de} pavement [Br.]
stoep {de} sidewalk [Am.]
stoeprand {de} curb [Am.]
stoeprand {de} kerb [Br.]
stoet {de} parade
stoet {de} procession
stof {de} fabric
stof {het} dust
stofwisseling {de} metabolism
stofzuigen to vacuum-clean
stofzuiger {de} vacuum cleaner
stoïcisme {het} stoicism
stok {de} stick
stokbrood {het} French bread
stokbrood {het} French stick
stollen to set
stom dumb
stom mute
stom silent
stom stupid
stom toeval {het} sheer coincidence
stomen to steam
stomp blunt
stoom {de} steam
stoomboot {de} steamboat
stoomlocomotief {de} steam locomotive
stoommachine {de} steam engine
stop {de} fuse
Stop daarmee! Cut it out! [coll.]
Stop! Stop!
stopcontact {het} electrical outlet
stopcontact {het} socket
stopcontact {het} wall socket
stopcontact {het} voor scheerapparaten shaver outlet [Am.]
stoppen to hold
stoppen to stop
stoppen [vullen] to cram
stoppen [vullen] to stuff
storen to disturb
storm {de} storm
stormen to storm
stormen [denderen] to dash
stormen [zich haasten] to rush
storten to deposit
stoten to bump
stotteren to stutter
straalbezopen [omg.] wasted [coll.]
straat {de} road <Rd.>
straat {de} strait
straat {de} street <St.>
straatarm extremely poor
straathoek {de} street corner
Straatsburg {het} Strasbourg
straf {de} punishment
strafrechtelijk penal
strafschop {de} penalty [penalty kick]
strak fixed [rigid]
strak rigid
strak set [fixed]
strak stern
strak stiff [rigid]
strak taut
strak tight [taut]
strakgespannen rigid
strakgespannen taut
straks later
straling {de} emission (of radiation)
straling {de} radiation
strand {het} beach
streek {de} region
streep {de} stripe
strekken to extend
strekken to stretch
streven (naar) to strive (for / after)
streven {het} pursuit
strijdbaar militant
strijden to fight
strijken to iron
strijken to stroke
strijkijzer {het} iron [for ironing clothes]
stro {het} straw
strohoed {de} straw hat
stront {de} shit [vulg.]
strooien hoed {de} straw hat
stroom {de} current
stroomafwaarts downstream
stroomopwaarts upstream
stroompje {het} streamlet
stroomvoorziening {de} power supply
stroop {de} syrup
stropdas {de} necktie
stropdas {de} tie
struik {de} bush
struikelen to stumble
struikvormig shrublike
struisvogel {de} ostrich
student {de} student
studeren to study
studie {de} study
studio {de} studio
stuip {de} fit
stuiteren to bounce
stuk {het} part
stuk {het} piece
stupide asinine
sturen to send
sturen to steer
stuurboord {het} starboard
subjectief subjective
substantie {de} substance
substituut {het} substitute
subtropisch subtropical
succes {het} success
succesvol successful
succesvol successfully
suf drowsy
suf dumb
suiker {de} sugar
suikerglazuur {het} icing
suikerriet {het} sugar cane
sukkel {de} wally [Br.] [sl.]
sul {de} wally [Br.] [sl.]
superieur superior
supermarkt {de} supermarket
surfer {de} surfer
surfplank {de} surfboard
Surinaams Surinamese
Suriname {het} Suriname
Surinamer {de} Surinamese
surrealisme {het} surrealism
surveillance {de} surveillance
Swahili {het} Swahili
swastika {de} swastika
Swaziland {het} Swaziland
sweater {de} sweater
syfilis syphilis
symbool {het} symbol
symfonie {de} symphony
symmetrie {de} symmetry
sympathie {de} sympathy
sympathiek likable
sympathiek sympathetic
sympathiek sympathetically
symptoom {het} symptom
synagoge {de} synagogue
synagoog {de} synagogue
syndroom {het} syndrome
synoniem {het} synonym
Syrië {het} Syria
Syrisch Syrian
systeem {het} system
systematisch systematic
systematisch systematically
't is [het is] it's [it is]
taai chewy [meat]
taai tough
taai viscous
taaiheid {de} [dikvloeibaar zijn] viscosity
taaiheid {de} [m.b.t. vaste stoffen] toughness
taak {de} task
taal {de} language <lang.>
taalgebruik {het} language usage
taalgebruik {het} language use
taalgrens {de} linguistic boundary
taalkunde {de} linguistics
taalvaardigheden {mv} language skills
taart {de} cake
taart {de} tart
tabel {de} table
taboe taboo
taboe {het} {de} taboo
tachtig eighty
tachtigste <80e, 80ste> eightieth <80th>
tackle {de} tackle
tafel {de} table
tafelblad {het} tabletop
tafeltennis {het} ping-pong
tafeltennis {het} table tennis
taille {de} waist
Taiwan {het} Taiwan
tak {de} twig
tak {de} branch
talen {mv} languages
talent {het} talent
talisman {de} talisman
talkpoeder {het} talcum powder
talloos countless
talloos innumerable
talrijk numerous
tam tame
tamelijk fairly
tamelijk rather
tampon {de} tampon
tand {de} tooth
tandarts {de} dentist
tanden {mv} teeth
tandenborstel {de} toothbrush
tandheelkunde {de} dentistry
tandpasta {de} {het} toothpaste
tandpijn {de} toothache
tang {de} pliers {pl}
tang {de} tongs {pl}
tankstation {het} petrol station [Br.]
tante {de} aunt
Tanzania {het} Tanzania
tapijt {het} carpet
tarwe {de} wheat
tas {de} bag
tas {de} [BN] cup
tastbaar palpable [tangible]
tastbaar tangible
taxi {de} cab
taxi {de} taxi
te too
te danken hebben aan to owe
te hard van stapel lopen [fig.] to overegg the pudding [fig.]
te koop for sale
te prefereren (boven) preferable (to)
te voorkomen preventable
te weten komen to figure out [ascertain]
technisch technical
technologie {de} technology
teckel {de} dachshund
teddybeer {de} teddy bear
teder tender
teen {de} toe [Digitus pedis]
teennagel {de} toenail
tegelijk at the same time
tegelijkertijd at the same time
tegelijkertijd simultaneously
tegemoet komen to come towards
tegen against
tegen de klok in anticlockwise [Br.]
tegendeel {het} opposite
tegenhouden to stop
tegenover across
tegenovergestelde {het} opposite
tegenstander {de} opponent
tegenvallen to disappoint
tegenwerkend adverse
tegenwoordig nowadays
tegenwoordig these days
teken {het} sign
tekenen to draw
tekening {de} drawing
tekort {het} lack
tekortschieten to fall short
tekst {de} text
telefoneren to call [telephone]
telefoon {de} phone
telefoon {de} telephone
telefooncel {de} phone box [Br.]
telefoonnummer {het} phone number
telefoontje {het} [verkl.] phone call
telegram {het} telegram
telescoop {de} telescope
teleurstelling {de} disappointment
televisie {de} television
televisie {de} telly [Br.] [coll.]
televisieprogramma {het} television programme [Br.]
televisieprogramma {het} television program [Am.]
televisietoestel {het} television set
tellen to count
telwoord {het} numeral [in word form]
temmen to tame
temperatuur {de} temperature
temperen to temper
tempo {het} pace
tempo {het} tempo
ten (langen) leste at (long) last
ten dele partly
ten minste at least
tendens {de} tendency
tenen {mv} toes [Digiti pedis]
tenminste at least
tennis {het} tennis
tent {de} tent
tentoonstellen to exhibit
tentoonstelling {de} exhibition
tenzij unless
tepel {de} nipple
ter beschikking at disposal
terecht fair
terechtkomen to end up
terechtkomen to land [after jumping up or down from somewhere]
terechtstellen to execute [kill as punishment]
termijn {de} term
terminaal terminal
terminologie {de} terminology
terreinwagen {de} sport utility vehicle <SUV>
terreur {de} terror
territoria {mv} territories
territorium {het} territory
terrorisme {het} terrorism
terrorist {de} terrorist
terug back
terug [BN] again
terugbellen to return a call
terugbellen to ring back
terugbetalen to refund
terugbetalen to reimburse
terugbetalen to repay
terugbetaling {de} refund
terugblik {de} retrospective view
terugbrengen to bring back
terugdringen to force back
terugdringen to push back [force back]
teruggaan to go back [return]
teruggaan to return
teruggang {de} decline
teruggang {de} decrease
terughalen [in gedachten] to recall
terugkeer {de} return
terugkeren to return
terugkijken to look back
terugkrijgen to get back [recover]
terugkrijgen to recover [get back]
terugreis {de} return journey
terugreis {de} return trip
terugstellen to demote
terugstellen to reset
terugtocht {de} retreat
terugtrekken to withdraw
terugtrekking {de} withdrawal
terugtrekking {de} retreat
terugval {de} decline
terugval {de} downturn
terugval {de} relapse
terugvinden to retrieve
terwijl while
terwijl whilst [Br.]
test {de} test
testament {het} will
testen to test
testikel {de} testicle
testosteron {het} testosterone
testosteronspiegel {de} testosterone level
teug {de} gulp
tevens also
tevens as well as
tevens at the same time
tevens besides
tevoren previously
tevoren before
tevreden pleased
tevreden contented
tevreden satisfied
tevredenheid {de} satisfaction
tevredenstellen to please
tevredenstellen to satisfy
Thai {het} Thai
Thailand {het} Thailand
thans now
that same datzelfde
theater {het} theater [Am.]
theater {het} theatre
thee {de} tea
theedoek {de} tea towel [Br.]
theelepel {de} teaspoon
theelepeltje {het} teaspoon
Theems {de} (River) Thames
thema {het} issue
themapark {het} theme park
theologie {de} theology
theologisch theological
theologisch theologically
theoloog {de} theologian
theoretisch theoretical
theoretiseren to theorise [Br.]
theoretiseren to theorize
theorie {de} theory
therapie {de} therapy
thuis at home
thuis {het} home
thuisbasis {de} home base
thuisbasis {de} main base
thuishaven {de} home port
thuishaven {de} [fig.] home
thuiskomst {de} homecoming
thuisland {het} [land van herkomst] home country
thuisreis {de} homeward journey
thuisreis {de} journey home
ticket {het} ticket
tien ten
tiende <10de> tenth <10th>
tienduizend ten thousand
tienkamp {de} decathlon
tientje {het} [NN] ten euro note
tientonner {de} eighteen-wheeler
tij {het} tide
tijd {de} time
tijd {de} time of day
tijd verdoen to dally away time
tijdbesparend time-saving
tijdbom {de} time bomb
tijdelijk temporarily
tijdelijk temporary
tijdelijke hulp {de} temporary help
tijdens during
tijdgenoot {de} contemporary
tijdig timely
tijdje {het} while
tijdloos timeless
tijdrovend time-consuming
tijdschrift {het} magazine
tijdslimiet {de} time limit
tijdsspanne {de} interval
tijdsverschil {het} time difference
tijdverdrijf {het} pastime
tijdverspilling {de} waste of time
tijdwaarnemer {de} timekeeper
tijdzone {de} time zone
tijger {de} tiger
tijm {de} thyme
tikken to type
timmerman {de} carpenter
tintelen to tingle
tip {de} [fooi] tip [financial reward]
tip {de} [inlichting] tip [advice]
tip {de} [punt] tip [extreme top of an object]
tippelaarster {de} streetwalker
tipsy tipsy [coll.]
tiran {de} tyrant
titel {de} title
titelverdediger {de} defending champion
tjaptjoi {de} chop suey
T-kruising {de} T-junction
toch anyway
toch yet
tocht {de} journey
tocht {de} trip
tochtje {het} trip [tour]
tochtvrij draft-free [Am.]
tochtvrij draught-free [Br.]
toebehoren aan to belong to
toegelaten allowed
toegepast applied
toegepaste wiskunde {de} applied mathematics
toegestaan allowed
toegeven to admit
toegeven to give in
toegeven to yield
toekomende tijd {de} future tense
toekomst {de} future
toekomstig future
toelaatbaar admissible
toelaten to allow
toelaten to permit
toelichten to explain
toelichting {de} explanation
toen in those days
toen then
toen when
toename {de} increase
toendra {de} tundra
toepasselijk appropriate
toepasselijk suitable
toepassen to apply
toepassing {de} application
toereikend sufficient
toerisme {het} tourism
toerist {de} tourist
toeschrijven (aan) to owe
toestaan to allow
toestaan to permit
toestand {de} condition
toestand {de} situation
toestand {de} state [condition]
toestel {het} apparatus
toestel {het} device
toestel {het} unit
toestemmen to agree
toestemmen to permit
toestemming {de} allowance [permission]
toestemming {de} permission
toestemming {de} permit
toeter {de} horn
toeteren to blow the horn
toeteren to honk [horn]
toeteren to sound the horn
toeteren to toot [horn]
toetje {het} dessert
toets {de} test
toetsenbord {het} keyboard
toeval {het} accident [chance]
toeval {het} chance
toeval {het} coincidence
toevallig by chance
toevoegen to add
toevoeging {de} addition
toewijden to devote
toffee {de} toffee
toilet {het} restroom [Am.]
toiletborstel {de} toilet brush
tomaat {de} tomato
tomaten {mv} tomatoes
ton {de} barrel
ton {de} cask
toneel {het} scene
toneel {het} stage
toneelspeler {de} actor
tonen to show
tong {de} tongue
tonijn {de} tuna
toorts {de} torch
topje {het} top
toppunt {het} summit
topscorer {de} top scorer
topscorers {mv} top scorers
toren {de} rook [chess]
toren {de} tower
torenkraan {de} tower crane
tornado {de} tornado
torpederen to torpedo
torpedo {de} torpedo
tortelduif {de} turtledove
tortuur {de} torture
tot to
tot until
Tot binnenkort! See you soon!
tot cokes verwerken to coke
Tot gauw! See you soon!
tot inkeer komen to repent
tot niets in staat incapable
tot nu toe so far
Tot ziens! See you.
totaal complete
totaal completely
totaal total
totaal totally
totaal {het} total
totdat until
totempaal {de} totem pole
touw {het} rope
touw {het} string
toxisch toxic
traag slow
traag slowly
traag van begrip zijn to be slow on the uptake [coll.]
traagheid {de} inertia
traan {de} tear
traangas {het} tear gas
traditie {de} tradition
traditiegebonden tradition-bound
traditioneel traditional
tragisch tragic
training {de} training
trainingspak {het} sweat suit
trainingspak {het} tracksuit
tram {de} streetcar [Am.]
tram {de} tramcar [esp. Br.]
tram {de} tram [esp. Br.]
trambaan {de} streetcar line [Am.]
trambaan {de} tramway [esp. Br.]
trammelant {de} trouble
trampoline {de} trampoline
trance {de} trance
tranen {mv} tears
transactie {de} transaction
transfer {de} {het} transfer
transfereren to transfer
transistor {de} transistor
transit {de} transit
transparant transparent
transpireren to perspire
transport {het} transport
transport {het} transportation
transporteren to transport
trap {de} stairs {pl}
trappenhuis {het} staircase
trechter {de} funnel
treden to step [tread]
treden to tread
treffen to hit
trefpunt {het} meeting point
trefzeker accurate
trein {de} train
treinen {mv} trains
treinstation {het} train station
treinstel {het} multiple unit
Trek het je niet aan! Never mind!
trekken to pull
trekvogel {de} migratory bird
treuren to mourn
treurig sad
treuzelen to dally
triangel {de} triangle
tricot {het} tricot
triest sad
triest sadly
trillen to tremble
trilogie {de} trilogy
triomf {de} triumph
troepen {mv} troops
trommel {de} drum
troon {de} throne
troonopvolger {de} heir to the throne
troost {de} comfort
troosten to comfort
tropisch tropical
trots proud
trots proudly
trots {de} pride
trottoir {het} pavement [Br.]
trottoir {het} sidewalk [Am.]
trouw faithful
trouw faithfully
trouwen to marry
trouwens by the way
trouwjurk {de} wedding dress
trouwkleed {het} [BN] wedding dress
trouwring {de} wedding ring
truc {de} trick
trui {de} jumper [Br.]
trui {de} pullover
trui {de} sweater
T-shirt {het} T-shirt
Tsjaad {het} Chad
Tsjechië Czech Republic
Tsjechisch Czech
Tsjechisch {het} Czech
Tsjechische Republiek {de} Czech Republic
tsunami {de} tsunami
tube {de} tube [e.g. tube of toothpaste, paint, glue]
tuin {de} garden
tuit {de} nozzle
tulband {de} turban
tulp {de} tulip
Tunesië {het} Tunisia
Tunesisch Tunisian
tunica {de} tunic
Turkije {het} Turkey
turkoois turquoise
turkoois {het} {de} turquoise
turkooizen turquoise
Turks Turkish
Turks {het} Turkish
turquoise turquoise
tussen among
tussen amongst [esp. Br.]
tussen between
tussen de beide ... between the two ...
tussenbeide komen to intervene
tussendoor in the meantime
tussendoortje {het} snack
tussentijds interim
tussenwerpsel {het} interjection
TV {de} television
twaalf twelve
twaalfde twelfth <12th>
twee two
twee maal twice
twee weken {mv} fortnight {sg}
tweede <2e, 2de> second <2nd>
tweede kerstdag {de} Boxing Day [Br.]
Tweede Wereldoorlog {de} Second World War
tweedehands second-hand
tweederangs second-rate
tweeëntwintig <22> twenty-two
tweehonderd two hundred
tweeling {de} twin
tweelingen {mv} twins
tweemaal twice
tweepersoonsbed {het} double bed
tweetalig bilingual
twijfel {de} doubt
twijfelen to doubt
twijfelen to hesitate
twintig twenty
twintigste <20e, 20ste> twentieth <20th>
twitteren to twitter
tyfoon {de} typhoon
type {het} type
typefout {de} typing error
typefout {de} typo [coll.]
typen to type
typevaardigheid {de} typing skills
typisch typical
typisch typically
u you [singular and plural subject and direct object] [formal]
überhaupt anyway
überhaupt at all
überhaupt generally
ui {de} onion
uien {mv} onions
uiensaus {de} onion gravy
uiensaus {de} onion sauce
uil {de} owl
uit of
uit out of
uit den boze zijn to be out of the question
uit elkaar halen to separate
uit eten to eat out
uitbarsten to burst out
uitbarsten to erupt
uitbarsting {de} eruption
uitbarsting {de} outburst
uitbetalen to pay out
uitblazen to blow out [candle, match etc.]
uitbraak {de} outbreak
uitbreiden to expand
uitdoen [kleren] to take off [clothes]
uitdoven to put out [light, fire]
uitdrukkelijk explicitly
uitdrukken to express
uitdrukking {de} expression
uiteen gedreven dispersed
uiteenzetting {de} explanation
uiteinde {het} [uiterste einde] extremity
uiteindelijk after all
uiteindelijk at last
uiteindelijk eventual
uiteindelijk eventually
uiteindelijk finally
uiteindelijk ultimate
uiteindelijk ultimately
uiteraard of course
uiterlijk external
uiterlijk {het} appearance
uiterst extremely
uiterst extreme
uiterst utmost
uiterste leverdatum {de} deadline
uitgang {de} exit
uitgaven {mv} expenses
uitgebreid comprehensive
uitgebreid extensive
uitgegeven issued
uitgeput exhausted [used up]
uitgesproken outspoken
uitgesproken als pronounced (as)
uitgestorven extinct
uitgeven [boeken/pers] to edit
uitgeven [geld] to spend
uitgezonderd excepted
uitglijden to slip
uitkiezen to pick [select]
uitkiezen to select
uitkijken to watch out
uitklappen to fold out
uitkleden to undress
uitkleden to take off [clothes]
uitknobbelen to figure out
uitknobbelen to puzzle out
uitlaatgassen {mv} exhaust fumes
uitlaatgassen {mv} exhaust [waste gases]
uitleg {de} explanation
uitleggen to explain
uitlenen to lend
uitloggen to log out [a computer, website, etc.]
uitmaken [beslissen] to decide
uitmaken [deel van zijn] to be part of
uitmaken [kunnen schelen] to mind
uitmaken [liefdesrelatie] to break up
uitmaken [liefdesrelatie] to split up
uitmuntend great
uitmuntend outstanding
uitneembaar dismountable
uitneembaar removable
uitnemen to remove
uitnemen to take out [remove]
uitnodigen to invite
uitnodiging {de} invitation
uitpluizen [uitknobbelen] to figure out
uitpluizen [uitknobbelen] to puzzle out
uitproberen to try on
uitputten to exhaust
uitroep {de} cry
uitroep {de} exclamation
uitroepteken {het} exclamation mark
uitroepteken {het} exclamation point [Am.]
uitroken to fumigate
uitroken to smoke out
uitrollen to roll out [unroll]
uitrollen to unroll
uitrusten to rest
uitrusten [van het nodige voorzien] to equip
uitschakelen to switch off
uitschakelen to turn off
uitscheiden (met) [ophouden] to cease
uitscheppen to scoop out
uitscheppen [leegscheppen] to empty out
uitslag {de} rash
uitslapen to sleep in
uitslapen to sleep late
uitsluiten to exclude
uitsluiten to shut out
uitsluitend exclusive
uitsluitend exclusively
uitspraak {de} pronunciation
uitspraak {de} [NN] verdict
uitspraak {de} [rechterlijk vonnis] judgement [verdict]
uitstap {de} trip
uitstapje {het} trip
uitstappen to get off [a vehicle or vessel]
uitsteken [naar buiten steken] to stick out
uitsteken [stekend verwijderen] to cut out
uitstekend great
uitstekend excellent
uitstekend excellently
uitstekend outstanding
uitstekend outstandingly
uitstellen to postpone
uitsterven to die out
uitstoot {de} emission
uittrekken [kleren] to take off [clothes]
uitverkocht out of stock
uitvinden to figure out [ascertain]
uitvinden to invent
uitvinder {de} inventor
uitvissen to figure out
uitvloeiend effluent
uitvoer {de} output
uitvoerig extensive
uitvragen to question
uitwijken [noodgedwongen verhuizen] to flee
uitwijken [uit de weg gaan] to swerve
uitwisselen to swap
uitzendbaan {de} temporary job
uitzenden to broadcast
uitzending {de} broadcast
uitzicht {het} view
uitzicht {het} sight
uitzichtloos hopeless
uitzien to look
uitzonderen to except
uitzondering {de} exception
uitzonderlijk exceptional
umlaut {de} umlaut
uniek unique
uniform {het} {de} uniform
universeel universal
universeel universally
universiteit {de} university
universum {het} universe
unzippen to unzip
upgraden to upgrade
uploaden to upload
uren {mv} hours
urenlang (aan een stuk) for hours (on end)
urgent urgent
urgentie {de} urgency
urine {de} urine
urineren to urinate
urinoir {het} urinal
urologie {de} urology
uroloog {de} urologist
Uruguay {het} Uruguay
username {de} user name
utopie {de} utopia
utopisch utopian
uur {het} hour
uw your
vaag vague
vaag hazy
vaag vaguely
vaagheid {de} vagueness
vaagjes [niet duidelijk] vaguely
vaak frequently
vaak often
vaardigheden {mv} skills
vaart {de} pace
vaart minderen to slow down
vaartuig {het} vessel
vaarwel [afscheidsgroet] goodbye
vaas {de} vase
vaatwasmachine {de} dishwasher
vaatwasser {de} dishwasher
vacant vacant
vacature {de} vacancy
vaccin {het} vaccine
vaccineren to vaccinate
vacuüm {het} vacuum
vader {de} father
vaderlijk paternal
vaderschap {het} fatherhood
vagina {de} vagina
vakantie {de} holiday [esp. Br.]
vakantie {de} vacation [Am.]
vakantie vieren to be on holiday
val {de} fall
valk {de} falcon
valkenier {de} falconer
vallei {de} valley
vallen to fall
vals FALSE
vals fake
vals mean
valscherm {het} parachute
valsspelen to cheat
valuta {de} currency
van ... tot from ... to
van de hand wijzen to decline
van de voorstad suburban
van streek zijn to be upset
van tevoren beforehand
van tevoren in advance
vanaf from
vanaf since
vanaf nu from now on
vanaf toen since then
vanavond this evening
vandaag today
vandaag de dag nowadays
vandaar hence
vandaar de naam hence the name
vandalisme {het} vandalism
vangen to catch
vangst {de} catch [fishing]
vanille {de} vanilla
vanmiddag this afternoon
vanmorgen this morning
vannacht tonight
vanochtend this morning
vanwege because of
vanwege due to
vanwege iets due to sth.
vanzelfsprekend of course
vanzelfsprekend obviously
varen {de} fern
variatie {de} variety
variëren to vary
varken {het} pig
varken {het} swine
vaseline {de} vaseline
vast solid
vasteland {het} mainland
vasthouden to retain
vasthouden aan to stick with
vastknopen to button
vastnagelen to rivet
vaststaand certain
vaststaand feit {het} established fact
vaststellen to determine
vaststelling {de} observation
vaststelling {de} determination [discovery]
vechten to fight
vechten to combat
vee {het} livestock
veel a lot
veel much
veelbelovend promising
veeleisend demanding
veer {de} feather
veer {de} spring
veer {het} ferry
veerboot {de} ferry
veerpont {de} ferryboat
veertien fourteen
veertien dagen {mv} fortnight {sg}
veertiende <14e, 14de> fourteenth <14th>
veertig forty
veertigste <40e, 40ste> fortieth <40th>
veestapel {de} stock [livestock]
vegen to sweep
vegetariër {de} vegetarian
veilig safe
veilig safely
veilig secure
veilig sure
veiligheid {de} safety
veiling {de} auction
veilingmeester {de} auctioneer
veinzen to feign
veinzen to pretend
vel {het} [huid] skin [hide]
vel {het} [papier] sheet [paper]
veld {het} field
velden {mv} fields
veldhockey {het} field hockey
vele many
velo {de} [BN] [omg.] bicycle
Venezuela {het} Venezuela
venkel {de} fennel [Foeniculum vulgare]
venster {het} window
vensterbank {de} window sill
vensterruit {de} pane
vent {de} bloke [Br.]
vent {de} fellow
vent {de} guy
ventiel {het} valve
ventilator {de} fan [apparatus]
ver far
ver beneden far below
veranda {de} [BN] sunroom
veranda {de} [NN] porch
veranderd changed
veranderen to change
verandering {de} change
verandering {de} alteration
verantwoordelijk responsible
verantwoordelijkheid {de} responsibility
verarmd impoverished
verbaasd amazed
verbaasd astonished
verbaasd surprised
verbaasd zijn to be baffled
verbasteren to degenerate
verbastering {de} bastardization
verbazing {de} amazement
verbazing {de} surprise
verbazingwekkend amazing
verbazingwekkend amazingly
verbazingwekkend astounding
verbeelding {de} fancy
verbeelding {de} imagination
verbergen to conceal
verbergen to hide
verbeteren to improve
verbeteren to enhance
verbieden to ban
verbieden to forbid
verbijsteren to bewilder [confuse]
verbijsteren to confuse
verbijsteren to dismay
verbinding {de} compound
verbindingsstreepje {het} hyphen
verblijf {het} stay
verblijven to stay
verblijvend residual
verbluffen to stun
verbluft zijn to be baffled
verbod {het} ban
verboden banned
verboden prohibited
verborgen hidden
verbouwen to cultivate
verbouwen to rebuild
verbrandingsmotor {de} combustion engine
verbrengen to spend [time]
verbrijzelen to dash
verbruik {het} consumption
verbruiker {de} consumer
verbuigen to decline
verbuigen to bend
verbuigen to twist
verbuiging {de} declension
verdacht suspect [suspicious]
verdacht suspicious
verdampen to evaporate
verdedigbaar defendable
verdedigen to defend
verdediger {de} defender
verdediging {de} defence [esp. Br.]
verdediging {de} defense [Am.]
verdelen to distribute
verdelen to divide
verdenken to suspect
verder farther
verder further
verder furthermore
verder gaan to go on
verdict {het} [BN] verdict
verdienen to deserve
verdieping {de} floor
Verdomme! [omg.] Damn! [coll.]
verdonkeremanen to embezzle
verdorren to wither
verdraaglijk bearable
verdraaglijk tolerable
verdrag {het} treaty
Verdrag {het} van Lissabon Treaty of Lisbon
verdriet {het} grief
verdriet {het} sorrow
verdrietig sad
verdringen to push aside
verdringen to push away [push aside]
verdringen to repress
verdrinken to drown
verdwijnen to disappear
verdwijnen to vanish
verdwijnen {het} fading
verdwijnpunt {het} vanishing point
Vereenigde Oost-Indische Compagnie {de} Dutch East India Company
vereenvoudigen to simplify
vereenvoudiging {de} simplification
vereisen to require
vereisen to demand
verenigbaar compatible
Verenigd Koninkrijk {het} <VK> United Kingdom <UK>
Verenigd Koninkrijk {het} van Groot-Brittanië en Noord-Ierland United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland
Verenigde Arabische Emiraten {mv} <VAE> United Arab Emirates <UAE>
vereniging {de} association
verf {de} paint
verfijnd sophisticated
verfoeien to detest
verfoeien to loathe
verfrissen to revitalize
verfrissingen {mv} refreshments
vergaan perished
vergaan to perish
vergadering {de} meeting
vergelding {de} revenge
vergelijkbaar comparable
vergelijken to compare
vergelijking {de} comparison
vergemakkelijken to facilitate [simplify]
vergemakkelijken to simplify
vergeten to forget
vergif {het} poison
vergiftiging {de} poisoning
vergissing {de} mistake
vergrootglas {het} magnifying glass
vergroten to enlarge
vergroten to increase
verguld gilt
vergunning {de} licence [Br.]
vergunning {de} license [Am.]
vergunning {de} permission
vergunning {de} permit
verhaal {het} story
verharden [cement, lijm] to set
verheimelijken to hide
verheugd pleased
verheugd over pleased about
verhogen to raise [prices, wages, etc.]
verhoging {de} increase
verhoogd raised [prices, wages, etc.]
verhouding {de} relationship
verhuren to let [a room] [Br.]
verhuren to rent out [Am.]
verjaardag {de} anniversary
verjaardag {de} birthday
verjaren to expire
verkeer {het} traffic
verkeerd wrong
verkeerd wrongly
verkeersafwikkeling {de} traffic flow
verkeersbord {het} traffic sign
verkeerslicht {het} traffic light
verkeerslichten {mv} traffic lights
verkeersvrij pedestrianised [Br.]
verkennen to explore
verkeren to find oneself [e.g. in a situation]
verkiezing {de} election
verkiezingen {mv} elections
verkiezingscampagne {de} election campaign
verkiezingsfraude {de} electoral fraud
verklappen to give away [a secret]
verklappen to reveal [a secret]
verklaren to clarify
verklaren to declare
verklaren to explain
verklaren to state
verklarend explanatory
verklaring {de} explanation
verklaring {de} declaration
verklikker {de} nark
verknoeien to botch
verknoeien to mess up
verkoop {de} sale
verkoopbaar saleable
verkoopbaar sellable
verkopen to sell
verkoper {de} vendor
verkort shortened
verkorten to shorten
verkouden zijn to have a cold
verkoudheid {de} cold
verkrijgbaar obtainable
verkrijgbaar available [obtainable]
verkrijgen to obtain
verkrijgen to gain [obtain]
verkrijgen to get [obtain]
verlaat belated
verlangen to require
verlangen {het} urge
verlaten to leave
verlaten abandoned
verlaten deserted
verlaten forsaken
verlaten to delay
verlaten to desert
verlaten to forsake
verleden {het} past
verlegen shy
verlengen to extend
verlengen to lengthen
verlicht illuminated
verlichten to illuminate
verliefd in love
verliefd worden op to fall in love with
verliefd zijn op to be in love with
verlies {het} loss
verliezen to lose
verloofd engaged
verloofde {de} fiancé
verlopen expired
verlovingsring {de} engagement ring
vermaak {het} amusement [entertainment]
vermaak {het} diversion
vermaak {het} entertainment
vermaard renowned
vermaken to amuse
vermaken to entertain
vermalen to grind
vermanen to admonish
vermaning {de} admonition
vermelden to mention
vermenigvuldigen to multiply
vermijdbaar avoidable
vermijden to avoid
vermijden to prevent
vermindering {de} reduction
vermoedelijk presumably
vermoeden to suppose
vermoeden to suspect
vermoeid tired
vermogen {het} capability [skill]
vermoorden to kill
vermoorden to murder
vernedering {de} humiliation
vernielen to destroy
vernielen to demolish
vernieling {de} demolition
vernielzucht {de} vandalism
vernietigen to demolish
vernietigend destructive
vernietigend devastating
vernietiging {de} demolition
vernieuwbaar renewable
vernieuwd renewed
vernieuwen to renew
vernieuwing {de} renewal
vernuftig ingenious
veronderstellen to guess [presume]
veronderstellen to presume
veronderstellen to suppose [presume]
verongelukken to die in an accident
verontreinigd contaminated
verontreinigd polluted
verontreinigen to contaminate
verontreinigen to pollute
verontrust worried
verontschuldigen to apologize
verontschuldigen to excuse
verontschuldiging {de} excuse
Verontschuldiging! Excuse me!
verontwaardigd indignant
verontwaardiging {de} indignation
veroordeling {de} sentence
veroordeling {de} conviction
veroorzaken to cause
verordening {de} statute
verouderd obsolete
veroveren to conquer
verpakking {de} packaging
verpleegster {de} nurse [female]
verplegen to care for
verplegen to nurse
verplegen to tend [sick person]
verpletteren to dash
verplicht openbaar bod {het} mandatory public offer
verplichting {de} obligation
verrader {de} traitor
verrassen to surprise
verrassend surprising
verrassing {de} surprise
verrast surprised
Verre Oosten {het} Far East
verregaand exceedingly
verregaand excessive
verregaand excessively
verregaand extreme
verrekijker {de} binoculars {pl}
verreweg by far
verrijzen to arise
verrijzenis {de} resurrection
vers fresh
verschaffen to provide
verschansen to dig in [entrench]
verschansen to entrench
verscheidene several
verschijnen to appear
verschil {het} difference
verschillend different
verschrikkelijk awful
verschrikkelijk frightful
verschrikkelijk horrible
verschrikkelijk terrible
verschrikken to frighten
verschuiving {de} shift
versierd [gedecoreerd] decorated
versieren [decoreren] to decorate
versieren [flirten] to chat up [coll.]
verslaan to beat [defeat]
verslaan to defeat
verslaan to hammer
verslag {het} report
verslag uitbrengen to report
verslagen beaten
verslagen defeated
versnelling {de} acceleration
versnelling {de} gear
versnellingsbak {de} gearbox
verspreid dispersed
verspreiden to circulate
verspreiding {de} dispersion
verst farthest
verst furthest
verstaan [BN] to understand
verstand {het} wits
verstandig sensible
verstandig sensibly
versterker {de} amplifier
verstoppen to hide
verstopping {de} congestion
verstopt congested
verstoren to disturb
verstreken expired
verstrooid dispersed
versturen to send off [dispatch]
vertaald door ... translated by ...
vertalen to interpret
vertalen to translate
vertaling {de} translation
verte {de} distance
vertegenwoordiger {de} representative
vertellen to tell
verteller {de} narrator
verticaal vertical
vertikken to refuse (flatly)
vertonen to show
vertraagd delayed
vertragen to delay
vertraging {de} delay
vertrek {het} departure
vertrekken to depart
vertrekken to leave [depart]
vertrouwd intimately
vertrouwelijk confidential
vertrouwen to rely
vertrouwen to trust
vertrouwen {het} confidence
vertrouwen {het} trust
vertwijfeling {de} despair
vervaardigen to make
vervaardigen to manufacture
vervagen to blur
verval {het} decay
vervallen expired
vervallen decayed
vervallen dilapidated
vervallen to decline
vervallen to expire
vervangen to replace
vervanging {de} replacement
vervanging {de} substitution
verveeld bored
vervelen to bore
vervelend annoying
verveling {de} boredom
vervellen to slough
vervelling {de} ecdysis
verven to dye
verven to paint
vervloeking {de} curse
vervoegen to conjugate
vervoer {het} transport
vervoer {het} transportation
vervoeren to carry [passengers, freight]
vervoeren to transport
vervoermiddel {het} means of transport {sg}
vervoermiddelen {mv} means of transport
vervolg {het} continuation
vervolg {het} sequel
vervolgen to continue
vervolgen to persecute
vervolgen to prosecute
vervolgen to pursue
vervolgen to sue
vervuilen to contaminate
vervuilen to pollute
vervullen to fulfil [Br.]
verwaarlozen to neglect
verwaarlozing {de} neglect
verwachten to expect
verwachten to anticipate
verwachtend expectant
verwachting {de} expectation
verwachting {de} forecast
verwachtingen {mv} expectations
verwante {de} relative [female]
verward baffled
verward confused
verwarmen to heat
verwarming {de} heater
verwarming {de} heating
verwarmingstoestel {het} heater
verwarren to confuse
verwarrend confusing
verwekken to beget
verwekker {de} begetter
verwekker {de} procreator
verwend spoilt
verwend spoiled
verwerken to process
verwerpen to overrule
verwezenl?ken to accomplish
verwezenl?ken to achieve
verwijderen to remove
verwijt {het} blame
verwijt {het} reproach
verwijten to blame
verwijten to reproach
verwond injured
verwond wounded
verwonden to injure
verwonden to wound
verwonderd amazed
verwonderd astonished
verwonderd surprised
verwondering {de} amazement
verwondering {de} marvel [amazement]
verwonding {de} injury
verwonding {de} wound
verzamelaar {de} collector
verzamelen to collect
verzamelen to gather
verzameling {de} collection
verzegelen to seal
verzegeling {de} seal
verzekerd insured
verzekeren to ensure
verzekering {de} insurance
verzekering {de} assurance
verzekering {de} guarantee
verzenden to send [mail, dispatch]
verzending {de} shipping
verzetje {het} distraction
verzetje {het} diversion
verzetsbeweging {de} resistance movement
verzinken to galvanise [Br.]
verzinken to galvanize
verzinken to sink
verzoek {het} request
verzoeken to request
verzoenen to reconcile
verzorgen to look after [take care of]
verzorgen to provide
verzorgen to take care of
verzorging {de} care
vest {het} vest [Am.] [Aus.]
vest {het} waistcoat [esp. Br.]
vestiging {de} subsidiary
vet {het} fat
vetarm low fat
veter {de} lace
veters {mv} laces
vetplant {de} succulent (plant)
vettig greasy
vetvrij fat-free
vetzucht {de} adiposity
vetzucht {de} obesity [adiposity]
vezel {de} fiber [Am.]
vezel {de} fibre [Br.]
vice versa vice versa
videocamera {de} video camera
vier four
vierde fourth <4th>
vieren to celebrate
vierentwintig <24> twenty-four
vierhoek {de} square
vierhoekig square
viering {de} celebration
vierkante meter {de} square meter [Am.]
vierkante meter {de} square metre [Br.]
vierwielaandrijving {de} four-wheel drive
vies nasty
vies filthy
Vietnamees Vietnamese
Vietnamees {het} Vietnamese
vijand {de} enemy
vijandelijk hostile
vijandelijk inimical [hostile]
vijandschap {de} enmity
vijf five
vijfde fifth <5th>
vijfentwintig <25> twenty-five
vijftien fifteen
vijftiende <15e, 15de> fifteenth <15th>
vijftig fifty
vijftigste <50e, 50ste> fiftieth <50th>
vijg {de} fig
vijgenboom {de} fig tree
vijver {de} pond
vijver {de} pool
villen to flay
viltstift {de} felt-tip pen
viltstift {de} felt tip
vin {de} fin
vinden to find
vindingrijk ingenious
vinger {de} finger [Digitus manus]
vingernagel {de} fingernail
vingers {mv} fingers [Digiti manus]
vink {de} finch
vis {de} fish
visitekaartje {het} business card
visitekaartje {het} calling card [esp. Am.]
visnet {het} fishing net
visnet {het} [stof] fishnet
vissen to fish
vissen {mv} fish {pl}
vissoorten {mv} fishes [fish species]
visum {het} visa
visvrouw {de} fishwife
vitaal vital
vlaag {de} fit
Vlaamse {de} Fleming [female]
Vlaamsen {mv} Flemings [female]
Vlaanderen {het} Flanders
vlag {de} flag
vlaggenschip {het} flagship
vlak flat
vlam {de} flame
Vlaming {de} Fleming
Vlamingen {mv} Flemings
Vlamingen {mv} Flemish {pl}
vlammen {mv} flames
vlas {het} flax
vlees {het} flesh
vlees {het} meat
vleesmolen {de} meat grinder
vleien to flatter
vlekkeloos immaculate
vlieg {de} fly
vliegen to fly
vliegen [zich haasten] to rush
vliegend flying
vliegenmepper {de} fly swat
vliegenmepper {de} fly swatter
vlieger {de} kite
vlieghaven {de} [BN] airport
vliegtuig {het} aeroplane [Br.]
vliegtuig {het} aircraft
vliegtuig {het} airplane [Am.]
vliegtuig {het} plane
vliegtuigen {mv} aircraft {pl}
vliering {de} attic
vliering {de} loft [attic]
vlies {het} diaphragm
vlies {het} fleece
vlijtig diligent
vlijtig hardworking
vlinder {de} butterfly
Vlissingen {het} Flushing
vlo {de} flea
vloed {de} flood
vloeibaar liquid
vloeien to flow
vloeiend fluent
vloeiend fluently
vloeistof {de} fluid
vloeistof {de} liquid
vloek {de} curse
vloek {de} hex
vloer {de} floor
vloeren {mv} floors
vloerkleed {het} carpet
vloerkleed {het} rug
vlooienmarkt {de} flea market
vloot {de} fleet
vlot fluent
vlot {het} raft
vlucht {de} flight
vluchtauto {de} getaway car
vluchteling {de} refugee
vluchtelinge {de} refugee [female]
vluchtelingen {mv} refugees
vluchten to flee
vluchten {mv} flights
vluchtheuvel {de} traffic island
vluchtig volatile
vlug fast
vlug quick
vlug swift
vocht {het} moisture
vochtig moist
vochtigheid {de} humidity
voedingsmiddel {het} food [nutriment]
voedingswaarde {de} nutritional value
voedsel {het} food
voegwoord {het} conjunction
voelen to feel
voeren to feed
voertuig {het} vehicle
voet {de} foot
voetbal {de} football [Br.]
voetbal {het} football [Br.]
voetbal {het} soccer
voetballen to play football [Br.]
voeten {mv} feet
voetganger {de} pedestrian
voetjevrijen to play footsie
voetnoot {de} footnote
voetpad {het} footpath
voetpad {het} walkway [footpath]
vogel {de} bird
vogelverschrikker {de} scarecrow
vol full
vol fully
voldaan satisfied
voldaan [verzadigd] full (up)
voldoen to satisfy
voldoende sufficient
voldoende satisfactory
volgeladen fully laden
volgen to follow
volgende next
volgens according to
volgens mij in my opinion <IMO>
volgorde {de} order
volgroeid adult [full-grown]
volgroeid full-grown
volharden to persevere
volhouden to persevere
volkomen completely
volksgeloof {het} popular belief
volkstelling {de} population census
volle lepel {de} spoonful of
volle melk {de} full-cream milk
volledig completely
volledig fully
volleybal {het} volleyball
volstrekt complete
volstrekt completely
volstrekt total
volstrekt totally
voltijds full-time
voltooid deelwoord {het} past participle
volwassen adult [full-grown]
volwassen full-grown
volwassene {de} adult
volwassene {de} grown-up
volwasseneneducatie {de} adult education
volwassenheid {de} adulthood
vondst {de} finding
vonk {de} spark
voor for
vóór before
voor de kust off the coast
voor iedereen for all
voor iets opkomen to stand up for sth. [to defend sth.]
voor niks to no purpose
voor zover bekend as far as it is known
vooraanstaand prominent
vooraanstaand leading
vooraf beforehand
voorafgaand previous
voorafje {het} hors d'oeuvre
voorafje {het} starter
vooral especially
vooral particularly
voorbarig premature
voorbarig prematurely
voorbeeld {het} example
voorbeeld {het} exemplar
voorbereiding {de} preparation
voorbereidingen {mv} preparations
voorbij over [finished]
voorbijganger {de} passer-by
voorbijgangers {mv} passers-by
voordeel {het} advantage
voordeel {het} benefit
voordelen {mv} advantages
voordeur {de} front door
voordien before
voordien beforehand
voorgaan to precede
voorganger {de} predecessor
voorgerecht {het} appetizer
voorgerecht {het} first course
voorgerecht {het} starter
voorgrond {de} foreground
voorhoofd {het} forehead
voorhuid {de} foreskin
voorjaar {het} spring [season]
voorkomen to avoid
voorkomen {het} [uiterlijk] appearance
voorkomen {het} [verhinderen] prevention
voorlezen to read aloud
voorlicht {het} [BN] headlamp
voorlicht {het} [BN] headlight
voorloper {de} forerunner
voorloper {de} precursor
voorloper {de} predecessor
voorlopig preliminary
voorlopig provisional
voorlopig provisionally
voorlopig temporary
voormalig former
voormalig formerly
voornaam {de} first name
voornaamwoord {het} pronoun
voornamelijk chiefly
voornamelijk mainly
voornemen {het} resolution
voornemen {het} intention
vooroordeel {het} bias
vooroordeel {het} prejudice
voorraad {de} stock
voorruit {de} windscreen [Br.]
voorruit {de} windshield [Am.]
voorspellen to foretell
voorspellen to predict
voorspelling {de} forecast
voorspelling {de} prediction
voorspelling {de} prophecy
voorsprong {de} advance
voorstad {de} suburb
voorstedelijk suburban
voorsteden {mv} suburbs
voorstellen to introduce
voorstellen to propose
voorstellen to suggest
voortaan from now on
voortaan henceforth
voortdurend persistent
voortdurend constant
voortdurend constantly
voortdurend continual
voortdurend continually
voortdurend continuous
voortdurend continuously
voortijdig premature
voortplanting {de} propagation
voortreffelijk superior [excellent]
voortrekken to favor [Am.]
voortrekken to favour [Br.]
voortrekker {de} pioneer
voortrekker {de} trailblazer
voortuin {de} front garden
voortzetten to continue
vooruit forward
vooruit ahead
vooruit forwards
vooruit in advance
vooruit up front
vooruit upfront [coll.]
vooruitgaan to advance
vooruitgaan to improve
vooruitkomen to get ahead
vooruitzicht {het} prospect
vooruitzien naar iets to look forward to sth.
voorvaderlijk ancestral
voorval {het} incident
voorvallen to occur
voorvoegsel {het} prefix
voorwaarde {de} condition
voorwaardelijk conditional
voorwaarts forward
voorwaarts forwards
voorwendsel {het} pretext
voorwerp {het} item
voorwerp {het} object
voorwiel {het} front wheel
voorwielaandrijving {de} front-wheel drive
voorwoord {het} foreword
voorwoord {het} preface
voorzetsel {het} preposition
voorzichtig careful
voorzichtig carefully
voorzichtig cautious [careful]
voorzichtig zijn to watch out
voorzichtigheid {de} caution
voorzien foreseen
voorzien to anticipate
voorzien to foresee
voorzienbaar foreseeable
voorzitster {de} chairwoman
voorzitter {de} chairman
voorzorgen {mv} precautions
vorig previous
vorig jaar {het} last year
vork {de} fork
vorkheftruck {de} forklift truck
vorm {de} form
vorm {de} shape
vorstendom {het} principality
vos {de} fox
vraag {de} demand [need]
vraag {de} question
vraagprijs {de} asking price
vraagstuk {het} problem
vraagteken {het} question mark
vracht {de} cargo
vracht {de} freight
vrachtauto {de} [NN] lorry [Br.]
vrachtauto {de} [NN] truck
vrachtschip {het} freighter
vrachtwagen {de} lorry [Br.]
vrachtwagen {de} truck
vrachtwagen {de} van
vragen to ask
vragen to question
vragen {mv} questions
vragen om to ask for
vragen stellen to ask questions
vragenlijst {de} questionnaire
vrede {de} peace
vredesduif {de} dove of peace
vredesverdrag {het} peace treaty
vredig peaceful
vreemd odd
vreemd strange
vreemder stranger
vreemdgaan to be unfaithful
vreemdst strangest
vrees {de} fear
vreselijk terrible
vreselijk terribly
vreugde {de} joy
vreugdevol joyful
vrezen to fear
vriend {de} boyfriend
vriend {de} friend
vriendelijk friendly
vriendelijk friendly [kindly]
vriendelijk kindly
vriendelijk kindly [friendly]
vriendelijk pleasant [friendly]
vriendelijk polite [friendly]
vriendelijker friendlier
vriendelijkheid {de} friendliness
vriendelijkheid {de} kindliness [friendliness]
vriendin {de} friend [female]
vriendin {de} girlfriend
vriendschap {de} friendship
vriezer {de} freezer
vrij free
vrij quite
vrij rather
vrij rondlopend at large
vrijdag {de} Friday
vrije dag {de} day off
vrije tijd {de} free time
vrije trap {de} free kick
vrijgesteld exempt
vrijgevig generous [liberal, lavish]
vrijgezel {de} bachelor
vrijheid {de} freedom
vrijheidsstrijder {de} freedom fighter
vrijmaking {de} [BN] liberalisation [Br.]
vrijmaking {de} [BN] liberalization
vrijwillig voluntary
vrijwilliger {de} volunteer
vrijwilligerswerk {het} voluntary work
vrijwilligerswerk {het} voluntary service
vroedvrouw {de} midwife
vroeg early
vroeg of laat sooner or later
vroeger bekend als formerly known as
vroeger en nu then and now
vrolijk cheerful
vrolijk cheerfully
vrolijk happily [cheerfully]
vrolijk happy [cheerful]
vrolijk merrily [cheerfully]
vrolijk merry [cheerful]
vroom devout
vroom devoutly
vroom pious
vroom piously
vrouw {de} wife
vrouw {de} woman
vrouwelijk female
vrouwelijk feminine
vrouwelijkheid {de} femininity
vrouwen {mv} women
vrouwentoilet {het} women's restroom [Am.]
vrucht {de} fruit
vruchtbaar fertile
vruchtbaarheid {de} fertility
vruchteloos idle
vuil dirty
vuil filthy
vuilbak {de} [BN] [omg.] dustbin
vuilbak {de} [BN] [omg.] garbage can [Am.]
vuilbak {de} [BN] [omg.] wastebin
vuiligheid {de} filth
vuilnisbak {de} dustbin [Br.]
vuilniskoker {de} garbage disposer [Am.]
vuilnisstortkoker {de} garbage disposer [Am.]
vuilniszak {de} trash bag [Am.]
vuist {de} fist
vuistregel {de} rule of thumb
vulkaan {de} volcano
vulkaanuitbarsting {de} volcanic eruption
vulkanisch volcanic
vullen to fill
vulling {de} filling
vulpen {de} fountain pen
vurig fiery
vurig ardent
vuur {het} fire
vuursteen {de} flintstone
vuurstenen {mv} flintstones
vuurtoren {de} lighthouse
vuurvast fireproof
vuurwerk {het} firework
vuurwerk {het} fireworks {pl}
waaien to blow [wind]
waaier {de} fan [hand-held]
waaiervormig fan-shaped
waakhond {de} watchdog
waakzaam alert
Waal {de} Walloon
Waalse {de} Walloon [female]
waar TRUE
waar where
waar ... vandaan where ... from
Waar bent u geboren? Where were you born?
Waar kom je vandaan? Where are you from?
waarbij whereas
waarbij whereby
waarderen to appreciate
waardig dignified
waardigheid {de} dignity
waarheid {de} truth
waarom why
waaronder including
waaronder such as
waarop in which
waarop on which
waarschijnlijk probably
waarschijnlijkheid {de} likelihood
waarschijnlijkheid {de} probability
waarschuwen to warn
waarvandaan where ... from
waarvoor what for
waarzeggen to prophesy
waarzeggen to scry
wachten to wait
wachten op to wait for
wachtlijst {de} waiting list
wachtwoord {het} password
wachtzaal {de} [BN] waiting room
Waddenzee {de} Wadden Sea
wadvogel {de} wading bird
wafel {de} waffle
wagenziek carsick
wakker awake
Walen {mv} Walloons
walgelijk disgusting
walging {de} repulsion
Wallonië Wallonia
walnoot {de} walnut
walvis {de} whale
walvisjacht {de} whaling
wand {de} wall
wandelende tak {de} stick insect
wandeling {de} stroll
wandeling {de} walk
wandelstok {de} walking stick
wandelweg {de} walkway
wang {de} cheek
wanhopen to despair
wanhopig desperate
wankelen to stagger
wanneer when
wanneer (dan ook) whenever
want because
wantrouwen to distrust
wantrouwen to mistrust
wapen {het} weapon
wapen {het} [wapenschild] coat of arms
wapenschild {het} coat of arms
warenhuis {het} department store
warm warm
warme chocolademelk {de} hot chocolate
warmte {de} warmth
warmtefront {het} warm front
Warschau {het} Warsaw
was {de} {het} wax
wasmachine {de} washing machine
wassen to wash
wastafel {de} washbasin
wat what
Wat denk je? What do you think?
Wat denk jij? What do you think?
Wat een verrassing! What a surprise!
Wat is er? What is the matter?
Wat is jouw naam? What's your name?
Wat scheelt er? What is the matter?
Wat voeren ze in hun schild? What are they up to?
Wat? Pardon?
water {het} water
waterdamp {de} water vapour [Br.]
waterdruk {de} water pressure
waterfiets {de} pedal boat
waterfiets {de} pedalo
waterig watery
waterkoker {de} electric kettle
waterkraan {de} faucet [Am.]
waterlelie {de} water lily
watermeloen {de} watermelon
watermerk {het} watermark
watermolen {de} watermill
waterniveau {het} water level
wateroppervlak {het} surface of the water
waterpolo {het} water polo
waterrand {de} bank
waterstof {de} hydrogen
watertoren {de} water tower
waterval {de} waterfall
watervogel {de} waterbird
watervrees {de} hydrophobia
waterweg {de} waterway
watje {het} absorbent cotton
watje {het} cotton wool
watt {de} <W> watt <W>
wattenstaafje {het} cotton bud [Br.]
wc-bril {de} toilet seat
wc-rol {de} loo roll [Br.] [coll.]
wc-rol {de} roll of TP [Am.]
we we
we / wij zullen we will
We tasten in het duister. We are all at sea.
web {het} web
webbrowser {de} web browser
wedden to bet [wager]
wedden to wager
weder {het} [oud.] weather
wedergeboorte {de} rebirth
wederhelft {de} other half [fig.: spouse]
wederhelft {de} significant other <SO>
wederopbouw {de} reconstruction
wederzijds mutual
wederzijds mutually
wederzijds reciprocal
wedstrijd {de} competition
wedstrijd {de} contest
wedstrijd {de} game
wedstrijd {de} match
weduwe {de} widow
weduwnaar {de} widower
weegbrug {de} weighbridge
weegschaal {de} pair of scales
weegschaal {de} scales
Weegschaal {de} [sterrenbeeld] Libra
week {de} week
weekblad {het} weekly
weekdag {de} weekday
weekdier {het} mollusc
weekdier {het} mollusk [Am.]
weekeinde {het} weekend
weekend {het} weekend
weelde {de} affluence
weelderig sumptuous
weer again
weer {het} weather
weerbericht {het} weather forecast
weerhaan {de} weathercock
weerspiegelen to mirror
weerspiegelen to reflect
weerspiegeling {de} mirror
weerwolf {de} werewolf
weerzien to meet again
weerzien to see again
weerzinwekkend repulsive
weeshuis {het} orphanage
Weet jij of ... ? Do you know if ... ?
weg away
weg {de} road <Rd.>
weg {de} way
wegebben to fade away slowly
wegebben to ebb away
wegen to weigh
wegenkaart {de} road map
wegens due to
weggooien to throw away
weghalen to take off [to remove]
weghalen to take away
wegjagen to chase away
wegkwijnen to waste away
weglopen to run away
weglopen to walk away
wegscheren to shave off
wegtransport {het} road transport
wegvervoer {het} road transport
wegwerp- disposable
wegwijzer {de} signpost
wei {de} meadow
weide {de} meadow
weids grand
weigeren to refuse
weigering {de} refusal
weinig few
weinig little
weinig {het} little
wekelijks weekly
weken {mv} weeks
welbevinden {het} well-being
weldra presently
weleens occasionally
welgemanierd well-mannered
welgesteld well-to-do
welk which
welke which
Welkom in Rotterdam. Welcome to Rotterdam.
Welshe vrouw {de} Welshwoman
Welshman {de} Welshman
Welterusten! Good night!
welvaart {de} welfare
welzijn {het} welfare
welzijn {het} well-being
wendbaarheid {de} agility
Wenen {het} Vienna
wenkbrauw {de} eyebrow
wennen aan to become accustomed to
wennen aan to get used to
wens {de} wish
wens {de} desire
wensen to wish
wensenlijst {de} wish list
wereld {de} world
wereldbeker {de} World Cup trophy
wereldberoemd world-famous
wereldbevolking {de} world population
wereldbol {de} globe
Wereldgezondheidsorganisatie {de} <WHO> World Health Organization <WHO>
wereldkampioenschap {het} World Cup
wereldlijk temporal [worldly]
wereldlijk worldly
wereldwijd worldwide
wereldwijs sophisticated
werf {de} shipyard
werk {het} work
werkelijk real
werkelijk really
werkelijkheid {de} reality
werken to work
werkgeefster {de} employer [female]
werkgever {de} employer
werkkamer {de} study [room]
werkkleding {de} work clothes
werkkleding {de} work clothing
werkkleding {de} workwear
werkloosheid {de} unemployment
werkneemster {de} employee [female]
werknemer {de} employee
werkplek {de} workplace
werkster {de} cleaning lady
werktuig {het} tool
werkvergunning {de} work permit
werkwoord {het} verb
werkzaam effectively
wervelen to swirl
wervelkolom {de} backbone
wervelstorm {de} hurricane
wesp {de} wasp
westelijk western
westelijkste westernmost
westen {het} west
westers Western [e.g. countries]
West-Indië {het} West Indies {pl}
westwaarts westwards
wet {de} law
weten to know
wetenschap {de} science
wetenschapper {de} scientist
wetgeving {de} legislation
wetswijziging {de} amendment
wetten {mv} laws
wezel {de} weasel
whirlpool {de} whirlpool
wie whom
Wie is daar? Who is there?
wiel {het} wheel
wielklem {de} Denver boot [Am.]
wielklem {de} wheel clamp [Br.]
wielrennen {het} bicycle racing
wielrennen {het} cycle racing
wij we
wij zelf we ourselves
wij zijn we are
wijdverspreid widespread
wijk {de} borough [esp. London, New York]
wijk {de} district
wijn {de} wine
wijnazijn {de} wine vinegar
wijnglas {het} wine glass
wijnvlek {de} [huid] birthmark
wijs wise
wijsgeer {de} philosopher
wijsheid {de} wisdom
wijsvinger {de} forefinger
wijsvinger {de} index finger
wijze {de} manner
wijzigen to amend
wijzigen to alter
wijzigen to change
wijziging {de} amendment
wijziging {de} change
wild wild
wild zwijn {het} boar
wildernis {de} wilderness
willekeurig random
willekeurig arbitrary
willekeurig voluntary
willen to want (to)
willens en wetens deliberately
willens en wetens knowingly and willingly
wind {de} wind
winddicht draftproof [Am.]
winddicht draughtproof [Br.]
winden to wind
winderig windy
windmolen {de} windmill
windrichting {de} wind direction
windsnelheid {de} wind velocity
winkel {de} shop
winkelcentrum {het} shopping centre [Br.]
winkeleigenaar {de} shopkeeper
winkelen to go shopping
winkelen to shop [for clothing, shoes, CDs, books, etc.]
winkelier {de} shopkeeper
winkelmeisje {het} shopgirl
winkelwagen {de} shopping cart [Am.]
winkelwagen {de} shopping trolley [Br.]
winnaar {de} winner
winnares {de} winner [female]
winnen to win
winning {de} exploitation
winter {de} winter
winterjas {de} winter coat
winterlandschap {het} winter landscape
winterlandschap {het} winter scene
winters wintery
winters wintry
winterslaap {de} hibernation
wintertijd {de} standard time
wintertijd {de} wintertime
winterwende {de} winter solstice
wip {de} [speeltoestel] teeter-totter [Am.]
wip {de} [speeltoestel] seesaw
wirwar {de} clutter
wirwar {de} tangle
wiskunde {de} mathematics
wiskundig mathematic
wiskundig mathematical
wiskundig mathematically
wisselen to change
wisselen to exchange
wisselgeld {het} change [money]
wisselkantoor {het} exchange bureau
wisselkoers {de} exchange rate
wisselspeler {de} substitute
wisselstroom {de} alternating current <AC>
wit white
witlof {de} {het} [NN] chicory
witloof {de} {het} [BN] chicory
Wit-Rusland {het} Belarus
witte ruis {de} white noise
wittebroodsweken {de} honeymoon
woede {de} anger
woede {de} angriness
woede {de} rage
woedend furious
woensdag {de} Wednesday
woestijn {de} desert
wol {de} wool
wolf {de} wolf
wolk {de} cloud
wolkbreuk {de} cloudburst
wolkeloos cloudless
wolkenkrabber {de} skyscraper
wollig fleecy
wolven {mv} wolves
wond {de} [NN] wound
wonde {de} [BN] wound
wonderkind {het} (child) prodigy
wonderkind {het} wonder child
wonen to live
woning {de} residence
woningbouw {de} housebuilding
woonboot {de} houseboat
woonkamer {de} living room
woonruimte {de} living space
woonschip {het} houseboat
woonstraat {de} residential street
woord {het} word
woorden {mv} words
woordenboek {het} dictionary
woordenschat {de} vocabulary
woordvoerder {de} spokesman
woordvoerder {de} spokesperson
woordvoerster {de} spokesperson [female]
woordvoerster {de} spokeswoman
worcestersaus {de} Worcester sauce
worden to become [to be: passive voice]
worm {de} worm
wormvormig aanhangsel {het} appendix
worst {de} sausage
worstelaar {de} wrestler
worstelen to wrestle
worstelen {het} wrestling
worstje {het} sausage
wortel {de} carrot
wortel {de} root
wortels {mv} carrots
wortels {mv} roots
worteltjes {mv} carrots
worteltrekken to find a root
woud {het} forest
wraak {de} revenge
wreed cruel
wreed cruelly
wrijfhoek {de} friction angle
wrijven to rub
wrok {de} grudge
wurgen to strangle
x-as {de} x-axis
x-benen {mv} knock knees
xylofoon {de} xylophone
yang {het} yang
yen {de} yen
yeti {de} yeti
yin {het} yin
yoga {de} yoga
yoghurt {de} yoghurt
zaad {het} seed
zaag {de} saw
zaagblad {het} saw blade
zaaien {het} sowing
zaak {de} business
zaak {de} case
zaak {de} matter
zaak {de} thing
zacht soft
zacht softly
zacht tender
zachtjes gently
zachtjes quietly
zachtjes softly
zachtzinnig gentle
zadel {het} {de} saddle
zaden {mv} seeds
zagen to saw
zak {de} pocket
zakdoek {de} handkerchief
zakenman {de} businessman
zakenvrouw {de} businesswoman
zakken to come down
zakken to drop [fall]
zakken to fail [a class]
zakken to fall through
zakken to flunk
zakken to go down
zakken to sink
zaklamp {de} torch [Br.]
zaklantaarn {de} (electric) torch
zaklantaarn {de} flashlight
Zal ik hem / haar iets doorgeven? Can I take a message for him / her?
zalf {de} ointment
zalf {de} salve
zalf {de} unguent
zalig blissful
zalig glorious
zalig superb
Zalig kerstfeest en een gelukkig nieuwjaar! A Blessed Christmas and a Happy New Year.
Zalig kerstfeest en een gelukkig nieuwjaar! A Blessed Christmas and a Happy New Year!
zalm {de} salmon
zand {het} sand
zanderig sandy
zandig sandy
zandstrand {het} sandy beach
zang {de} singing
zanger {de} singer
zangles {de} singing lesson
zanglessen {mv} singing lessons
zangvogel {de} songbird
zaniken to nag
zaniker {de} nagger
zappen to zap [coll.] [from one TV channel to another]
zat drunk
zaterdag {de} Saturday
ze they
ze / zij zullen they will
zebra {de} zebra
zebrapad {het} pedestrian crossing
zebrapad {het} zebra crossing
zedelijk moral
zee {de} sea [also fig.]
zeebeving {de} seaquake
zeeëgel {de} [oud] sea urchin
zeeën {mv} seas
zeeën {mv} van tijd a vast amount of time
zeehond {de} seal
zeekaart {de} chart
zeeleeuw {de} sea lion
zeemeermin {de} mermaid
zeemijl {de} nautical mile <NM>
zeep {de} soap
zeepaardje {het} sea horse
zeer very
zeer goed very well
zeer vreemd weird [coll.]
zeespiegel {de} sea level
zeestraat {de} strait
zeetransport {het} maritime transport
zeevruchten {mv} seafood
zeewater {het} seawater
zeeziek seasick
zeezoogdier {het} marine mammal
zegel {het} seal [made of wax etc.]
zeggen to say
zegswijze {de} saying
zeiken [vulg.] to piss [vulg.]
zeil {het} sail
zeilboot {de} sailboat [Am.]
zeilboot {de} sailing boat
zeilen {het} sailing
zeilen {mv} sails
zeilwagen {de} sand yacht
zeker certain
zeker certainly
zeker safe
zeker sure
zekerheid {de} certainty
zelden seldom
zeldzaam rare
zeldzaam rarely
zeldzaamheid {de} rarity
zelf itself
zelf self
zelfbeeld {het} self-image
zelfbestuur {het} self-rule
zelfbewustheid {de} self-confidence
zelfkritiek {de} self-criticism
zelfmoord {de} suicide
zelfrijdend self-propelled
zelfs even
zelfstandig naamwoord {het} noun
zelfvertrouwen {het} self-confidence
zelfverzekerdheid {de} self-confidence
zenden to transmit
zenuw {de} nerve
zenuwachtig nervous
zenuwstelsel {het} nervous system
zes six
zesde sixth <6th>
zesentwintig <26> twenty-six
zeshoek {de} hexagon
zeshoekig hexagonal
zestien sixteen
zestiende <16e, 16de> sixteenth <16th>
zestig sixty
zestigste <60e, 60ste> sixtieth <60th>
zeszijdig six-sided
zetel {de} [BN] couch
zetel {de} [BN] sofa
zetmeel {het} starch
zeulen to drag
zeur {de} nagger
zeuren to whine
zeurkous {de} nagger
zeven seven
zevende seventh <7th>
zeventien seventeen
zeventiende <17e, 17de> seventeenth <17th>
zeventig seventy
zeventigste <70e, 70ste> seventieth <70th>
zich aanmelden to log in [a computer, website, etc.]
zich aanpassen to conform
zich aanstellen to put on airs
zich afmelden to check out
zich afmelden to log out [computer, website, etc.]
zich amuseren to amuse oneself
zich amuseren to enjoy oneself
zich beklagen to complain
zich bekwamen to train oneself [practise, learn]
zich bemoeien met to interfere with
zich bemoeien met to meddle in
zich blauw betalen [fig.] to pay through the nose [fig.]
zich fatsoenlijk gedragen to behave
zich gedragen to behave
zich haasten to hurry up
zich indenken to imagine
zich kwalificeren to qualify
zich met de ellebogen een weg banen to elbow one's way
zich omkleden to get changed
zich ontwikkelen to evolve
zich opdirken to prink oneself
zich opstapelen to accumulate
zich overgeven to surrender
zich uitkleden to take off one's clothes
zich vastklampen (aan) to cling (to)
zich veranderen to alter
zich verbazen to be amazed
zich verbazen to be surprised
zich verbazen to marvel
zich verbeelden to imagine
zich verenigen to unify
zich vergissen to be wrong
zich verheugen op to look forward to
zich verkleden to get changed
zich vermaken to amuse oneself
zich vermaken to enjoy oneself
zich verschuilen to hide
zich voordoen to act
zich voordoen to appear
zich voordoen to pose
zich voorstellen to imagine
zich wegscheren [omg.] to take a hike [sl.]
zich zorgen maken to worry
zicht {het} sight
zichtbaar visible
zichtbaarheid {de} visibility
zichzelf itself
ziek ill
zieken {mv} the sick {pl} [sick people]
ziekenhuis {het} hospital
ziekenwagen {de} ambulance
ziekte {de} disease
ziekte {de} illness
ziekte {de} sickness
ziel {de} soul
zielig pathetic
zielig pitiful
zien to see
zigzag zigzag
zigzaggen to zigzag
zij she
zij they
zijde {de} side
zijde {de} silk
zijdeachtig silky
zijderups {de} silkworm
zijingang {de} side entrance
zijn his [possessive pronoun]
zijn to be
Zijne Koninklijke Hoogheid <ZKH> His Royal Highness <HRH>
zijrivier {de} tributary
zijstraat {de} side street
zijwaarts sideways
zilver {het} silver
zilveren silver
zin {de} sense
zin {de} sentence
zingen to sing
zinken to sink
zinloos idle
zinnen [aanstaan] to fancy
zinnen [aanstaan] to like
zinnen op [wraak, succes] to be intent on
zintuig {het} sense organ
zitplaats {de} seat
zitten to sit
zo min mogelijk as little as possible
zo snel mogelijk as quickly as possible
zo ver het oog reikt as far as the eye can see
zoals like
zoals such as
zoals altijd as always
zodat so that
zodiak {de} zodiac
zodra as soon as
zoeken to search
zoeken to seek
zoeken naar to look for
zoekmachine {de} search engine
zoektocht {de} quest
zoen {de} kiss
zoet sweet
zoet water {het} fresh water
zoetzure saus {de} sweet-and-sour sauce
zoetzuur sweet and sour
zogeheten so-called
zogenaamd so-called
zogezegd so to speak
zojuist just
zolder {de} attic
zolder {de} loft [attic]
zomaar just like that
zomaar without any warning
zombie {de} zombie
zomer {de} summer
zomersproet {de} freckle
zomerweer {het} summer weather
zomerwende {de} summer solstice
zon {de} sun
zonaanbidder {de} sun worshipper
zondag {de} Sunday
zondags on Sunday
zonder without
zonder de minste twijfel without any doubt
zonder mouwen sleeveless
zonder twijfel undoubtedly
zoneclips {de} eclipse of the sun
zoneclips {de} solar eclipse
zonlicht {het} sunlight
zonnebaden to sunbathe
zonnebloem {de} sunflower
zonnebloempit {de} sunflower seed
zonnebloempitten {mv} sunflower seeds
zonnebrand {de} sunburn
zonnebril {de} sunglasses
zonnecrème {de} sunscreen
zonneschijn {de} sunshine
zonnevlek {de} sunspot
zonnewende {de} solstice
zonnewijzer {de} sundial
zonnewind {de} solar wind
zonnig sunny
zonsondergang {de} sunset
zonsopgang {de} sunrise
zonsopkomst {de} sunrise
zonsverduistering {de} eclipse of the sun
zonsverduistering {de} solar eclipse
zoogdier {het} mammal
zooi {de} heap
zooi {de} mess [chaos]
zool {de} sole
zoölogie {de} zoology
zoon {de} son
zorg {de} concern
zorg {de} worry
zorgen {mv} sorrow
zorgvuldig careful
zotheid {de} folly
Zou je alsjeblieft ...? Would you mind ...?
Zou je graag ... ? Would you like to ... ?
Zou je willen ... ? Would you like to ... ?
Zou jij alsjeblieft ...? Would you mind ...?
Zou u alstublieft ...? Would you mind ...?
zout {het} salt
zoutig salty
zoveelste umpteenth [coll.]
zucht {de} sigh
zuchten to sigh
Zuid-Afrika {het} South Africa
zuidelijk southern
zuidelijkste southernmost
zuiden {het} south
zuidoosten {het} south-east
zuidoosten {het} southeast
Zuidpool {de} South Pole
zuidwaarts southwards
zuidwesten {het} south-west
zuidwesten {het} southwest
zuigeling {de} baby
zuigeling {de} infant
zuigen to suck
zuinig frugal
zuinig thrifty
zuinigheid {de} frugality
zuinigheid {de} parsimony
zuinigheid {de} thrift
zuinigheid {de} thriftiness
zuipen [omg.] to booze [coll.]
zuivelproduct {het} dairy product
zuiver clean
zuiverheid {de} purity
zulk such
zure regen {de} acid rain
zus {de} sister
zuster {de} sister
zusterschip {het} sister ship
zuur sour
zuur {het} acid
zuurgehalte {het} acid content
zuurkool {de} sauerkraut
zuurstof {de} oxygen
zuurtje {het} acid drop [Br.]
zwaaien to wave
zwaaien to swing
zwaan {de} swan
zwaar heavy
zwaar beschadigd badly damaged
zwaard {het} sword
zwaarder heavier
zwaarlijvigheid {de} corpulence
zwaarmoedig melancholy
zwaarste heaviest
zwaarte {de} heaviness
zwaarte {de} weight
zwaartekracht {de} gravitation
zwaartepunt {het} center of gravity [Am.]
zwabber {de} mop
zwabber {de} swab [mop]
zwachtel {de} bandage
zwager {de} brother-in-law
zwak feeble
zwak weak
zwakte {de} feebleness
zwakte {de} weakness
zwakzinnig mentally deficient
zwaluw {de} swallow
zwammen to talk rubbish
zwanger pregnant
zwanger in the pudding club [Br.] [coll.]
zwangerschap {het} pregnancy
zwart black
zwarte handel {de} black market
zwarte markt {de} black market
zwarten to blacken
zwart-wit black and white
zwavel {de} sulphur
zwavel {de} sulfur <S> [Am.]
zwavelkoolstof {de} carbon disulfide <CS2> [Am.]
zwavelkoolstof {de} carbon disulphide <CS2> [Br.]
zwavelwaterstof {de} {het} hydrogen sulfide <H2S> [Am.]
zwavelwaterstof {de} {het} hydrogen sulphide <H2S> [Br.]
zwavelzuur {het} sulphuric acid
zwavelzuur {het} sulfuric acid [Acidum sulfuricum] [H2SO4, E 513] [Am.]
zwavelzuurgehalte {het} sulphuric acid content
zwavelzuurhydraat {het} sulphuric hydrate
Zweden {het} Sweden
Zweden {mv} Swedes
Zweed {de} Swede
Zweeds Swedish
Zweeds {het} Swedish
Zweedse {de} Swede [female]
zweefvliegen to glide
zweefvliegtuig {het} glider
zweem {de} semblance
zweem {de} shade [small amount]
zweem {de} touch [small amount]
zweep {de} whip
zweepslag {de} lash [with a whip]
zweer {de} boil
zweer {de} sore
zweer {de} ulcer
zweet {het} perspiration
zweet {het} sweat
zwelgen to swallow
zwelgen [fig.] to revel (in)
zwellen to swell
zwelling {de} swelling
zwembad {het} swimming pool
zwembroek {de} swimming trunks
zwemgordel {de} swimming belt
zwemmen to swim
zwemmer {de} swimmer
zwempak {het} swimsuit
zwemvest {het} life jacket
zwemvlies {het} web
zwendelen to swindle
zweren to swear [oath]
zweren [etteren] to fester
zweren [etteren] to ulcerate
zwerfstroom {de} stray current
zwerftocht {de} peregrination
zwerftocht {de} wandering
zwerm {de} swarm
zwerven to roam
zwerven to rove
zwerven to wander
zwerver {de} tramp
zwerver {de} wanderer
zweten to perspire
zweten to sweat
zwetsen [vooral Zuid-Nederlands, BN] to boast
zwetsen [vooral Zuid-Nederlands, BN] to brag
zweven to be in suspension
zweven to float [in the air]
zweven to hover (over)
zwevend floating
zwezerik {de} sweetbread
zwichten to yield (to)
zwiepen to whip
zwierig dashing
zwierig jaunty
zwijgen to be silent
zwijn {het} hog
zwijn {het} pig
zwijn {het} swine
Zwitser {de} Swiss
Zwitserland Switzerland
Zwitsers Swiss
Zwitsers {mv} Swiss
Zwitserse kaas {de} Swiss cheese
Zwitserse kaas {de} Swiss [Am.] [cheese]
zwoegen to drudge
zwoegen to toil (and moil)
zwoel sultry
zwoelheid {de} sultriness
zwoelte {de} sultriness
zwoerd {het} pork crackle [Aus.] [NZ]
zwoerd {het} pork crackling [Br.] [part of a meal]
zwoerd {het} pork rind [Am.]
zwoerd {het} pork scratching [Br.] [snack]