Engage

Jump to navigation Jump to search

English[edit | edit source]

  • engage

Dutch[edit | edit source]

  • samenwerken (m.b.t. onderdelen, machinedelen)
  • schakelen (m.b.t. tandwielen)
  • meenemen (m.b.t. een aandrijving)
  • mechanisch inschakelen
  • inschakelen (van mechanische koppeling, pedaal, voeding enz.)
  • inkomen (van de frees)
  • inklinken (van een koppeling, vergrendeling)
  • ingrijpen; doen ingrijpen (van tanden van raderen)
  • koppelen[1]
  • ingrijpen (ketting)
  • aangrijpen (bijv. onderling parende delen)
  • [AUTOMOT.] aangrijpen van tandwielen
  • [MECH.ENG.] in elkaar grijpen[2]
  • gekoppeld worden
  1. engage the clutch = koppelen (auto)
  2. the teeth of the big wheel engage with those of the smaller one = de tanden van het grote wiel grijpen in die van het kleine