Freeware data from Ergane (19,936 Dutch-English entries)

Jump to navigation Jump to search
Dutch = English
aaien = stroke, fondle, caress, chuck
aaien, aanhalen, strelen, liefkozen = chuck
aak = barge, maple, Rhine-barge
aak = Rhine-barge
aakschipper = barge-master
aal = elver, eel, muck-water
aal = elver
aal, paling = eel
aalbes = currant, currant-bush
aalbes, bes = currant
aalbesseblad = currant-leaf
aalbesseboompje = currant-bush
aalbesseboompje, aalbes = currant-bush
aalbessenjam = currant-jam
aalduiker = grebe
aalfuik = eel-trap
aalmoes = alms
aalmoezenier = padre, chaplain
aalmoezenier, veldprediker = chaplain
aalmoezeniershuis = workhouse, almshouse
aalmoezeniershuis, armhuis = workhouse
aalscholver = cormorant
Aalst = Alost
aalsvel = eel-skin
aalt = muck-water
aalt, gier, aal = muck-water
aaltje = eelworm
aalwaardig = morose, sullen, fretful, straightforward, simple
aalwaardig, aalwarig, eenvoudig = straightforward
aalwaardig, gemelijk, aalwarig = sullen
aalwarig = fretful, morose, sullen, straightforward, simple
aalwarig, aalwaardig, gemelijk = fretful
aalwarig, gemelijk, aalwaardig = morose
aambeeld = anvil
aambeeld, aanbeeld = anvil
aambei = hemorrhoid, haemorrhoid
aambei = haemorrhoid
aambei = hemorrhoid
aambeien = haemorhoids
aamborstig = wheezy, asthmatic
aamborstig, kortademig, astmatisch = wheezy
aamborstigheid = asthma
aan = to, upon, towards, toward, beside, by, at
aan boord = aboard
aan boord gaan = embark
aan boord gaan, scheep gaan = embark
aan de = the
aan de grond lopen = strand
aan de grond lopen, stranden = strand
aan de grond raken = sink
aan de hand zijn = occur
aan de overkant van = across, opposite
aan de rol zijn = debauch
aan de scharrel zijn = flit, flirt, flutter
aan de scharrel zijn, fladderen = flirt
aan de scharrel zijn, fladderen = flutter
aan de schouder brengen = level
aan de, het, aan het, de, naar de = the
aan elkaar vastmaken = connect
aan flarden gescheurd = tattered
aan het = the
aan het einde = behind
aan het einde, achteraan = behind
aan hun = them
aan je = you
aan jou = you
aan komen lopen = tackle
aan land gaan = land
aan land gaan, landen = land
aan ons = us
aan ons, ons = us
aan ze = them
aan ze, ze, hun, aan hun = them
aan, nabij, bij, dichtbij, naast = beside
aan, nabij, naast, bij, dichtbij = by
aan, nabij, naast, dichtbij, bij = at
aan, op = upon
aanaarden = hill, earth
aanaarden = earth
aanaarden = hill
aanbeeld = anvil
aanbesteding = tender
aanbevelen = recommend
aanbevelen, aanprijzen, recommanderen = recommend
aanbevelenswaardig = recommendable
aanbevelenswaardig, raadzaam = recommendable
aanbeveling = recommendation
aanbevolen = recommended
aanbiddelijk = adorable
aanbiddelijk, aanbiddenswaardig = adorable
aanbidden = adore
aanbiddenswaardig = adorable
aanbidding = adoration, worship
aanbidding, adoratie = adoration
aanbidster = adorer, worshipper
aanbidster, vereerster = worshipper
aanbieden = bid, sacrifice, propose
aanbieding = presentation, suggestion
aanbieding, presentatie, optreden = presentation
aanbinden = commence, moor, begin
aanbinden = moor
aanbinden, beginnen, aanvangen = commence
aanblik = aspect, exterior
aanblik, aanschijn, buitenkant = exterior
aanbod = suggestion
aanboren = tap, bore, broach
aanboren = bore
aanboren = broach
aanboren = tap
aanbouw = building
aanbranden = burn
aanbreken van de dag = daybreak
aanbrengen = denounce
aandacht = attention
aandachtig = attentive, attentively
aandachtig, attent, oplettend = attentive
aandachtig, met aandacht, attent = attentively
aandeel = share
aandeelhouder = shareholder
aandeelhouderschap = shareholdership
aandelenkapitaal = share-capital
aandenken = keepsake, memento, souvenir
aandenken, gedenkschrift = keepsake
aandenken, gedenkschrift = memento
aandenken, gedenkschrift = souvenir
aandienen = advertise, announce
aandienen, aankondigen, adverteren = announce
aandikken = heighten, thicken
aandoen = affect
aandoen, aangrijpen = affect
aandoening = emotion, disease, illness, affection
aandoenlijk = moving
aandoenlijk, roerend, ontroerend = moving
aandragen = bring, fetch
aandrang = insistence, crush, impulse, urgency, congestion
aandrang = insistence
aandrang = urgency
aandrift = instinct, impulse
aandrift, drang, impuls, aandrang = impulse
aandrijven = shoo
aandrijven, drijven, opjagen = shoo
aandringen = insist
aanduiden = suggest, indicate
aandurven = venture
aanduwen = push
aaneen = fellow, co-
aaneen- = fellow, co-
aaneen, co-, samen-, aaneen-, samen = fellow
aaneenvoegen = unite
aanflitsen = catch
aanfloepen = catch
aanfloepen, aanflitsen, aangaan = catch
aanfluiting = mockery
aangaan = form, shape, catch
aangaande = concerning
aangapen = gawk
aangapen, dom kijken, gapen = gawk
aangeboren = congentital, inbred, inborn, native, congenital
aangeboren = congentital
aangeboren, ingeboren = congenital
aangeboren, ingeboren = inborn
aangebrand = burnt
aangedaan = affected
aangedaan, aangegrepen = affected
aangegrepen = affected
aangeklaagde = accused, defendant
aangeklaagde, beklaagde, beschuldigde = defendant
aangeleerd = acquired, learnt
aangeleerd = acquired
aangeleerd = learnt
aangelegenheid = matter, affair, business, case, concern
aangelegenheid, belang = concern
aangelegenheid, ding, affaire, zaak = matter
aangelegenheid, zaak, affaire, ding = business
aangenaam = pleasant, comfortably, nice, agreeable, enjoyable
aangenaam = comfortably
aangenaam, behaaglijk, genoeglijk = agreeable
aangenomen = adopted, job-
aangenomen = job-
aangenomen, geadopteerd = adopted
aangepast = adapted
aangeschoten = tipsy, winged, wounded
aangeschoten = winged
aangeschoten = wounded
aangeschoten, roezig = tipsy
aangespen = gird
aangestoken = worm-eaten, unsound
aangeven = denounce, suggest, register, convey, indicate
aangeven = register
aangeven, aanbrengen, klikken = denounce
aangeven, aanwijzen, aanduiden = indicate
aangezichtspijn = face-ache
aangezien = because
aangifte = statement
aangorden = gird
aangrenzend = adjacent, neighbouring
aangrenzend, aanliggend = adjacent
aangrijpen = grab, stir, seize, attack, grasp, affect, move
aangrijpen, aantasten, aanvallen = attack
aangrijpen, ontroeren, bewegen = stir
aangrijpend = touching
aanhalen = chuck, caress, fondle, quote, cite, stroke
aanhalen, citeren, noemen = quote
aanhalen, liefkozen, strelen, aaien = caress
aanhalen, strelen, liefkozen, aaien = stroke
aanhalig = affectionate, cuddlesome, caressing, cuddly
aanhalig = affectionate
aanhalig = caressing
aanhalig = cuddlesome
aanhalig = cuddly
aanhaling = quotation
aanhaling, citaat = quotation
aanhalingstekens = quotes
aanhang = party, adherents, followers, supporters, disciples
aanhang, leden = adherents
aanhangen = stick
aanhanger = supporter, adept, member
aanhanger van een rechtse parti = right-hander
aanhanger van een rechtse partiright-hander = right-hander
aanhangig = pending
aanhangsel = codicil, rider, appendix, accessorie, side-issue
aanhangsel = accessorie
aanhangsel, bijlage, appendix = codicil
aanhangsel, bijlage, appendix = rider
aanhangwagen = trailer
aanhankelijk = devoted, selfless
aanhankelijk, gehecht = devoted
aanhankelijkheid = attachement
aanharken = rake
aanhechten = attach
aanhechting = attachment
aanhechtsel = affix
aanhechtsel, affix = affix
aanhoren = listen
aanhoren, beluisteren, luisteren = listen
aanhouden = procrastinate, continue, postpone, persist, endure
aanhouden = continue
aanhoudend = lasting, abiding
aanhoudend, blijvend = lasting
aanhoudend, blijvend, bestendig = abiding
aanhouding = apprehension, detention, arrest
aanhouding, arrestatie = apprehension
aanhouding, arrestatie = arrest
aanklacht = complaint, accusation, indictment, charge
aanklacht, beschuldiging = charge
aanklacht, beschuldiging = indictment
aanklagen = accuse
aanklager = accuser
aanklager, beschuldiger = accuser
aanklampen = board
aanklampen, zich vastklampen aan = board
aankleden = clothe
aankleden, omkleden, kleden, bekleden = clothe
aankomen = arrive
aankomen, belanden, arriveren = arrive
aankomend = young, future, junior
aankomend, beginnend = junior
aankondigen = counsel, notify, announce, advise, advertise
aankondiging = notification, advertisement, announcement, ad
aankondiging, verkondiging = announcement
aankoop = purchase
aankopen = buy
aanleg = aptitude, predisposition, tendency, talent
aanleg, gesteldheid, wilsbeschikking = predisposition
aanleggen = build, construct, level, aim, install
aanleggen = aim
aanleggen, aan de schouder brengen = level
aanleggen, bouwen, construeren = build
aanleggen, fitten, installeren = install
aanlegplaats = landing-stage, wharf, quay, pier
aanleiding = inducement, motive
aanleiding = inducement
aanleiding = motive
aanlengen = dilute, weaken
aanlengen = dilute
aanlengen = weaken
aanleren = learn
aanleren, leren = learn
aanliggend = adjacent, neighbouring
aanliggend, aangrenzend, naburig = neighbouring
aanlokkelijk = enticing, tempting, attractive, alluring
aanlokkelijk, aantrekkelijk = attractive
aanlokken = draw, attract
aanlokken, toelachen, bekoren = draw
aanmaak = manifacture, making
aanmaak, fabricage, fabricatie = manifacture
aanmaken = fabricate, do, manufacture, prepare, kindle, light
aanmanen = dun, scold, admonish
aanmaning = exhortation
aanmaning, vermaan, aansporing = exhortation
aanmatigend = arrogant
aanmatigend, arrogant = arrogant
aanmatiging = assumingness, arrogance, overbearingness, pretence
aanmatiging, arrogantie = overbearingness
aanmatiging, onbescheidenheid = pretence
aanmelding = entry
aanmerkelijk = considerable, sizable
aanmerkelijk, aanzienlijk, geruim = sizable
aanmerking = observation, criticism, remark
aanmerking, kritiek, beoordeling = criticism
aanmoediging = encouragement
aannaaien = sew
aannemelijk = acceptable, plausible
aannemelijk, waarschijnlijk = plausible
aannemen = employ, take, affiliate, confirm, receive, hire
aannemen, aanwerven, huren = hire
aannemen, affiliëren = affiliate
aannemen, huren, aanwerven = employ
aannemer = builder, contractor
aannemer, bouwondernemer = builder
aanneming = confirmation, acceptance, adoption
aanneming, vormsel = confirmation
aanpakken = tackle, advance
aanpakken, aan komen lopen = tackle
aanpassen = adjust, accomodate, accommodate, adapt, fit
aanpassen, accommoderen = accomodate
aanpassen, afstemmen, adapteren = adjust
aanpassing = accommodation, adaptation
aanpassing = accommodation
aanpassingsvermogen = adaptability
aanplakbiljet = poster, notice
aanplakbiljet, plakkaat, affiche = poster
aanplakbord = bill-board, notice-board
aanplakbord = bill-board
aanplakbord = notice-board
aanplakken = placard, paste, post
aanplakken = paste
aanplakken = placard
aanplakken = post
aanplanting = planting
aanprijzen = recommend
aanranden = violate
aanrander = assaulter
aanreiken = convey, hand
aanreiken, aangeven, afdragen = convey
aanreiken, overhandigen = hand
aanrekenen = blame
aanrekenen, toeschrijven, toedichten = blame
aanrichten = arrange
aanrijden = run, collide
aanrijden, voorrijden = run
aanrijding = collision
aanroepen = invoke
aanschieten = wound
aanschijn = exterior
aanschouwelijk = graphic
aanschrijven = summon
aanschrijving = writ
aanschrijving, schriftelijk bevel = writ
aanslaan = tax, root, alarm
aanslaan, wortel schieten = root
aanslag = moisture, touch, scale, assessment
aanslag = scale
aanslag = touch
aansluiten = associate, pool
aansluiting = junction, joining
aansluiting = joining
aansluiting = junction
aanspannen = put, yoke
aanspannen = put
aanspannen, het juk opleggen = yoke
aansporen = admonish, encourage, instigate, urge, scold
aansporen, aanvuren, aanwakkeren = instigate
aansporing = incitement, exhortation, stimulus
aansporing = incitement
aansporing = stimulus
aanspraak maken op = presume, claim
aanspraak maken op, claimen = claim
aanspraak maken op, claimen = presume
aansprakelijk = responsible
aanspreekbaar = get-at-able, communicative, approachable
aanspreekbaar = approachable
aanspreekbaar = communicative
aanspreekbaar = get-at-able
aanstaand = near
aanstaren = stare, gaze, peer
aanstaren, staren, turen = gaze
aanstekelijk = catching, contagious, infectious
aanstekelijk, besmettelijk, verpestend = infectious
aanstekelijk, verpestend, besmettelijk = contagious
aansteken = light, kindle, infect
aansteken, doen ontbranden, aanmaken = kindle
aansteken, doen ontbranden, aanmaken = light
aansteker = lighter
aansteker, vuurmaker = lighter
aanstellen = appoint
aansteller = attitudinizer, poseur
aansteller, kwast = poseur
aanstellerij = affectation
aanstellerij, onnatuurlijkheid = affectation
aanstelling = appointment
aansterken = recuperate, convalesce
aanstoken = provoke, rouse, stimulate
aanstoken, ophitsen, irriteren = provoke
aanstoot nemen aan = resent
aanstoten = nudge, jog
aanstoten, een duw geven, toestoten = nudge
aanstrijken = plaster, rub
aanstrijken, uitwrijven, wrijven = rub
aantal = number, amount
aantal, getal, tal = number
aantasten = assault, attack, corrode
aantekening = annotation
aantekening, commentaar = annotation
aantijging = imputation
aantikken = finish
aantonen = prove
aantonende wijs = indicative
aantreffen = see, find, encounter
aantreffen, ontmoeten = see
aantrekkelijk = pleasing, attractive
aantrekkelijkheid = attractiveness, charm, attraction
aantrekkelijkheid = attraction
aantrekkelijkheid = attractiveness
aantrekkelijkheid = charm
aantrekken = tighten
aanvaard = accepted
aanvaard, erkend, gangbaar = accepted
aanvaardbaar = acceptable
aanvaarden = take, accept, receive
aanvaarden, aannemen, accepteren = receive
aanvaarding = acceptance
aanvaarding, aanneming, onthaal = acceptance
aanvallen = attack, assault
aanvallen, aantasten = assault
aanvallend = offensive
aanvallend, offensief = offensive
aanvaller = forward, aggressor, assailant, attacker
aanvaller = aggressor
aanvaller = assailant
aanvaller = attacker
aanvang = beginning, commencement
aanvangen = commence, begin
aanvangen, aanbinden, beginnen = begin
aanvaring = collision
aanvechtbaar = debatable, questionable
aanvechtbaar, betwistbaar = questionable
aanvechting = inclination, temptation, disposal
aanvechting, lust, zin, neiging = inclination
aanvechting, temptatie, verleiding = temptation
aanverwant = related
aanverwant, verwant = related
aanvliegen = approach, fly
aanvliegen = approach
aanvliegen = fly
aanvoegende wijs = subjunctive
aanvoer = supply, arrival, arrivals
aanvoer, bezorging = supply
aanvoerder = boss, chief, leader, commander
aanvoerder, chef, gebieder, baas = boss
aanvoerder, commandant = commander
aanvoeren = govern, command, order
aanvoeren, commanderen, bevelen = order
aanvragen = request
aanvrager = applicant
aanvullend = complementary, supplementary
aanvullend = complementary
aanvullend = supplementary
aanvuren = fan, urge, instigate, encourage
aanvuren, aanwakkeren, aansporen = encourage
aanwakkeren = instigate, encourage, excite, fan, freshen, urge
aanwakkeren, aanvuren, aansporen = urge
aanwakkeren, aanvuren, aanzetten = fan
aanwakkeren, prikkelen, opwinden = excite
aanwenden = apply, practice
aanwenden, doorvoeren = apply
aanwenden, doorvoeren = practice
aanwending = employment, application, use
aanwending, toepassing = application
aanwending, toepassing = use
aanwensel = habit, trick
aanwensel, hebbelijkheid = habit
aanwensel, hebbelijkheid = trick
aanwerven = employ, hire
aanwezige = occupant
aanwezigheid = presence
aanwijsbaar = apparent
aanwijsbaar, vertoonbaar = apparent
aanwijzen = indicate, suggest
aanwijzen, aangeven, aanduiden = suggest
aanwijzend voornaamwoord = demonstrative
aanwijzing = directions, instruction
aanwijzing, consigne, instructie = instruction
aanwinst = asset, accession, gain
aanwinst, acquest, buit, prooi = accession
aanzetschakelaar = starter
aanzetschakelaar, starter = starter
aanzetten = sew, start, fan, fur, sharpen
aanzetten = fur
aanzetten tot = start
aanzetten tot, activeren, aanzetten = start
aanzetten, aannaaien, vastnaaien = sew
aanzetten, scherpen, slijpen = sharpen
aanzien = aspect, tolerate
aanzien, air, schijn, aanblik = aspect
aanzien, lijden, dulden, toelaten = tolerate
aanzienlijk = eminent, sizable, considerably, considerable
aanzienlijk = considerably
aanzijn = existence
aanzoek = offer, proposal
aanzwellen = swell
aap = ape, monkey
aap = ape
aap = monkey
aapachtig = apish, ape-like, monkey-like
aapachtig = ape-like
aapachtig = apish
aapachtig = monkey-like
aapje = cab
aard = nature, character, sort, personality
aard, geaardheid, karakter = personality
aardappel = potato
aardbei = strawberry
aardbeving = earthquake
aardbol = worldglobe
aarde = soil
aarden = earthly, stone, clay, earthen
aarden, van klei, klei- = clay
aardewerk = crockery, earthenware, pottery
aardewerk = crockery
aardewerk = earthenware
aardewerk = pottery
aardgordel = zone
aardig = good-natured, affable, pretty, friendly, amusing
aardig, leuk, amusant, vermakelijk = amusing
aardig, vriendelijk, voorkomend = good-natured
aardigheid = entertainment
aardigheid, pretje, amusement = entertainment
aarding = earthing, grounding
aarding, aardleiding = grounding
aardkunde = geology
aardlaag = layer
aardleiding = grounding, earthing
aardleiding, aarding = earthing
aardmannetje = goblin, gnome, brownie, imp
aardmannetje, gnoom = gnome
aardmannetje, kobold, kabouter = imp
aardnoot = ground-nut, peanut
aardrijk = world
aardrijk, wereld = world
aardrijkskunde = geography
aardrijkskunde, geografie = geography
aardrijkskundig = geographic, geographical
aardrijkskundig, geografisch = geographical
aardrijkskundige = geographer
aardrijkskundige, geograaf = geographer
aards = terrestrial, earthly
aards = terrestrial
aards, aarden = earthly
aardvarken = aardvark
aardverschuiving = landslide
aardworm = earthworm
Aäron = Aaron
aars = anus
aarts- = arch-, chief-
aartsbisdom = archbishopric
aartsbisschop = archbishop
aartsengel = archangel
aartshertogdom = archduchy
aartsvader = patriarch
aartsvader, patriarch = patriarch
aartsvijand = arch-enemy
aarzelen = waver, hesitate
aarzelen, schoorvoeten, dubben = hesitate
aarzelend = hesitant
aarzeling = wavering, hesitation
aarzeling, hapering, geweifel = wavering
aas = bait, carrion, ace
aas = ace
aas = carrion
aas, lokaas = bait
aasgier = vulture
abacus = abacus
abattoir = slaughterhouse, abattoir
ABC = alphabet
abces = abscess
Abchazië = Abkhazia
Abchazisch = Abkhazian
abdij = abbey
abdis = abbess
abductor = abductor
abeel = abele
abeel, witte abeel, zilverpopulier = abele
aberratie = aberration
aberratie, afwijking = aberration
Abessinië = Abyssinia, Ethiopia
Abessinië, Ethiopië = Abyssinia
Abessinië, Ethiopië = Ethiopia
Abessinisch = Abyssinian
Abessinisch, Ethiopisch = Abyssinian
abiogenesis = abiogenesis
ablatief = ablative
abnegatie = abnegation
abnegeren = abnegate
abnegeren, zichzelf verloochenen = abnegate
abnormaal = abnormal
abnormaliteit = abnormality
abonnee = subscriber
abonnement = subscription
aboriginal = aborigine
aborteur = abortionist
abortus = abortion
abortus provocatus = abortion
abortus provocatus, abortus = abortion
Abraham = Abraham
abrikoos = apricot
abrupt = abrupt, abruptly
abrupt, kortaf, botweg = abruptly
abscis = abscissa
absenteïsme = absenteeism
absentie = absence
absint = absinth, absinthe
absint, absintlikeur = absinth
absint, absintlikeur = absinthe
absintlikeur = absinth, absinthe
absolutie = absolution
absolutie geven = absolve
absolutisme = absolutism
absoluut = absolutely, absolute
absoluut, onvermengd = absolute
absolveren = absolve
absolveren, absolutie geven = absolve
absorberen = absorb
absorberend = absorbent
absorptie = absorption
absorptie, opslorping = absorption
abstinentie = abstinence, teetotalism
abstract = abstract
abstract begrip = abstraction
abstract begrip, abstractie = abstraction
abstract, afgetrokken = abstract
abstractie = abstraction
abstraheren = gather, deduce
abstraheren, afleiden, deduceren = deduce
absurd = absurd
absurditeit = absurdity
abt = abbot
abuis = error, mistake
abundant = abundant
acacia = acacia
academie = university, academy
academie, hogeschool, genootschap = academy
academie, universiteit = university
academisch = academic
acanthus = acanthus
acanthus, bereklauw = acanthus
accapareren = corner, monopolize
accapareren, opkopen = monopolize
accelerateur = accelerator
accelerateur, gaspedaal, versneller = accelerator
acceleratie = acceleration
accelereren = accelerate
accent = supersign
accentteken = supersign
accentueren = accentuate, accent, stress
accentueren, beklemtonen = accent
accentueren, beklemtonen = accentuate
accentueren, beklemtonen = stress
acceptabel = acceptable
acceptabel, aanvaardbaar, aannemelijk = acceptable
acceptant = acceptor
accepteren = receive, take, accept
accepteren, aannemen, aanvaarden = take
accepteren, aanvaarden = accept
accessoires = accessories
accident = accident
accijns = excise-duty, excise
accijns, verbruiksbelasting = excise-duty
acclamatie = acclamation, approval
acclimatiseren = acclimate, acclimatize
acclimatiseren = acclimate
acclimatiseren = acclimatize
acclimatisering = acclimatization
accolade = brace
accommodatie = equipment
accommoderen = accomodate
accompagnement = escort, accompaniment
accompagneren = accompany
accoord = accord, settlement, chord
accoord, akkoord, overeenstemming = settlement
accoord, overeenstemming = accord
accordeon = accordion, harmonica
accordeonist = accordionist
accordeonist, harmonikaspeler = accordionist
accountancy = accountancy
accountant = accountant
accrediteren = accredit
accu = accumulator, battery
accu, accumulator = battery
accumulator = accumulator, battery
accumulator, accu = accumulator
accumuleren = heap, stack, accumulate
accumuleren, ophopen, opeenhopen = accumulate
accuraat = exactly, accurate, punctual, prompt, exact
accuratesse = accuracy, exactitude, precision
accuratesse, stiptheid, nauwgezetheid = accuracy
accusatief = accusative
accusatief, vierde naamval = accusative
acetaat = acetate
acetaat, azijnzuur zout = acetate
aceton = acetone
acetyleen = acetylene
ach = oh, aha, ah, woe, ow
ach, wee = woe
Acheron = Acheron
Achilles = Achilles
acht = eight, attention
acht = eight
acht, attentie, aandacht = attention
achtbaar = respectable
achten = think, opine, esteem
achten, achting hebben voor = esteem
achten, van mening zijn, geloven = opine
achtenswaardig = respectable
achtenswaardig, achtbaar = respectable
achter = after
achteraan = behind
achterachterkleinkind = greatgrandchild
achteraf = subsequently, afterwards, remotely
achteraf, daarna, dan, naderhand = subsequently
achterbaks = underhand
achterban = followers
achterban, aanhang = followers
achterblijven = remain
achterblijven, nablijven = remain
achterbuurt = slum
achterdeur = backdoor
achterdocht = suspicion
achterdochtig = suspicious
achterdochtig, wantrouwig, argwanend = suspicious
achtereen = consecutively, ceaselessly
achtereen, achtereenvolgens = consecutively
achtereen, aldoor, onophoudelijk = ceaselessly
achtereenvolgens = consecutively
achtergrond = background, ground, bottom
achtergrond = background
achtergrond, grond, ondergrond, bodem = ground
achterhoede = rear, rearguard
achterhoede = rear
achterhoede = rearguard
achterhoofd = occiput
achterhouden = withhold
Achter-Indië = Indo-China
Achter-Indië, Indo-China = Indo-China
achterklap = backbiting, scandal
achterklap, eerroof, laster = scandal
achterklein- = greatgrand-
achterklein-, oer- = greatgrand-
achterkleinkind = greatgrandson
achterkleinzoon = greatgrandson
achterkleinzoon, achterkleinkind = greatgrandson
achterland = hinterland
achterlicht = rear-light, tail-light, rear-lamp
achterlicht = rear-lamp
achterlicht = rear-light
achterlicht = tail-light
achterlijf = abdomen
achterlijk = retarded
achterlijkheid = backwardness
achternaam = surname
achterneef = grand-nephew
achterover = backward
achteroverdrukken = pilfer
achteroverdrukken, verdonkeremanen = pilfer
achterstallig = overdue, outstanding
achterstand = arrears
achterste = rump, backside, hind, hindmost
achterste = hind
achterste = hindmost
achterste, bibs, kont, gat = backside
achterstellen = subordinate
achterstelling = slighting
achtersteven = stern, poopdeck, poop
achtersteven, spiegel = poop
achtersteven, spiegel = poopdeck
achtersteven, spiegel = stern
achterstevoren = vice-versa
achteruit = backwards, aback
achteruit, achterwaarts, rugwaarts = aback
achteruitgaan = recede
achtervoegsel = extension, suffix
achtervoegsel, suffix = extension
achtervolgen = persecute
achtervolging = pursuit, persecution
achtervolging, vervolging = persecution
achterwaarts = aback, backwards, retrograde
achterwaarts = retrograde
achterwaarts, rugwaarts, achteruit = backwards
achterwege laten = omit
achterwege laten, weglaten = omit
achterzijde = back, reverse
achterzijde, ommezijde, rugstuk = reverse
achterzijde, rugstuk, ommezijde = back
achthoek = octagon
achthoekig = octagonal
achting = regard
achting hebben voor = esteem
achtste = eighth
achttallig = octal
achttien = eighteen
achttiende = eighteenth
achtvoudig = eightfold, octuple
achtvoudig = eightfold
achtvoudig = octuple
acne = acne
acoliet = acolyte
acoliet, altaardienaar = acolyte
acoustiek = acoustics
acoustiek, geluidsleer, akoestiek = acoustics
acoustisch = acoustic
acoustisch, akoestisch = acoustic
acquest = accession, gain
acquest, aanwinst, buit, prooi = gain
acquisitie = asset, acquisition
acquisitie = acquisition
acre = acre
acrobaat = acrobat
acrobatiek = acrobatics
acrobatisch = acrobatic
acroniem = acronym
Acropolis = Acropolis
acte = document, certificate, testimony
acteur = actor
actie = activity, share, action
actie, aandeel = share
actie, gedoe, optreden, handeling = activity
actie, handeling, optreden, gedoe = action
actief = assets, active
actieradius = radius
actieradius, spaakbeen, radius = radius
activeren = start
activist = activist
activiteit = vigour
activiteit, bedrijvigheid = vigour
actrice = actress
actualiteit = topicality, topic
actualiteit = topicality
actuaris = actuary
actueel = topical, current, present-day, up-to-date, present
actueel = current
actueel = up-to-date
actueel, tegenwoordig = present-day
acupuncteur = acupuncturist
acupunctuur = acupuncture
acuut = acute
ad rem = witty, lively
Adam = Adam
adapteren = fit, adapt, adjust, accommodate
adder = viper
adel = nobility
adel, edelen = nobility
adelaar = eagle
adelborst = midshipsman, middy
adelborst = middy
adelborst = midshipsman
adellijk = stale
adem = breath
adembenemend = breath-taking
ademen = exhale, breathe
ademhalen = breathe
ademhalen, ademen = breathe
ademhaling = respiration
ademloos = breathless
ademloos, amechtig, buiten adem = breathless
ademnood = dyspnea, dyspnoea
adempauze = breather
Aden = Aden
adept = supporter, adept
adept, aanhanger, beoefenaar = adept
adept, beoefenaar, aanhanger = supporter
adequaat = adequate, conforming
adequaat, bijbehorend = adequate
adequaat, passend, overeenstemmend = conforming
aderen = vein
aderlaten = bleed
aderlating = blood-letting, bleeding
aderlating = bleeding
aderlating = blood-letting
aderontsteking = phlebitis
aderverkalking = arteriosclerosis
aderverkalking, arteriosclerose = arteriosclerosis
adhesie = adhesion
adhesie betuigen = clap
adieu = bye, good-bye, farewell, adieu, goodbye
adieu, vaarwel = adieu
adieu, vaarwel = bye
adieu, vaarwel = good-bye
adjectief = adjective
adjudant = adjutant, aide-de-camp
adjudant, ordonnansofficier = adjutant
adjudant, ordonnansofficier = aide-de-camp
adjunct = assistant
administrateur = administrator, manager
administratief = administrative
administratiekantoor = administration, management
administratiekantoor = management
administratiekantoor, bestuur = administration
administreren = manage, administer
administreren, beheren, besturen = manage
admiraal = admiral
admiraal, vlootvoogd = admiral
admiraliteit = admirality
Adonis = Adonis
adopteren = adopt
adoptie = adoption
adoptie, aanneming = adoption
adoratie = adoration, worship
adoratie, aanbidding = worship
adoreren = adore
adrenaline = adrenaline
adresboek = directory
adressant = petitioner
adresseermachine = addressograph, addressing-machine
adresseermachine = addressing-machine
adresseermachine = addressograph
adresseren = address
Adrianopel = Adrianople
Adriatische Zee = Adriatic
adstructie = token
adult = adult
advent = advent
adverbium = adverb
adverbium, bijwoord = adverb
adverteerder = advertiser
adverteerder, verkondiger = advertiser
advertentie = advertisement, ad
adverteren = advertise, announce
adverteren, aankondigen, aandienen = advertise
advies = advice
adviseren = advise, notify, counsel
adviseren, aankondigen, bekendmaken = notify
adviseren, bekendmaken, aankondigen = advise
adviseren, bekendmaken, aankondigen = counsel
adviseur = counsellor
adviseur, mentor, raadgever = counsellor
advocaat = advocate, lawyer
Adzjarië = Adzharia
Aegir = Aegir
af = ready
afasie = aphasia
afasie, sprakeloosheid = aphasia
afbakenen = trace
afbeelden = represent, depict
afbeelding = diagram, image, representation, picture
afbeelding, figuur, beeld = diagram
afbeelding, prent, plaat = image
afbestellen = countermand, cancel
afbestellen = cancel
afbestellen = countermand
afbetalen = amortize, deaden
afbetalen, afschrijven, aflossen = amortize
afbetaling = payment
afbetalingstermijn = repayment, instalment
afbetalingstermijn, annuïteit = instalment
afbeulen = fatigue, override, overdrive, jade
afbikken = chip
afbinden = ligature, untie
afbinden, losbinden, losmaken = untie
afboeken = transfer
afbraak = demolition
afbraak, ontmanteling, sloop = demolition
afbreekbaar = destructible, biodestructible, biodegradable
afbreekbaar = biodegradable
afbreekbaar = biodestructible
afbreekbaar = destructible
afbreken = break, pluck, demolish
afbreken = break
afbrokkelen = crumble
afdak = penthouse, shed
afdalen = descend
afdalen langs een dubbelbevesti = abseil
afdalen langs een dubbelbevestiabseil = abseil
afdaling = descent
afdammen = obstruct, bar
afdammen, belemmeren, afsluiten = obstruct
afdanken = discard
afdankertje = cast-off
afdeling = speciality, pigeonhole, detachment, compartment
afdeling, branche, vak = pigeonhole
afdeling, branche, vak, tak = speciality
afdingen = haggle, bargain
afdingen, pingelen, marchanderen = bargain
afdoen = expedite, settle, finnish, conclude
afdoen, afhandelen = finnish
afdoen, afhandelen, afwikkelen = conclude
afdoen, afhandelen, afwikkelen = expedite
afdoend = effective, conclusive, effectual, efficacious
afdoend, effectief, doeltreffend = effective
afdoend, effectief, doeltreffend = efficacious
afdraaien = lower, decrease
afdraaien, verlagen = decrease
afdracht = remittance
afdragen = convey
afdrijven = drift
afdrijven, drijven, op drift zijn = drift
afdrogen = wipe, clatter
afdrogen, afranselen, kletteren = clatter
afdroogdoek = tea-towel
afdroogdoek, bordendoek = tea-towel
afdruipen = drain
afdruipen, neerdruipen = drain
afdruiprek = drainer
afdruiprek, druiprek = drainer
afdruk = print, track, copy, imprint
afdruk = imprint
afdruk = print
afdruk, voetspoor, spoor = track
afdwalend = aberrant
afdwalend, afwijkend = aberrant
afdwingen = wrest, wring, extort
affaire = affair, case, matter, business
affaire, zaak, aangelegenheid, ding = case
affect = affection
affect, emotie, aandoening = affection
affiche = notice, poster
affiche, aanplakbiljet, plakkaat = notice
affiliëren = affiliate
affiniteit = affinity
affiniteit, verwantschap = affinity
affix = affix
affronteren = insult, offend
affuit = gun-carriage, carriage
affuit = carriage
affuit = gun-carriage
afgaan = visit
afgang = flop
afgeladen = brimming, replete
afgeladen, mudvol, boordevol = brimming
afgelasten = annul, remit
afgelegen = remotely
afgelegen, achteraf, ver = remotely
afgeleid woord = derivation
afgelopen = done, finished, over, ready
afgemeten = stiff, formal, measured
afgemeten, ceremonieel, plechtig = formal
afgemeten, plechtig, ceremonieel = stiff
afgepast = adjusted
afgesloten = locked
afgesproken = O.K., agreed
afgesproken, akkoord, goed, in orde = O.K.
afgestudeerd = graduate, certificated
afgestudeerd, gediplomeerd = graduate
afgetrokken = distracted, absent-minded, abstract, abstracted
afgetrokken, verstrooid = abstracted
afgevaardigde = representative
afgeven = deposit, spread
afgeven op = demolish
afgeven op, afbreken, afkammen = demolish
afgeven, deponeren, in bewaring geven = deposit
afgewerkt = done, used, finished, over
afgewerkt, beëindigd, klaar, afgelopen = done
afgewerkt, gebruikt = used
afgezaagd = hard-worked, hackneyed, commonplace, trite
afgezaagd = hackneyed
afgezaagd = hard-worked
afgezant = emissary, envoy, messenger
afgezant, bode, gezant = emissary
afgezant, bode, gezant = envoy
afgezant, bode, gezant = messenger
afgezonderd = separate, apart, particular, special
afgezonderd, afzonderlijk = apart
afgezonderd, afzonderlijk = separate
afgezonderd, afzonderlijk = special
Afghaans = Afghan
Afghanistan = Afghanistan
afgietsel = cast
afgietsel, gegoten voorwerp = cast
afgodendienaar = idolator
afgodendienaar, heiden, paganist = idolator
afgodendienst = idolatry
afgoderij = idolatry
afgoderij, afgodendienst = idolatry
afgodsbeeld = idol
afgrazen = browse
afgrendelen = bolt
afgrijselijk = awful, horrible, hideous, ghastly, abominable
afgrijselijk = awful
afgrijselijk = ghastly
afgrijselijk = horrible
afgrijselijk, afschuwelijk = hideous
afgrond = chasm, precipice, abyss, maw
afgrond = precipice
afgrond, kolk = abyss
afgrond, muil, opening, bek = maw
afgunstig = envious, jealous
afgunstig, jaloers, ijverzuchtig = jealous
afhaken = unhook, uncouple
afhaken, afkoppelen, ontkoppelen = uncouple
afhaken, loshaken = unhook
afhalen = expect, deduct, await, wait, abide
afhandelen = finnish, expedite, settle, conclude
afhandelen, afdoen = settle
afhangen = depend
afhankelijk = dependent
afhankelijk zijn = depend
afhankelijk zijn, afhangen = depend
afhankelijk, onderhorig = dependent
afhankelijkheid = dependence
afhelpen = rid
afjakkeren = overdrive, jade, fatigue, override
afjakkeren, afbeulen, afmatten = jade
afkammen = demolish
afkappen = elide
afkappen, elideren = elide
afkapping = elision
afkappingsteken = apostrophe
afkeer = dislike, aversion, disgust, nausea
afkeer inboezemen = nauseate
afkerig = averse
afkeuren = refuse, reprove, reproach, scrap, condemn, rebuke
afkeuren = condemn
afkeuren = scrap
afkeuren, wraken, verwerpen = rebuke
afkeurenswaardig = objectionable, blameworthy, condemnable
afkeurenswaardig = blameworthy
afkeuring = censure, disapprobation, condemnation, disapproval
afkeuring, verwerping, wraking = disapproval
afkeuring, wraking, verwerping = censure
afkeuring, wraking, verwerping = disapprobation
afkijken = crib
afkijken, spieken = crib
afkluiven = pick
afknotten = top, truncate
afknotten = top
afknotten = truncate
afkoelen = cool
afkomst = origin, lineage
afkomstig = coming
afkondigen = promulgate, proclaim
afkondiging = publication
afkondiging, openbaarmaking = publication
afkooksel = decoction
afkopen = redeem, ransom
afkoppelen = uncouple
afkorten = shorten, abbreviate
afkorten, bekorten, inkorten = shorten
afkorting = abridgement, abbreviation, abridgment
afkorting = abbreviation
afkorting, verkorting = abridgement
afkorting, verkorting = abridgment
afkrabben = scrape
afkraken = slash
aflaat = indulgence
afladen = unload
aflaten = cease
aflaten, ophouden, stoppen = cease
afleggen = abandon
afleiden = induce, extract, gather, infer, deduce, divert
afleiden = extract
afleiden, verstrooien = divert
afleiding = distraction, derivation
afleiding, afgeleid woord = derivation
afleidingsmanoeuvre = diversion
afleren = unlearn, forget, teach
afleren, afwennen = unlearn
afleren, vergeten, verleren = forget
afleveren = deliver, furnish
afleveren, leveren, bestellen = deliver
aflevering = episode, delivery, exercise-book, notebook
aflevering, levering, inlevering = delivery
aflezen = verify, audit, supervise
aflopen = stoop, peal, expire
aflopen, ophouden, uitgaan, eindigen = expire
aflopend = sloping
aflopend, glooiend, hellend, schuin = sloping
aflosbaar = repayable, redeemable
aflosbaar = redeemable
aflosbaar = repayable
aflossen = amortize, deaden
aflossing = substitution, replacement, redemption
aflossing, amortisatie, afschrijving = redemption
aflossing, vervanging = substitution
afluisteren = monitor, eavesdrop
afluisteren = eavesdrop
afluisteren = monitor
afmaken = terminate
afmaken, beëindigen, afsluiten = terminate
afmatten = fatigue, override, jade, overdrive
afmatten, afbeulen, afjakkeren = overdrive
afmatten, afbeulen, afjakkeren = override
afmatten, afjakkeren, afbeulen = fatigue
afmeting = measurement
afmeting, dimensie = measurement
afname = abatement, diminution
afname = abatement
afname = diminution
afneembaar = detachable, washable, removable
afneembaar = detachable
afneembaar = removable
afneembaar = washable
afnemen = wane, diminish, decline
afnemer = buyer, customer, purchaser, client
afnemer, klant, koper = client
afnemer, koper, klant = buyer
aforisme = aphorism
aforisme, spreuk, kernspreuk = aphorism
afpellen = peel
afpersen = wrest, wring, extort
afpersen, afdwingen, knevelen = wring
afpersen, knevelen, afdwingen = extort
afpersing = extortion, exaction
afpersing, knevelarij = exaction
afpoeieren = rebuff
afraffelen = bungle
afranselen = flog, thresh, clatter, thrash, whack, beat
afranselen = beat
afranselen = flog
afranselen = thrash
afranselen = whack
afrastering = grid, grill
afreageren = abreact
afreizen = depart, leave
afremmen = brake
afremmen, remmen = brake
africhten = tame
Afrika = Africa
Afrikaans = Afrikaans, African
Afrikaans = African
Afrikaner = Afrikaner, Afrikander
Afrikaner, Boer = Afrikander
Afrikaner, Boer = Afrikaner
afrit = exit
afrit, uitgang, uitweg = exit
Afroaziatisch = Afro-Asian
Afrodite = Aphrodite
afrossen = thresh
afrukken = pluck
afschaduwing = adumbration
afschaffen = abolish, abrogate, remove
afschaffen = abolish
afschaffen = abrogate
afschaffing = abolition, abrogation
afschaffing = abolition
afschaffing = abrogation
afschaven = abrade
afschaving = abrasion
afscheiden = divide, secrete
afscheiden, afzonderen, scheiden = divide
afscheiding = separation, partition, secretion, breakaway
afscheiding = secretion
afscheids- = goodbye-
afscheren = shave
afschrijven = amortize, deaden
afschrijven, aflossen, afbetalen = deaden
afschrijving = redemption
afschrikken = scare, deter, discourage
afschrikken, verjagen = discourage
afschrikking = deterrence
afschrikwekkend = forbidding, deterrent
afschrikwekkend = deterrent
afschrikwekkend = forbidding
afschuwelijk = nasty, gruesome, abhorrent, alien, hideous, dreary
afschuwelijk = abhorrent
afschuwelijk = dreary
afschuwelijk = nasty
afschuwelijk, ijselijk = gruesome
afslaan = halt, reject, rebate
afslaan, halthouden, blijven staan = halt
afslaan, verwerpen, afwijzen = reject
afslachten = slaughter, butcher
afslachten, slachten = slaughter
afslag = auction
afslager = auctioneer
afsluiten = terminate, obstruct, bar
afsluiting = barrier, dam, fence
afsluiting, barrière, dam, sperdam = dam
afsmeken = implore
afsnauwen = snub
afspiegelen = mirror
afspiegeling = reflection
afspoelen = rinse, gargle
afsponzen = sponge
afspraak = rendezvous
afspraak, rendez-vous = rendezvous
afstaan = cede, relinquish, yield
afstaan, het veld ruimen, toegeven = cede
afstaan, het veld ruimen, toegeven = relinquish
afstammeling = successor, child
afstammen = originate, result, come
afstammen, het gevolg zijn van = result
afstamming = lineage
afstand = offset, abdication, distance, abandonment
afstand doen = resign, abdicate
afstand doen van = renounce
afstand, eind = distance
afstand, eind = offset
afstand, ontslagname, ontslagneming = abdication
afstandelijk = detached
afsteken = contrast
afstelling = adjustment
afstelling, instelling = adjustment
afstemmen = adapt, accommodate, fit, adjust
afstemmen, aanpassen, adapteren = accommodate
afstemmen, aanpassen, adapteren = adapt
afstemmen, aanpassen, adapteren = fit
afstijgen = dismount
aftakking = branch, bough
aftakking, tak = bough
aftands = lapsed, dilapidated, rickety, decayed, decrepit
aftands, bouwvallig, gammel = decrepit
aftands, bouwvallig, gammel = dilapidated
aftands, gammel, bouwvallig = decayed
aftappen = derive
aftreden = retire, quit
aftreden, met pensioen gaan = retire
aftrekken = infuse, rebate, retreat, subtract
aftrekken = subtract
aftrekken, de aftocht blazen = retreat
aftrekken, korten, afslaan = rebate
aftrekken, laten trekken, zetten = infuse
aftrekking = subtraction
afvaardigen = depute, delegate
afvaardiging = delegation
afvaardiging, delegatie = delegation
afval = rubble, rest, debris, rubbish
afval, rommel, prullaria, puin = rubbish
afvallen = fall
afvegen = wipe
afvegen, wissen, afdrogen, afwissen = wipe
afvoerder = abductor
afvoerder, abductor = abductor
afvoeren = eliminate
afvoeren, elimineren, uitschakelen = eliminate
afwasmiddel = detergent
afweer = defense, defence
afwegen = weigh
afwennen = teach, unlearn
afwennen, afleren = teach
afwerpen = produce
afwezige = absentee
afwezige, wegblijver = absentee
afwezigheid = absence, shortage, shortcoming
afwezigheid, absentie, mangel = absence
afwezigheid, gebrek, gemis, euvel = shortage
afwijkend = aberrant
afwijking = aberration, aberrance, abnormality
afwijking = aberrance
afwijking, abnormaliteit = abnormality
afwijzen = reject, refuse
afwijzen, het verdommen, afkeuren = refuse
afwijzing = rejection, refusal
afwijzing, verwerping = rejection
afwikkelen = liquidate, unroll, finnish, expedite, conclude
afwikkelen = finnish
afwikkelen, liquideren, opheffen = liquidate
afwikkelen, ontrollen, uitrollen = unroll
afwisselen = vary
afwisselend = alternate, alternating, variable
afwisselend = alternate
afwisselend = alternating
afwisseling = variety
afwissen = wipe
afzenden = ship
afzender = sender
afzetten = trim, amputate, garnish
afzetten, amputeren, wegsnijden = amputate
afzetten, beslaan, garneren = garnish
afzetten, beslaan, garneren = trim
afzijdig = neutral, impartial
afzonderen = divide, isolate, insulate, seclude
afzonderen, isoleren = insulate
afzonderlijk = particular, separate, special, apart
afzonderlijk, afgezonderd = particular
afzweren = abjure
afzwering = abjuration
Agamemnon = Agamemnon
agar-agar = agar-agar, agar
agar-agar = agar
agar-agar = agar-agar
agave = agave
agenda = agenda
agenda, dagorde = agenda
agent = agent, policeman
agent, politieagent = policeman
agentschap = agency
ageren = act
agglomeraat = agglomerate
aggregaat = aggregate
aggregatie = aggregate
aggregatie, aggregaat = aggregate
agitatie = commotion
agitator = activist
agiteren = abet, incite, agitate
agiteren, opruien, ophitsen, opstoken = agitate
agnosceren = recognize, acknowledge
agnosceren, als waarheid aannemen = acknowledge
agnosceren, als waarheid aannemen = recognize
agonie = agony
agorafobie = agoraphobia
agraaf = hook
agrariër = agrarian
agrariër, landbouwer = agrarian
agrarisch = farm, agricultural
agrarisch = agricultural
agrarisch = farm
agressie = aggression
agressief = aggresive, aggressive
agressief = aggresive
agressief = aggressive
agronoom = agriculturist
ah = oh, ah, aha, ow
ahorn = maple
ai = sloth, ai
ai, drietenige luiaard = ai
ai, luiaard = sloth
aids = aids
air = aspect
airco = air-conditioning
airco, air-conditioning = air-conditioning
air-conditioned = air-conditioned
air-conditioning = air-conditioning
Ajax = Ajax
ajuin = onion
ajuin, ui = onion
akademisch = academic
akademisch, academisch = academic
akelei = columbine
akelig = bleak
Aken = Aix-la-Chapelle
akker = field
akkerbouw = agriculture
akkoord = O.K., chord, arrangement, settlement, agreed
akkoord, maatregel = arrangement
akoestiek = acoustics
akoestisch = acoustic
akoniet = aconite, monkshood
akte = document, certificate, diploma, paper
akte, acte, bedrijf, stuk, dokument = document
akte, diploma, bul, brevet = diploma
aktentas = briefcase
al = everyone, each, every, although, though, already
al, reeds, alvast, alreeds = already
alarm slaan = alarm
alarmeren = alarm
alarmeren, aanslaan, alarm slaan = alarm
Alaska = Alaska
Albaans = Albanian
Albaans, Albanees = Albanian
Albanees = Albanian
Albanië = Albania
Albion = England, Albion
alcohol = alcohol, booze, liquor, spirits
alcohol, drank, alcoholische drank = liquor
alcoholische drank = alcohol, booze, spirits, liquor
alcoholische drank, alcohol, drank = spirits
alcoholist = boozer, alcoholic
alcoholist, drankzuchtige, zuiplap = alcoholic
aldaar = yonder, there
aldoor = ceaselessly, constantly, continually, continuously
Aleppo = Aleppo
Alexander = Alexander
Alexandrië = Alexandria
alfabet = alphabet
alfabet, ABC, eerste beginselen = alphabet
alge = seaweed, alga
alge, wier, zeewier = alga
algebra = algebra
algebra, stelkunde = algebra
algeheel = total, overall
algeheel, totaal = total
algemeen = universal, common
algemeen, gemeenschappelijk = common
algemeen, universeel = universal
Algerië = Algeria
Algerije = Algeria
Algerije, Algerië = Algeria
Algerijns = Algerian
Algiers = Algiers
algoritme = algorithm
alhoewel = though, although
alibi = alibi
alle twee de = both
allebei = both
alledaags = commonplace, trite, daily
alledaags, afgezaagd, banaal = trite
alleen = singly, alone, only, solely
alleen, één per keer, in zijn eentje = singly
alleenhandel = monopoly
alleenhandel, monopolie = monopoly
alleenspraak = soliloquy, monologue
alleenspraak, monoloog = monologue
alleenspraak, monoloog = soliloquy
alleenstaand = isolated, secluded
alleenstaand, geïsoleerd = secluded
allemaal = everything
allemaal, alles = everything
allemachtig = extremely
alleman = each, every, everyone
alleman, ieder, al, iedere, elk = every
aller = everyone's
aller, ieders = everyone's
allereerst = firstly
allerwegen = everywhere
alles = everything
alles wel beschouwd = altogether
alliage = alloy
alliage, legering, metaalmengsel = alloy
allicht = easily
alligator = alligator
almachtig = almighty
alom = everywhere
alom bekend = famous
aloud = antique, ancient
alp = alp
Alpen = Alps
alpensport = mountaineering
alpenweide = alp
alpenweide, alp = alp
alpinisme = mountaineering
alpinisme, bergbeklimming, alpensport = mountaineering
alras = soon
alreeds = already
als = as, when, like, if
als volgt = thus
als voorwaarde stellen = stipulate
als waarheid aannemen = acknowledge, recognize
alsjeblieft = please
alsjeblieft, wees zo goed, alstublieft = please
alstublieft = please
altaar = altar
altaardienaar = acolyte
Altai = Altai
alternatief = option, alternative
alternatief, keuze, keus = option
altijd = always
altijd, immer, steeds = always
aluminium = aluminum, aluminium
aluminium = aluminium
aluminium = aluminum
Alva = Alva
alvast = already
amandel = almond
amandelogig = almond-eyed
amaryllis = amaryllis
amaryllis, goudlelie = amaryllis
amateur = amateur, dilettante, dabbler, fancier
Amazone = Amazon
ambacht = occupation, handicraft
ambacht, beroep, handwerk = handicraft
ambassade = embassy
ambassadeur = ambassador
ambassadeur, gezant = ambassador
ambiëren = aspire
ambiëren, dingen naar, najagen = aspire
ambitie = fervor, zeal, ambition, fervour
ambitie, eerzucht = ambition
ambitie, vuur, ijver = zeal
ambitieus = ambitious
ambitieus, eerzuchtig = ambitious
Ambon = Amboina
Ambonees = Amboinese
ambtelijk = official
ambtelijk, officieel = official
ambtgenoot = colleague
ambtgenoot, collega = colleague
ambulance = ambulance
ambulance, ziekenauto, ambulancewagen = ambulance
ambulancewagen = ambulance
amechtig = breathless
Amerika = America
Amerikaans = American
ameublement = furniture
Amiranten = Amirants
Amman = Amman
Ammon = Ammon, Amon, Amun
Ammon = Ammon
Ammon = Amon
Ammon = Amun
ammunitie = munition, ammunition
ammunitie, munitie = ammunition
ammunitie, munitie = munition
Amoedarja = Amudaryra, Oxus
Amoedarja = Amudaryra
Amoedarja = Oxus
Amor = Eros, Cupid
Amor, Cupido = Cupid
amortisatie = redemption
ampel = detailed
ampel, gedetailleerd, in het klein = detailed
amper = barely, hardly, scarcely
amper, nauwelijks, kwalijk = hardly
ampère = ampere, ampère
ampère = ampere
ampère = ampère
ampul = bulb
ampul, lampje, lamp, gloeilamp, peer = bulb
amputatie = amputation
amputeren = amputate
Amsterdam = Amsterdam
Amsterdam, Mokum, Groot-Mokum = Amsterdam
amusant = entertaining, funny, amusing
amusement = amusement, fun, entertainment
amusement, vermaak = amusement
amuseren = amuse
analfabetisch = illiterate
analoog = analogous
analoog, overeenkomend, gelijksoortig = analogous
analyse = analysis
analyse, ontleding, ontbinding = analysis
analyseren = analyse, analyze
analyseren, ontbinden, ontleden = analyse
analytisch = analytic, analytical
analytisch = analytic
analytisch = analytical
ananas = pineapple, pine-apple
ananas = pine-apple
ananas = pineapple
Anatolië = Anatolia
Andalusië = Andalusia
Andalusisch = Andalusian
ander = else, another, other
ander = another
ander = else
ander = other
anders = differently
anders maken = turn, alter, change
anders maken, veranderen = alter
anders maken, veranderen = turn
andersom = vice-versa
Andes = Andes
Andesgebergte = Andes
Andesgebergte, Andes = Andes
Andorra = Andorra
Andorraans = Andorrian
Andorraans, Andorrees = Andorrian
Andorrees = Andorrian
Andromeda = Andromeda
anecdote = anecdote
anekdote = anecdote
anekdote, anecdote = anecdote
anemie = anaemia, anemia
anemoon = anemone
anesthesie = anesthesia, anaesthesia
anesthesie, verdoving = anesthesia
Angelsaksisch = Anglo-Saxon
anglicisme = anglicism
Angola = Angola
Angolees = Angolian
Angora = Ankara, Angora
Angora, Ankara = Angora
Angora, Ankara = Ankara
angst = fright, fear, anguish
angst = fright
angstdroom = nightmare, incubus
angstdroom, nachtduivel, incubus = incubus
angstdroom, nachtduivel, incubus = nightmare
animositeit = enmity
anjelier = carnation
anjer = carnation
anjer, anjelier = carnation
Ankara = Ankara, Angora
anker = anchor
annoteren = comment
annoteren, commentaar leveren op = comment
annuïteit = instalment, repayment
annuïteit, afbetalingstermijn = repayment
annuleren = annul, remit
Annunciatie = Annunciation
Annunciatie, Maria-Boodschap = Annunciation
Anoebis = Anubis
anoniem = anonymous, nameless
anoniem, naamloos = nameless
anoniem, naamloos, ongenoemd = anonymous
ansjovis = anchovy
antediluviaans = antediluvian
antediluviaans, zeer oud = antediluvian
antenne = antenna
antenne, voelhoorn, spriet, ra = antenna
anticiperen = anticipate
anticiperen, prejudiciëren = anticipate
antiek = antique, ancient
antiek, aloud, ouderwets = ancient
Antillen = Antilles
Antilliaans = Antillian
antilope = antelope
Antiochië = Antioch
antipathie = aversion, dislike
antiseptisch middel = antiseptic
anti-slavernijbeweging = abolitionism
antivries = anti-freeze
antologie = anthology, chrestomathy
antologie, bloemlezing = anthology
antropoloog = anthropologist
Antwerpen = Antwerp
antwoorden = reply, answer
antwoorden op = answer, reply
antwoorden, antwoorden op = answer
antwoorden, antwoorden op = reply
anus = anus
anus, aars = anus
apache = ruffian, hood, apache
apache, straatschuimer = apache
apathie = apathy
apathie, dofheid, lusteloosheid = apathy
apathisch = apathetic
Apennijnen = Apennines
apenoot = peanut, ground-nut
apenoot, aardnoot, pinda = ground-nut
aperitief = snifter, dram, nip, peg, snorter
aperitief, borrel = nip
aperitief, borrel = peg
aperitief, borrel = snifter
apert = obvious, evident
apert, evident, kennelijk, duidelijk = evident
aplomb = self-assurance, aplomb
Apollo = Apollo
apostel = apostle
apostel, voorvechter = apostle
apostrof = apostrophe
apostrof, afkappingsteken = apostrophe
apotheek = drugstore
apotheker = chemist
apotheker, farmaceut = chemist
apparaat = set, apparatus, device
apparaat, hulpmiddelen, inrichting = apparatus
appartement = apartment, flat
appartement, flat = apartment
appartement, flat = flat
appel = apple
appelboom = apple-tree
appelleren = appeal
appelleren, een beroep doen op = appeal
appelwijn = cider
appelwijn, cider = cider
appendix = codicil, rider, appendix
applaudisseren = clap
applaudisseren, adhesie betuigen = clap
appreciëren = appreciate
appreciëren, waarderen = appreciate
april = April
apropos = theme
Apulië = Apulia
aquarel = water-colour
aquarel, waterverfschilderij = water-colour
aquarium = aquarium
Arabië = Arabia
Arabier = Arab
Arabisch = Arabian, Arabic
Arabisch = Arabian
Arabisch = Arabic
arbeid = job
arbeider = workman, laborer, operative, labourer
arbeider, werkman, werker, werkkracht = operative
arbeidsvermogen = energy
arbiter = referee, arbiter, arbitrator, umpire
arbiter, scheidsrechter = arbiter
arbiter, scheidsrechter = arbitrator
arbiter, scheidsrechter = referee
arbitrair = arbitrary
Arcadië = Arcadia
archaïsch = archaic
archaïsch, verouderd = archaic
Archeozoïcum = Archeozoic, Archaeozoic
Archeozoïcum = Archaeozoic
Archeozoïcum = Archeozoic
archief = archive, archives, records, files
archief = archive
archief = archives
archief = files
archief = records
archiefmedewerker = actuary
archiefmedewerker, actuaris = actuary
Archimedes = Archimedes
archipel = archipelago
architect = architect
architect, bouwmeester = architect
Arctica = Arctic
Arctis = Arctic
Ardennen = Ardennes
are = are
are, vierkante decameter = are
areaal = area
arena = arena
arena, krijt, piste, kampplaats = arena
arend = eagle
arend, adelaar = eagle
Areopagus = Areopagus
Ares = Ares
argeloos = naive, naïve, naïf, naif
Argentijns = Argentinean, Argentine
Argentijns = Argentine
Argentijns = Argentinean
Argentinië = Argentina
arglist = snare
arglistig = insidious
argumenteren = maintain
Argus = Argus
argwaan = suspicion
argwaan, achterdocht, wantrouwen = suspicion
argwanend = suspicious
Ariadne = Ariadne
Arisch = Aryan
aristocraat = aristocrat
Aristoteles = Aristotle
Arizona = Arizona
armband = bracelet
Armeens = Armenian
Armenië = Armenia
armhuis = workhouse, almshouse
armhuis, aalmoezeniershuis = almshouse
armoe = misery
armoede = poverty
Armorica = Brittany, Bretagne, Armorica
Armorica = Armorica
Armorica, Bretagne = Brittany
armstoel = arm-chair, armchair
Arnhem = Arnhem
aroma = flavour, aroma
aroma, geur = flavour
aromatisch = nutty, aromatic, fragrant
aromatisch, geurig = fragrant
arrangeren = arrange
arrangeren, aanrichten, ordenen = arrange
arrestatie = detention, arrest, apprehension
arrestatie, aanhouding = detention
arriveren = arrive
arrogant = arrogant
arrogantie = arrogance, presumption, overbearingness
arrogantie, aanmatiging = arrogance
arrondissement = district
Artemis = Phoebe, Artemis
Artemis = Artemis
Artemis = Phoebe
arterie = artery
arteriosclerose = arteriosclerosis
artiest = artist
artiest, kunstenaar = artist
artikel = article, paragraph, commodity
artikel, paragraaf = paragraph
artillerie = artillery
artisjok = artichoke
artistiek = artistic
artistiek, kunstig, kunstmatig = artistic
arts = physician
artsenij = pharmaceutical, medicine
artsenijbereidkunde = pharmacy
as = axis, ash, cinder, axle
as = ash
as = cinder
as, spil = axle
asbak = ash-tray
asfalt = asphalt
asgrauw = ashen
asiel = asylum
asla = ash-tray
asla, asbak = ash-tray
asperge = asparagus
aspirant = candidate
aspirine = aspirin
assembler = assembler
Assepoester = Cinderella
assignatie = summons
assimileren = assimilate
Assisi = Assisi
assistent = assistent, assistant, helper, aid
assistent, adjunct, helper = assistant
assistent, famulus, helper, hulp = aid
assistent, hulp, famulus, helper = helper
assisteren = assist, help
assisteren, bijstaan, helpen = help
associatie = association
assurantie = insurance
assureren = insure
assureren, veilig stellen, verzekeren = insure
Assyrië = Assyria
Assyrisch = Assyrian
asterisk = asterisk
astma = asthma
astma, aamborstigheid = asthma
astmatisch = asthmatic, wheezy
astroloog = astrologer
astroloog, sterrenwichelaar = astrologer
astronaut = astronaut, spaceman
astronaut, ruimtevaarder = astronaut
astronaut, ruimtevaarder = spaceman
astronomie = astronomy
astronoom = astronomer
Asturië = Asturias
asyl = asylum
atelier = workplace
Atheens = Athenian
atheïsme = atheism
Athene = Athena, Athene, Athens
Athene = Athena
Athene = Athene
Athene = Athens
Atlantis = Atlantis
Atlantisch = Atlantean
Atlantisch, van Atlantis = Atlantean
Atlantische Oceaan = Atlantic
Atlas = Atlas
atlas, kaartenboek = atlas
atleet = athlete
atletiek = athletics
atletiek, krachtsport = athletics
atletisch = athletic
atmosfeer = atmosphere
atomair = atomic
atoom = atom
atoom- = atomic
atoom-, atomair = atomic
Atrecht = Arras
attent = attentive, attentively
attentie = attention
attest = testimony
Attica = Attica
Attisch = Attic
attribuut = attribute
au = ouch
aubergine = aubergine
auctie = auction
auctie, afslag, mijn, vendu, veiling = auction
audiovisueel = audio-visual
auditorium = audience
Augias = Augeas
augustus = August
Augustus = Augustus
Aurora = Aurora
aurora = aurora, dawn
aurora, morgenlicht, morgenrood = dawn
Australië = Australia
Australisch = Australian
Australische inboorling = aborigine
Australische inboorling, aboriginal = aborigine
auteur = author, writer
auteur, schrijver, stilist = writer
authentiek = genuine, authentic
authentiek, onvervalst = genuine
auto = car, motor-car, automobile
auto, wagen = car
autobaan = motorway, turnpike
autobaan, autosnelweg, snelweg = motorway
autobiografie = autobiography
autobus = bus, autobus, omnibus
autobus = bus
automaat = automoton
automatisch = automatic
automobiel = automobile, motor-car
automobiel, auto = automobile
automobiel, auto = motor-car
autonoom = autonomous
autonoom, onafhankelijk, zelfbesturend = autonomous
autoriseren = authorize
autoritair = authorative
autoritair, gezaghebbend = authorative
autoriteit = authority, glamour, prestige, glamor
autoriteit, gezag = authority
autoriteit, prestige, gezag = glamor
autoriteit, prestige, gezag = prestige
autosnelweg = turnpike, motorway
autosnelweg, autobaan = turnpike
autoweg = expressway, freeway
autoweg = expressway
autoweg = freeway
averechts = reversed
aviateur = aviator
aviatiek = aviation
avond = evening
avondeten = supper
avondmaal = supper
avondmaal, avondeten = supper
avontuur = adventure
avontuur, perikel, lotgeval = adventure
axioma = axiom
Azerbaidzjaan = Azerbaijani
Azerbaidzjan = Azerbaidzhan, Azerbaijan
Azerbeidzjan = Azerbaijan, Azerbaidzhan
Azerbeidzjan, Azerbaidzjan = Azerbaidzhan
Azerbeidzjan, Azerbaidzjan = Azerbaijan
Azeri = Azerbaijani
Azeri, Azerbaidzjaan = Azerbaijani
Aziatisch = Asiatic, Asian
Aziatisch = Asian
Aziatisch = Asiatic
Azië = Asia
azijn = vinegar
azijnzuur zout = acetate
Azoïcum = Azoic
Azoren = Azores
Azteeks = Aztec
b.h. = bra
b.h., beha, bustehouder = bra
baai = bay
baai, inham, kreek = bay
baaierd = chaos
Baäl = Baal
baan = orbit, passage, corridor, road
baanbreker = pioneer
baanvlak = route
baar = rod, cash
baar, roede, paal, schacht, pijp = rod
baard = beard
baarmoeder = uterus, womb
baarmoeder = uterus
baarmoeder = womb
baars = bass
baas = boss, leader, chief
baas, aanvoerder, chef, gebieder = chief
baat = profit
babbelen = chatter, chat
babbelen, keuvelen, praten = chatter
Babel = Babylon, Babel
Babel = Babel
Babel = Babylon
baby = baby
Babylonië = Babylonia
Babylonisch = Babylonian
Bacchus = Bacchus
backspace = backspace
bacterie = bacterium
bad = bath
bad, badkuip = bath
baden = bathe
badhuis = bathroom
badhuis, badkamer, badplaats = bathroom
badkamer = bathroom
badkuip = bath
badpak = bathing-suit
badplaats = bathroom, spa
badplaats = spa
bagage = luggage, baggage
bagage = baggage
bagage = luggage
bagagewagen = luggage-van
bagatel = trifle
bagatel, futiliteit, beuzelarij = trifle
Bagdad = Baghdad
bah = bah, nuts, pooh
bah = bah
bah = nuts
bah = pooh
Bahama Eilanden = Bahamas
Bahamaans = Bahamian
Bahamas = Bahamas
Bahamas, Bahama Eilanden = Bahamas
Bahrein = Bahrein
Bahreins = Bahraini
baht = baht
bajonet = bayonet
bak = tub, vessel, manger, trough, container, vat, ferry
bak, tobbe, teil, kuip = tub
bakbeest = colossus
bakken = fry, bake
bakken = bake
bakken, fruiten = fry
bakker = baker
bakkerij = bakery
bakstenen = brick
bakstenen, stenen = brick
bakvis = flapper
bal = clod, chunk, globe, palm, dance, ball, lump
bal, danspartij = dance
bal, handpalm, palm = palm
balanceren = rock, swing
balanceren, doen schommelen = rock
balanceren, doen schommelen = swing
balans = equilibrium, scales
balie = tribunal
Balinees = Balinese
baljuw = taskmaster
balk = girder
balk, ribbe, onderlegger = girder
Balkan = Balkans
balken = neigh, bleat, bellow
balkon = balcony
ballast = ballast
ballet = ballet
ballon = balloon, air-balloon
ballon, luchtballon = air-balloon
ballon, luchtballon = balloon
balloteren = vote
balloteren, kiezen, stemmen = vote
balorig = pettish, petulant, peevish
balorig, slechtgehumeurd, kregel = pettish
Baltische Zee = Baltic
bamboe = bamboo
ban = territory
banaal = commonplace, trite
banaal, alledaags, afgezaagd = commonplace
banaan = banana
bananenplant = banana-plant
band = orchestra, binding, bond, tyre, ribbon, brim
band, lint = ribbon
band, muziekkorps, orkest = orchestra
banderol = wrapper
bandiet = bandit
bandiet, struikrover = bandit
bandrecorder = tape-recorder
bang = afraid, timid, anxious
bang, bezorgd, beducht, ongerust = anxious
Bangkok = Bangkok
banjo = banjo
bank = bench, bank, workbench, tressle, easel
bank = bank
bank, zitbank = bench
bankbiljet = bank-note, banknote
banket = banquet
banket, feestmaal = banquet
banketbakkerij = confectionery
banketzaal = banquet-room
bankroet = bankrupt
banshee = banshee
Bantoe- = Bantu
bar = severe, pub, buffet, strict
barak = shack, barrack, shanty, barn
barak, schuur, loods, keet = shanty
barbaar = barbarian
barbaars = barbaric, cruel
Barbadaans = Barbadian
Barbados = Barbados
Barbarije = Barbary
barbier = barber
Barcelona = Barcelona
barman = bartender, barman
barman = barman
barman = bartender
Barnabas = Barnabas
barometer = barometer
barometer, drukmeter = barometer
barrière = dam, barrier, fence
barrière, afsluiting, hek, heining = barrier
bars = brutal, unkind, unpleasant, gruff, surly
bars, honds, onaardig, nurks, nors = gruff
bars, nors, honds, nurks, onaardig = surly
barst = crevice, crack
barst = crack
barst = crevice
barsten = burst
barsten, splijten, scheuren = burst
base = basis
baseball = baseball
baseren = found, base
baseren, grondvesten, funderen = found
basis = basis
basis- = basic
basketball = basketball
Baskisch = Basque
Basra = Busra, Busrah, Basrah, Basra
Basra = Basra
Basra = Basrah
Basra = Busra
Basra = Busrah
basta = sufficiently
bastion = rampart
bastion, bolwerk, wal, omwalling = rampart
Bataafs = Batavian
Batavia = Djakarta
baud = baud
baviaan = baboon
bazaar = fair, bazaar, market
Bazel = Basle, Basel
Bazel = Basel
Bazel = Basle
beamen = approve, assent
beamen, billijken, goedkeuren = approve
beantwoorden = reciprocate
bebouwen = cultivate
bed = bed
bedaagd = elderly
bedaard = calm, quiet, tranquil
bedaard, kalm, gerust, rustig = tranquil
bedaard, stil, rustig, kalm = quiet
bedacht zijn op = foresee
bedacht zijn op, verwachten = foresee
bedanken = abdicate, resign, quit, thank
bedanken, neerleggen, afstand doen = abdicate
bedaren = abate, subside
bedaren, bekoelen, luwen = abate
bedeesd = self-conscious, abashed, shy
bedeesd, blo, bevangen, timide = shy
bedeesd, timide, bevangen, blo = self-conscious
bedehuis = kirk
bedehuis, kerk, kerkgebouw = kirk
bedekken = cover
bedekking = lid
bedekking, kaft, deksel, omslag = lid
bedelaar = beggar
bedelen = beg
bedelven = overwhelm
bedelven, overstelpen, verpletteren = overwhelm
bedenkelijk = risky, hazardous
bedenken = fancy, invent, imagine
bedenken, zich verbeelden = fancy
bedenken, zich verbeelden = imagine
bedenker = author
bederf veroorzakend = septic, infected
bederf veroorzakend, septisch = infected
bederven = putrefy, spoil, rot, bribe, injure
bederven, beschadigen, havenen = injure
bederven, havenen, beschadigen = spoil
bederven, verbasteren, omkopen = bribe
bedevaart = pilgrimage
bedevaartganger = pilgrim
bediende = clerk
bedillen = haze, quibble
bedingen = stipulate
bedingen, als voorwaarde stellen = stipulate
Bedoeïen = Bedouin, Beduin
Bedoeïen = Bedouin
Bedoeïen = Beduin
bedoeld = intentional
bedoelen = intend
bedoeling = intention, plan, meaning
bedorven = rotten
bedotten = hoax, mystify
bedotten, beduvelen, beetnemen = hoax
bedotterij = mystification
bedrag = sum
bedreigen = threaten, menace
bedreigen, dreigen = menace
bedreiging = threat
bedreiging, dreigement, dreiging = threat
bedremmeld = upset, perplexed, dazed
bedreven = clever, skillful, dexterous
bedreven, behendig, bekwaam, handig = dexterous
bedreven, behendig, handig, bekwaam = clever
bedriegen = deceive
bedrieger = charlatan, quack, imposter
bedrieger, charlatan, kwakzalver = quack
bedrieglijk = false, contrived, misleading
bedrieglijk, illusoir = misleading
bedrijf = profession, certificate, document, enterprise
bedrijf, onderneming = enterprise
bedrijf, stuk, dokument, acte, akte = certificate
bedrijven = make, do
bedrijven, doen, aanmaken, maken = do
bedrijvende vorm = assets
bedrijvende vorm, actief, bezit = assets
bedrijvig = active
bedrijvigheid = vigour
bedroefd = sad
bedroefdheid = sorrow, sadness
bedroefdheid, smart, droefheid = sorrow
bedroeven = vex, chagrin, grieve, afflict
beducht = anxious
beduiden = foretell, forecast, signify, clarify, prophesy
beduiden, betekenen = signify
beduiden, voorspellen, voorzeggen = forecast
beduusd = perplexed, upset, dazed
beduusd, bedremmeld, beteuterd = dazed
beduusd, bedremmeld, beteuterd = upset
beduvelen = mystify, hoax
beduvelen, beetnemen, bedotten = mystify
bedwingen = check, bridle, restrain
bedwingen, beteugelen, betomen = bridle
bedwingen, beteugelen, betomen = restrain
bedwingen, betomen, beteugelen = check
beëindigd = over, finished, done
beëindigd, afgelopen, afgewerkt, klaar = finished
beëindigen = terminate
beek = brook
beekje = brook
beekje, beek = brook
beeld = representation, picture, metaphor, diagram, statue
beeld, afbeelding, figuur = representation
beeld, prent, afbeelding, plaat = picture
beeld, standbeeld = statue
beeldhouwen = sculpture, carve
beeldhouwen, uithakken, uithouwen = carve
beeldig = delightful
beeldspraak = metaphor
beeldspraak, beeld, metafoor = metaphor
beeltenis = portrait
beemd = meadow
been = bone, paw, leg
been = leg
beer = abutment
beërven = inherit
beërven, erven = inherit
beest = beast
beestachtig = harsh, brute
beestachtig, bruut, ruw, dierlijk = harsh
beetkrijgen = capture
beetnemen = grapple, capture, hoax, mystify
beetnemen, beetpakken, pakken = grapple
beetnemen, pakken, beetkrijgen = capture
beetpakken = grapple
Beetsjoeanaland = Botswana, Bechuanaland
Beetsjoeanaland, Botswana = Bechuanaland
beetwortel = beet
beetwortel, kroot, biet, mangelwortel = beet
befaamd = famous
befaamdheid = repute, hearsay, fame, rumour, rumor
befaamdheid, gerucht, mare, faam = hearsay
befaamdheid, gerucht, mare, faam = rumour
begaafdheid = aptitude, talent
begeerte = want
begeleiden = accompany
begeleider = accompanist, companian
begeleider, metgezel = accompanist
begeleider, metgezel = companian
begeleiding = accompaniment, escort
begeleiding, accompagnement = accompaniment
begeleiding, accompagnement = escort
begenadigen = forgive, pardon
begenadigen, vergeven = forgive
begeren = desire, wish
begerig = greedy, avid
begerig, happig, belust, gretig = greedy
begieten = irrigate
begiftigen = endow
begiftigen, meegeven = endow
begin = commencement, beginning
begin, ontstaan, aanvang = commencement
beginneling = beginner
beginnen = commence, begin
beginnend = junior, future, young
beginnend, aankomend = future
beginnend, aankomend = young
beginner = beginner
beginner, beginneling = beginner
beginsel = principle, element
begoochelen = delude
begoochelen, illusies wekken bij = delude
begoocheling = illusion
begraafplaats = cemetery, graveyard
begraafplaats, kerkhof = cemetery
begraven = inter, bury, entomb
begraven, ter aarde bestellen = entomb
begrensd = restricted, limited, confined
begrensd, beperkt, eindig = restricted
begrensd, eindig, beperkt = confined
begrenzen = limit, abridge, restrict, confine
begrenzen, beperken, beknotten = confine
begrijpelijk = understandable
begrijpelijk, bevattelijk = understandable
begrijpen = realise, realize, understand
begrijpen, bevatten, beseffen = realise
begrip = concept, notion, idea
begrip = notion
begroeten = greet, salute
begroten = appraise, estimate
begroting = budget
begunstiging = favour, favor
beha = bra
behaaglijk = nice, enjoyable, lovely, pleasing, agreeable
behaaglijk, aangenaam, genoeglijk = enjoyable
behaaglijk, genoeglijk = lovely
behaagziek = coquettish
behaagziek, koket = coquettish
behalen = get, win, acquire, accomplish, attain, earn, reach
behalen, bereiken, inhalen = accomplish
behalen, verdienen, winnen = earn
behalve = alongside
behandelen = cure, treat
behandelen, cureren = cure
behandelen, cureren = treat
behandeling = treatment
behang = tapestry, wallpaper
behang = wallpaper
beheerder = administrator, manager
beheerder, administrateur = administrator
behelzen = include, contain
behendig = dexterous, skillful, clever
beheren = administer, manage
behoeden = protect
behoeden, beschermen = protect
behoedzaam = careful, cautious
behoedzaam, voorzichtig = careful
behoeftig = needy
behoeftig, berooid, nooddruftig = needy
behoeven = need, require
behoorlijk = proper, fitting, suitable, properly, decently
behoren = befit, must, should
behoren, dienen, horen, moeten = must
behoren, horen, betamen, passen = befit
behoren, moeten, dienen, horen = should
behouden = conserve, safe, save, rescue
behouden, bergen, bewaren = conserve
behoudend = conservative
behoudend, conservatief = conservative
behulpzaam = helpful
behulpzaam, hulpvaardig = helpful
beide = both
beide, allebei, alle twee de = both
Beier = Bavarian
Beieren = Bavaria
beieren = peal
beige = beige
beïnvloeden = influence
Beiroet = Beyrout, Beirut, Beyrouth
Beiroet = Beirut
Beiroet = Beyrout
Beiroet = Beyrouth
beitelen = chisel
beitsen = bite
bejaard = old
bejagen = hunt
bejagen, jagen, jacht maken op = hunt
bejammeren = begrudge, regret
bek = jaws, muzzle, bill, maw, beak, mouth
bek, muil = mouth
bek, neb, tuit, snater, snavel = beak
bekend = well-known
bekend zijn met = know
bekende = acquaintance
bekendheid = knowledge
bekendheid, kennis, kunde = knowledge
bekendmaken = advise, notify, counsel
bekennen = profess, confess
bekennen, biechten, erkennen = profess
beker = goblet, chalice
beker, bloemkelk, miskelk, kelk = goblet
bekeren = convert
bekeuring = protocol, minutes
bekeuring, notulen, proces-verbaal = minutes
bekeuring, proces-verbaal, notulen = protocol
bekken = basin, bowl, pelvis
beklaagde = defendant, accused
beklaagde, beschuldigde, aangeklaagde = accused
bekladden = stain
beklagenswaardig = poor, pitiful
bekleden = occupy, clothe
beklemmen = obsess
beklemming = anguish, fear
beklemming, angst, benauwdheid = fear
beklemming, benauwdheid, angst = anguish
beklemtonen = accentuate, accent, stress
beklijven = endure
beklijven, duren, aanhouden = endure
beklimbaar = mountable
beknopt = concise
beknopt, kernachtig, kort, bondig = concise
beknotten = limit, abridge, restrict, confine
beknotten, begrenzen, beperken = abridge
beknotten, beperken, begrenzen = restrict
bekoelen = subside, abate
bekoelen, bedaren, luwen = subside
bekogelen = bombard
bekokstoven = invent
bekonkelen = intrigue
bekonkelen, intrigeren, konkelen = intrigue
bekoorlijk = charming, pleasing
bekoorlijk, aantrekkelijk, behaaglijk = pleasing
bekoren = draw, tempt, attract
bekorten = shorten, abbreviate
bekostigen = finance
bekostigen, financieren = finance
bekrachtigen = sanction, corroborate
bekrachtigen, erkennen, bevestigen = corroborate
bekrompen = narrow
bekronen = crown
bekronen, kronen = crown
bekroning = coronation
bekroning, kroning = coronation
bekwaam = dexterous, clever, skillful, able, capable
bekwaam, behendig, bedreven, handig = skillful
bekwaam, capabel, kundig = capable
bekwaamheid = ability
bekwaamheid, kundigheid = ability
belabberd = wretched
belabberd, ellendig, miserabel = wretched
belachelijk = ludicrous, ridiculous
belachelijk = ludicrous
beladen = burden
beladen, inladen, belasten, laden = burden
belanden = arrive
belang = concern
belang inboezemen = interest
belangrijk = serious, important
belangrijke gebeurtenis = event
belangrijke gebeurtenis, evenement = event
belangstellend = interested
belangwekkend = interesting
belangwekkend, interessant = interesting
belasten = burden, tax
belasten met = entrust
belasten met, opdragen, opdracht geven = entrust
belasten, aanslaan = tax
belastend = carrying
belastend, geladen met = carrying
belasteren = slander
belastingaanslag = assessment
belastingaanslag, aanslag = assessment
beledigen = insult, offend
beledigen, affronteren, krenken = offend
beledigend = abusive
beleefdheid = politeness
beleefdheid, hoffelijkheid = politeness
beleg = siege
belegen = ripe, mature
belegen, bezonken, rijp = mature
belegeren = besiege
belegering = siege
belegering, beleg = siege
beleggen = cover
beleid = tact, politics
beleid, politiek, staatkunde = politics
belemmeren = bother, obstruct, disturb, hinder, oppose, bar
belemmeren, afsluiten, afdammen = bar
belemmeren, doorkruisen, beletten = hinder
belemmeren, dwarsbomen, tegenwerken = oppose
belemmeren, storen, hinderen = bother
belenden = adjoin, abut
belenden, grenzen aan = abut
belenden, grenzen aan = adjoin
beletsel = obstacle
beletten = hinder, prevent, inhibit
beletten, verhinderen, verhoeden = prevent
beleven = survive
belevenis = experience
belevenis, ervaring, ondervinding = experience
België = Belgium
Belgisch = Belgian
Belgrado = Belgrade
belichten = exhibit, expose
belichten, tentoonstellen = exhibit
Belizaans = Belizian
Belize = Belize
Belle = Bailleul
beloeren = spy
belonen = reward
beloning = compensation
beloning, loon, vergelding = compensation
beloven = promise
beloven, toezeggen, uitloven = promise
beluisteren = listen
belust = avid, greedy
bemachtigen = grab, seize, grasp, clutch, grip
bemachtigen, aangrijpen, grijpen = grab
bemachtigen, aangrijpen, grijpen = grasp
bemachtigen, grijpen = grip
bemanning = crew
bemantelen = mask
bemantelen, bewimpelen, maskeren = mask
bemesten = fertilize
beminnelijk = lovable, dainty, pretty
beminnelijk = dainty
beminnelijkheid = sweetness
beminnelijkheid, lieftalligheid = sweetness
beminnen = love
beminnen, houden van, liefhebben = love
beminnenswaardig = lovable
beminnenswaardig, beminnelijk, lief = lovable
bemoediging = encouragement
ben = basket
ben, korf, slof, mand = basket
benaderen = approximate
benadrukken = emphasize
benaming = appellation, name
benaming, naam, naamwoord = name
benaming, naamwoord, naam = appellation
benardheid = perplexity, embarrassment, abashment
benauwd = cramped, stale
benauwdheid = fear, anguish
bende = band, gang, horde, troop
bende, troep, schare = gang
beneden = beneath, below, downstairs, under, underneath
beneden = under
beneden, daarbeneden, onder = below
beneden, onder = beneath
benedenverdieping = ground-floor
Benedictijner monnik = Benedictine
Benelux = Benelux
benepen = timid
benepen, beschroomd, bang = timid
Bengaals = Bangladesh
Bengaals vuur = bengal-light, bengal-lights
Bengaals vuur = bengal-light
Bengaals vuur = bengal-lights
Bengalen = Bengal
benijden = envy
benijden, jaloers zijn op, misgunnen = envy
Benin = Benin
Benins = Beninese
benodigd = necessary
benoemen = appoint, call
benoemen, aanstellen = appoint
benoeming = appointment, nomad
benoeming, aanstelling = appointment
benoeming, nomade = nomad
benoorden = above
benoorden, ten noorden van = above
benul = idea
benzine = petrol, gasolene, gasoline
benzine = gasolene
benzine = gasoline
benzine = petrol
beoefenaar = supporter, adept
beoefenen = exert
beogen = intend
beogen, bedoelen, mikken op, mikken = intend
beoordelen = criticize, judge
beoordeling = criticism
bepaald = undoubtedly, certainly
bepaald, vast, zeker, wel degelijk = certainly
bepalen = fasten, define, secure
bepaling = definition, stipulation, terms, condition, clause
bepaling, clausule, voorwaarde = clause
bepaling, definitie, omschrijving = definition
bepaling, voorwaarde, conditie = terms
bepantsering = armor, armour
bepantsering, kuras, harnas, pantser = armor
beperken = abridge, restrict, limit, confine
beperken, begrenzen, beknotten = limit
beperkt = confined, limited, restricted
beperkt, begrensd, eindig = limited
beploegen = plough
bepoederen = powder
bepoederen, poederen = powder
beproeven = afflict, grieve
beproeven, bedroeven, verdriet doen = afflict
beproeving = affliction
Berber = Berber
berechten = judge
berechten, oordelen, beoordelen = judge
bereiden = prepare
bereidingswijze = procedure
bereidingswijze, procédé, werkwijze = procedure
bereidvaardig = obliging
bereidwillig = obliging
bereidwillig, bereidvaardig = obliging
bereiken = reach, accomplish
bereiken, inhalen, behalen = reach
berekenen = calculate, compute
berekenen, meten = compute
bereklauw = acanthus
berg = mountain
bergbeklimming = mountaineering
bergen = save, stow, rescue, conserve
Bergen = Mons
bergen, behouden, redden = rescue
berggeit = chamois
bergstroom = torrent, volley
bergstroom, vloed, stroom = torrent
Bergum = Bergum
bericht = message, advertisement, ad
bericht, aankondiging, advertentie = advertisement
bericht, advertentie, aankondiging = ad
bericht, boodschap = message
berichten = inform, communicate, report
berichten, meedelen, mededelen = communicate
berijmen = rhyme
berispen = reproach, reprove
berispen, afkeuren, laken, gispen = reprove
berisping = remark, observation
berisping, aanmerking, standje, blaam = remark
berk = birch, birk
berk = birk
berk, berkeboom = birch
berkeboom = birch
Berkel = Berkel
Berlijn = Berlin
Berlijner = Berliner
Bermuda Eilanden = Bermudas
Bern = Berne, Bern
Bern = Bern
Bern = Berne
Berner = Bernese
beroemd = glorious, famous
beroemd persoon = celebrity
beroemd, befaamd, alom bekend = famous
beroemd, glorierijk, glorieus = glorious
beroemdheid = glory, celebrity
beroemdheid, beroemd persoon = celebrity
beroep = occupation, handicraft, vocation, profession
beroep = vocation
beroep, broodwinning, bedrijf = profession
beroeps- = professional
beroerd = bad
beroerd, kwalijk, kwaad, slecht = bad
beroering = commotion
beroering, agitatie, beweging = commotion
berooid = needy
berouw = repentance
berouw hebben = repent
berouw, boetvaardigheid, inkeer = repentance
berusting = resignation
bes = currant, berry
bes = berry
beschaafd = gentlemanlike, polite, courteous, well-mannered
beschaafd, wellevend, welgemanierd = polite
beschaafd, wellevend, welgemanierd = well-mannered
beschaamd = ashamed
beschaamd maken = abash
beschadigen = injure, spoil
beschamen = abash
beschamen, beschaamd maken = abash
beschaven = civilize, civilization
beschaving = culture, civilization
beschaving, beschaven = civilization
bescheid = paper
bescheid, document, papier, akte = paper
bescheiden = modest, moderate, reasonable, discrete
bescheiden, discreet, ingetogen = modest
bescheiden, onopvallend, discreet = discrete
bescheidenheid = modesty
bescheidenheid, discretie = modesty
beschermeling = protégé
beschermeling, protégé = protégé
beschermen = protect
beschermgeest = genius
beschermheer = patron
beschermheer, beschermheilige = patron
beschermheilige = patron
bescherming = protection
beschieten = bombard
beschikbaar = available
beschikking = disposition
beschonken = intoxicated, drunk
beschot = dash-board, wainscot, panel
beschot, instrumentenbord, dashboard = dash-board
beschouwen = consider
beschouwen, overwegen, nagaan = consider
beschrijven = describe
beschrijving = description
beschroomd = timid
beschuit = bicuit
beschuldigde = defendant, accused
beschuldigen = accuse
beschuldigen, betichten, aanklagen = accuse
beschuldiger = accuser
beschuldiging = indictment, accusation, complaint, charge
beschuldiging, aanklacht = accusation
beschuldiging, aanklacht = complaint
besef = consciousness, awareness
besef, bezinning, bewustzijn = awareness
besef, bezinning, bewustzijn = consciousness
beseffen = realize, realise, understand
beseffen, bevatten, begrijpen = realize
beslaan = garnish, occupy, trim, comprise
beslag = dough
beslissen = decide
beslissend = decisive
beslissend, finaal, cruciaal = decisive
beslissing = decision
beslist = absolutely
beslist, absoluut, ten enenmale = absolutely
besloten = private
besloten, privé-, particulier = private
besluit = decision
besluit, uitspraak, beslissing = decision
besluiteloos = indecisive
besluiten = decide, induce, infer
besluiten, afleiden, concluderen = induce
besluiten, afleiden, concluderen = infer
besluiten, beslissen, uitmaken = decide
besmeren = smear, anoint
besmettelijk = infectious, contagious, catching
besmettelijk, aanstekelijk, verpestend = catching
besmetten = infect
besmetting = infection
besneeuwd = snowy
besnijden = circumcise
bespieden = spy
bespoedigen = accelerate
bespotten = mock
bespotten, spotten, honen = mock
bespreken = discuss, review, reserve
bespreken, discuteren = discuss
bespreken, reserveren, intekenen = reserve
bespreking = discussion
Bessarabië = Bessarabia
best = best
bestaan = exist, existence
bestaan = exist
bestaan uit = consist
bestaan, aanzijn = existence
bestaanbaar = possible
bestaanbaar, mogelijk = possible
bestand = dossier, file
bestand, dossier = dossier
bestand, dossier = file
bestanddeel = element
besteden = spend
besteden, spenderen, spanderen = spend
besteding = expenses
bestek = extend, dimension, room, space, bulk, size
bestek, wereldruim, speling, ruimte = room
bestel = system
bestelauto = van
bestelauto, bestelwagen = van
bestellen = deliver, furnish
bestelwagen = van
bestemmen = earmark, destine, ordain
bestemmen, uittrekken = destine
bestemmen, uittrekken = earmark
bestemmen, uittrekken = ordain
bestemming = fate, destiny
bestendig = permanent, constant, abiding, continual, sustained
bestendig, constant, gestaag = constant
bestendig, gestaag, constant = continual
bestendig, gestaag, constant = permanent
bestendiging = continuation
bestraffen = punish
bestraffen, straffen = punish
bestraffing = punishment
bestraten = pave
bestrating = pavement
bestrijden = protest
bestseller = bestseller, craze
bestseller = bestseller
besturen = guide, administer, direct, govern, manage, steer
besturen, administreren, beheren = administer
besturen, richten, dirigeren, mennen = guide
bestuur = reign, control, stage, administration, rule
bestuur, heerschappij, bewind = reign
bestuurder = driver, conductor, manager, chauffeur, director
bestuurder, beheerder, administrateur = manager
bestuurder, conducteur = driver
bestuurlijk = administrative
bestuurlijk, administratief = administrative
betalen = pay
betamelijk = proper, fitting, becoming, decent, suitable
betamelijk, behoorlijk, fatsoenlijk = fitting
betamelijk, behoorlijk, fatsoenlijk = suitable
betamelijk, fatsoenlijk = decent
betamen = befit
betasten = feel, grope
betekenen = assign, signify
betekenen, dagen, dagvaarden = assign
betekenis = sense
betekenisleer = semantics
betekenisvol = significant
beter = better
beter maken = remedy, heal
beter maken, genezen, helen = remedy
beter worden = recover
beter worden, genezen, helen = recover
beterschap = progress
beteugelen = bridle, restrain, check
beteuterd = dazed, perplexed, upset
beteuterd, beduusd, bedremmeld = perplexed
Bethlehem = Bethlehem
betichten = accuse
beting = bit
betitelen = title
betitelen, tituleren, titelen = title
betogen = maintain
betomen = bridle, restrain, check
beton = concrete
betoveren = fascinate
betoveren, fascineren = fascinate
betoverend = delightful, fascinating, enchanting, absorbing
betoverend = enchanting
betoverend, fascinerend, boeiend = fascinating
betrachten = exert
betrachten, beoefenen = exert
betrappen = surprise
betrappen, verrassen, snappen = surprise
betreffende = concerning
betrekken = implicate, entangle
betrekking = relation, understanding
betrekking, omgang, verband = relation
betreuren = begrudge, regret
betreuren, bejammeren = begrudge
betreuren, bejammeren = regret
betreurenswaardig = regrettable
betreurenswaardig, spijtig = regrettable
betrokken = concerned
betrouwbaar = trustworthy, reliable
betrouwbaar, vertrouwd = trustworthy
betuigen = certify, assure
betuigen, verzekeren = assure
betuigen, verzekeren = certify
betuiging = expression
betwistbaar = debatable, questionable
betwistbaar, aanvechtbaar = debatable
betwisten = protest
betwisten, bestrijden = protest
beugel = trolley, ring
beuk = beech
beuling = sausage
beuling, worst = sausage
beunhazen = botch
beunhazen, knoeien, modderen = botch
beuren = lever
beuren, heffen, oprichten, ophalen = lever
beurs = purse
beurs, portemonnaie, geldbuidel = purse
beuzelachtig = insignificant, trifling
beuzelarij = trifle
bevallen = labour
bevallig = graceful, elegant
bevallig, elegant, piekfijn, net = elegant
bevangen = shy, abashed, self-conscious
bevattelijk = sagacious, intelligent, understandable
bevattelijk, knap, intelligent = intelligent
bevatten = understand, realize, contain, include, realise
bevatten, begrijpen, beseffen = understand
bevatten, inhouden, behelzen = contain
bevatten, inhouden, behelzen = include
bevattingsvermogen = intelligence
bevattingsvermogen, intelligentie = intelligence
bevel = injunction
bevelen = command, order
bevelen, aanvoeren, commanderen = command
beven = shiver, quiver, tremble
beven, bibberen, rillen, huiveren = quiver
bever = beaver
bevestigen = secure, assent, corroborate, fasten, confirm
bevestigen, aannemen = confirm
bevestigen, fixeren, bepalen = fasten
bevestigen, fixeren, bepalen = secure
bevinden = find, ascertain
bevlieging = whim, caprice
bevlieging, bui, gril, nuk, kuur = whim
bevloeien = irrigate
bevloeien, gieten, begieten, sproeien = irrigate
bevochtigen = dampen
bevoegd = competent
bevoegdheid = qualification, authorization
bevoegdheid, kwalificatie = qualification
bevoelen = grope, feel
bevoelen, tasten, voelen, betasten = feel
bevolking = population
bevoorraden = provide
bevoorrecht = privileged
bevoorrecht, voorrangs- = privileged
bevorderen = promote
bevordering = promotion
bevordering, promotie = promotion
bevorderlijk = useful
bevorderlijk, dienstig, nuttig = useful
bevredigen = satisfy
bevredigen, paaien, tegemoetkomen aan = satisfy
bevredigend = satisfactory
bevreemden = amaze
bevreemdend = amazing, astonishing
bevreemdend, verbazingwekkend = amazing
bevrijden = liberate
bevroren = frozen
bewaken = guard
bewapenen = arm
bewapenen, wapenen = arm
bewaren = guard, conserve
bewaren, bewaken, de wacht hebben = guard
beweegbaar = mobile
bewegen = stir, move
beweging = movement, commotion
beweging = movement
bewegingloos = inert, motionless
bewegingloos, traag, energieloos = inert
beweren = state, assert
beweren, verzekeren = assert
bewerken = cultivate
bewerker = adaptor, adapter
bewerker = adapter
bewerker = adaptor
bewerking = process, operation, adaptation
bewerking = process
bewerking, operatie, ingreep = operation
bewerkstelligen = achieve
bewerkstelligen, doorvoeren = achieve
bewerkt = adapted
bewerkt, aangepast = adapted
bewijs = token, demonstration
bewijs, teken, adstructie = token
bewijzen = prove
bewijzen, aantonen = prove
bewimpelen = mask
bewind = control, rule, reign
bewind, heerschappij, bestuur = control
bewind, heerschappij, bestuur = rule
bewindsman = minister
bewolkt = cloudy
bewonderaarster = admirer
bewonderaarster, vereerster = admirer
bewonderen = admire
bewonderend = admiring
bewonderenswaardig = admirable
bewoner = inhabitant
bewoner van een land = compatriot
bewoning = habitation
bewoording = expression, word
bewoording, betuiging, gezegde = expression
bewust = concerned, aware, conscious
bewust, betrokken, desbetreffend = concerned
bewusteloos = unconscious
bewusteloos raken = swoon
bewustzijn = awareness, consciousness
bezadigd = temperate, abstemious
bezem = broom
bezet = busy
bezetene = lunatic
bezetene, gek, krankzinnige = lunatic
bezetten = occupy
bezetten, beslaan, bekleden = occupy
bezetting = garrison
bezielen = inspire, animate
bezielen, verlevendigen = animate
bezielend = inspiring
bezig zijn = act
bezijden = alongside
bezijden, naast, behalve = alongside
bezingen = sing
bezinning = consciousness, awareness
bezit = assets, possession
bezitten = own, possess
bezitten, erop nahouden, rijk zijn = possess
bezitting = ranch, estate, property, possession
bezitting, eigendom, bezit = possession
bezitting, goed, boerderij, landgoed = estate
bezittingen = possessions
bezoedelen = stain
bezoedelen, smetten, bekladden = stain
bezoeken = visit, frequent
bezoeken, afgaan, opzoeken = visit
bezoeker = visitor, caller
bezoeker = caller
bezoeker = visitor
bezoldiging = salary, wage, wages
bezonken = mature, ripe
bezorgd = anxiously, anxious
bezorgd zijn = worry, care
bezorgd zijn, zich bekommeren, zorgen = worry
bezorgen = fetch, bring
bezorging = arrivals, supply, arrival
bezorging, aanvoer = arrival
bezorging, aanvoer = arrivals
bezwaar = difficulty, trouble
bezwaar hebben tegen = withstand
bezwaar, moeilijkheid, strubbeling = difficulty
bezwaar, strubbeling, moeilijkheid = trouble
bezweren = beseech
bezweren, smeken, bidden = beseech
bezwering = oath
bezwijken = succumb
bezwijmen = swoon
bezwijmen, bewusteloos raken = swoon
Bhoetaans = Bhutanese
bibberen = tremble, shiver, quiver
bibliografie = bibliography
bibliotheek = library
bibliotheek, boekerij = library
bibs = rump, backside
bidden = pray, beseech
bidden = pray
bidsnoer = rosary
biechten = profess, confess
biechten, toegeven, bekennen, erkennen = confess
bieden = propose
bief = beefsteak, steak
bief, biefstuk = beefsteak
biefstuk = beefsteak, steak
biefstuk, bief = steak
bier = ale, beer
bier = ale
bier = beer
bieslook = chive
biet = beet
bij = towards, by, at, beside, toward, to, bee
bij- = side, incidental
bij acclamatie benoemen = acclaim, applaud
bij voortduring = constantly, continuously, continually
bij voortduring, permanent, aldoor = constantly
bij wijze van = like, as
bij-, minder belangrijk, zij-, ver = side
bijbehorend = adequate, accessory, secondary
bijbehorend, bijkomstig, bijkomend = secondary
bijbel = bible
bijdetijds = modern
bijdraaien = break-down, brakedown
bijdraaien, panne hebben = break-down
bijdrage = contribution, dues
bijdrage = contribution
bijdragen = contribute
bijeen = together
bijeenbrengen = unite
bijeenbrengen, aaneenvoegen = unite
bijeenkomen = congregate, assemble, meet
bijeenkomst = gathering, assemblage
bijeenkomst, meeting, samenkomst = gathering
bijeenpassen = harmonize
bijeenroepen = convoke
bijeenschakelen = coordinate, co-ordinate
bijeenschakelen, coördineren = coordinate
bijenhouder = bee-keeper
bijenkorf = beehive, bee-hive
bijenkorf = bee-hive
bijenkorf = beehive
bijenschans = apiary
bijenstal = apiary
bijenstal, bijenschans = apiary
bijenteelt = bee-keeping
bijenwas = beeswax
bijgaand = accompanying
bijgeloof = superstition
bijgelovig = superstitious
bijgevolg = consequently
bijgevolg, dus, derhalve, zodoende = consequently
bijkans = almost, nearly
bijkomend = accessory, secondary
bijkomstig = secondary, accessory
bijkomstig, bijbehorend, bijkomend = accessory
bijkomstigheid = side-issue
bijl = axe
bijlage = codicil, appendix, rider
bijlage, appendix, aanhangsel = appendix
bijna = nearly, almost
bijstaan = assist, help
bijster = quite, very
bijtellen = add
bijtellen, optellen = add
bijten = bite, corrode
bijten, corroderen, aantasten = corrode
bijtend = sharp, abrasive, lurid
bijtoon = overtone
bijtoon, boventoon = overtone
bijval = approval, acclamation
bijval, acclamatie, toejuiching = acclamation
bijval, acclamatie, toejuiching = approval
bijvoeglijk = adjectival
bijvoeglijk naamwoord = adjective
bijvoeglijk naamwoord, adjectief = adjective
bijvoeglijke bepaling = attribute
bijvoeglijke bepaling, attribuut = attribute
bijvrouw = concubine
bijwerk = side-issue
bijwerk, aanhangsel, bijkomstigheid = side-issue
bijwerken = retouch
bijwerken, retoucheren = retouch
bijwoord = adverb
bijwoordelijk = adverbial
bijzaak = sideshow, sideissue
bijzaak, zijkant = sideissue
bijzaak, zijkant = sideshow
bijziend = near-sighted, short-sighted
bijzijn = presence
bijzijn, presentie, aanwezigheid = presence
bijzonder = exceedingly, extraordinarily, extraordinary, very
bijzonder = extraordinarily
bijzonder, buitengewoon = exceedingly
bijzonderheid = detail
bijzonderheid, item, detail = detail
bikini = bikini
bikken = eat, feed, chip
bikken, afbikken = chip
bil = buttock
biljart = billiards
biljartspel = billiards
biljartspel, biljart = billiards
biljet = note, ticket
biljet, plaatsbewijs, kaartje = ticket
billijk = just, righteous
billijk, fair, rechtvaardig = just
billijk, rechtvaardig, fair = righteous
billijken = approve
billijkheid = justice, righteousness
billijkheid = justice
binair = binary
binden = bind
bindend = compulsory
bindend, gedwongen, dwingend = compulsory
binding = bond
binding, band = bond
binnen = inside, until, within, into, a, per, in
binnen, in, per, te = within
binnen, in, te, per = a
binnenband = tube
binnenband, luchtpijp, luchtband = tube
binnenbrengen = pilot
binnenbrengen, loodsen = pilot
binnendringen = penetrate
binnenkrijgen = engulf
binnenlands = domestic, inner, internal
binnenplaats = courtyard
binnenrukken = invade
binnenste = inner, internal, centre, center, interior
binnenste, centrum, middelpunt = center
binnenste, centrum, middelpunt = centre
binnenste, intern, binnenlands = internal
binnenste, inwendige = interior
binnenvallen = invade
binnenvallen, binnenrukken = invade
binnenwaarts = inwards
binocle = binoculars
biograaf = biographer
biograaf, levensbeschrijver = biographer
biologeren = hypnotize
biologeren, hypnotiseren = hypnotize
bioloog = biologist
bioscoop = cinema
bioscoop, cinema = cinema
bips = buttocks
bips, kont, zitvlak = buttocks
Birma = Burma
Birmaans = Burmese
bis = encore
bis, nog eens = encore
biscuit = biscuit
Bissau = Bissau
bisschop = bishop
bisschoppelijk = episcopal
bisschoppelijk, doorluchtig = episcopal
bistro = café
bistro, koffiehuis, café = café
bitmap = bitmap
bits = shrill, sharp-toned, tard, snappy
bits, snibbig = shrill
bits, snibbig = tard
bitsheid = tartness
bitter = bitter
bitterheid = bitterness
bitterheid, verbittering = bitterness
bitterzoet = bittersweet
bizar = weird, bizarre, odd
bizar = bizarre
bizar = odd
bizar = weird
bizon = bison
blaam = remark, observation
blaam, aanmerking, berisping, standje = observation
blaar = blister
blaas = bladder
blaasinstrument = wind-instrument
blad = leaf, sheet, magazine, gazette, newspaper, plateau
blad, krant = magazine
blad, krant = newspaper
blad, plat, plateau, bordes = plateau
blad, vel = sheet
bladertooi = foliage
blaken = glow
blaker = candlestick
blanco = white, blank
blanco, blank, oningevuld, wit = white
blank = blank, white
blanke = European
blanketsel = make-up
blaten = bleat, bellow, neigh
blauw = blue
Blauwbaard = Bluebeard
blauwdruk = scheme
blauwe plek = bruise
blazoen = badge, insignia
blèren = yell
blessure = injury
blij = glad
blij zijn = rejoice, enjoy
blijdschap = joy, gladness
blijdschap = gladness
blijdschap = joy
blijkbaar = obviously, apparently
blijkens = along
blijspel = comedy
blijspel, komedie = comedy
blijven = keep
blijven aandringen = persevere, persist
blijven aandringen = persevere
blijven aandringen, aanhouden = persist
blijven staan = halt
blijvend = abiding, lasting
blikken = tin
blikopener = tin-opener
bliksem = lightning
bliksem, schicht, flits, hemelvuur = lightning
bliksems = darn
bliksems, sakkerloot, deksels = darn
blind = blind
blind maken = dazzle
blinde = ghost, phantom
blinde bij kaarspel = ghost, phantom
blinde, blinde bij kaarspel, geest = ghost
blinde, geest, blinde bij kaarspel = phantom
blindedarmontsteking = appendicitis
blindenschrift = braille, Braille
blindenschrift, braille = Braille
blindheid = blindness
blinken = shine
blo = shy, self-conscious, abashed
blo, timide, bevangen, bedeesd = abashed
blocnote = notepad
bloed = blood
bloed aftappen = bleed
bloed aftappen, aderlaten = bleed
bloedaandrang = congestion
bloedarm = anaemic, anemic
bloedarm = anaemic
bloedarm = anemic
bloedarmoede = anemia, anaemia
bloedarmoede, anemie = anaemia
bloedarmoede, anemie = anemia
bloedbad = massacre
bloedend = bloody
bloedend, bloedig = bloody
bloedgetuige = martyr
bloedgetuige, martelaar = martyr
bloedig = bloody
bloedrood = blood-red
bloedschande = incest
bloedschande, incest = incest
bloedvergieten = bloodshed
bloedwei = serum
bloedwei, serum, wei = serum
bloedzuiger = leech
bloei = prosperity, success
bloeien = prosper
bloeiend = abloom
bloeimaand = May
bloeimaand, mei = May
bloem = meal, flower, bloom, flour
bloem = bloom
bloem = flower
bloem, meel = meal
bloemblad = petal
bloemblad, kroonblad = petal
Bloemfontein = Bloemfontein
bloemkelk = goblet, chalice
bloemkelk, miskelk, beker, kelk = chalice
bloemkool = cauliflower
bloemlezing = chrestomathy, anthology
bloemlezing, antologie = chrestomathy
bloemperk = bed
bloempot = flowerpot
bloes = blouse
bloesem = blossom
blok = cube, pulley, pad
blok = pad
blokkade = blockade
blokkeren = block
blokkeren, vastzetten = block
blond = blond
bloot = bare, naked, solitary, sole, mere, nude
blouse = blouse
blouse, kiel, bloes, boezeroen = blouse
blozen = blush
blozen, kleuren, rood worden = blush
blozend = red
bluffen = brag, boast
bluffen, pochen, snoeven, opscheppen = boast
blussen = extinguish
boa = boa
bobine = spool, bobbin, coil
bobine, klos, spoel = bobbin
bobine, spoel, klos = coil
bochel = bump, hump
bochel, bult = hump
bocht = curve, gulf
bod = suggestion
bod, voorslag, aanbieding, aanbod = suggestion
bode = envoy, emissary, messenger
bodem = soil, bottom, hull, ground
bodem, achtergrond, ondergrond, grond = bottom
Bodenmeer = Bodensee, Constance
Bodenmeer = Bodensee
Bodenmeer = Constance
boe = boo
Boedapest = Budapest
Boeddha = Buddha
boeddhisme = Buddhism
boeddhist = Buddhist
boedel = inventory, inheritance
boef = rogue, crook
boef, ellendeling, schavuit, ploert = rogue
Boeg = Bug
boeg = prow
boegseren = tow
boegseren, trekken, slepen = tow
boegspriet = wit
boeien = fetter, shackle
boeiend = fascinating, absorbing
boek = book
boekanier = buccaneer
Boekarest = Bucharest
boekdrukker = printer
boekdrukker, drukker = printer
boekentas = briefcase
boekentas, theca, aktentas = briefcase
boekenwinkel = bookshop
boekerij = library
boeket = bouquet
boeket, bouquet, ruiker, tuil = bouquet
boekhandelaar = bookseller
boekhouden = book-keeping
boekhouding = book-keeping
boekhouding, boekhouden = book-keeping
boekhoudkundige = accountant
boekhoudkundige, accountant = accountant
boekje = booklet
boekje, libretto, operatekst = booklet
boekwinkel = bookshop
boekwinkel, boekenwinkel = bookshop
boel = crowd, multitude, mass, quantity, pile
boel, drom, menigte, hoop, massa = pile
boeltje = possessions
boeltje, bezittingen = possessions
boemelen = debauch
boemelen, brassen, aan de rol zijn = debauch
boer = peasant, farmer, page
boer = countryman, rancher
Boer = Afrikaner
Boer = Afrikander, Boer
Boer = Boer
boer = farmer
boer = rancher
boer, landman, plattelander = peasant
boer, page, edelknaap = page
boerderij = estate, ranch, property
boeren = belch, burp
boeren, oprispen = belch
Boeroendi = Burundi
Boeroendisch = Burundian
boers = rural
boers, landelijk = rural
boerten = jest
boerten, gekscheren, schertsen = jest
boeten = mend
Boethan = Bhutan
boetseren = mould, mold
boetseren, modelleren = mold
boetvaardigheid = repentance
boezelaar = apron
boezelaar, sloof, schort, voorschoot = apron
boezem = bosom, chest, breast, gulf
boezem, borst = bosom
boezem, borst = breast
boezem, borst = chest
boezeroen = blouse, smock, overalls
bof = luck
bof, mazzel, geluk, buitenkansje = luck
Boheems = Bohemian
Bohemen = Bohemia
bok = goat, easel, workbench, tressle
bokkesprongen maken = caper
bokkig = shameless
boksen = box, boxing
boksen = box
boksen, bokssport = boxing
bokser = boxer
bokssport = boxing
bol = globe, ball-bearing, sphere, vault
bol, kogel, bal, kloot = globe
bol, kogel, kloot = ball-bearing
Bolivia = Bolivia
Boliviaans = Bolivian
bolletje = roll
bolsjewiek = Bolshevik
bolwerk = rampart
bombarderen = bomb, bombard
bombarderen = bomb
bombarderen, beschieten, bekogelen = bombard
Bombay = Bombay
bon = coupon
bona fide = earnest
bonbon = bon-bon, bonbon
bonbon = bon-bon
bonbon = bonbon
bond = federation, league, association
bond, genootschap, associatie = association
bond, liga, verbond = league
bondig = concise
bondsstaat = confederation
bongerd = orchard
bont = multicoloured
bont, veelkleurig = multicoloured
bonte kraai = crow
bonte kraai, kraai = crow
bonus = bonus
boodschap = commission, message, errand
boodschap, opdracht, commissie = errand
boog = bow, arc
boog, toog = bow
Boogschutter = Sagittarius
boom = tree
boomgaard = orchard
boomgaard, bongerd = orchard
boomschors = bark
boomschors, schors = bark
boomstam = stem, tree-trunk, trunk
boomstam, stam = stem
boomstam, stam = trunk
boon = bean, haricot
boon, prinsesseboon, snijboon = haricot
boord = brim, edge, collar, shore
boord, kant, rand, zoom, band = brim
boord, kraag, halsboord = collar
boordevol = replete, brimming
boordevol, afgeladen, mudvol = replete
boos = angry
boosaardig = vicious, mischievous, malicious
boosaardig, hatelijk, kwaadaardig = mischievous
boosheid = anger
boot = boat
boot, schuit = boat
borax = borax
bord = plank, shield, sign-board
bord, uithangbord, bordje, schild = sign-board
Bordeaux = Bordeaux
bordeel = brothel
bordeel, seksclub, hoerenkast = brothel
bordendoek = tea-towel
bordes = plateau
bordje = shield, sign-board
borduren = embroider
boren = drill
borg staan voor = warrant, guarantee
borg staan voor, garanderen = warrant
Borgloon = Looz
borgstelling = security, pledge
borgstelling, pand, onderpand = security
Borneo = Borneo
borrel = snifter, nip, peg, dram, snorter
borrel, aperitief = dram
borrel, aperitief = snorter
borrelen = boil, bubble
borrelen = bubble
borsjt = borstch, borscht
borsjt = borscht
borsjt = borstch
borst = bosom, chest, youngster, teat, breast
borst, jongeling, jongeheer = youngster
borst, tiet, mam = teat
borstelen = brush
borstelen, schuieren = brush
borstelig = untidy, bristly
borstelig, ruigharig, rechtopstaand = untidy
borstspeld = brooch
borstspeld, broche = brooch
bos = forest, sheaf, bundle, tuft, cluster, bunch, woods
bos, bundel, wis = sheaf
bos, wis, bundel = bunch
bosbok = bushbuck
bosje = tuft
bosje, pluk, bos, dot, kuifje, kuif = tuft
bosjes = shrubbery
bosjes, struikgewas = shrubbery
Bosjesman = Bushman
Bosnië = Bosnia
Bosnië-Hercegovina = Bosnia-Hercegovina
Bosnisch = Bosnian
Bosporus = Bosporus
bot = blunt, bone, rough, crude, raw, abrupt
bot, onbewerkt, onbehouwen, cru, grof = crude
botanie = botany
botanie, plantkunde = botany
boter = butter
botsing = collision
botsing, aanvaring, aanrijding = collision
Botswaans = Botswanan
Botswana = Botswana, Bechuanaland
Botswana, Beetsjoeanaland = Botswana
botten = bud
botweg = abruptly
boud = valiant, fearless, courageous
bouffante = shawl
bouffante, halsdoek, das, sjaal = shawl
bougie = plug
bouillon = bouillon
bouillon, vleesnat = bouillon
boulevard = boulevard
boulevard, singel = boulevard
bouquet = bouquet
bourgeoisie = bourgeoisie
bourgogne = burgundy
Bourgondië = Burgundy
Bourgondisch = Burgundian
bouw = structure, building, culture
bouw, samenstelling, constructie = structure
bouwen = build, construct
bouwen, construeren, aanleggen = construct
bouwland = farmland
bouwmeester = architect
bouwondernemer = builder, contractor
bouwondernemer, aannemer = contractor
bouwvallig = dilapidated, decrepit, rickety, lapsed, decayed
bouwvallig, gammel, aftands = rickety
boven = upstairs
bovenbeen = thigh
bovenbeen, dij = thigh
bovendien = furthermore
bovendien, verder, voorts, daarenboven = furthermore
bovengenoemd = above-mentioned
bovengronds = overground, overhead
bovenmatig = extreme
bovenste = upper
boventoon = overtone
bowling = bowling
box = stall
boze = devil
braadpan = casserole, saucepan
braadpan, steelpan, pan = saucepan
braaf = brave, gallant
braam = blackberry
Brabant = Brabant
Brabants = Brabantine
braden = toast, roast
braden, branden, roosteren = toast
braden, roosteren, branden = roast
braille = braille, Braille
braille, blindenschrift = braille
braken = vomit
bramsem = bream
brancard = stretcher
brancard, draagbaar = stretcher
branche = speciality, section, compartment, pigeonhole
branche, tak, vak, afdeling = compartment
branche, vak, tak = section
brand = conflagration
brand, vuurzee = conflagration
brandbaar = flammable
branden = toast, roast, distil
brandend = urgent, pressing
brandewijn = brandy
brandhout = firewood
brandkast = strong-box
brandkast, safe = strong-box
brandmelder = firecall, fire-alarm
brandmelder = fire-alarm
brandmelder = firecall
brandnetel = nettle
brandpunt = focus
brandpunt, focus, haard = focus
brandstapel = faggot, woodpile
brandstapel, houtmijt, mijt = woodpile
brandstichtend = incendiary
brandstof = fuel
brandstof, stookmateriaal = fuel
brandy = brandy, cognac
brandy, cognac = cognac
brassen = debauch
Braziliaans = Brazilian
Brazilië = Brazil
breed = broad
breed, wijd = broad
breedte = width
breedvoerig = wide, vast, spacious
breedvoerig, ruim, groot, royaal = wide
breekbaar = fragile, breakable
breekbaar, broos = breakable
breeuwen = calk, caulk
breeuwen, kalefateren, kalfateren = calk
breidel = restraints
breidel, teugel, toom = restraints
breien = knit
brein = brain
breisteek = mesh, loop
brems = gadfly, horsefly, gad-fly, horse-fly
brems, daas, paardehorzel = horsefly
brems, paardehorzel, daas = gad-fly
brengen = wear, carry, fetch, bring
brengen, aandragen, bezorgen = bring
brengen, bezorgen, aandragen = fetch
bres = gap
Bretagne = Brittany, Bretagne
Bretagne, Armorica = Bretagne
bretels = suspenders, braces
bretels = braces
bretels = suspenders
Breton = Breton
breuk = fraction, fracture
breuk, fractie = fraction
breuk, gotisch lettertype = fracture
brevet = diploma
brief = epistle, letter
briefje = bank-note, banknote
briefje, bankbiljet = bank-note
briefje, bankbiljet = banknote
briefkaart = postcard
briefpapier = writing-paper
bries = breeze
bries, trilgras = breeze
brievenbesteller = postman
brievenbus = letterbox, mailbox
brigade = brigade
brij = gruel, mush, mess
brij, moes, pap = mush
bril = seat, spectacles, glasses
bril = glasses
bril = spectacles
bril, zetel = seat
briljant = bright, brilliant
briljant, glanzend, lumineus = bright
brilslang = cobra
brilslang, cobra = cobra
Brit = Briton
Brits = British
Brittannië = Britain
broche = brooch
brochure = pamphlet, paperback, leaflet
brochure, paperback, ingenaaid boek = leaflet
brocoli = broccoli, brocoli
brocolie = brocoli, broccoli
brocolie, brocoli = broccoli
brocolie, brocoli = brocoli
broeden = incubate, sit
broeden op = sit, incubate
broeden op, koesteren, broeden = incubate
broeder = sibling, brother
broeinest = firebox
broek = shorts, trousers, swamp, pants, marsh
broek, drasland, moeras, moer = swamp
broek, kniebroek, korte broek = shorts
broek, moer, moeras, drasland = marsh
broer = brother, sibling
broer, broeder = brother
brok = piece
brombeer = grouser, grumbler
brombeer, kniesoor, mopperaar = grumbler
brombeer, mopperaar, kniesoor = grouser
bromfiets = moped
brommen = mutter, buzz, hum
bron = source
bron, wel, kwel, welput = source
bronzen = bronze
brood = loaf, bread
broodje = roll
broodje, bolletje, kadetje, kadet = roll
broodkruimel = crumb
broodkruimel, kruimel = crumb
broodwinning = profession
broodwortel = cassave
broodwortel, maniok = cassave
broos = fragile, breakable
broos, breekbaar = fragile
brouwsel = beverage
brouwsel, drank, drankje = beverage
brug = bridge
brug, commandobrug = bridge
Brugge = Bruges
bruid = fiancée, bride
bruid, meisje, verloofde = fiancée
bruidegom = groom, fiancé, bridegroom
bruidegom, jonggehuwde = bridegroom
bruidegom, stalknecht = groom
bruidegom, verloofde, galant = fiancé
bruidsschat = dowry
bruidsschat, huwelijksgift = dowry
bruiloft = wedding-party, wedding
bruiloft, bruiloftsfeest = wedding-party
bruiloftsfeest = wedding-party, wedding
bruiloftsfeest, bruiloft = wedding
bruin = brown
bruinharig = brunette
bruinogig = browneyed
bruisen = foam
brullen = neigh, roar, bleat, yell, howl, bellow
brullen, balken, grommen, blaten = bellow
brullen, balken, grommen, blaten = neigh
brullen, huilen = howl
Brunei = Brunei
Bruneis = Bruneian
Brunhilde = Brünnhilde, Brunhild
Brunhilde = Brunhild
Brunhilde = Brünnhilde
Brunswijk = Brunswick, Braunschweig
Brunswijk = Braunschweig
Brunswijk = Brunswick
Brussel = Brussels
brutaal = impertinent, intrepid, bold, audacious, daring
brutaal, gedurfd, stout, stoutmoedig = intrepid
brutaal, gedurfd, stoutmoedig, stout = audacious
brutaal, onbeschaamd, vrijpostig = impertinent
brutaliteit = impertinence
bruusk = abrupt
bruut = harsh, brute
BTW = VAT
budget = budget
budget, begroting = budget
buffel = buffalo
buffel, karbouw = buffalo
buffer = bumper, buffer
buffer, bumper, stootkussen = buffer
buffet = buffet
bui = caprice, whim
buigbaar = flexible
buigen = tilt, bend, curtsy, stoop
buigen, overhellen, hellen, aflopen = stoop
buiging = obeisance
buigzaam = flexible
buik = belly, tummy
buik = belly
buik = tummy
buikloop = diarrhoea
buikloop, diarree = diarrhoea
buis = jacket
buit = gain, booty, asset, accession
buit = booty
buit maken = obtain, acquire, attain, get
buit maken, verkrijgen, behalen = acquire
buit maken, verkrijgen, behalen = attain
buiten = outside, villa, out
buiten = outside
buiten- = outer, peripheral, external
buiten adem = breathless
buiten de waard rekenen = miscalculate
buiten kennis = unconscious
buiten kennis, bewusteloos = unconscious
buiten, daarbuiten, uiterlijk = out
buiten-, extern, uiterlijk, uitwendig = outer
buitengewoon = formidable, extraordinary, exceedingly
buitengewoon = formidable
buitengewoon, bijzonder = extraordinary
buitenkansje = luck
buitenkant = outskirts, periphery, exterior
buitenkant, cirkelomtrek = periphery
buitenlander = foreigner
buitenlands = foreign, strange
buitenlands, vreemd, onwennig = strange
buitennissig = high-flown, extravagant
buitennissig = high-flown
buitennissig, buitensporig = extravagant
buitensporig = inordinate, excessive, excessively, extravagant
buitensporig, extreem, excessief = inordinate
buitenverblijf = villa
buitenverblijf, buiten, landhuis = villa
buitenwaarts = outward
Buitenzorg = Bogor, Buitenzorg
Buitenzorg = Bogor
Buitenzorg = Buitenzorg
buitmaken = plunder, rob
bul = diploma
bulderen = roar, yell, thunder
bulderen, brullen, loeien, daveren = roar
Bulgaar = Bulgar
Bulgaars = Bulgarian
Bulgarije = Bulgaria
bulldozer = bulldozer
bulletin = bulletin
bulletin, verenigingsorgaan = bulletin
bult = hump, bump
bult, bochel = bump
bultenaar = hunchback
bumper = bumper, buffer
bumper, stootkussen, buffer = bumper
bundel = bundle, cluster, bunch, sheaf
bundel, wis, bos = bundle
bungalow = bungalow
bunker = shelter, bunker
bunker, kazemat = bunker
bunker, kazemat = shelter
burcht = castle
bureau = bureau, writing-desk
bureau, bureel, kantoor = bureau
bureel = bureau
burgemeester = mayor, burgomaster, provost
burgemeester, burgervader = mayor
burgemeester, burgervader = provost
burger = citizen
burger- = civic
burger-, stads- = civic
burgerij = bourgeoisie
burgerij, bourgeoisie = bourgeoisie
burgerlijk = civilian, bourgeois, middleclass, non-military
burgerlijk = bourgeois
burgerlijk = middleclass
burgerlijk, civiel = non-military
burgervader = mayor, provost, burgomaster
burgervader, burgemeester = burgomaster
bus = autobus, mailbox, letterbox, omnibus, drum, hub
bus, autobus = autobus
bus, autobus = omnibus
bus, brievenbus = letterbox
bus, brievenbus = mailbox
bus, naaf = hub
bus, trom, rol, trommel = drum
bushalte = busstop
buskruit = gunpowder
buskruit, kruit = gunpowder
bustehouder = bra
buur = neighbor, neighbour
buur, buurman, nabuur, gebuur = neighbour
buurman = neighbor, neighbour
buurt = quarter
buurt, wijk, stadswijk = quarter
buurtschap = hamlet, township
byte = byte
Byzantijns = Byzantine
Byzantium = Byzantium
cabaret = cabaret
cacao = cocoa
cachot = cell
cactus = cactus
cadeau = gift
cadeau geven = give, donate
Caesar = Caesar
café = café, pub
cafetaria = cafetaria
Cairo = Cairo
Caïro = Cairo
Caïro, Cairo = Cairo
cake = cake
Calabrië = Calabria
calculator = calculator
calculeren = calculate
calculeren, rekenen, berekenen = calculate
Californië = California
Californisch = Californian
Callisto = Callisto
calorie = calorie
Calvijn = Calvin
Calypso = Calypso
cambio = draft
cambio, wissel = draft
Cambodja = Cambodia
Cambodjaans = Cambodian
Camelot = Camelot
camera = camera
campagne = campaign
campanula = bellflower
Canada = Canada
Canadees = Canadian
canaille = riff-raff, rabble
canapé = sofa
Canarisch = Canary
candela = candle
canon = cannon
cañon = canyon
canon, kettingzang, kanon, vuurmond = cannon
Cantabrisch = Cantabrian
capabel = capable, able
capabel, kundig, bekwaam = able
Capitool = Capitol
capituleren = surrender, capitulate
capituleren, zich overgeven = capitulate
capituleren, zich overgeven = surrender
capsule = firing-cap, capsule
captain = captain
captain, hopman, kapitein = captain
capuchon = cowl
capuchon, huik, mantelkap, kap = cowl
carbonpapier = carbon-paper
Carboon = Carboniferous
carburateur = carburettor
carga = cargo
Carmelieter non = Carmelite
carnaval = carnival
carrière = career
carrière, loopbaan = career
carrosserie = coach-work, body
carrosserie = body
carrosserie = coach-work
carrousel = merry-go-round, carousel, carrousel
carrousel, zweefmolen, draaimolen = merry-go-round
Carthaags = Carthaginian
Carthago = Carthage
casco = hull
cashewnoot = cashew-nut
casino = casino
Cassandra = Cassandra
cassave = cassava
cassette = cassette
Cassiopea = Cassiopeia
Cassiopea, Cassiopeia = Cassiopeia
Cassiopeia = Cassiopeia
Castiliaan = Castilian
Castilliaans = Castillian
Castillië = Castile
Castor = Castor
castreren = castrate
Catalaans = Catalonian
catalogiseren = catalogue, catalog
catalogiseren = catalog
catalogiseren = catalogue
Catalonië = Catalonia
catarre = catarrh
catastrofaal = catastrophic
catastrofe = catastrophe
categorie = category
cavalerie = cavalry
cavia = guinea-pig
ceder = cedar
ceintuur = belt, girdle
cel = cello, cell
cel, kerker, cachot = cell
Celebes = Celebes
celebreren = celebrate
cello = cello
Celsius = Celsius
cement = cement
censureren = censor
cent = cent
centavo = centavo
centimeter = centimeter, centimetre
centimeter = centimeter
centimeter = centimetre
centraal = central
centraal, middelste = central
centrale = exchange
centrum = center, centre
Cerberus = Cerberus
ceremonie = ceremony
ceremonie, plechtigheid = ceremony
ceremonieel = stiff, formal, measured
ceremoniemeester = commissar
Ceres = Ceres
certificaat = testimony
certificaat, acte, attest, getuigenis = testimony
certificeren = attest, testify
certificeren, getuigen = testify
cessie = abandonment
Ceylon = Ceylon
Ceylons = Ceylonese
Chaldea = Chaldea
champagne = champagne
champignon = mushroom
chanson = chanson
chanson, lied = chanson
chaos = chaos
chaotisch = chaotic
chaperonne = chaperon, duenna
chaperonne = chaperon
chaperonne = duenna
chaperonneren = squire
chapiter = chapter
chargeren = exaggerate
chargeren, overdrijven = exaggerate
charitatief = charitable
Charkov = Kharkov
Charkov, Harkov = Kharkov
charlatan = imposter, charlatan, quack
charlatan, kwakzalver, bedrieger = imposter
charmant = charming
Charon = Charon
charter = charter
charter, handvest, vrachtcontract = charter
Chartoem = Khartoum, Khartum
Chartoem = Khartoum
Chartoem = Khartum
Charybdis = Charybdis
chatri = chatri
chauffeur = chauffeur
chauffeur, bestuurder = chauffeur
chauvinisme = chauvinism
chauvinist = chauvinist
checken = supervise, verify, audit
checken, aflezen, controleren = audit
checksum = checksum
chef = leader, boss, chef, chief
chefkok = chef
chefkok, chef = chef
chemie = chemistry
chemie, scheikunde = chemistry
cheque = cheque
chequeboekje = cheque-book
chic = chic
Chicago = Chicago
Chileens = Chilean
Chili = Chile
Chimaera = Chimera
chimera = chimera
chimera, hersenschim = chimera
chimpansee = chimpanzee
China = China
Chinees = Chinese
Chinees klokje = forsythia
chirurg = surgeon
chirurgie = surgery
chirurgie, wondheelkunde, heelkunde = surgery
chirurgisch = surgical
chocola = chocolate
chocola, chocolade = chocolate
chocolade = chocolate
choken = strangle, choke
choken, worgen, wurgen = strangle
choken, wurgen, worgen = choke
cholera = cholera
christen = Christian
christendom = Christianity
Christus = Christ
chroniqueur = chronicler, historian
Cicero = Cicero
cichorei = chicory
cider = cider
cigarillo = cigarillo
cijfer = numeral, cipher, digit
cijfer, nummer = cipher
cijfer, nummer = digit
cijferen = arithmetic, figure
cijferkunst = arithmetic
cijns = tribute
cijns, schatting = tribute
cilinder = roller, cylinder
cinema = cinema
cipres = cypres
cipres, cypres = cypres
circa = approximately
Circe = Circe
circuit = circuit
circulaire = circular
circulatie = traffic, circulation
circulatie, roulatie, omloop = traffic
circuleren = circulate
circulerend = about
circulerend, in omloop = about
circus = circus
cirkel = circle
cirkel, kring = circle
cirkelomtrek = outskirts, periphery
citaat = quotation
citadel = citadel
citeren = cite, quote
citroen = lemon
civiel = civilian, non-military, civil
civiel = civil
civiel, burgerlijk = civilian
civiliseren = civilize
civiliseren, beschaven = civilize
claimen = presume, claim
clandestien = hidden
classificeren = classify
classificeren, indelen = classify
clausule = clause
clausuur = separation, partition
clausuur, schifting, afscheiding = separation
claxon = hooter
Cleopatra = Cleopatra
cliché = negative, half-tone, cliché, stereotype
cliché, gemeenplaats = cliché
cliché, negatief = half-tone
cliënt = customer
cliënt, afnemer, klant = customer
clientèle = clientèle
cloaca = sewer
closetpapier = toilet-paper
closetpapier, WC-papier, toiletpapier = toilet-paper
clown = jester, buffoon, clown
clown, hansworst, harlekijn = buffoon
clown, paljas, pias = clown
club = club, society
club, sociëteit = club
co- = co-, fellow
cobra = cobra
cocaïne = cocaine
cocktail = cocktail
cocon = cocoon
code = code
codificeren = encode
cognac = cognac
colbert = jacket
collecteren = collect
collectief = collective
collega = colleague
college = college
college geven = lecture
colli = goods
colli, goederen = goods
collier = necklace
Colombia = Colombia
Colombiaans = Colombian
colonne = pillar, column
colonne, steunpilaar, kolom, pilaar = pillar
colporteren = peddle
Columbus = Columbus
combinatie = combination
combinatie, verbinding = combination
combineren = combine
combineren, samenvoegen, verbinden = combine
comfort = comfort
comfortabel = comfortable
comfortabel, geriefelijk, gemakkelijk = comfortable
comité = committee
commandant = commander
commanderen = order, command
commandobrug = bridge
commentaar = annotation
commentaar leveren op = comment
commissaris = commissar
commissaris, ceremoniemeester = commissar
commissie = errand, commission
commissie, opdracht, boodschap = commission
commode = dresser
commodore = commodore
communie = communion
communiqué = communication
communisme = communism
communist = communist
compact = compact
compact, dicht = compact
compartiment = coupé
compenseren = compensate
competent = competent
competent, deskundig, bevoegd = competent
compilatie = compilation
compiler = compiler
compileren = compile
compileren, samenstellen = compile
compleet = entire, complete, whole, full
compleet, geheel, gans, vol = entire
compleet, volledig = complete
complet = suit, outfit
complet, stelletje, set, stel = outfit
complet, stelletje, set, stel = suit
complex = complex
complex, samengesteld = complex
compliceren = complicate
compliceren, ingewikkeld maken = complicate
complimenteren = compliment
componeren = compose
componist = composer
compositie = composition
comprimeren = compress
compromis = accomodation
computer = computer
concept = scheme
concert = concert
concerto = concerto
concertzaal = concert-room
concertzaal, muziekzaal = concert-room
concessie = abandonment
concessie, cessie, afstand, toegeving = abandonment
conciërge = porter
conciërge, portier = porter
concluderen = infer, induce
conclusie = conclusion, inference
conclusie, gevolgtrekking = inference
concours = contest
concurreren = rival, compete
condens = moisture
condens, aanslag = moisture
conditie = condition, stipulation, terms
conditie, bepaling, voorwaarde = condition
condoleantie = condolences
condoleantie, rouwbeklag = condolences
condoom = condom
condoom, kapotje = condom
conducteur = driver, conductor
conducteur, bestuurder = conductor
confederatie = confederation
confederatie, bondsstaat = confederation
conferentie = conference
confidentie = secret
confisqueren = confiscate
confisqueren, in beslag nemen = confiscate
conflict = conflict
Confucius = Confucius
congestie = congestion
congestie, bloedaandrang, aandrang = congestion
Congo = Congo, Zaire
Congo, Kongo = Zaire
Congolees = Congolese
Congolees, Kongolees = Congolese
congres = convention, congress
congres = congress
congres = convention
congruent = compatible, congruent
congruent = compatible
congruent = congruent
congruent zijn = coincide
conjugeren = conjugate
conjugeren, vervoegen = conjugate
conjunctie = conjunction
conjunctief = subjunctive
conjunctief, aanvoegende wijs = subjunctive
consciëntieus = conscientious
consequent = consistent
consequentie = consequence, consistency
consequentie, gevolg = consequence
consequentie, gevolg = consistency
conservatief = conservative
consigne = directions, instruction
consigne, instructie, aanwijzing = directions
consonant = consonant
consonant, medeklinker = consonant
constant = continual, constant, permanent, sustained
constant, bestendig, gestaag = sustained
constateren = ascertain
constateren, vaststellen, bevinden = ascertain
consternatie = consternation
consternatie, ontsteltenis = consternation
constipatie = constipation
constipatie veroorzaken = constipate
constitutie = constitution
constitutioneel = constitutional
constructie = structure, building
constructie, bouw, aanbouw = building
constructief = positive
construeren = construct, build
consul = consul
consulaat = consulate
consult = consultation
consult, consultatie = consultation
consultatie = consultation
consulteren = consult
consument = consumer
consument, gebruiker, verbruiker = consumer
consumeren = consume
consumptie-ijs = icecream, ice
contact hebben = contact
contact hebben met = contact
contact hebben, contact hebben met = contact
contant = cash
contant, baar = cash
continent = mainland, continent
continent, werelddeel, vasteland = mainland
conto = account
contrabande = contraband
contract = contract
contrasteren = contrast
contrasteren, afsteken = contrast
contributie = dues
contributie, bijdrage = dues
controleren = supervise, verify, audit
controleren, checken, aflezen = supervise
controleren, checken, aflezen = verify
controleur = checker, controller
controverse = controversy
convergeren = converge
converseren = converse
converseren, een gesprek voeren = converse
convoceren = convoke
coördineren = coordinate, co-ordinate
coördineren, bijeenschakelen = co-ordinate
copieus = abundant
copyright = copyright
copyright, kopijrecht = copyright
Corantijn = Corantin
Corinthe = Corinth
Corinthisch = Corinthian
corporatie = corporation
corporatie, vakvereniging, gilde = corporation
corps = corps
corpulent = stout
correct = correct
correct, goed, juist = correct
corresponderen = correspond
corroderen = corrode
Corsica = Corsica
Corsicaans = Corsican
costuum = costume
coupé = coupé
couplet = verse
coupon = coupon
coupon, bon, voucher, kaartje = coupon
courant = journal
courant, dagblad, krant = journal
courgette = courgette, zucchini
courgette = courgette
courgette = zucchini
courtage = brokerage
couvert = envelope
couvert, envelop, enveloppe = envelope
cowboy = cowboy
coyote = coyote
credit = credit
creditzijde = credit
creëren = create
crematie = cremation
cremeren = cremate
cremeren, verassen = cremate
creperen = perish
creperen, ondergaan, omkomen = perish
crimineel = criminal
crisis = crisis, emergency
crisis = crisis
crisis = emergency
Cronus = Cronus
croquant = crunchy, crisp, brittle
croquant, knapperig = crunchy
cru = rough, raw, crude
cruciaal = decisive
crucifix = crucifix
crucifix, kruisbeeld = crucifix
cruzeiro = cruzeiro
Cuba = Cuba
Cubaans = Cuban
Cubaans, kubiek, kubusvormig = Cuban
cultus = cult
cultuur = culture
cultuur, teelt, beschaving, bouw = culture
Cupido = Cupid, Eros
Cupido, Amor = Eros
Curaçao = Curaçao
cureren = treat, cure
curieus = quaint, curious
cursor = cursor
cursus = course
curve = curve
cybernetica = cybernetics
Cycladen = Cyclades
cycloon = cyclone
cynisch = cynical
cypres = cypres
Cypriotisch = Cypriote, Cypriot
Cypriotisch = Cypriot
Cypriotisch = Cypriote
Cyprus = Cyprus
daadwerkelijk = actual, real
daadwerkelijk, werkelijk, effectief = real
daags = daily
daar = there, yonder, because
daar ... vandaan = thence
daar ... vandaan, vandaar, daarvan = thence
daar, doordat, omdat, aangezien = because
daarbeneden = below, downstairs, underneath
daarbeneden, beneden = downstairs
daarbeneden, beneden, onder = underneath
daarbuiten = out
daarenboven = furthermore
daarentegen = meanwhile
daarginds = there, yonder
daarheen = thither
daarlangs = lengthwise
daarna = afterwards, subsequently
daarnaast = nearby
daaromheen = roundabout
daaromheen, eromheen, in het rond = roundabout
daarop = thereafter
daarop, vervolgens = thereafter
daarvan = thence
daarvoor = formerly, previously, ahead
daarvoor, eerder, vooraan, indertijd = ahead
daarvoor, eerder, vooraan, indertijd = previously
daarvoor, vooraan, eerder, indertijd = formerly
daas = horsefly, gadfly, horse-fly, gad-fly
daas, brems, paardehorzel = gadfly
daas, brems, paardehorzel = horse-fly
Dacca = Dacca
dactylus = date
dadel = date
dadel, dactylus = date
dadelijk = instantly, immediately
dadelijk, onmiddellijk = immediately
dadelpalm = date-palm
dader = culprit
dader, schuldige = culprit
dag = day
dag- en nachtevening = equinox
dagblad = journal
dagboek = diary
dagboek, journaal = diary
dagelijks = daily
dagelijks, daags, alledaags = daily
dagen = assign
dageraad = daybreak
dageraad, aanbreken van de dag = daybreak
Dagestan = Dagestan, Daghestan
Dagestan = Dagestan
Dagestan = Daghestan
dagkaart = day-ticket
daglicht = daylight
Dagon = Dagon
dagorde = agenda
dagvaarden = assign
dagvaarding = summons
dagvaarding, exploot, assignatie = summons
dahlia = dahlia
Dahomey = Dahomey
dak = roof
Dakar = Dakar
dakkamertje = garret, attic
dakkamertje = attic
dakplankje = shingle
dakraam = porthole, skylight
dakraam, luik, patrijspoort = porthole
dakraam, patrijspoort, luik = skylight
dal = valley
dalen = wane, decline
dalen, kleiner worden, afnemen = decline
daling = landing
daling, landing = landing
Dalmatië = Dalmatia
Dalmatiër = Dalmatian
dam = king, queen, dam, dame
dam, lady, jonkvrouw, vrouw = king
Damascus = Damascus
dame = lady
Damocles = Damocles
damp = steam, vapor, fog, mist, vapour
damp, floers, nevel, mist = mist
dampig = fuzzy, misty
dampkring = atmosphere
damspel = checkers
dan = afterwards, subsequently, than
dan = than
dandy = fop, dandy, dude
dank = thanks
dank betuigen = thank
dank, dankzegging = thanks
dankbaar = thankful
dankbaar, erkentelijk = thankful
dankbaarheid = gratitude
danken = thank
danken, bedanken, dank betuigen = thank
dankzegging = thanks
danseres = dancer
danspartij = dance, ball
danspartij, bal = ball
Daphne = Daphne
dapper = valiant, brave, fearless, gallant, courageous
dapper, ferm, onvervaard, boud, stout = fearless
dapper, moedig, koen, kloek, boud = valiant
dapperheid = courage
dapperheid, moed, durf, lef = courage
Dardanellen = Dardanelles
darm = intestine
dartel = playful, frolicsome, frolic
das = necktie, badger, tie, shawl
das = badger
das, stropdas = necktie
dashboard = wainscot, dash-board, panel
dashboard, beschot, instrumentenbord = wainscot
dashboard, instrumentenbord, beschot = panel
dat = which, who, that, those, what
dat = that
dat, datgene, zulks = those
datgene = those
dauw = dew
dauwworm = acne
daveren = thunder, roar
daveren, bulderen, donderen = thunder
David = David
DDR = GDR
DDR, Duitse Democratische Republiek = GDR
de = the
de aftocht blazen = retreat
de baas zijn = dominate
de baas zijn, meester zijn = dominate
de borst geven = suckle
de borst geven, zogen = suckle
de hare = hers
de hele ... door = all
de hunne = theirs
de hunne, het hunne = theirs
de jouwe = yours
de klankleer betreffend = phonetic
de klankleer betreffend, fonetisch = phonetic
de laatste tijd = lately
de laatste tijd, recentelijk = lately
de mijne = mine
de mijne, het mijne = mine
de onze = ours
de schouders ophalen = shrug
de sporen geven = spur
de sporen geven, prikkelen = spur
de stoot geven tot = initiate
de trompet steken = trumpet
de voorkeur geven aan = prefer
de wacht hebben = guard
de was doen = wash
de weg wijzen = head, conduct, lead
de zijne = his
dealer = agent
debâcle = fiasco, failure
debat = debate
debet = debit
debetzijde = debit
debetzijde, debet = debit
debiteren = relate
debugger = debugger
decaan = dean
decanteren = decanter
december = December
december, wintermaand = December
decennium = decade
declameren = recite, declaim
declameren, voordragen = declaim
declaratie = statement, proclamation, declaration
declaratie, aangifte, uitspraak = statement
declaratie, verklaring = declaration
declaratie, verklaring = proclamation
declareren = invoice, declare
declareren = declare
decoderen = decode
decor = decor, decoration, décor
decor, decoratie, onderscheiding = decor
decor, onderscheiding, decoratie = decoration
decoratie = decor, decoration, adornment, décor
decoratie, decor, onderscheiding = décor
decreteren = decree
deduceren = deduce, gather
deduceren, afleiden, abstraheren = gather
deeg = dough
deel = fragment, item, part, particle
deel, jaartelling, deeltje, item = item
deel, stuk, onderdeel, gedeelte = part
deelnemen = participate
deelnemen, meemaken, meedoen = participate
deelneming = sympathy
deels = partially, partly
deels, ten dele = partially
deeltje = item, particle, fragment
deelwoord = participle
deemoed = humility
deemoedig = humble
Deen = Dane
Deens = Danish
deerlijk = painful
defect = broken, damaged
defect, stuk, kapot = broken
defensie = defense, defence
defensie, verdediging, weer, afweer = defense
deficit = loss, deficit
definiëren = define
definiëren, omschrijven, bepalen = define
definitie = definition
definitief = definitely, definite, definitive, positively
definitief, voorgoed = definitely
deftig = dignified
degelijk = honest, solid, above-board
degelijk, eerzaam, eerlijk = above-board
degelijkheid = virtue
degen = rapier
degenereren = degenerate
degenereren, ontaarden, verbasteren = degenerate
degraderen = degrade
degraderen, verlagen = degrade
dek = blanket, deck
deken = dean, blanket
deken, decaan = dean
deken, dek = blanket
dekken = cover
dekken, beleggen, toedekken, bedekken = cover
dekmantel = pretext
deksel = lid
deksels = darn
dekservet = table-cloth
delegatie = delegation
delegeren = delegate
delegeren, afvaardigen = delegate
Delft = Delft
Delhi = Delhi
delicaat = delicate, refined
delicaatheid = tenderness
delicaatheid, fijnheid, kiesheid = tenderness
delirium = delirium
Delphi = Delphi
delta = delta
delven = grub, excavate
delven, opduikelen, rooien, opgraven = grub
Demeter = Demeter
democraat = democrat
democratie = democracy
democratisch = democratic
demon = demon
demon, duivel = demon
demonisch = demonic
demonisch, satanisch = demonic
demonstratie = demonstration
demonstratie, vertoning, bewijs = demonstration
demonstreren = demonstrate
demonstreren, vertonen = demonstrate
dempen = fill
den = pine, fir
den, zilverspar, spar = fir
Dender = Dender
Denemarken = Denmark
denkbeeld = idea
denkbeeldig = fictitious, fictional
denneboom = pine
denneboom, den, pijnboom = pine
departement = department
deponeren = deposit
deporteren = deport
depressie = depression
deprimeren = depress
deputeren = depute
deputeren, afvaardigen = depute
derde = third
derde macht = cube
derde macht, dobbelsteen, blok = cube
dergelijke = such
derhalve = consequently
dertien = thirteen
dertig = thirty
derven = lack
desbetreffend = concerned
desinfecteren = disinfect
desinfecteren, ontsmetten = disinfect
deskundig = competent, experienced, expert
deskundig = expert
deskundig, geoefend, ervaren = experienced
deskundige = specialist
desondanks = nevertheless
despoot = despot
despoot, dwingeland = despot
dessert = dessert
detachement = detachment
detachement, team, afdeling = detachment
detail = detail
detective = detective
detective, rechercheur = detective
determineren = fix, determine
determineren, nauwkeurig bepalen = determine
detineren = retain, detain
deugdelijk = solid
deugdelijkheid = virtue
deugdelijkheid, degelijkheid = virtue
deun = melody
deuntje = melody
deur = door
deur, portier = door
deuropening = doorway
deurpost = stake, stanchion
Deuteronomium = Deuteronomy
Deventer = Deventer
devies = motto, watchword, slogan
Devoon = Devon
devoot = pious
dharma = dharma
dhr. = Mr, Mr.
dhr. = Mr
dhr. = Mr.
diabetes = diabetes
diaken = deacon
dialect = dialect
dialoog = dialog, dialogue
diamant = diamond
diameter = diameter
Diana = Diana
diarree = diarrhoea
dicht = closed, dense, compact, concentrated, thick
dicht, gebonden, dik = dense
dichtbij = at, beside, by
dichtdoen = close, shut
dichten = clog
dichter = poet
dichterlijk = poetic
dichterlijk, poëtisch = poetic
dichtgespen = buckle
dichtknopen = button
dichtkunst = poetry
dichtkunst, poëzie = poetry
dichtmaken = close, shut, clog
dichtmaken, dichtdoen, sluiten = close
dichtmaken, sluiten, dichtdoen = shut
dichtnaaien = suture
dichtnaaien, hechten = suture
dichtslaan = slam, bang
dichtslaan = bang
dichtslaan = slam
dichtwerk = poem
dictator = dictator
dictatuur = dictatorship
dicteren = dictate
die = which, who
dieet = diet
diëet- = dietary
dief = thief
dief, steler = thief
diefstal = theft
diefstal, ontvreemding = theft
dienares = servant, maid
dienblad = tray
dienblad, presenteerblad = tray
dienen = should, must
dienst = service
dienst nemen = enlist
dienst, godsdienstoefening, eredienst = service
dienstig = useful
dienstmeisje = servant, maid
dienstmeisje, dienares, meid = maid
dienstmeisje, dienares, meid = servant
dienstregeling = schedule, time-table
dienstregeling, rooster = schedule
diep = profound
diepgaand = thoroughgoing
diepgaand, grondig = thoroughgoing
diepte = depth
dier = beast
dier, beest = beast
dierbaar = expensive
dierenarts = veterinarian
dierenriem = zodiac
dierentuin = zoo
dierevel = hide, skin
dierevel, vel, huid, pels, vacht = skin
dierkunde = zoology
dierkundige = zoologist
dierkundige, zoöloog = zoologist
dierlijk = harsh, brute, animal
dierlijk = animal
diesel = diesel
dieselmotor = diesel
dieselmotor, diesel = diesel
difussiehalo = halo
digereren = digest
digestie = digestion
digestie, spijsvertering = digestion
dij = thigh
dijk = embankment, dike
dijk, waterkering = embankment
dik = thick, greasy, dense, concentrated, corpulent, fat
dik, dicht, gebonden = concentrated
dik, gebonden, dicht = thick
dik, lijvig = corpulent
dik, vettig, vet = greasy
dikte = thickness
dikte, lijvigheid = thickness
dikwijls = often, regularly, frequently
dilemma = dilemma
dilettant = dabbler, fancier, amateur, dilettante
dilettant, knutseaar, amateur = fancier
dilettant, knutselaar, amateur = dabbler
Diluvium = Diluvium
dimensie = measurement
diner = dinner
diner, middagmaal, middageten = dinner
ding = matter, object, affair, thing, business, case
ding, voorwerp = thing
dingen = things, stuff
dingen naar = aspire
dingen, spullen = stuff
dingen, spullen = things
dinges = thingamajig, whatchamacallit
dinges = thingamajig
dinges = whatchamacallit
Dinkel = Dinkel
dinsdag = Tuesday
diploma = diploma
diplomaat = diplomat
direct = directly, straight
direct, live, recht, rechtstreeks = straight
direct, overeind, rechtop = directly
directeur = director
directeur, bestuurder = director
dirigeren = steer, direct, guide
discipel = disciple
discipline = discipline
discipline, tucht = discipline
disconto = discount
discreet = discrete, modest
discretie = modesty
discriminatie = discrimination
discus = record, discus, disk, disc
discus = discus
discus, plaat, grammofoonplaat, schijf = record
discussie = discussion
discussie, bespreking = discussion
discutabel = doubtful
discuteren = discuss
disharmonisch = inconsonant
diskette = diskette
disorde = disorder
disponibel = available
disputeren = dispute, argue
disputeren, krakelen, twisten = dispute
dispuut = quarrel
dissertatie = thesis, essay
distilleren = distil
distilleren, overhalen, branden = distil
district = district
district, arrondissement, gouw = district
dit = this, these
dit hier = these, this
dit, dit hier = these
dit, dit hier = this
dito = same
divan = divan, couch
diverse = several
divisie = division
divisie, legerafdeling = division
Djakarta = Djakarta
Djibouti = Jibuti, Djibouti
Djibouti = Djibouti
Djibouti = Jibuti
DNA = DNA
dobbelen = gamble
dobbelsteen = cube
dobberen = float
doch = but
dochter = daughter
doctor = doctor
document = paper
dodelijk = dead, deadly
doden = kill, slay
doek = painting, curtain
doel = plan, goal, meaning, intention, purpose
doel, plan, bedoeling, strekking = meaning
doelmatig = opportune, convenient, handy
doelmatig, gemakkelijk, geschikt = convenient
doelstelling = purpose, goal
doelstelling, doel, wit, doelwit, honk = goal
doeltreffend = effectual, effective, efficacious
doeltreffend, effectief, afdoend = effectual
doelwit = goal, purpose
doelwit, honk, doel, doelstelling, wit = purpose
doen = cause, make, act, do
doen alsof = feign, pretend
doen ontbranden = light, kindle
doen ontstaan = develop
doen ontstaan, maken, formeren = develop
doen overhellen = tilt
doen schommelen = rock, swing
doen schrikken = terrify, frighten
doen schrikken, schrik aanjagen = frighten
doen toekomen = transmit, send
doen toekomen, opsturen, sturen = send
doen verdampen = evaporate
doen, bezig zijn, ageren, handelen = act
dof = obtuse
doffe onverschilligheid = lethargy
doffe onverschilligheid, lethargie = lethargy
dofheid = apathy
dogma = dogma
dogma, leerstelling, leerstuk = dogma
dok = dock
dokken = pay
dokter = physician
dokument = certificate, document
dol = mad, insane, crazy, intoxicated, furious, rabid
dol, doldriftig, woedend, verwoed = furious
dol, razend, hondsdol = rabid
doldriftig = furious
dolheid = rabies
dolk = dagger
dollar = dollar
Dollard = Dollard
Dolomieten = Dolomites
dolzinnig = crazy, insane, mad
dolzinnig, dol, gek, krankzinnig = mad
dolzinnig, krankzinnig, gek, dol = crazy
dom = stupid, dull, cathedral, foolish
dom kijken = gawk
domicilie = dwelling-place, abode
Dominicaans = Dominican
dominion = dominion
dommekracht = jack
Don = Don
Don Juan = woman-chaser
donatie = gift
Donau = Danube
donderdag = Thursday
donderen = thunder
Donjets = Donetz
donker = obscure, dark, darkness, murk
donker worden = darken
donkerrood = crimson
dons = down, fluff
dood = death
dood, overlijden, sterfgeval = death
doodgaan = die
doodgaan, overlijden, sterven = die
doodkist = coffin
doodkist, kist = coffin
doodlopende weg = cul-de-sac
doodmaken = slay, kill
doodmaken, doden, ombrengen = slay
doods = dead
doods, dodelijk = dead
doodsangst = agony
doodsangst, doodsstrijd, agonie = agony
doodsstrijd = agony
doodsvijand = arch-enemy
doodsvijand, aartsvijand = arch-enemy
doof = deaf
dooi = melting
dooien = melt, thaw
door = through
door bevriezing veroorzaakte wo = frostbite
door bevriezing veroorzaakte wofrostbite = frostbite
door het water plassen = paddle
door, per, met = through
doorbuigen = bend
doordat = because
doordringen = penetrate
doordringen, binnendringen, doorstoten = penetrate
doordringend = abrasive, sharp, lurid
doordringend, bijtend, fel, guur = sharp
doordringend, fel, guur, bijtend = abrasive
doordrukken = force
dooreenhalen = confuse
dooreenhalen, van zijn stuk brengen = confuse
doorgaans = generally
doorgang = passageway, gangway
doorkijk = perspective
doorkijk, prospect, perspectief = perspective
doorklieven = split
doorklinken = resound
doorkomen = succeed
doorkruisen = hinder
doorleven = survive
doorleven, doormaken, beleven = survive
doorlopend = continuous
doorlopend, onafgebroken = continuous
doorluchtig = episcopal
doormaken = survive
doorn = thorn
doorroeren = whirl, whip, froth
doorroeren, omroeren, roeren = froth
doorroeren, omroeren, roeren = whip
doorroeren, roeren, omroeren = whirl
doorscheuren = tear
doorslikken = swallow
doorsmeren = anoint, smear
doorsnee = middle
doorsnijden = dissect
doorsnijden, sectie verrichten = dissect
doorstoten = penetrate
doortrapt = cunning, sly, smart
doortrapt, slim, gewiekst, listig = smart
doortrekken = saturate, lengthen
doortrekken, verzadigen = saturate
doorvoeren = apply, achieve, practice
doorwaden = ford
doorzichtig = transparant
doorzichtig, transparant = transparant
doorzien = guess
doos = container, vessel
doos, foedraal, etui, pot, koker, bak = container
doosvrucht = capsule, firing-cap
doosvrucht, kapseltje, capsule = firing-cap
dop = husk
dope = drug
dopen = baptize, christen
dopen = baptize
dopen = christen
dophei = heather
dopheide = heather
dopheide, dophei = heather
dor = dry
dor, droog = dry
Dordrecht = Dordrecht
dorheid = dryness
Dorisch = Dorian, Doric
Dorisch = Dorian
Dorisch = Doric
dorp = village
dorpel = sill, threshold
dorpel, drempel = sill
dorsen = thresh
dorsen, afrossen, afranselen = thresh
dorst = thirst
dorstig = thirsty
dosis = dose
dossier = file, dossier
dot = chunk, tuft, lump, clod
douane = customs
douanekantoor = custom-house
douchehokje = showerstall
douchekop = showerhead
douchen = shower
douchen, een douche nemen = shower
douwen = thrust
dovekool = charcoal
dovekool, houtskool = charcoal
doven = extinguish
doven, blussen, uitdoen, uitblussen = extinguish
downloaden = download
dozijn = dozen
dra = soon
dra, haast, gauw, alras, spoedig = soon
draad = thread, wire
draad, garen = thread
draadloze = wireless, radio
draadloze, radio = radio
draadloze, radio = wireless
draadworm = eelworm
draadworm, aaltje = eelworm
draagbaar = portable, stretcher
draagbaar, portable = portable
draai om de oren = slap
draai om de oren, oorveeg, lel = slap
draaibank = lathe
draaiboek = script
draaien = pivot
draaierij = pretext
draaihek = gate
draaimolen = carrousel, merry-go-round, carousel
draaimolen, zweefmolen, carrousel = carrousel
draaiorgel = hurdy-gurdy
draaischijf = lathe
draaischijf, draaibank = lathe
draak = dragon
draak, vlieger = dragon
dracht = costume
drachtig = pregnant
drachtig, zwanger = pregnant
dragen = suffer, bear, carry, wear
dragen, voorhebben, voeren, brengen = carry
drager = prop
drager, stut, leuning, steun = prop
drama = drama
drang = impulse
drank = alcohol, beverage, spirits, booze, liquor
drank, alcoholische drank, alcohol = alcohol
drank, alcoholische drank, alcohol = booze
drankje = beverage
drankzuchtige = alcoholic, boozer
drankzuchtige, zuiplap, alcoholist = boozer
draperen = drape
drasland = marsh, swamp
drastisch = drastic
draven = trot
dreef = avenue
dreigement = threat
dreigen = threaten, menace
dreigen, bedreigen = threaten
dreiging = threat
drek = excrement, slime, mud, dung
drek, ontlasting, drol, keutel = excrement
drempel = sill, threshold
drempel, dorpel = threshold
drenkbak = trough, manger
drenkbak, eetbak, krib, bak, trog = manger
drenkplaats = pub
drenkplaats, bar, café = pub
dresseren = educate, tame
dresseren, kweken, grootbrengen = educate
dribbelen = trot
dribbelen, draven = trot
drie = three
driedubbel = triple
Drieëenheid = Trinity
driehoek = triangle
driehoek, triangel = triangle
driehoeksmeting = trigonometry
driehoeksmeting, trigonometrie = trigonometry
driekleurig viooltje = pansy
Driekoningen = Epiphany, Twelfth-night
Driekoningen = Epiphany
Driekoningen = Twelfth-night
drietenige luiaard = ai
drievoudig = triple
drievoudig, driedubbel = triple
driewieler = tricycle
drift = collection, bevy
drijfzand = quicksands, quicksand
drijfzand = quicksand
drijfzand = quicksands
drijven = float, drift, swim, shoo
drillen = exercise, practise
drillen, oefenen = practise
dringen = oppress, squeeze, thrust
dringend = pressing, urgent
dringend, brandend, spoedeisend = urgent
drinken = drink
drinkgelag = orgy
drinkglas = glass
drinkglas, glas = glass
drinkwater = drinking-water
droefgeestig = melancholy
droefheid = sorrow
droefheit = affliction
droefheit, hartzeer, beproeving = affliction
droes = devil
droes, boze, duivel, drommel = devil
droevig = sadly
droevig, triest, verdrietig = sadly
drogbeeld = illusion
drogbeeld, begoocheling, illusie = illusion
drogerij = drug
drogerij, kruid, dope, drug = drug
drol = excrement, dung
drom = crowd, pile, mass, multitude
drom, massa, hoop, menigte, boel = mass
dromen = dream, daydream
dromenland = dreamland
dromer = day-dreamer, dreamer, muser
dromer, mijmeraar = day-dreamer
dromer, mijmeraar = muser
drommel = devil
drommels = devilish, diabolical
dronken = intoxicated, drunk
droog = dry
droogheid = dryness
droogheid, dorheid, droogte = dryness
droogte = dryness
droombeeld = vision
droppelen = drip
drossen = abscond
drost = taskmaster
drug = drug
druif = grape
druilen = nap, slumber
druilen, sluimeren, dutten = nap
druilerig = drowsy
druilerig, slaperig = drowsy
druipen = drip
druiprek = drainer
druk = busy, keen, brisk, alert, edition
druk, bezet = busy
drukken = squeeze, oppress
drukken, dringen, persen, knellen = oppress
drukken, dringen, persen, knellen = squeeze
drukkend = heavy, burdensome, onerous
drukkend, zwaar = burdensome
drukkend, zwaar = heavy
drukker = printer
drukknoop = push-button
drukletter = type
drukmeter = barometer
drukproef = proof
druppel = droplet, drop
druppel = droplet
druppelen = drip
druppelen, droppelen, druipen = drip
D-snaar = D-chord
D-trein = corridor-train
dubbel = dual, double
dubbel, tweevoudig, tweeledig, duplex = double
dubbelhartig = false, treacherous
dubbelslachtig = ambiguous
dubbelzinnig = ambiguous
dubbelzinnig, dubbelslachtig = ambiguous
dubben = doubt, hesitate
dubieus = doubtful
dubieus, twijfelachtig, discutabel = doubtful
duchtig = strict, severe
duchtig, straf, bar, hard, streng = strict
duf = musty, moldy, mouldy
duidelijk = apparently, clearly, net, obviously, neat, evident
duidelijk maken = clarify
duidelijk maken, beduiden, uitleggen = clarify
duidelijk, netto, netto- = neat
duiden = interpret
duif = dove, pigeon
duif, tamme duif = dove
duif, tamme duif = pigeon
duiken = dive, plunge
duiken = dive
duiken = plunge
duiker = diver
duikerklok = diving-bell
duim = thumb
duim als lengtemaat = inch
Duinkerken = Dunkirk
duister = indistinct, murk, darkness
duister, duisternis, donker = darkness
duisternis = darkness, murk
duisternis, donker, duister = murk
Duits = German
Duitse Democratische Republiek = GDR
Duitsgezind = pro-German
Duitsland = Germany
duivel = demon, devil
duivelachtig = diabolical, devilish
duivelachtig, duivels, drommels = devilish
duivels = infernal, diabolical, devilish
duivels, duivelachtig, drommels = diabolical
duivels, hels = infernal
duivelskunstenaar = sorcerer, wizard, enchanter, warlock
duivelskunstenaar, tovenaar = sorcerer
duivelskunstenaar, tovenaar = wizard
duizelig = dizzy
duizeligheid = dizziness, vertigo
duizeling = dizziness, vertigo
duizeling, duizeligheid = dizziness
duizeling, duizeligheid = vertigo
duizelingwekkend = dizzying
duizend = thousand
duizendjarig tijdperk = millenium
duizendjarig tijdperk, millennium = millenium
duizendpoot = centipede
dulden = tolerate
dun = slender
dundoek = banner, flag
dundoek, vaan, vlag = flag
dungezaaid = sporadic
dungezaaid, sporadisch = sporadic
dunk = opinion
duo = pair
dupe = victim
dupe, getroffene, slachtoffer = victim
duplex = dual, double
duren = endure
durf = courage
dus = therefore, consequently, so, then
dusdanige = such
dusdanige, dergelijke, zo'n, zulk een = such
duster = négligé, undress
dutten = nap, slumber
duur = expensive
duwen = thrust
duwen, stoten, dringen, douwen = thrust
dwaas = foolish, absurd, fool
dwaas, ongerijmd, onzinnig, absurd = absurd
dwaas, onverstandig, dom, zot = foolish
dwaas, zot, malloot = fool
dwalen = err
dwalen, een fout maken = err
dwaling = mistake, error
dwaling, abuis, vergissing, fout = error
dwarrelen = swirl
dwars = transverse, abeam
dwars = transverse
dwars door = throughout
dwars, dwarsscheeps = abeam
dwarsbomen = oppose
dwarsscheeps = abeam
dweepziek = fanatical
dwepend = fanatical
dwepend, fanatiek, dweepziek = fanatical
dwerg = pigmy
dwergachtig = dwarf, midget
dwergachtig, minuscuul = dwarf
dwingeland = tyrant, despot
dwingeland, geweldenaar, tiran = tyrant
dwingen = compel
dwingend = compulsory
dynamiet = dynamite
Dzjoengarije = Dzungaria
eb- = ebb
Ebro = Ebro
echec = fiasco, failure
Echo = Echo
echoën = echo
echt = marriage, really, authentic, genuinely, matrimony
echt, authentiek, waar, onvervalst = authentic
echtbreekster = adulteress
echtbreker = adulterer
echtbreuk = adultery
echtbreuk, overspel = adultery
echtelieden = couple
echten = legitimize
echten, legitimeren = legitimize
echter = however
echter, maar, niettemin, toch = however
echtgenoot = husband, spouse
echtgenote = spouse, wife
echtgenote, eega, gemalin, vrouw = wife
echtpaar = couple
echtpaar, echtelieden = couple
echtscheiding = divorce
echtscheiding, scheiding = divorce
echtverbintenis = matrimony, marriage
economie = economy, economics
economie = economics
economie, spaarzaamheid = economy
economisch = economical
Ecuador = Ecuador
Ecuadoriaans = Ecuadorian
eczeem = acne
eczeem, acne, dauwworm = acne
Edam = Edam
edel = noble
edelen = nobility
edelgesteente = jewel, gem
edelgesteente, edelsteen, steen = jewel
edelgesteente, steen, edelsteen = gem
edelheid = nobleness
edelknaap = page
edelman = nobleman
edelmoedig = magnanimous
edelsteen = jewel, gem
edelweiss = edelweiss
Eden = Eden
edik = vinegar
edik, azijn = vinegar
editie = edition
editor = editor
eed = oath
eed van trouw = homage
eed, bezwering = oath
eega = husband, spouse, wife
eega, echtgenote, man, echtgenoot = spouse
eekhoorn = squirrel
eelt = corn
Eems = Ems
een = an
een aanslag plegen op = violate
een aanslag plegen op, aanranden = violate
een afschuw hebben van = abominate, loathe, abhor
een afschuw hebben van, verafschuwen = loathe
een backup maken = backup
een backup maken van = backup
een backup maken, een backup maken van = backup
een beetje = some
een beetje, enigszins, een weinig = some
een beroep doen op = appeal
een blik werpen = glance
een blik werpen op = glance
een blik werpen op, een blik werpen = glance
een bres slaan = breach
een bres slaan in = breach
een bres slaan, een bres slaan in = breach
een buiging maken = curtsy
een conclusie wettigend = conclusive
een conclusie wettigend, afdoend = conclusive
een douche nemen = shower
een duw geven = nudge, jog
een duw geven, toestoten, aanstoten = jog
een fout maken = err
een geintje maken = kid
een gesprek voeren = converse
een glijvlucht maken = glide
een glijvlucht maken, zweefvliegen = glide
een grotere kans op ongelukken  = accident-prone
een grotere kans op ongelukken accident-prone = accident-prone
een hinderlaag leggen = ambush
een honderdste baht = satang
een honderdste baht, satang = satang
een klein beetje = rather
een klein beetje, lichtelijk, ietwat = rather
een knoop leggen = knot
een lied aanheffen = intone
een lijst maken = list
een miskraam krijgen = miscarry, abort
een miskraam krijgen, mislukken = abort
een miskraam krijgen, mislukken = miscarry
een nest maken = nest
een of ander = someone, any, anybody, somebody
een of ander, een of andere, enig = someone
een of ander, enig, een of andere = anybody
een of andere = somebody, anybody, any, someone
een of andere, een of ander, enig = any
één per keer = singly
een plas doen = urinate
een proces aanspannen tegen = sue, prosecute
een proces aanspannen tegen = prosecute
een proces aanspannen tegen = sue
een sein geven = signal
een sein geven, seinen = signal
een stuk of = approximately
een verband omleggen = dress
een verhoor afnemen = interrogate
een weinig = some
een wig slaan = wedge
een wig slaan, een wig steken = wedge
een wig steken = wedge
een wind laten = fart
eend = duck
eender = equal
eendracht = harmony, unity
eendrachtig = unified, harmonious
eendrachtig = unified
eendrachtig, harmonisch = harmonious
eenentwintig = twenty-one
eenheid = unit, unity
eenheid, samenhang, eendracht = unity
eenheid, unit = unit
eenhoorn = unicorn
eenmaal = ever
eenparig = unanimous
eens = once, sometimes, ever
eens, op een keer = once
eensgezind = unanimous
eensgezind, eenparig = unanimous
eensklaps = unexpectedly
eensklaps, onverwachts = unexpectedly
eentonig = monotonous
eenvoudig = simple, straightforward
eenvoudig, aalwarig, aalwaardig = simple
eenzaam = lonely
eenzijdig = biased, unilateral
eenzijdig = unilateral
eenzijdig, partijdig = biased
eer = preferably
eer, liever = preferably
eerbaar = chaste
eerbaar, zedig, kuis, rein = chaste
eerbetoon = accolade, homage
eerbetoon, eerbetuiging = accolade
eerbetuiging = accolade
eerbiedigen = respect
eerbiedigen, respecteren = respect
eerder = ahead, formerly, previously
eerlijk = gallant, brave, above-board, honest
eerlijk, dapper, flink, braaf = gallant
eerlijk, eerzaam, degelijk = honest
Eernewoude = Eernewoude, Earnewald
Eernewoude = Earnewald
Eernewoude = Eernewoude
eerroof = backbiting, scandal
eerst = firstly
eerste = first
eerste beginselen = alphabet
eerste hulp = first-aid
eerstkomend = nearest, next
eerstkomend, naast = nearest
eerstvolgend = near
eerstvolgend, aanstaand, komend = near
eerwaarde = excellency
eerzaam = honest, worthy, above-board, deserving
eerzaam, waardig, waar = deserving
eerzucht = ambition
eerzuchtig = ambitious
eetbaar = edible
eetbak = manger, trough
eethuis = restaurant
eetlust = appetite
eetstokjes = chopsticks
eetzaal = dining-room
eeuw = century, centennial
eeuw = centennial
eeuw = century
eeuwig = forever, eternal
eeuwig = eternal
eeuwig, voor eeuwig = forever
eeuwigheid = aeon, eternity
eeuwigheid = aeon
effect = effect, impression
effect, indruk = impression
effectief = effective, effectual, actual, efficacious, real
effen = smooth, even
egaal = equal
egaal, gelijk, eender, gelijkmatig = equal
eggen = harrow
Egypte = Egypt
Egyptisch = Egyptian
EHBO = first-aid
EHBO, eerste hulp = first-aid
EHBO-er = first-aider
ei = egg
eigenaar = owner
eigenaardig = peculiar, typical
eigenaardig, typisch = typical
eigendom = ownership, possession
eigendom, eigendomsrecht = ownership
eigendomsrecht = ownership
eigenmachtig = arbitrary
eigenschap = quality
eigentijds = simultaneous
eikehouten = oak, oaken
eikel = acorn
eiken = oaken, oak
eiken, eikehouten = oak
eiken, eikehouten = oaken
eiland = island
eilandengroep = archipelago
eilandengroep, archipel = archipelago
eind = offset, distance
einddiploma = leaving-certificate
einde = end
eindelijk = finally, ultimately
eindelijk, ten slotte, per saldo = finally
eindelijk, ten slotte, per saldo = ultimately
Eindhoven = Eindhoven
eindig = restricted, limited, confined
eindigen = expire
eindstation = end-of-the-line
eirond = oval
eirond, ovaal = oval
eisen = postulate, demand
eisen, rekenen, vereisen, opeisen = postulate
eiwit = protein
eiwit, proteïne = protein
eksteroog = corn
eksteroog, eelt, likdoorn = corn
eland = moose, elk
eland = elk
eland = moose
elastiek = rubber
elastiek, rubberen = rubber
elastisch = elastic
Elbe = Elba, Elbe
Elbe = Elba
Elbe = Elbe
elders = elsewhere
electronisch = electronic
electronisch, elektronisch = electronic
elegant = elegant
elektriciteit = electricity
elektrisch = electric
elektron = electron
elektronica = electronics
elektronisch = electronic
element = element
element, bestanddeel, beginsel = element
elementair = elementary, elemental
elementair = elemental
elementair = elementary
elf = eleven
elideren = elide
eliminatie = output
elimineren = remove, eliminate
elimineren, afschaffen, opdoeken = remove
elk = every, everyone, each
elk, al, ieder, iedere, alleman = everyone
elk, ieder, al, alleman, iedere = each
elkaar dekken = coincide
elkaar dekken, congruent zijn = coincide
elke week = weekly
elleboog = elbow
ellende = misery
ellende, misère, narigheid, armoe = misery
ellendeling = crook, rogue
ellendig = miserably, wretched
ellendig = miserably
els = alder
Elyzeese Velden = Elysium
Elzas = Elsass, Alsace
Elzas = Alsace
Elzas = Elsass
Elzas-Lotharingen = Alsace-Lorraine
Elzassisch = Alsatian
elzeboom = alder
elzeboom, els = alder
emailleren = enamel
embleem = emblem
emigreren = emigrate
eminent = eminent
eminent, uitstekend, aanzienlijk = eminent
emitteren = issue, publish
emmer = bucket, pail
emmer = bucket
emmer = pail
Emmerik = Emmerich
emotie = affection
emotioneel = touching
emotioneel, aangrijpend, roerend = touching
empirisch = experimental
empirisch, experimenteel = experimental
emplooi = job
emplooi, karwei, werk, arbeid = job
employé = employee
employé, werknemer, personeelslid = employee
en = and
encyclopedie = encyclopedia, encyclopaedia
encyclopedie = encyclopaedia
encyclopedie = encyclopedia
endossant = endorser
endossant, overdrager = endorser
endossement = endorsement
endossement, giro = endorsement
endosseren = endorse
energie = energy
energie, arbeidsvermogen, spirit, fut = energy
energiek = energetic
energiek, flink, krachtig, ferm = energetic
energieloos = inert
enfin = now
enfin, komaan, nou, nu, wel, tja = now
eng = eerie, cramped, macabre, grisly, narrow
eng, griezelig = eerie
eng, griezelig = grisly
engel = angel
engelachtig = angelic
Engeland = England, Albion
Engeland, Albion = Albion
Engeland, Albion = England
Engels = English
Engelse = Englishwoman
Engelse sleutel = monkey-wrench
Engelsgezind = pro-English
Engelsman = Englishman, Sassenach
Engelsman = Englishman
Engelsman = Sassenach
enig = alone, someone, any, somebody, unique, anybody
enig, een of andere, een of ander = somebody
enigszins = some
enkel = sole, ankle, only, solitary, mere
enkel = ankle
enkel, bloot, louter = sole
enkel, bloot, louter = solitary
enorm = enormously, enormous, immense
enorm = enormous
enorm, uiterst = enormously
enquête = inquiry
enten = inoculate
enthousiasme = enthusiasm
enthousiasme, geestdrift = enthusiasm
enthousiast = enthusiastic
enthousiast, uitbundig, geestdriftig = enthusiastic
entree = entrance, portal
entree, ingang, toegang = entrance
entstof = vaccine
entstof, vaccin, vaccine = vaccine
envelop = envelope
enveloppe = envelope
enz. = etc.
enz., etc. = etc.
Eoceen = Eocene
Eos = Eos
epaulet = epaulet
epilepsie = epilepsy
episch = epic
episode = episode
episode, aflevering = episode
epistel = letter, epistle
epistel, brief, zendbrief = epistle
equator = equator
equipe = team
equivalent = equivalent
equivalent, gelijkwaardig = equivalent
er = there, yonder
er uitzien = look
erbarmelijk = poor, pitiful
erbarmelijk, beklagenswaardig = pitiful
erbarmelijk, beklagenswaardig = poor
erbarmen = compassion
erbarmen, mededogen, medelijden = compassion
ere- = honorary
ere-, weledel, weledelgeboren = honorary
eredienst = service, cult
eredienst, cultus, verering = cult
eren = honour, honor
erf = courtyard
erf, binnenplaats, plaats, hof = courtyard
erfdeel = inheritance
erfdeel, boedel, erfenis, erfstuk = inheritance
erfelijkheid = heredity
erfelijkheid, overerfelijkheid = heredity
erfenis = inheritance
erfstuk = inheritance
erg = serious, very, quite, important
erg, bijster = quite
erg, ernstig, belangrijk, voornaam = important
erg, ernstig, voornaam, belangrijk = serious
erg, heel, bijster, bijzonder = very
ergens = somewhere, anywhere
ergens anders = elsewhere
ergens anders, elders = elsewhere
ergeren = vex, annoy
ergeren, verontwaardigen = annoy
ergo = therefore, then, so
ergo, dus, ook weer, toch = so
ergo, toch, ook weer, dus = therefore
ergst = extreme
Eris = Eris
Eritrea = Eritrea
erkend = accepted
erkennen = recognise, corroborate, confess, profess
erkenning = acknowledgement
erkentelijk = thankful
erkentelijkheid = gratitude
erkentelijkheid, dankbaarheid = gratitude
ernaast = nearby
ernstig = serious, earnest, important
eromheen = roundabout
erop nahouden = have, possess, own
erop nahouden, hebben = have
erotisch = erotic
erotisch, zwoel = erotic
eruit = outward
ervaren = experienced
ervaring = experience
erven = inherit
erwt = pea
escudo = escudo
esdoorn = maple
esdoorn, aak, ahorn = maple
Eskimo = Eskimo
E-snaar = E-chord
esp = aspen
Esperantist = Esperantist
Esperanto = Esperanto
Essen = Essen
essence = essence, gist
essentie = gist, essence
essentie, kern, wezen, essence = essence
essentie, kern, wezen, essence = gist
essentieel = essential
essentieel, intrinsiek, vitaal = essential
Estland = Estonia
Estlands = Estonian
etablissement = establishment
etablissement, instelling, vestiging = establishment
etage = floor, story, storey
etage, verdieping = story
etagère = cabinet
etagère, rek = cabinet
etappe = stadium
etc. = etc.
eten = eat, feed, food
eten, bikken, gebruiken, vreten = feed
eten, etenswaar, spijs, gerecht = food
etenswaar = food
ethiek = ethic, ethics
ethiek, zedenkunde, zedenleer = ethics
ethiek, zedenleer, zedenkunde = ethic
Ethiopië = Ethiopia, Abyssinia
Ethiopiër = Ethiopian
Ethiopisch = Abyssinian
ethisch = ethical
etiket = etiquette, label
etiquette = etiquette
etiquette, label, etiket = etiquette
Etna = Etna
Etrurië = Etruria
Etrurisch = Etrurian, Etruscan
Etruskisch = Etruscan, Etrurian
Etruskisch, Etrurisch = Etrurian
Etruskisch, Etrurisch = Etruscan
ets = etching
etsnaald = stylus
etter = pus
etterbuil = abscess
ettergezwel = abscess
ettergezwel, abces, etterbuil = abscess
etui = container, vessel
Eufraat = Euphrates
Europa = Europe
Europeaan = European
Europeaan, blanke = European
euvel = shortcoming, shortage
Eva = Eva
evacueren = evacuate
evangelie = gospel
evangelisch = evangelic
even = momentarily, equally
evenaar = equator
evenaar, evennachtslijn, equator = equator
evenbeeld = portrait
evenbeeld, beeltenis, portret = portrait
eveneens = also, too
evenement = event
evenmin = neither
evenmin, noch = neither
evennachtslijn = equator
evenredig = proportional
evenredigheid = rate, proportion
evenredigheid, proportie, verhouding = proportion
eventjes = momentarily
eventualiteit = eventuality, contingency
eventualiteit = contingency
eventualiteit = eventuality
eventueel = contingent, eventual
evenwicht = equilibrium
evenwichtstoestand = equilibrium
evenwichtstoestand, balans, evenwicht = equilibrium
evenwijdig = parallel
evenwijdig, parallel = parallel
evenzeer = equally, also, too
evenzeer, even, gelijkelijk, gelijk = equally
evenzeer, ook, mede, eveneens = also
evident = evident, obvious
evolueren = evolve
evolueren, zich ontwikkelen = evolve
evolutie = evolution, development
evolutie, ontwikkeling = evolution
ex- = ex-
exact = exact
examen = examination, investigation, test
examen, keuring, onderzoek = test
examineren = examine
excellent = great
excerpt = resumé, summary
excessief = inordinate, excessively, excessive
excessief, buitensporig = excessively
exclusief = exclusive, exclusively
exclusief, uitsluitend = exclusive
excursie = excursion, outing
executeren = execute
executeren, ter dood brengen = execute
exemplaar = copy
exemplaar, afdruk = copy
Exodus = Exodus
exotisch = exotic
exotisch, uitheems = exotic
expansie = expansion
expediëren = ship
expeditie = expedition
experimenteel = experimental
experimenteren = experiment
expert = specialist
explicatie = explanation
exploderen = explode
exploderen, losbarsten, ontploffen = explode
exploiteren = exploit, utilize
exploiteren, uitbuiten, uitmelken = exploit
exploot = summons
exploreren = explore, investigate
exploreren, nagaan, onderzoeken = investigate
exploreren, onderzoeken, nagaan = explore
explosie = explosion
exporteren = export
exporteren, uitvoeren = export
expositie = exposition, exhibition
expositie, tentoonstelling = exhibition
expres = deliberately
expres, moedwillig, met opzet, wetens = deliberately
extase = ecstasy
extatisch = ecstatic
extern = outer, external
extern, buiten-, uitwendig, uiterlijk = external
extra = extra
extreem = extreme, excessive, inordinate
extreem, buitensporig, excessief = excessive
ezel = tressle, ass, workbench, donkey, easel
ezel = ass
ezel = donkey
faam = reputation, hearsay, rumor, rumour, repute, fame
faam, befaamdheid, mare, gerucht = repute
faam, gerucht, mare, befaamdheid = fame
fabel = fable
fabricage = making, manifacture
fabricatie = making, manifacture
fabricatie, aanmaak, fabricage = making
fabriceren = fabricate, manufacture
fabriceren, aanmaken, maken = manufacture
fabriek = factory
façade = facade, façade
factureren = invoice
factureren, declareren = invoice
faculteit = faculty
Fafner = Fafner
fair = just, righteous
fakkel = torch
familie = family
familiebetrekking = relationship
familiebetrekking, verwantschap = relationship
familielid = relative
familienaam = surname
familienaam, van, achternaam = surname
famulus = aid, helper
fanatiek = fanatical
fanfare = flourish, fanfare
fanfarekorps = fanfare, flourish
fanfarekorps, fanfare = fanfare
fanfarekorps, fanfare = flourish
fantasie = fantasy
fantasie, verbeeldingskracht = fantasy
fantasierijk = fantastic
fantastisch = fantastic
fantastisch, grillig, fantasierijk = fantastic
farmaceut = chemist
farmacie = pharmacy
farmacie, artsenijbereidkunde = pharmacy
fascineren = fascinate
fascinerend = absorbing, fascinating
fascinerend, boeiend, betoverend = absorbing
fase = phase
fat = dude, dandy, fop
fata morgana = mirage
fataal = ill-fated, fateful
fataal, funest, noodlottig = ill-fated
fatsoeneren = finalize
fatsoenlijk = fitting, suitable, decent, proper
fatsoenlijk, betamelijk, behoorlijk = proper
februari = February
federaal = federal
federatie = federation
federatie, bond = federation
feeëriek = fairy
feeks = shrew
feeksachtig = bitchy, shrewish
feeksachtig = bitchy
feeksachtig = shrewish
feestelijk inhalen = welcome
feestmaal = feast, banquet
feit = fact
feitelijk = factual, indeed
fel = sharp, intensive, lurid, intense, abrasive
fel, doordringend, bijtend, guur = lurid
felheid = sharpness
felheid, schelheid, guurheid = sharpness
felicitatie = congratulation
felicitatie, gelukwens = congratulation
feliciteren = congratulate
feniks = phoenix
fenomeen = phenomenon
fenomenaal = phenomenal
fenomenaal, verbluffend = phenomenal
Fenrir = Fenris
feodaal = feudal
ferm = robust, energetic, brave, sturdy, fearless
fermenteren = ferment
fermenteren, werken, gisten = ferment
festijn = feast
festijn, feestmaal, smulpartij, gelag = feast
festival = festival
feuilleton = serial
feuilleton, vervolgverhaal = serial
fiasco = failure, fiasco
fiat = permission
fiat, goedvinden, toestemming = permission
fictie = fiction
fictie, verdichtsel, verbeelding = fiction
fictief = fictitious, fictional
fiducie = faith, confidence
fiducie hebben in = trust
fiducie, vertrouwen, geloof = confidence
fier = proud
fier, prat, trots = proud
fiets = bicycle, bike
fiets, rijwiel, tweewieler = bicycle
fiets, tweewieler, rijwiel = bike
fietsen = cycle
fietstas = cycle-bag
fietstaxi = pedicab, trishaw
fietstaxi = pedicab
fietstaxi = trishaw
figurant = bit-player
figuur = representation, diagram, stature
figuurlijk = figurative
fijn = beautiful, refined, handsome, tasty, subtle, fine
fijn, schoon, net, fraai, knap, mooi = handsome
fijnhakken = mince, dice, chop
fijnhakken = chop
fijnhakken = dice
fijnhakken = mince
fijnheid = tenderness
fiks = strong
filatelie = philately, stamp-collecting
filatelie = philately
filatelie = stamp-collecting
filet = slice
Filippijn = Filipino
Filippijnen = Philippines
Filippijns = Philippine
Filippino = Filipino
Filippino, Filippijn = Filipino
Filistijn = Philistine
film = movie, film
film, rolprent = movie
filmoperateur = projectionist
filosoferen = philosophize
filosofie = philosophy
filosofie, wijsbegeerte = philosophy
filosofisch = philosophic
filosoof = philosopher
filosoof, wijsgeer = philosopher
filteren = filter
filtreren = filter
filtreren, filteren, zijgen = filter
Fin = Finn
finaal = final, decisive, wholly
finaal, uiteindelijk = final
financieel = financial
financieel, geldelijk = financial
financieren = finance
fingeren = feign
fingeren, simuleren, doen alsof = feign
Finland = Finland
Fins = Finnish
firma = company
fit = healthy
fitten = install
fixeren = secure, fasten
fjord = inlet, fjord, loch
fjord = fjord
fjord = inlet
fjord = loch
fladderen = flit, flutter, flirt
fladderen, aan de scharrel zijn = flit
flakkeren = flicker, flare
flambouw = torch
flanellen = flannel
flap = blow
flard = rag
flat = flat, apartment
flatteren = embellish
flauw = dull, stupid
flegma = phlegm, indifference
flegma = indifference
flegma = phlegm
fles = bottle
fleurig = abloom
fleurig, bloeiend = abloom
Flevoland = Flevoland
flikken = mend
flikker = homosexual
flikker, homofiel, homo = homosexual
flikkeren = flash, flare, flicker
flikkeren, flakkeren = flicker
flikkeren, flakkeren, schitteren = flare
flink = solid, energetic, brave, gallant
flink, braaf, eerlijk, dapper, ferm = brave
flink, degelijk, deugdelijk, gedegen = solid
flits = lightning
flitsen = flash
flitsen, flikkeren, gloren = flash
flodderen = wade
floers = fog, mist
flop = fiasco, failure
flop, debâcle, fiasco, echec = fiasco
flop, echec, fiasco, debâcle = failure
floppen = fail
floppen, in het water vallen = fail
Florence = Florence
floreren = prosper
Florida = Florida
fluistering = whisper
fluit = flute
fluiten = whistle, hiss
fluiten, gieren = whistle
fluwelen = velvet
fobie = phobia
focus = focus
foedraal = holder, vessel, container, socket
foefje = subterfuge, trickery
foefje, streek, kneep, kunstgreep = trickery
foei = shame
fokken = breed, raise
folklore = folklore
folklore, volkskunde = folklore
folteren = torture
fond = soil
fond, ondergrond, bodem, grond, aarde = soil
fonds = fund, till, money-box
fonds, kapitaal = fund
fonds, kas, geldkist = money-box
fonetiek = phonetics
fonetiek, klankleer = phonetics
fonetisch = phonetic
fontein = fountain
fopperij = mystification
fopperij, bedotterij, mystificatie = mystification
fopspeen = vacuum-cleaner
fopspeen, speen = vacuum-cleaner
forceren = impose
forel = trout
formeren = shape, develop, form
formeren, vormen, aangaan = shape
Formosa = Formosa
formule = formula
formuleren = formulate
formuleren, inkleden, vervatten = formulate
fors = robust, sturdy
forsythia = forsythia
forsythia, Chinees klokje = forsythia
fort = fortification
fortuin = fortune
fortuinlijkheid = fortune
Fortuna = Fortune
forum = forum
fosfor = phosphorus, phosphorous
fosfor = phosphorous
fosfor = phosphorus
fosforescerend = phosphorescent
fossiel = fossil
fotocopie = photoprint
fotograaf = photographer
fotograferen = photograph
fotograferen, kieken = photograph
fotografie = photography
fotografische plaat = plate
fotografische plaat, plaat = plate
fotokopie = photoprint, xerography
fotokopie = xerography
fotokopie, fotocopie = photoprint
fototoestel = camera
fototoestel, kiektoestel, camera = camera
fout = error, erroneous, incorrect, mistaken, mistake
fout, foutief, verkeerd, onjuist = erroneous
foutief = wrong, erroneous, mistaken
foutief, verkeerd, fout, onjuist = mistaken
fraai = beautiful, handsome, fine
fraaiheid = beauty
fraaiheid, schoonheid, knapheid = beauty
fractie = fraction
fragment = piece
fragment, brok = piece
fragmentarisch = fragmentary
framboos = raspberry
Française = Frenchwoman
franje = frindge
Frankenland = Franconia
frankeren = prepay
frankering = postage
Frankfort = Frankfurt, Frankfort
Frankfort = Frankfort
Frankfort = Frankfurt
Frankisch = Frankish
Frankrijk = France
Frans = French
Franse = Frenchwoman
Franse Rivièra = Riviera
Franse, Française = Frenchwoman
Fransman = Frenchman
frase = sentence
frase, zin, volzin = sentence
frauderen = swindle, defraud
friemelen = fumble
Fries = Frisian
Friesland = Friesland
fris = recent, fresh
frisse lucht toewaaien = aerate
frisse lucht toewaaien, wannen, waaien = aerate
frivoliteit = frivolity, silliness
frivoliteit = frivolity
frivool = frivolous
frommelen = crease
fronsen = furrow, wrinkle
front = frontage, battlefront
front, gevel, voorkant, voorzijde = battlefront
fruiten = fry
frustreren = frustrate
functionaris = functionary
functionaris, official = functionary
functioneren = work, operate, function
functioneren, het doen = function
functioneren, het doen = operate
functioneren, het doen = work
fundamenteel = fundamental
funderen = found
funest = ill-fated, fateful
funest, fataal, noodlottig = fateful
furie = shrew
furore = craze
furore, bestseller = craze
fust = barrel
fut = energy
futiliteit = trifle
fuut = grebe
fuut, aalduiker = grebe
fysica = physics
fysiek = physical
fysisch = physical
fysisch, lichamelijk, fysiek = physical
gaai = jay
gaan = sound, shall, go, travel
gaan naar = advance
gaan naar, aanpakken, genaken, naderen = advance
gaan staan = rise
gaan, rijden, varen, karren = travel
gaan, zullen = shall
gaanderij = gallery
gaanderij, galerij, gang, galerie = gallery
gaarne = willingly
gaarne, graag = willingly
gaas = gauze
gabardine = gaberdine
Gabon = Gabon
gage = salary, wage, wages
gage, bezoldiging, loon, salaris = salary
gage, loon, bezoldiging, salaris = wages
gage, salaris, bezoldiging, loon = wage
gal = gall, bile
gal = bile
gal, plantengal, galnoot = gall
galactisch = galactic
galant = fiancé
galerie = gallery
galerij = gallery
Galicië = Galicia
Galilea = Galilee
Gallicisch = Galician
Gallië = Gaul
Gallisch = Gallic, Gaulish
Gallisch = Gallic
Gallisch = Gaulish
gallon = galloon, stripe
gallon = galloon
gallon = stripe
galm = resonance
galmen = peal, resound
galmen, aflopen, kleppen, beieren = peal
galnoot = gall
galopperen = gallop
Gambia = Gambia
gammel = rickety, dilapidated, decrepit, lapsed, decayed
gammel, aftands, bouwvallig = lapsed
gang = passage, corridor, gallery
gang, overloop, baan, rijstrook = corridor
gangbaar = valid, accepted
gangbaar, geldig, geldend, vigerend = valid
Ganges = Ganges
gangster = hoodlum, gangster
gangster = gangster
gangster = hoodlum
gans = whole, goose, entire
gans = goose
gans, geheel, compleet, vol = whole
Ganymedes = Ganymede
gapen = yawn, gawk, gape
gaping = gap
garage = garage
garanderen = guarantee, warrant
garanderen, borg staan voor = guarantee
garant = hostage
gard = wand, switch
Gardameer = Garda
gardenia = gardenia
garderobe = cloakroom
garen = thread
garnaal = prawn, shrimp
garnaal = shrimp
garneren = garnish, trim
garnizoen = garrison
garnizoen, bezetting = garrison
garstig = rancid
gas = gas
Gasconjer = Gascon
Gasconjer, opschepper = Gascon
gaspedaal = accelerator
gast = guest
gast, introducé, logé = guest
gastheer = host
gasthuis = hospital
gastvrij = hospitable
gastvrij, herbergzaam = hospitable
gastvrijheid = hospitality
gat = aperture, rump, backside, opening
gat, kont, bibs, achterste = rump
gauw = quickly, swift, quick, swiftly, rapid, soon
gauw, hard, schielijk, in allerijl = quickly
gave = talent, aptitude
gazon = lawn
geaardheid = character, nature, personality
geabonneerd zijn op = subscribe
geacht = dear
geacht, gezien = dear
geadopteerd = adopted
geadresseerde = addressee
gebaren = gesture, wave
gebaren, gesticuleren = gesture
gebaren, wuiven, zwaaien = wave
gebarsten = cracked
gebed = prayer
gebeente = skeleton
gebeuren = opportunity, happen, grow, occurence, occur
gebeuren, aan de hand zijn = occur
gebeuren, incident, gebeurtenis = opportunity
gebeurlijk = contingent, eventual
gebeurlijk, eventueel = contingent
gebeurlijk, eventueel = eventual
gebeurtenis = occurence, opportunity
gebied = area, sphere, region, territory
gebieder = chief, boss, leader
gebieder, chef, aanvoerder, baas = leader
gebit = teeth
gebladerte = foliage
geblokt = chequered, checked
gebocheld = hunch-backed
gebochelde = hunchback
gebochelde, bultenaar = hunchback
geboefte = rabble, riff-raff
geboefte, grauw, canaille, gespuis = rabble
geboefte, grauw, canaille, gespuis = riff-raff
geboeid = fascinated, gripped
geboeid, gefascineerd = gripped
gebogen = curved, bent
gebogen, krom = bent
gebogen, krom = curved
gebonden = thick, concentrated, dense
geboorte = birth
geboortedag = birthday
geborgen = safe
gebraden = roasted
gebrek = shortcoming, shortage, poverty, vice
gebrek, afwezigheid, gemis, euvel = shortcoming
gebrek, armoede = poverty
gebrekkig = infirm, crippled, disabled
gebrekkig, verminkt = crippled
gebruik = way, custom, mores
gebruik, usance, gewoonte = way
gebruik, zede = mores
gebruikelijk = accustomed, wonted, customary, usual
gebruikelijk, gewoon = customary
gebruikelijk, gewoon = wonted
gebruiken = feed, eat
gebruiken, bikken, eten, vreten = eat
gebruiker = user, consumer
gebruiker = user
gebruikt = used
gebuur = neighbour, neighbor
gebuur, buurman, buur, nabuur = neighbor
gecommitteerde = commissioner
gecompliceerd = complicated
gecompliceerd, ingewikkeld = complicated
gedaanteverwisseling = metamorphosis
gedaanteverwisseling, metamorfose = metamorphosis
gedachte = thought, opinion
gedachte = thought
gedachte, mening, opinie, dunk, visie = opinion
gedateerd = old-fashioned
gedeelte = part
gedeeltelijk = partial
gedeeltelijk, partieel = partial
gedegen = solid
gedenkdag = anniversary
gedenken = recollect, recall, remember
gedenkschrift = souvenir, keepsake, memento
gedenkteken = monument
gedenkwaardig = memorable
gedenkwaardig, heuglijk = memorable
gedeputeerde = representative
gedeputeerde, afgevaardigde = representative
gedetailleerd = detailed
gedicht = poem
gedicht, dichtwerk, vers = poem
gedijen = prosper
gedijen, tieren, bloeien, floreren = prosper
geding = lawsuit
gediplomeerd = graduate, certificated
gediplomeerd, afgestudeerd = certificated
gedoe = activity, action
gedogen = permit
gedogen, toestaan, toelaten = permit
gedrag = deportment, behaviour
gedrag, houding, wandel = deportment
gedrochtelijk = monstrous
gedroom = reverie
geducht = strong
geduld = patience
geduld, lijdzaamheid = patience
gedurende = during, for, while, whilst
gedurende, onder, terwijl, staande = for
gedurende, staande, onder, terwijl = whilst
gedurfd = intrepid, bold, daring, audacious
gedurfd, stout, stoutmoedig, brutaal = bold
gedurig = regularly, frequently, often
gedweeheid = tractability, manageability
gedwongen = compulsory
geel = yellow
geelkoper = brass
geelkoper, messing = brass
geen = no-one, not, nobody, no
geen enkel = no-one, nobody
geen enkel, niemand, geen enkele, geen = no-one
geen enkele = nobody, no-one
geen zier = none
geen, geen enkel, geen enkele, niemand = nobody
geëndosseerde = endorsee
geëngageerd = engaged
geest = intellect, mind, spirit, phantom, soul, ghost
geest = spirit
geestdrift = enthusiasm
geestdriftig = enthusiastic
geestelijk = ecclesiastic, mental, spiritual
geestelijk = spiritual
geestelijk, mentaal = mental
geestelijke = clergyman, priest
geestelijke = clergyman
geestig = witty, lively
geestigheid = witticism
geestvervoering = ecstasy
geestverwant = fellow-thinker
geestverwant, medestander = fellow-thinker
geeuwhonger = famine
gefascineerd = gripped, fascinated
gefascineerd, geboeid = fascinated
gefluister = whisper
gefluister, fluistering = whisper
geforceerd = strained
gefortuneerd = well-off, wealthy, rich
gefortuneerd, rijk, vermogend = rich
gefortuneerd, rijk, vermogend = well-off
gefrankeerd = post-paid, stamped
gefrankeerd, portvrij, vrachtvrij = stamped
gegoten voorwerp = cast
gegrond = true
gehaast = hurriedly, hurried, hastily
gehalte = value, worth
gehamer = hammering
gehavend = damaged
gehecht = selfless, devoted
gehecht, aanhankelijk = selfless
geheel = whole, entirety, overall, integer, entire, fully
geheel = entirety
geheel, ten volle, heel, volkomen = fully
geheel, totaal, algeheel = overall
geheelonthouding = teetotalism, abstinence
geheelonthouding, abstinentie = abstinence
geheelonthouding, abstinentie = teetotalism
geheiligd = sacred, holy
geheim = confidential
geheimenis = mystery
geheimzinnig = abstruse, mysterious
geheugen = memory, recollection
geheugen, heugenis, herinnering = memory
geheugen, heugenis, herinnering = recollection
gehoor = audience, hearing
gehoor = hearing
gehoorzaam = obedient
gehoorzamen = obey
gehucht = hamlet, township
gehuicheld = hypocritical
gehuicheld, geveinsd, huichelachtig = hypocritical
gehuwd = married
gehuwd, getrouwd = married
geil = voluptuous
geil, wulps, wellustig = voluptuous
geïnteresseerd = interested
geïnteresseerd, belangstellend = interested
geisha = geisha
geïsoleerd = isolated, secluded
geïsoleerd, alleenstaand = isolated
geit = goat
geitenmelker = nightjar
geitenmelker, nachtzwaluw = nightjar
gejaagd = agitated
gejaagd, opgewonden = agitated
gejubel = jubilation, exultation
gejubel = exultation
gejubel = jubilation
gek = insane, lunatic, peculiar, crazy, mad, ridiculous
gek, belachelijk, lachwekkend, mal = ridiculous
gek, dolzinnig, krankzinnig, dol = insane
gek, raar, vreemd, eigenaardig = peculiar
gekheid = nonsense
gekko = gecko
gekko, tokkeh, tokeh, toke = gecko
geklep = tolling
geknars = grating
geknars, gekras = grating
gekookt = cooked
gekozen = elected
gekrabbel = scrabble
gekras = grating
gekscheren = jest
gekunsteld = artificial
gekunsteld, gewrongen, gemaakt = artificial
gelaatstrek = feature, trait
gelaatstrek, trek, karaktertrek = trait
gelaatstrekken = physiognomy
gelach = laughter
gelach, hilariteit, lachbui = laughter
geladen met = carrying
gelag = feast
gelatenheid = resignation
gelatenheid, berusting = resignation
geld = money
geldbuidel = purse
geldelijk = financial
geldend = valid
Gelderland = Guelders, Guelderland
Gelderland = Guelderland
Gelderland = Guelders
Gelderse roos = guelder-rose
geldig = valid
geldig verklaren = validate
geldkist = till, money-box
geldkist, kas, fonds = till
geldstuk = coin
geleding = joint, node
geleding, knoop, knoest, knooppunt = node
geleerd = cultured, well-informed, educated, learned
geleerd, ontwikkeld = educated
geleerde = scientist
gelegenheids- = occasional
geleidelijk = gradual, gradually
geleidelijk = gradual
geleidelijk, langzamerhand = gradually
geleiden = conduct, lead, head
geleiden, de weg wijzen, leiden = head
geleiden, leiden, de weg wijzen = conduct
geleiden, leiden, de weg wijzen = lead
gelid = joint
geliefde = lover
gelijk = smooth, equal, even, equally
gelijk hebbend = true
gelijk, vlak, effen = even
gelijk, vlak, effen = smooth
gelijkelijk = equally
gelijken = resemble
gelijkenis = resemblance, similarity
gelijkenis, overeenkomst = resemblance
gelijkenis, overeenkomst = similarity
gelijkheid = equality
gelijkheid, pariteit = equality
gelijkmatig = regular, equal
gelijkmatig, regelmatig, geregeld = regular
gelijksoortig = similar, analogous
gelijksoortig, soortgelijk = similar
gelijktijdig = simultaneous
gelijkwaardig = equivalent
geloof = religion, faith, confidence
geloof, fiducie, vertrouwen = faith
geloofsbrief = credential
geloven = deem, think, believe, opine
geloven, van mening zijn, achten = think
gelovig = religious
gelui = tolling
gelui, geklep, klokgelui = tolling
geluidloos = noiseless
geluidsleer = acoustics
geluidssterkte = volume
geluidssterkte, inhoud, volume = volume
geluk = success, luck, happiness, prosperity
geluk = happiness
geluk, welstand, bloei, voorspoed = success
gelukkig = fortunately, fortunate, happy
gelukkig = fortunate
gelukkig = fortunately
gelukkig = happy
gelukwens = congratulation
gelukwensen = congratulate
gelukwensen, feliciteren = congratulate
gemaakt = artificial
gemaal = husband
gemaal, eega, echtgenoot, man = husband
gemak = comfort
gemak, comfort, gerief = comfort
gemakkelijk = facile, handy, convenient, comfortable, opportune
gemakkelijk, doelmatig, geschikt = handy
gemakkelijk, vlot, makkelijk, licht = facile
gemalin = wife
gematigd = moderate, reasonable
gematigd, bescheiden, matig = moderate
gember = ginger
gemeen = vile, abandoned
gemeen, immoreel, onzedelijk = abandoned
gemeenplaats = cliché, stereotype
gemeenplaats, cliché = stereotype
gemeenschap = community
gemeenschappelijk = common, collective
gemeenschappelijk, collectief = collective
gemeenschapszin = solidarity
gemeenschapszin, saamhorigheid = solidarity
gemeente = community
gemeente, gemeenschap = community
gemeentehuis = town-hall, townhall
gemeentehuis, raadhuis = town-hall
gemelijk = fretful, morose, sullen
gemeubileerd = furnished
gemiddeld = mean, middle, average
gemiddeld = average
gemiddeld = mean
gemiddeld, doorsnee, middelbaar = middle
gemijmer = reverie
gemis = shortage, shortcoming
gemoed = soul
gemoedsgesteldheid = humor, humour
gemoedstoestand = mood
gems = chamois
gems, berggeit, klipgeit = chamois
genaakbaar = accessible
genaakbaar, toegankelijk = accessible
genadigheid = favor, favour
genaken = advance
gendarme = patrolman, gendarme
geneesheer = physician
geneeskundig = medical
geneesmiddel = pharmaceutical, medicine
geneesmiddel, artsenij, medicijn = pharmaceutical
genegen = inclined
genegen, geneigd, gezind = inclined
geneigd = inclined
geneigd zijn = incline
geneigd zijn tot = incline
geneigd zijn tot, geneigd zijn, neigen = incline
generaal = general
generatie = generation
generatie, geslacht = generation
generatief = sexual, generative
genereus = generous
Genesis = Genesis
Genesis, Scheppingsboek = Genesis
Genève = Geneva
genezen = heal, remedy, recover
genezen, beter maken, helen = heal
geniaal = ingenious
genie = genius
genie, beschermgeest, genius = genius
geniesoldaat = pioneer
genieten van = enjoy, rejoice
genieten van, blij zijn = enjoy
genieten van, blij zijn = rejoice
Genil = Genil
genist = pioneer
genist, geniesoldaat, baanbreker = pioneer
genius = genius
genoeg = sufficiently, enough, sufficient
genoeg, voldoende = enough
genoeg, voldoende = sufficient
genoegen = pleasure
genoeglijk = agreeable, enjoyable, pleasant, lovely, nice
genoeglijk, aangenaam = pleasant
genoeglijk, behaaglijk, aangenaam = nice
genootschap = academy, association
genotvol = pleasurable
genotvol, plezierig, prettig = pleasurable
genre = genre
genre, genrestuk = genre
genrestuk = genre
Gent = Ghent
gentiaan = gentian
gentleman = gentleman
Genua = Genoa
geoefend = experienced
geograaf = geographer
geografie = geography
geografisch = geographical, geographic
geografisch, aardrijkskundig = geographic
geologie = geology
geologie, aardkunde = geology
geoloog = geologist
geometrie = geometry
geometrie, meetkunde = geometry
Georgië = Georgia
Georgiër = Georgian
gepast = seemly, becoming, appropriate
gepast, betamelijk, passend = becoming
gepast, passend, geschikt = appropriate
gepast, passend, geschikt = seemly
gepensioneerd = retired
gepensioneerd, rustend, in ruste = retired
gepensioneerde = retiree, pensioner
geprononceerd = striking
geraamte = skeleton
Geraardsbergen = Grammont
geraffineerd = sophisticated
gerecht = tribunal, food
gerecht, balie, gerechtsgebouw = tribunal
gerechtigheid = righteousness, justice
gerechtigheid = justice
gerechtigheid, billijkheid = righteousness
gerechtsgebouw = tribunal
gerechtszaak = lawsuit
gerechtszaak, proces, geding = lawsuit
gereed = ready
geregeld = regular
geregeld bezoeken = frequent
geregeld bezoeken, bezoeken = frequent
geregistreerd = registered
gericht = judgment
gerief = comfort
geriefelijk = comfortable
gering = little, diminutive, small
gering, karig, min, luttel, klein = little
Germaan = Teuton
Germaans = Teutonic, Germanic
Germaans = Germanic
Germaans = Teutonic
gerookt = smoked
geroosterd = roasted
geroosterd, gebraden = roasted
gerst = barley
gerucht = hearsay, fame, repute, rumour, rumor
gerucht, faam, befaamdheid, mare = rumor
geruchtmakend = sensational
geruim = considerable, sizable
geruim, aanmerkelijk, aanzienlijk = considerable
geruisloos = noiseless
geruit = chequered, checked
geruit, geblokt = checked
geruit, geblokt = chequered
gerust = tranquil
gescheiden = divorced
gescheld = abuse
geschenk = gift
gescheurd = torn
geschiedenis = history
geschiedenis, historie, verhaal = history
geschikt = convenient, handy, seemly, appropriate, opportune
geschikt, gemakkelijk, doelmatig = opportune
geschiktheid = fitness, capability, suitability
geschiktheid = capability
geschiktheid = fitness
geschiktheid = suitability
geschommel = oscillation
geschommel, schommeling = oscillation
geschrift = writing
geschrift, schriftuur = writing
geschrokken = startled
geschut = artillery
geschut, artillerie = artillery
geslacht = clan, race, generation, sex, house, tribe
geslacht, pand, huis = house
geslacht, stam, volksstam = race
geslachtelijk = generative, sexual
geslachtelijk, generatief, seksueel = sexual
geslachtelijk, seksueel, generatief = generative
geslachts- = venereal, genital
geslachts-, venerisch = venereal
geslachtsdaad = copulation
geslachtsdaad, paring = copulation
gesloten = closed
gesmoord = obtuse
gesmoord, stomp, toonloos, dof = obtuse
gespannen = strained
gespeend van = without
gespeend van, ontbloot van = without
gespen = buckle
gespen, vastgespen, dichtgespen = buckle
gesprek = conversation
gespuis = rabble, riff-raff
gestaag = constant, sustained, continual, permanent
gestalte = stature
gestamp = tramping
gesteld zijn = fare
gesteld zijn, het maken = fare
gesteldheid = predisposition, tendency
gesticht = institute
gesticht, instituut, inrichting = institute
gesticuleren = gesture
gestreng = rigorous, stringent
gestroomlijnd = streamlined
getal = number, amount
getalenteerd = talented
getalenteerd, talentvol = talented
getand = dental
getapt = popular
getier = riot, tumult
getij = tide
getrappel = tramping
getrappel, gestamp = tramping
getroffene = victim
getrouw = faithful, loyal
getrouw, trouw, loyaal, trouwhartig = loyal
getrouwd = married
getuige = witness
getuigen = testify, attest
getuigen van = exhale
getuigen van, uitademen, ademen = exhale
getuigen, certificeren = attest
getuigenis = testimony
geur = aroma, scent, flavour, odour, odor
geur, aroma = aroma
geur, luchtje, lucht, reuk = scent
geurig = fragrant, aromatic, good-smelling, nutty
geurig, aromatisch = aromatic
geurig, aromatisch = nutty
gevaar = peril, danger
gevaarlijk = dangerous
gevaarlijk, link, hachelijk = dangerous
gevaarte = colossus
gevangen zetten = imprison
gevangen zetten, opsluiten = imprison
gevangene = prisoner
gevangenis = gaol, jail, prison
gevangenis, nor, kerker = gaol
gevangenis, nor, kerker = jail
gevat = witty, lively
gevecht = scuffle, battle
geveinsd = hypocritical, underhanded
geveinsd, slinks, onoprecht = underhanded
gevel = battlefront, façade, frontage, facade
gevel, façade, voorgevel, pui, voorpui = façade
gevest = knob
gevestigd = stable, firm
gevestigd zijn = dwell, live
gevestigd, vast, stevig, hecht = firm
gevoeglijk = appropriately
gevoeglijk, op de juiste wijze = appropriately
gevoel = sentiment, feeling
gevoel = feeling
gevoel, sentiment, gevoeligheid = sentiment
gevoelig = sensitive, impressible, delicate, refined
gevoelig, delicaat, kies, iel, fijn = refined
gevoelig, ontvankelijk, receptief = sensitive
gevoeligheid = sentiment
gevogelte = fowl, birds, poultry
gevogelte = fowl
gevogelte = poultry
gevolg = consistency, consequence, train, suite
gevolg = suite
gevolg = train
gevolgtrekking = conclusion, inference
gevolgtrekking, conclusie = conclusion
gewaad = garment, costume
gewaad, klederdracht, costuum, dracht = costume
gewaad, kledingstuk = garment
gewaagd = hazardous, risky
gewaarwording = emotion
gewaarwording, aandoening = emotion
gewag maken van = mention
gewag maken van, noemen, vermelden = mention
gewas = vegetation, plant
gewas, plant = plant
geweer = rifle, gun
geweer, roer = rifle
geweifel = hesitation, wavering
geweifel, aarzeling, hapering = hesitation
geweld = violence
geweld aandoen = overpower
geweld aandoen, overmeesteren = overpower
geweldenaar = tyrant
geweldg = titanic
geweldg, titanisch = titanic
geweldig = colossal, immense
geweldpleging = violence
geweldpleging, geweld = violence
gewelf = vault
gewelf, bol = vault
gewend zijn = accustom
gewend zijn, plegen, gewoon zijn = accustom
gewest = region
gewest, gebied, streek, regio = region
gewestelijk = provincial, regional
gewestelijk, provinciaal = provincial
geweten = conscience
gewetensvol = conscientious
gewetensvol, consciëntieus = conscientious
gewettigd = legal
gewettigd, wettelijk, wettig, legaal = legal
gewezen = ex-
gewicht = aplomb, self-assurance, weight
gewicht = weight
gewicht, aplomb, zelfbewustheid = aplomb
gewicht, aplomb, zelfbewustheid = self-assurance
gewichtloosheid = weightlessness
gewiekst = cunning, sly, smart
gewijd = sacred, holy
gewijd, heilig, sacraal, geheiligd = holy
gewillig = willing
gewillig, vrijwillig = willing
gewin = profit
gewis = certain, sure
gewis, zeker, vast, stellig = certain
gewis, zeker, vast, stellig = sure
gewond = injured
gewoon = customary, accustomed, usual, wonted, everyday
gewoon zijn = accustom
gewoon, gebruikelijk = accustomed
gewoon, gebruikelijk = usual
gewoonlijk = ordinarily, usually
gewoonlijk = ordinarily
gewoonlijk = usually
gewoonte = custom, way
gewoonte, gebruik, usance = custom
gewricht = joint
gewrocht = product
gewrongen = artificial
gezag = glamor, prestige, glamour, authority
gezag, prestige, autoriteit = glamour
gezaghebbend = authorative
gezang = song
gezang, zang, lied = song
gezangboek = songbook
gezangboek, gezangbundel, zangboek = songbook
gezangbundel = songbook
gezant = envoy, messenger, ambassador, emissary
gezegde = expression
gezellig = homy, intimate
gezet = stout
gezet, zwaarlijvig, corpulent = stout
gezicht = vision
gezicht, visioen, droombeeld = vision
gezichten trekken = grimace
gezichtseinder = horizon
gezichtspunt = viewpoint
gezien = dear
gezin = family
gezin, huisgezin, huis, familie = family
gezind = inclined
gezond = healthy
gezond van lijf en leden = able-bodied
gezond, fit, valide = healthy
gezondheid = well-being, health
gezondheid = health
gezwel = tumour, tumor
gezwel, tumor = tumor
gezwind = rapid, swift, quick
gezwind, haastig, gauw, spoedig, snel = rapid
Ghana = Ghana
Ghanees = Ghanaian
gibbon = gibbon
Gibraltar = Gibraltar
gids = guide-book, handbook, guidebook
gidsboek = handbook, guide-book, guidebook
gidsboek, reisgids, gids, vademecum = guidebook
gidsboek, vademecum, gids, reisgids = handbook
Giekerk = Giekerk, Gytsjerk
Giekerk = Giekerk
Giekerk = Gytsjerk
gier = muck-water
gieren = fertilize, shout, whistle
gieren, bemesten, mesten = fertilize
gierig = miserly, avaricious, stingy
gierig, pinnig, hebzuchtig, inhalig = avaricious
gierst = millet
gieteling = blackbird
gieten = irrigate, pour
gieter = watering-can
gietvorm = matrix
gietvorm, matrix, matrijs = matrix
gift = gift
gift, cadeau, geschenk, donatie = gift
giftig = poisonous
gigantisch = gigantic, immense, huge
gigantisch, enorm, geweldig = immense
gigantisch, reusachtig = huge
gijzelaar = hostage
gijzelaar, garant = hostage
gil = scream
gilde = corporation
Gilgamesj = Gilgamesh
gillen = yell
gillen, bulderen, blèren, brullen = yell
ginds = there, yonder
ginds, aldaar, daar, er, daarginds = there
ginds, er, aldaar, daarginds, daar = yonder
ginnegappen = sneer
gips = gypsum
giraffe = giraffe
gireren = endorse
gireren, endosseren, wenden = endorse
giro = endorsement
gispen = reprove, reproach
gissen = surmise, conjecture, guess
gissen, vermoeden = surmise
gissing = guesswork
gist = leaven, yeast
gist = leaven
gist = yeast
gisten = ferment
gisteren = yesterday
gitaar = guitar
glacé = icing
glad = slippery
glad, ongrijpbaar, glibberig = slippery
glanzen = shine, glaze
glanzend = bright, brilliant
glanzend, lumineus, briljant = brilliant
glas = glass
glaswaar = pane
glaswaar, vensterruit, glaswerk = pane
glaswerk = pane
glazuren = glaze
gletsjer = glacier
gleuf = slot
glibberig = slippery
glijmiddel = skate
glimlachen = smile
glimmer = mica
globe = worldglobe
globe, aardbol, wereldbol = worldglobe
gloed = heat, passion, vivacity, verve
gloed, spirit, sappigheid, pittigheid = verve
gloed, vuur = heat
gloed, vuur = passion
gloeien = glow
gloeiend = ardent, ablaze, hot
gloeiend, verzendend, vurig, verterend = ardent
gloeiend, vurig, verterend, verzendend = ablaze
gloeilamp = bulb
glooiend = sloping
glooiing = acclivity, hillside, slope
glooiing, helling = hillside
gloren = flash
glorie = glory
glorierijk = glorious
glorieus = glorious
glossarium = glossary
glosse = gloss
glosse, kanttekening = gloss
gnoe = wildebeest, gnu
gnoe, wildebeest = wildebeest
gnoom = goblin, brownie, gnome
gnoom, aardmannetje = brownie
gnoom, aardmannetje = goblin
God = God
goddelijk = divine
godgeleerdheid = theology
godheid = god
godheid, god = god
godlasteren = cuss, swear, curse, blaspheme
godlasteren, vloeken, ketteren = blaspheme
godlasteren, vloeken, ketteren = cuss
godloochenarij = atheism
godloochenarij, atheïsme = atheism
godsdienst = religion
godsdienstig = pious, religious
godsdienstoefening = service
godverdomme = damn
godvrezend = pious
godvrezend, godsdienstig, devoot = pious
goed = OK, okay, estate, O.K., good, well, correct, ranch
goed staan = become
goed, nu goed = OK
goed, nu goed = well
goed, okay, okee = okay
goedaardig = unimportant, good-hearted, benign
goedaardig = good-hearted
goedaardig, onschuldig = benign
goede gezondheid = well-being
goede gezondheid, gezondheid, wel = well-being
goederen = goods, cargo
goederen, carga, lading = cargo
goedertieren = lenient
goedertieren, schappelijk, lankmoedig = lenient
goedgeefs = generous
goedgehumeurd = gay, merry
goedgeluimd = merry, gay
goedgeluimd, goedgehumeurd = gay
goedgeluimd, goedgehumeurd = merry
goedgezind = favourable, advantageous
goedgezind, toegenegen, gunstig = advantageous
goedgezind, toegenegen, gunstig = favourable
goedheid = goodness
goedje = substance
goedkeuren = approve
goedkoop = cheap, inexpensive
goedkoop = cheap
goedkoop = inexpensive
goedmaken = compensate
goeduitziend = good-looking
goedvinden = consent, permission
Gog = Gog
golf = gulf, golf
golf, golfspel = golf
golfslag = billow
golfspel = gulf, golf
golfspel, golf, inham, bocht, boezem = gulf
Golgotha = Golgotha, Calvary
Golgotha = Calvary
Golgotha = Golgotha
Goliath = Goliath
golven = undulate
gom = eraser
gom, gummi = eraser
gommen = erase
gommen, met gom bestrijken = erase
gonorroe = gonorrhea
gonzen = buzz, hum
goochelaar = magician
gooien = throw, toss
gooien, opgooien = toss
goor = stale
gordel = belt, girdle
gorden = gird
gorden, aangespen, aangorden, omgorden = gird
Gordiaans = Gordian
gordijn = curtain
gorgelen = rinse, gargle
gorgelen, afspoelen, spoelen = gargle
gorgelen, afspoelen, spoelen = rinse
gorilla = gorilla
Gorinchem = Gorcum, Gorinchem
Gorinchem, Gorkum = Gorcum
Gorinchem, Gorkum = Gorinchem
Gorkum = Gorcum, Gorinchem
gortig = stale
Gotenburg = Gothenburg
Gotisch = Gothic
gotisch lettertype = fracture
gotisch, Gotisch = Gothic
Gouda = Gouda
gouden = gold, golden
goudkleurig = gold-coloured
goudlelie = amaryllis
goudvis = goldfish
goulash = stew, goulash
goulash = goulash
goulash = stew
gouvernante = governess
gouvernement = province, government
gouvernement = province
gouvernement, regering, overheid = government
gouw = district
graad = rank, degree, heading, grade
graad, mate, trap = grade
graad, stand, status, rang = rank
graaf = earl
graafschap = county
graag = willingly
graagte = appetite
graagte, eetlust, hongerigheid, trek = appetite
Graal = Grail
gracht = ditch, pit, hole, channel, canal
gracieus = graceful
gracieus, bevallig, sierlijk = graceful
graf = grave, tomb
grafiek = graphics
grafiek, grafische kunst = graphics
grafische kunst = graphics
gram = gramme, gram
gram = gram
gram = gramme
grammatica = grammar
grammatica, spraakleer, spraakkunst = grammar
grammofoon = phonograph, record-player
grammofoon = phonograph
grammofoon = record-player
grammofoonplaat = disc, disk, record
gramschap = anger
gramschap, boosheid, toorn = anger
granaat = grenade
granaatappel = pomegranate
granaatkartets = shrapnel
granaatkartets, shrapnel = shrapnel
grandioos = magnificent, grand, superb, grandiose
grandioos, groots, overweldigend = superb
granieten = granite
grap = joke
grapefruit = grapefruit
grapefruit, pompelmoes = grapefruit
grappig = comical, comic
grappig, koddig, komisch, moppig = comic
gras = grass
grasland = meadow
grasland, weiland, beemd, weide, wei = meadow
grasmaand = April
grasmaand, april = April
grasmat = lawn
grasveld = lawn
Gratie = Grace
grauw = rabble, gray, riff-raff, grey
graveerwerk = engraving
gravel = gravel, grit
graven = spade
graveren = engrave
graveren, griffen = engrave
gravure = engraving
grazen = graze
grazen, weiden = graze
Grebbe = Grift, Grebbe
Grebbe, Grift = Grebbe
Grendel = Grendel
grendelen = bolt
grendelen, afgrendelen = bolt
grens = frontier, boundary
grens, perk = frontier
grenskantoor = custom-house
grenskantoor, douanekantoor = custom-house
grenzen aan = adjoin, abut
greppel = pit, hole, ditch
gretig = avid, greedy
Griekenland = Greece
Grieks = Greek
Griekse y = Y
Griekse y, ypsilon = Y
griep = influenza, flu
griep, influenza = flu
griet = rhombus
grieven = vex
grieven, bedroeven, ergeren = vex
grievend = abusive
griezelig = grisly, macabre, eerie
griezelig, eng = macabre
griffel = stylus
griffel, etsnaald, schrijfstift = stylus
griffen = engrave
Grift = Grift, Grebbe
Grift, Grebbe = Grift
grijnslachen = sneer
grijnslachen, spotlachen, ginnegappen = sneer
grijnzen = grimace
grijnzen, gezichten trekken = grimace
grijpen = grip, grab, seize, grasp, clutch
grijpen, bemachtigen = clutch
grijpen, bemachtigen, aangrijpen = seize
grijs = grey, gray
grijs, grauw = gray
grijs, grauw = grey
gril = whim, caprice
grillig = capricious, grotesque, fantastic, fitful
grillig, nukkig, onberekenbaar = capricious
grimmig = grim
grind = gravel, grit
grind, gravel, gruis, steengruis = grit
grip = adhesion
grip, adhesie = adhesion
groef = pit, hole, ditch
groef, gracht, kuil, groeve, greppel = hole
groei = growth
groei, ontwikkeling, wasdom = growth
groeien = vegetate
groeien, vegeteren = vegetate
groen = inexperienced, green
groen = green
Groenland = Greenland
Groenlander = Greenlander
groente = vegetable
groep = bevy, collection, group
groep, groepering = group
groep, kudde, schare, hoop, drift = bevy
groepering = group
groet = greeting
groeten = greet, salute
groeten, begroeten = greet
groeten, begroeten = salute
groeve = hole, grave, pit, ditch, tomb
groeve, gracht, greppel, groef, kuil = pit
groeve, graf = grave
groeve, graf = tomb
groeve, greppel, gracht, kuil, groef = ditch
Groezië = Georgia
Groezië, Georgië = Georgia
Groeziër = Georgian
Groeziër, Georgiër = Georgian
grof = crude, everyday, coarse, rough, raw
grof, bot, onbewerkt, onbehouwen, cru = raw
grol = joke
grommen = bleat, neigh, bellow
grommen, brullen, blaten, balken = bleat
grond = basis, soil, ground, bottom
grondbeginsel = principle
gronden = base
gronden, baseren = base
grondgebied = territory
grondig = thoroughgoing, thoroughly, radically, radical
grondig, radicaal = radically
grondig, radicaal = thoroughly
grondslag = basis
grondslag, basis, grond, base = basis
grondstelling = axiom
grondstelling, axioma = axiom
grondstof = data
grondstof, materieel, materiaal = data
grondvesten = found
grondwet = constitution
grondwet, constitutie = constitution
grondwettelijk = constitutional
grondwettelijk, constitutioneel = constitutional
Groningen = Groningen
groot = large, spacious, wide, lanky, big, vast
groot = big
groot = large
grootbrengen = educate
Groot-Brittannië = Britain
Groot-Brittannië, Brittannië = Britain
grootheid = quantity
grootje = granny
grootje, oma = granny
grootmeester = maestro
grootmoeder = grandmother
grootmoedig = magnanimous
grootmoedig, edelmoedig = magnanimous
Groot-Mokum = Amsterdam
groots = grandiose, magnificent, superb, grand
groots, grandioos, overweldigend = grand
groots, grandioos, overweldigend = grandiose
grootte = dimension, size, extend, bulk
grootte, bestek, omvang = dimension
grootvader = grandfather
groschen = groschen
grot = cavern, grotto, cave, den
grot = cave
grot = grotto
grot, holte, hol, spelonk, krocht = cavern
Grote Oceaan = Pacific
grote stad = city
grote waterval = cataract
grote waterval, staar = cataract
grote weg = highway
grotendeels = mostly
grotesk = grotesque
grotesk, grillig, potsierlijk = grotesque
Grouw = Grou, Grouw
Grouw = Grou
Grouw = Grouw
gruis = grit, gravel
gruis, gravel, steengruis, grind = gravel
gruiswal = moraine
gruizelen = crumble
gruizelen, afbrokkelen = crumble
gruwel = horror, atrocity, abomination, abhorrence
gruwel, gruweldaad, verschrikking = horror
gruwel, verschrikking, gruweldaad = abhorrence
gruweldaad = atrocity, horror, abomination, abhorrence
gruweldaad, verschrikking, gruwel = abomination
Guatemala = Guatemala
Guatemalteeks = Guatemalan
Guinea = Guinea
Guinees biggetje = guinea-pig
Guinees biggetje, cavia = guinea-pig
guirlande = wreath, garland
guitig = jocular, playful
guitig, snaaks = jocular
gul = generous
gulden = gold, gulden, golden, guilder
gulden = guilder
gulden = gulden
gulden, gouden = gold
gulden, gouden = golden
gummi = eraser
gunning = tender
gunning, aanbesteding = tender
gunst = favor, favour
gunst, begunstiging, genadigheid = favour
gunst, genadigheid, begunstiging = favor
gunstig = favourable, advantageous
guur = abrasive, sharp, lurid
guurheid = sharpness
gymnastiek = gymnastics
gyroscoop = gyroscope
ha = aha
haag = hedge
haag, heg, steg = hedge
Haags = Hague
haai = shark
haaibaai = shrew
haaibaai, furie, helleveeg, feeks = shrew
haakje = bracket, clamp, hook, staple, parenthesis
haakje, kramp, nietje, klamp = staple
haakje, slot, spang, agraaf = hook
haakjes = brackets, parantheses
haakjes = brackets
haakjes = parantheses
haaks = right-angle
haaks, loodrecht, recht, rechthoekig = right-angle
haal = streak
haan = rooster
haan van een vuurwapen = trigger
haar = she, its, her, hair, hairs, their
haar, haren = hairs
haar, hun = their
haar, hun, zijn = her
haar, zij, ze = she
haard = hearth, focus, firebox
haard, broeinest = firebox
haardos = hair
haardos, haar = hair
haardstede = fireplace, hearth
haardstede, schoorsteen, schouw = fireplace
haarkloven = haze, quibble
haarkloven, bedillen = haze
haarkloven, bedillen = quibble
haarklover = hair-splitter, nit-picker, niggler
haarklover, muggezifter = hair-splitter
haarklover, muggezifter = niggler
haarklover, muggezifter = nit-picker
haarkloverij = hair-splitting
haarkloverij, muggezifterij = hair-splitting
Haarlem = Haarlem, Harlem
Haarlem = Haarlem
Haarlem = Harlem
haas = hare
haast = haste, soon, almost, nearly
haast maken = hurry, rush
haast, haastigheid, ijl = haste
haastig = hastily, swift, quick, rapid, hurriedly, hurried
haastig, gehaast = hurried
haastig, inderhaast, gehaast = hastily
haastig, inderhaast, gehaast = hurriedly
haastig, snel, gezwind, gauw, spoedig = swift
haastigheid = haste
hachelijk = critical, dangerous
hachelijkheid = danger
hachelijkheid, gevaar = danger
hachje = life
hachje, leven = life
hagel = hail
hagelkorrel = hailstone
hagelkorrel, hagelsteen = hailstone
hagelsteen = hailstone
Haïti = Haiti
hakbijl = axe
hakbijl, bijl = axe
hakkelen = stutter, stammer
hakken = hack
hal = hall
half = half
halfdonker = twilight, dusk
halfdonker, schemer, schemerdonker = dusk
halfdonker, schemer, schemerdonker = twilight
halfrond = hemisphere
haliotis = abalone, haliotis
haliotis = abalone
haliotis = haliotis
hallo = hello, hey
hallo = hello
hallo? = hello?
hals = neck, knob
halsboord = collar
halsdoek = shawl
halsketting = necklace
halssnoer = necklace
halssnoer, collier, snoer, halsketting = necklace
halsstarrig = stubborn, obstinate
halsstarrig, hardnekkig, koppig = stubborn
halthouden = halt
ham = ham
Hamburg = Hamburg
hamburger = hamburger
hameren = hammer
hand = handshake
handdoek = towel
handdruk = handshake
handdruk, hand = handshake
handel = commerce, trading
handel drijven = trade
handel, koopmanschap, nering = commerce
handelaar = businessman, merchant
handelbaar = tractable, manageable
handelbaar, inschikkelijk = tractable
handeldrijven = negotiate, trading
handeldrijven, handel = trading
handelen = act, negotiate, trade
handelen volgens = follow, observe
handelen, handel drijven = trade
handelen, handeldrijven, zaken doen = negotiate
handeling = activity, action
handelsartikel = commodity, article
handelsartikel, artikel = article
handelsartikel, artikel = commodity
handelsfirma = company
handelshuis = company
handelshuis, handelsfirma, firma = company
handelswaar = wares, merchandise
handelswaar, koopwaar = wares
handig = dexterous, skillful, clever
handjevol = handful
handjevol, handvol = handful
handkar = cart, chariot
handkoffer = valise, suitcase
handkoffer, koffer, valies = valise
handpalm = palm
handschoen = glove, mitten
handschoen = glove
handschoen = mitten
handschrift = manuscript
handschrift, manuscript, kopij = manuscript
handtasje = handbag, hand-bag
handtekening = signature
handtekening, ondertekening = signature
handvat = handle, knob
handvest = charter
handvol = handful
handwerk = occupation, handicraft, handiwork
handwerk = handiwork
handwerk, beroep, ambacht = occupation
handwortel = wrist
hanengevecht = cockfight
hangen = droop, hang
hangen = droop
hangen = hang
hang-glider = hang-glider
hangkast = wardrobe, clothes-press
hangkast, kleerkast = clothes-press
Hannibal = Hannibal
Hannover = Hanover
Hanoi = Hanoi
hansworst = buffoon, jester
hansworst, harlekijn, clown = jester
hanteren = manipulate
Hanze = Hanse
hap = mouthful, morsel
hap, mondvol = morsel
haperen = malfunction
hapering = wavering, hesitation
happen = bite
happen, knauwen, bijten, beitsen = bite
happig = greedy, avid
happig, begerig, belust, gretig = avid
hard = hard, quickly, swiftly, severe, loud, strict
hard = hard
hard, luid = loud
Hardegarijp = Hurdegaryp, Hardegarijp
Hardegarijp = Hardegarijp
Hardegarijp = Hurdegaryp
harden = harden, temper
harden, temperen, stalen = harden
harden, temperen, stalen = temper
hardhandig = coarse
hardheid = harshness, hardness
hardlijvig = constipated
hardlijvig, verstopt = constipated
hardloper = runner
hardnekkig = stubborn, obstinate
hardop = loudly
hardvochtigheid = harshness
hardvochtigheid, hardheid = harshness
harem = harem
haren = hairs
harig = hairy, shaggy
harig, ruig, ruigharig = shaggy
harig, ruigharig, ruig = hairy
haring = herring
haring, zeebanket = herring
harken = rake
Harkov = Kharkov
harlekijn = jester, buffoon
harmonie = harmony
harmoniëren = harmonize
harmoniëren, bijeenpassen = harmonize
harmonika = harmonica
harmonika, mondharmonika, accordeon = harmonica
harmonikaspeler = accordionist
harmonisch = harmonious
harnas = armor, armour
harp = harp
hars = resin
hart = heart
hart- = cardiac
hartelijk = hearty, cordial
hartelijk, innig = hearty
hartgrondig = whole-hearted
hartstocht = lust
hartstochtelijk = passionate
hartsvanger = cutlass
hartzeer = affliction
hasj = hashish
hasjiesj = hashish
hasjiesj, hasj = hashish
hatelijk = mischievous, malicious, vicious
hatelijk, boosaardig, kwaadaardig = vicious
haten = hate
Havanna = Havana
haven = harbour, port, harbor
haven = harbor
haven = harbour
haven = port
havenen = spoil, injure
haver = oats
havik = hawk
Hawaii = Hawaii
Hawaiiaans = Hawaiian
hazelnoot = hazelnut
hazewind = greyhound
hazewind, hazewindhond, windhond = greyhound
hazewindhond = greyhound
H-bom = H-bomb
H-bom, waterstofbom = H-bomb
hé = hey
hè = whether
hé daar = hey
hé, hallo, zeg, hé daar = hey
hè, of, hetzij = whether
hebbelijkheid = habit, trick
hebben = have
Hebreeër = Jew
Hebreeër, jood = Jew
Hebreeuws = Jewish, Hebrew
Hebreeuws, joods = Hebrew
Hebreeuws, joods = Jewish
Hebriden = Hebrides
hebzuchtig = stingy, miserly, avaricious
hebzuchtig, pinnig, inhalig, gierig = miserly
Hecate = Hecate
hecht = sturdy, stable, firm, robust
hecht, fors, potig, ferm, robuust = sturdy
hechten = suture
hectoliter = hectolitre
Hector = Hector
heden = to-day, today
heden, vandaag = to-day
heden, vandaag = today
heel = integer, completely, entirely, wholly, fully, very
heel, geheel = integer
heel, volkomen, totaliter = completely
heelal = cosmos, universe
heelal, universum, schepping = universe
heelkunde = surgery
heelmeester = surgeon
heelmeester, chirurg = surgeon
heen = away
heer = gentleman
heer, gentleman = gentleman
Heerenveen = Heerenveen, Hearrenfean
Heerenveen = Hearrenfean
Heerenveen = Heerenveen
heerlijk = delightful, delicious
heerlijk, betoverend, beeldig = delightful
heerlijk, kostelijk, overheerlijk = delicious
heerschaar = army
heerschaar, leger, legermacht = army
heerschappij = reign, rule, control, power
heerschappij, macht, mogendheid = power
hees = hoarse
heester = bush, shrub
heester, struik = bush
heester, struik = shrub
heet = hot
heethoofdig = hot-headed
hefboom = crowbar, crow-bar
hefboom, spaak, koevoet = crowbar
heffen = lever
heft = knob
heft, hals, handvat, gevest, knop = knob
heftigheid = impetus
heg = hedge
heide = heath
heiden = idolator
heidens = pagan
heideveld = heath
heideveld, heide = heath
heiho = ahoy
heiig = misty, fuzzy
heilig = holy, sacred
heilige = saint
heiligen = sanctify
heimwee = homesickness, nostalgia
heimwee = homesickness
heimwee = nostalgia
heining = fence, barrier
hek = barrier, grill, fence, grid
hek, afsluiting, heining, barrière = fence
hekel = aversion, dislike
hekel, afkeer, tegenzin, antipathie = dislike
heks = witch
heksen = bewitch
hel = clear, hell
hel = hell
helaas = unfortunately, alas, regrettably
held = hero
helder = distinct, serene, untroubled, pure, acute, clearly
helder, duidelijk = clearly
helder, uitgesproken, klaar = distinct
helderheid = cleanliness, purity
helderheid, kuisheid, zindelijkheid = purity
heldhaftig = heroic
heldhaftig, heroïsch = heroic
heldin = heroine
helemaal = wholly
helemaal, heel, finaal = wholly
helen = recover, remedy, heal
Helena = Helen
helend = medical
helend, medicinaal, geneeskundig = medical
Hellas = Hellas
Helleens = Hellenian, Hellenic
Helleens = Hellenian
Helleens = Hellenic
hellen = stoop
hellend = sloping
helleveeg = shrew
helling = hillside, acclivity, slope
helling, glooiing = acclivity
helling, glooiing = slope
helm = helmet
helpen = assist, help
helpen, assisteren, bijstaan = assist
helper = assistent, helper, assistant, aid
hels = infernal
Helsinki = Helsinki
Helvetië = Helvetia
Helvetiër = Helvetian
hem = he, him
hemd = vest
hemel = sky, heaven
hemel- = heavenly, celestial
hemel-, hemels = celestial
hemels = celestial, heavenly
hemels, hemel- = heavenly
hemelvuur = lightning
hemisfeer = hemisphere
hemisfeer, halfrond = hemisphere
hen = they
hen, ze, zij, hun = they
Henegouwen = Henegovia
hengelsnoer = line
hengsel = handle
hepatitis = hepatitis
her- = re-
Hera = Hera
herberg = hostel, tavern, inn
herberg, uitspanning = tavern
herbergzaam = hospitable
Hercules = Hercules, Heracles
Hercules = Heracles
Hercules = Hercules
herdenkingsdag = anniversary
herdenkingsdag, gedenkdag, verjaardag = anniversary
herder = shepherd
herdruk = reprint
heremiet = hermit
heremiet, kluizenaar = hermit
herendienst = serfdom, servitude
herendienst, lijfeigenschap = servitude
herenhuis = mansion
herenknecht = lackey
herenknecht, lakei = lackey
herenvest = waistcoat
herenvest, vest = waistcoat
herfst- = autumn
herfst-, najaars- = autumn
herfstmaand = September
hergeven = return
hergeven, reproduceren, teruggeven = return
herhaaldelijk = repeatedly
herhaaldelijk, meermaals = repeatedly
herhalen = repeat
herhalen, nazeggen = repeat
herhaling = repetition
herhaling, repetitie = repetition
herinneren = remind
herinnering = recollection, memory
herkauwer = ruminant
herkennen = recognise
herkomst = origin
herleiden = reduce
Hermes = Hermes
Hernhutter = Moravian
heroïne = heroin
heroïsch = heroic
heros = hero
heros, held = hero
herpes = herpes
herrie = ado, din, noise, tumult, riot
herrie, leven, rumoer, ophef, lawaai = ado
herrie, rel, roerigheid, getier = riot
herrie, rel, roerigheid, getier = tumult
hersenen = brain
hersenen, brein, hersens = brain
hersens = brain
hersenschim = chimera
hersenschimmig = chimerical
hersenschimmig, ingebeeld = chimerical
herstellen = repair
hert = deer
hertog = duke
hervormen = reform
Hervorming = Reformation
Hervorming, Reformatie = Reformation
herzien = revise
hes = overalls, smock
hes, kiel, boezeroen = smock
Hesperus = Hesperus
Hestia = Hestia
het = the, it
het = it
het doen = work, function, operate
het eens zijn = agree, consent
het eens zijn, overeenstemmen = agree
het eens zijn, toegeven, goedvinden = consent
het gevolg zijn van = come, originate, result
het gevolg zijn van, afstammen = come
het gevolg zijn van, afstammen = originate
het gewicht bepalen = weigh
het gewicht bepalen, wegen, afwegen = weigh
het haar wassen = shampoo
het hare = hers
het hare, de hare = hers
het hof maken = court, woo
het hof maken, scharrelen, vrijen = court
het hoofd bieden = confront, face
het hoofd bieden = confront
het hoofd bieden = face
het hunne = theirs
het jouwe = yours
het jouwe, de jouwe = yours
het juk opleggen = yoke
het maken = fare
het mijne = mine
het onze = ours
het onze, de onze = ours
het uiterlijk hebben van = look
het uiterlijk hebben van, er uitzien = look
het veld ruimen = relinquish, cede, yield
het veld ruimen, afstaan = yield
het verdommen = refuse
het volgende = yen
het zijne = his
het zijne, de zijne = his
heten = call
hetgeen = what
hetgeen, dat, wat = what
hetwelk = which, who
hetwelk, wie, dat, welke, welk, die = who
hetwelk, wie, die, dat, welke, welk = which
hetzij = whether
heugenis = memory, recollection
heuglijk = memorable
heul = consolation
heul, vertroosting, troost = consolation
heup = hip
hexadecimaal = hexadecimal
hexadecimaal, zestientallig = hexadecimal
hibiscus = hibiscus
hiel = heel
hier = here, hither, behold
hier of daar = somewhere, anywhere
hier of daar, ergens = anywhere
hier of daar, ergens = somewhere
hier, hierheen = here
hierbij = herewith
hierheen = hither, here
hierheen, hier = hither
hiernaast = nearby
hiernaast, ernaast, daarnaast = nearby
hiervandaan = hence
hiervandaan, vanhier = hence
hierzo = behold
hij = him, he
hij, hem = he
hij, hem = him
hijsblok = pulley
hijsblok, blok, katrol, schijf = pulley
hijsen = hoist
hijsen, ophijsen = hoist
hijskraan = halyard, crane
hijskraan = halyard
hijskraan, kraan = crane
hikken = hiccough, hiccup
hikken = hiccough
hikken = hiccup
hilariteit = laughter
Hilversum = Hilversum
Himalaya = Himalayas
hinder = embarrassment, abashment, perplexity
hinderen = disturb, bother
hinderen, storen, belemmeren = disturb
hinderlaag = snare
hinderlijk = troublesome
hindernis = obstacle
hinderpaal = obstacle
hinderpaal, beletsel, hindernis = obstacle
hindoeïstisch = Hindu, Hindoo
hindoeïstisch = Hindoo
hindoeïstisch = Hindu
hinkelen = hop
hinken = limp
hinkend = lame
hinniken = whinny
Hippocrates = Hippocrates
Hispaniola = Hispaniola
historie = history
hobby = hobby, sideline
hobby = hobby
hobby = sideline
hobo = oboe
hockey = hockey
hoe = how, as, like
hoe = how
hoe, bij wijze van, voor, als, tot = like
hoe? = how?
hoed = hat
hoef = hoof
hoefblad = coltsfoot
hoefijzer = horseshoe
hoek = angle
hoekig = gaunt
hoekvormig = gaunt
hoekvormig, hoekig = gaunt
hoenderhok = coop
hoer = whore, hooker
hoer, lichtekooi, prostituée = whore
hoera = hurray
hoera roepen = cheer
hoerenkast = brothel
hoeri = houri
hoesten = cough
hoeveelheid = quantity
hoeveelheid, boel, sterkte, grootheid = quantity
hoeven = need, require
hoewel = although, though
hoezo = why
hoezo, waarom = why
hoezo? = why?
hof = courtyard, garden
hof, tuin = garden
hoffelijkheid = politeness
hofmeester = purser
hogeschool = academy
hok = sty, pen
hok = pen
hok = sty
hol = den, void, concave, cavern, cavity, empty, hollow
hol, ingevallen = hollow
hol, ledig, lens, loos, leeg = empty
Holland = Holland
Hollander = Hollander, Dutchman
Hollander = Dutchman
Hollander = Hollander
Hollands = Dutch
holte = cavern, cavity, den
holte, uitholling, hol = cavity
Homerus = Homer
hommel = bumblebee
homo = homosexual
homofiel = homosexual
hond = dog
honde- = canine
honden- = canine
honden-, honde- = canine
honderd = hundred
honds = gruff, surly, rude, unkind, unpleasant, brutal
honds, nurks, bars, nors, onaardig = unkind
hondsdol = rabid
hondsdolheid = rabies, hydrophobia
hondsdolheid, waterschuwheid = hydrophobia
hondsgras = couch-grass
hondsgras, kweekgras, kweek = couch-grass
hondsheid = impertinence
hondsheid, vrijpostigheid, brutaliteit = impertinence
Honduras = Honduras
Hondurees = Honduran
honen = mock
Hong Kong = Hongkong
Hongaars = Hungarian
Hongarije = Hungary
honger = hunger
hongerig = hungry
hongerigheid = appetite
Hongkong = Hongkong
Hongkong, Hong Kong = Hongkong
honing = honey
honingbij = bee
honingbij, bij = bee
honk = purpose, goal
hoofd = header, pate, superscription
hoofd- = arch-, main, predominant, principal, chief-
hoofd der school = headmaster
hoofd, opschrift = superscription
hoofd, rubriek = header
hoofd-, voornaamste = main
hoofd-, voornaamste = principal
hoofdelijk = individual
hoofdelijk, individueel = individual
hoofdkussen = pillow
hoofdkwartier = headquarters
hoofdonderwijzer = headmaster
hoofdonderwijzer, hoofd der school = headmaster
hoofdpijn = headache
hoofdstad = metropolis
hoofdstad, metropolis, metropool = metropolis
hoofdstuk = chapter
hoofdstuk, chapiter, kapittel = chapter
hoog = tall, high, lofty
hoog, verheven = high
hoog, verheven = lofty
hoogbejaard = elderly
hoogbejaard, bedaagd = elderly
hoogheid = excellency
hoogheid, eerwaarde, majesteit = excellency
Hooglander = Highlander
Hooglied = Canticles
hoogst = most
hoogte = height, altitude
hoogte = height
hoogtegrens = ceiling
hoogtegrens, plafon, plafond = ceiling
hoogtepunt = zenith, acme
hoogtepunt, toppunt = acme
hoogtepunt, zenit = zenith
hooi = hay
hooiberg = haystack
hooiberg, hooimijt, opper = haystack
hooimaand = July
hooimijt = haystack
hoop = crowd, pile, bevy, multitude, mass, collection
hoorn = horn, earphone
hoorn = horn
hopelijk = hopefully
hopen = hope
hopman = captain
horde = horde, troop
horde, bende = horde
horde, bende = troop
horen = befit, must, hear, should
horige = serf
horizon = horizon
horizontaal = horizontal
horizontaal, waterpas, platliggend = horizontal
horloge = wrist-watch, watch
horloge, polshorloge = watch
horloge, polshorloge = wrist-watch
horlogemaker = watchmaker
horlogemaker, klokkenmaker = watchmaker
horoscoop = horoscope
hortend = intermittent
Horus = Horus
hospitaal = hospital
hospitaal, gasthuis, ziekenhuis = hospital
hotel = hotel
houden van = love
houden voor = believe, deem
houden voor, menen, geloven = believe
houder = holder, socket
houder, schede, foedraal = socket
houding = position, attitude, deportment, behaviour
houding = attitude
houding, gedrag, wandel = behaviour
houding, stand, positie = position
houri = houri
houri, hoeri = houri
hout = wood, timber
hout = timber
hout = wood
houterig = rigid
houtmijt = woodpile
houtskool = charcoal
houw = blow
houweel = pick-axe
houwen = hit, hack, strike
houwen, kappen, hakken = hack
hovenier = gardener
huichelaar = hypocrite
huichelachtig = hypocritical
huichelen = dissemble
huid = skin, hide
huif = tent
huik = cowl
huilen = weep, howl
huis = family, house
huis- = domesticated, house-
huis- = domesticated
huis- = house-
huiselijk = homy
huiselijk, gezellig = homy
huisgezin = family
huishoudster = housekeeper
huisje = stand, cottage
huisje, schuur, keet, kraam, loods = stand
huisjesslak = snail
huiskamer = living-room, sitting-room
huisonderwijzeres = governess
huisonderwijzeres, gouvernante = governess
huisraad = furniture
huisraad, ameublement, inboedel = furniture
huisschilder = painter
huisvrouw = housewife
huisvrouw, vrouw des huizes = housewife
huiswaarts = home
huiswaarts, naar huis = home
huiveren = tremble, quiver, shiver
huiveren, rillen, beven, bibberen = shiver
huizen = live, dwell
hulde = homage
hulde, eed van trouw, eerbetoon = homage
huldigen = honor, honour
huldigen, vereren, eren = honour
hullen = envelop
hulp = helper, aid, assistent
hulp- = auxilary
hulp, helper, assistent = assistent
hulpeloos = helpless
hulpmiddelen = apparatus, device, set
hulpmiddelen, inrichting, apparaat = device
hulpmiddelen, inrichting, apparaat = set
hulpvaardig = helpful
hulst = holly
humaan = humane
humanist = humanist
humeur = humor, humour
humeur, humor, gemoedsgesteldheid = humor
humor = humour, humor
humor, gemoedsgesteldheid, humeur = humour
humoristisch = humourous, humorous
humoristisch = humorous
humoristisch = humourous
humus = humus
hun = its, her, them, their, they
hunkeren = yearn
Hunze = Hunze, Oostermoersevaart
Hunze, Oostermoersevaart = Hunze
huren = hire, employ
hurken = squat, crouch, cower
hut = cottage, cabin, hut
hut, huisje = cottage
hut, stulp = hut
hutspot = pot-pourri, potpourri
hutspot = pot-pourri
hutspot = potpourri
huur = rent
huurder = renter, tenant
huurder = renter
huurder = tenant
huurrijtuig = cab
huwelijk = marriage, matrimony
huwelijk, echt, echtverbintenis = marriage
huwelijk, echtverbintenis, echt = matrimony
huwelijksaanzoek = proposal, offer
huwelijksaanzoek, aanzoek = offer
huwelijksaanzoek, aanzoek = proposal
huwelijksgift = dowry
huwelijksweken = honeymoon
Hydra = Hydra
hyena = hyaena, hyena
hyena = hyaena
hyena = hyena
hygiëne = hygiene
hygiënisch = hygienic
hymne = hymn, anthem
Hypnos = Hypnos
hypnose = hypnosis
hypnotiseren = hypnotize
hypnotiseur = hypnotist
hypocriet = hypocrite
hypotheek = mortgage
hypothese = hypothesis, supposition
hypothese, onderstelling = hypothesis
hypothetisch = hypothetical
hysterie = hysteria
hysterisch = hysterical
Iberisch = Iberian
ichneumon = mongoose
Idaard = Idaard, Idaerd
Idaard = Idaard
Idaard = Idaerd
ideaal = ideal
idealist = idealist
idee = idea
idee, benul, begrip, denkbeeld = idea
identiek = identical, same
identiek = identical
identiek, dito = same
identificeren = identify
identificeren, vereenzelvigen = identify
identiteit = identity
ideologie = ideology
idioom = idiom
idioom, taaleigen = idiom
idioot = idiot, idiotic
idioot = idiot
idioot = idiotic
idiotie = idiocy
idiotie, idiotisme = idiocy
idiotisme = idiocy
idylle = idyll
ieder = every, each, everyone
iedere = every, each, everyone
ieders = everyone's
iel = delicate, refined
iemands = someones
iemker = bee-keeper
iemker, bijenhouder, imker = bee-keeper
iep = elm
iep, olm = elm
Ieper = Ypres
Ier = Irishman
Ierland = Ireland
Iers = Irish
Ierse = Iriswoman
iets = something, anything
iets = anything
iets = something
iets actueels = topic
iets actueels, actualiteit = topic
iets betreurenswaardigs = pity
ietwat = rather
ijdel = vain, futile, conceited
ijdelheid = silliness, vanity
ijdelheid, frivoliteit = silliness
ijl = haste
ijs = ice, icecream
ijs- = icy
ijsberg = iceberg
ijsco = icecream, ice
ijsco, ijs, consumptie-ijs, ijsje = icecream
ijselijk = abominable, dreadful, alien, terrible, gruesome
ijselijk, afgrijselijk = abominable
ijselijk, afschuwelijk = alien
ijselijk, schrikaanjagend = dreadful
ijsje = icecream, ice
ijsje, ijsco, ijs, consumptie-ijs = ice
ijskoud = icy
IJsland = Iceland
IJslander = Icelander
IJslands = Icelandic
IJssel = Issel
ijsvogel = kingfisher
ijver = industry, fervour, fervor, zeal
ijverig = hardworking, diligent, industrious
ijverig, nijver, naarstig, vlijtig = diligent
ijverzuchtig = envious, jealous
ijzeren = iron
ijzersmid = smith
ijzig = icy
ijzig, ijskoud, ijs- = icy
ik = I
Ilias = Iliad
illumineren = illuminate, enlighten
illumineren, verlichten = enlighten
illumineren, verlichten = illuminate
illusie = illusion
illusies wekken bij = delude
illusoir = misleading
illustratie = illustration
illustratie, verluchting = illustration
illustreren = illustrate
im- = in-, im-, un-, dis-
im-, in-, on- = im-
im-, on-, in- = in-
Imhotep = Imhotep
imitatie = imitation
imiteren = imitate
imiteren, nabootsen, nadoen = imitate
imker = bee-keeper
immer = always
immers = surely
immigreren = immigrate
immoreel = abandonedly, abandoned
immoreel = abandonedly
immuun = immune
immuun, onvatbaar, resistent = immune
imperialisme = imperialism
imperialist = imperialist
imperium = empire
impliceren = imply
imponeren = impress
imponerend = imposing
imponerend, indrukwekkend = imposing
importeren = import
importeren, invoeren = import
impotent = impotent
impressionisme = impressionism
impressionist = impressionist
impuls = impulse
in = into, a, per, inside, within, in
in- = dis-, un-, in-, im-
in aanmerking komen = count
in aanmerking komen, meetellen = count
in allerijl = quickly, swiftly
in bad doen = bathe
in bad doen, baden, wassen = bathe
in beslag nemen = confiscate, absorb
in beslag nemen, opslorpen, absorberen = absorb
in bewaring geven = deposit
in de echt verbinden = marry, wed
in de echt verbinden, trouwen = marry
in de echt verbinden, trouwen = wed
in de lengte = lengthwise
in de lengte, daarlangs = lengthwise
in de mode = fashionable
in de mode, modieus, mode-, in zwang = fashionable
in de morgen = a.m.
in de plaats stellen van = substitute, replace
in de plaats stellen van, inboeten = substitute
in de schuld staan = owe
in de steek laten = forsake, betray
in de steek laten, laten merken = betray
in de steek laten, laten varen = forsake
in de war brengen = dishevel
in de war brengen, verfomfaaien = dishevel
in de week zetten = soak
in de week zetten, weekmaken, weken = soak
in dubio staan = doubt
in dubio staan, twijfelen, dubben = doubt
in een lijst zetten = frame
in een lijst zetten, inlijsten, vatten = frame
in een stemming brengen = tune
in een stemming brengen, stemmen = tune
in elkaar duiken = cower, crouch, squat
in elkaar duiken, hurken = cower
in elkaar duiken, hurken = crouch
in elkaar duiken, hurken = squat
in geen velden of wegen = nowhere
in gevaar brengen = endanger
in gloed staan = glow
in gloed staan, gloeien, blaken = glow
in het algemeen = generally
in het algemeen, doorgaans = generally
in het bijzonder = principally, mainly, especially, specially
in het bijzonder = principally
in het bijzonder, inzonderheid = mainly
in het bijzonder, inzonderheid = specially
in het bijzonder, inzonderheid, vooral = especially
in het buitenland = abroad
in het groot = wholesale
in het klein = detailed
in het midden van = amidst
in het midden van, medio, midden = amidst
in het net schrijven = finalize
in het net schrijven, fatsoeneren = finalize
in het rond = roundabout
in het water vallen = fail
in kokend water doen = scald
in naam = viz., namely
in omloop = about
in omloop zijn = circulate
in opstand komen = revolt
in optima forma = perfect
in orde = O.K., agreed
in orde, afgesproken, akkoord = agreed
in overeenstemming zijn = conform
in overvloed = abundantly
in overvloed aanwezig zijn = abound
in overvloed, ruimschoots, rijkelijk = abundantly
in pacht hebben = lease
in plaats daarvan = instead
in ruste = retired
in schijn = seemingly
in tegenspraak zijn met = contradict
in toenemende mate = increasingly
in verlegenheid brengen = embarrass
in verrukking brengen = delight
in verwachting raken = conceive
in verwachting raken, zwanger raken = conceive
in verzoeking brengen = tempt
in verzoeking brengen, bekoren = tempt
in weerwil van = despite, notwithstanding, defiantly
in weerwil van, niettegenstaande = defiantly
in zich opnemen = assimilate
in zich opnemen, assimileren = assimilate
in zijn eentje = singly
in zwang = fashionable
in, te, binnen, per = per
in, te, per, binnen = into
inademen = inhale
inademen, ophalen = inhale
inauguratie = inauguration
inauguratie, inwijding = inauguration
inaugureel = inaugural
inaugureren = inaugurate
inbeelding = imagination, chimera
inbeelding = chimera
inbeelding, verbeelding = imagination
inbegrepen = including, inclusively
inbinden = bind
inbinden, binden = bind
inblikken = can
inboedel = furniture
inboeten = substitute, replace
inboeten, in de plaats stellen van = replace
inboezemen = inspire
inboorling = aboriginal
inbreker = burglar
incarnatie = incarnation
incarnatie, vleeswording = incarnation
incest = incest
incident = opportunity, occurence
incident, gebeurtenis, gebeuren = occurence
incidenteel = accidental, random, chance
incidenteel, toevallig = accidental
incluis = including, inclusively
incluis, inclusief, inbegrepen = inclusively
inclusief = inclusively, including, inclusive
inclusief = inclusive
inclusief, inbegrepen, incluis = including
incompleet = incomplete
incompleet, onvolledig = incomplete
inconsequent = inconsistent
incubus = nightmare, incubus
indampen = evaporate
indelen = classify
inderdaad = indeed, actually, genuinly
inderdaad, feitelijk, metterdaad = indeed
inderdaad, metterdaad, waarachtig = actually
inderdaad, naar waarheid = genuinly
inderhaast = hastily, hurriedly
indertijd = formerly, ahead, previously
indexeren = index
India = India
Indiaas = Indian
indicatief = indicative
indicatief, aantonende wijs = indicative
indien = if
indien, wanneer, als, ingeval = if
indienen = introduce
indienen, uitvoeren, presenteren = introduce
indigestie = dyspepsia, indigestion
indigestie, slechte spijsvertering = dyspepsia
Indisch = Indonesian, Indian
Indisch, Indiaas = Indian
Indisch, Indonesisch = Indonesian
Indische vijgenboom = banyan
individueel = individual
Indo-China = Indo-China
indoen = enter, insert
indoen, insteken, steken = enter
Indo-europees = Indo-European
Indogermaans = Indo-Germanic
indompelen = dip, immerse
indompelen, indopen, soppen = dip
Indonesië = Indonesia
Indonesisch = Indonesian
indopen = dip
Indra = Indra
indruk = impression, effect
indruk maken op = impress
indruk maken op, imponeren = impress
indruk, effect = effect
indrukwekkend = imposing
Indus = Indus
industrie- = industrial
industrie-, industrieel = industrial
industrieel = industrial, industrialist
industrieel = industrialist
ineen = together
ineenkrimpen = shrink
ineenkrimpen, ineenkronkelen = shrink
ineenkronkelen = shrink
ineens = suddenly
ineens, plotseling, opeens = suddenly
ineenstorten = collapse
inenten = vaccinate, inoculate
inenten, oculeren, enten = inoculate
inenten, vaccineren = vaccinate
infaam = vile
infanterie = infantry
infecteren = infect
infecteren, besmetten, aansteken = infect
infectie = infection
infectie, besmetting = infection
inflatie = inflation
influenza = flu, influenza
influenza, griep = influenza
informatie = information
informatiebureau = inquiry-office
informeren = report, inform
informeren, berichten, inlichten = inform
informeren, berichten, inlichten = report
ingang = entrance, portal
ingang, toegang, entree = portal
ingebeeld = chimerical
ingeboren = inborn, native, congenital, inbred, innate
ingeboren = innate
ingeboren, aangeboren = inbred
ingeboren, aangeboren = native
ingenaaid = paperbacked
ingenaaid boek = pamphlet, paperback, leaflet
ingenieur = engineer
ingesloten = accompanying
ingesloten, bijgaand = accompanying
ingetogen = modest
ingeval = if
ingevallen = concave, hollow
ingevallen, hol = concave
ingeving = inspiration
ingevolge = along
ingewanden = intestines
ingewikkeld = complicated
ingewikkeld maken = complicate
ingezet stuk = patch
ingezetene = inhabitant
ingezetene, bewoner, inwoner = inhabitant
Ingoesj = Ingush
Ingoesjië = Ingushia
ingreep = operation
ingrijpen = intervene
ingrijpend = radical
ingrijpend, grondig, radicaal = radical
inhalen = pass, accomplish, overtake, reach, overhaul
inhalen = overhaul
inhalen = overtake
inhalen = pass
inhalig = miserly, stingy, avaricious
inham = bay, gulf
inheems = domestic
inheems, inlands, binnenlands = domestic
inhoud = volume, contents
inhoud = contents
inhouden = contain, include
initiaal = initial
initiaal, voorletter = initial
injecteren = inject
injecteren, inspuiten = inject
injectie = injection
injectiespuit = syringe
inkeer = repentance
inkleden = formulate
inkomen = income
inkomen, ontvangst, opbrengst = income
inkoop = purchase
inkorten = abbreviate, lessen, shorten
inkorten, bekorten, afkorten = abbreviate
inkorten, verminderen = lessen
inkrimpen = reduce, curtail
inkrimpen, verkorten, korten = curtail
inkt = ink
inktkoker = ink-well
inktkoker, inktpot = ink-well
inktpot = ink-well
inladen = burden
inlands = domestic
inleggen = pickle, preserve
inleggen, inmaken, konfijten = preserve
inleiding = introduction, preface
inleiding, introductie = preface
inlevering = delivery
inlichten = inform, report
inlijsten = frame
inmaken = preserve, pickle
inmiddels = meanwhile
innemen = engulf
innemend = sympathetic, charming
innemend, charmant, bekoorlijk = charming
innen = collect
innig = sincere, intimate, cordial, hearty
innig, hartelijk = cordial
inpakken = pack, package
inpakken, pakken, verpakken = pack
inpakken, verpakken, pakken = package
inrichten = erect, establish
inrichting = equipment, institute, apparatus, device, set
inroepen = request
inruilen = swap, interchange
inruilen, ruilen, wisselen = swap
inschikkelijk = manageable, tractable, accommodating
inschikkelijk, handelbaar = manageable
inscriptie = inscription
insekt = insect
insigne = insignia, badge
insigne, wapen, blazoen = insignia
insinueren = insinuate
inslikken = engulf, swallow
inslikken, binnenkrijgen, innemen = engulf
insluiten = stow, surround, imply
insluiten, impliceren = imply
inspecteren = revise, inspect
inspecteur = auditor, inspector
inspecteur = inspector
inspecteur, revisor = auditor
inspectie = inspection
inspectie houden = inspect
inspectie houden, inspecteren = inspect
inspireren = inspire
inspireren, bezielen, inboezemen = inspire
inspringen = indent
inspuiten = inject
inspuiting = injection
inspuiting, spuitje, injectie = injection
installeren = install
insteken = enter, insert
insteken, steken, indoen = insert
instelling = establishment, institution, adjustment
instelling = institution
instinct = instinct
instinct, aandrift = instinct
instituut = institute
instorten = collapse
instructeur = instructor
instructie = instruction, directions
instrueren = instruct
instrument = instrument
instrument, werktuig = instrument
instrumentenbord = panel, dash-board, wainscot
integraal = integral
intekenen = reserve
intellect = mind, intellect
intellectueel = intellectual
intellectueel, verstandelijk = intellectual
intelligent = sagacious, intelligent
intelligent, bevattelijk = sagacious
intelligentie = intelligence
intelligentiequotiënt = I.Q.
intelligentiequotiënt, IQ = I.Q.
intendant = superintendant, steward
intendant, opzichter, meier = steward
intendante = matron
intens = intensive, intense
intensief = intensive, intense
interessant = interesting
interesseren = interest
interesseren, belang inboezemen = interest
interface = interface
intermitterend = intermittent
intermitterend, hortend = intermittent
intern = inner, internal
intern, binnenlands, binnenste = inner
internationaal = international
interpretatie = interpretation
interpretatie, vertolking, uitlegging = interpretation
interpreter = interpreter
interpreteren = interpret
interpunctie = interpunction, punctuation
interpunctie, punctuatie = interpunction
interrumperen = interrupt
interruptie = interruption
interval = interval
interval, tussenruimte = interval
interveniëren = intervene
interveniëren, ingrijpen = intervene
interviewen = interview
intiem = intimate
intiem, innig, gezellig, knus = intimate
intonatie = tone
intrappen = shatter, smash
intrappen, vermorzelen, verbrijzelen = shatter
intrekken = withdraw
intrige = plot
intrigeren = intrigue
intrinsiek = essential
introducé = guest
introductie = introduction, preface
introductie, inleiding = introduction
intussen = meanwhile
intussen, inmiddels, daarentegen = meanwhile
inval = invasion
inval, invasie = invasion
invalide = disabled
invalide, gebrekkig = disabled
invasie = invasion
inventaris = inventory
inventaris, boedel = inventory
invetten = grease
invitatie = invitation
inviteren = invite
inviteren, vragen, uitnodigen, noden = invite
invloed hebben op = influence
invloed hebben op, beïnvloeden = influence
invoer = input
invoeren = import
invullen = fill
invullen, dempen, spekken, vullen = fill
inwendige = interior
inwerken = orient
inwijding = inauguration
inwikkelen = envelop
inwoner = inhabitant
inwoner van Chicago = Chicagoan, Chicagan
inwoner van Chicago = Chicagan
inwoner van Chicago = Chicagoan
inzamelen = collect
inzamelen, innen, collecteren = collect
inzegenen = bless
inzetten = intone
inzetten, een lied aanheffen = intone
inzittende = passenger
inzittende, passagier = passenger
inzonderheid = specially, mainly, chiefly, especially
inzonderheid = chiefly
Io = Io
IQ = I.Q.
Iraaks = Iraki, Iraquian, Iraqi
Iraaks = Iraki
Iraaks = Iraqi
Iraaks = Iraquian
Iraans = Iranian
Irak = Iraq, Irak
Irak = Irak
Irak = Iraq
Iran = Iran
Iran, Perzië = Iran
Irene = Irene
Iris = Iris
Irnsum = Irnsum, Jirnsum
Irnsum = Irnsum
Irnsum = Jirnsum
ironie = irony
ironisch = ironic
irriteren = stimulate, provoke, rouse
irriteren, aanstoken, ophitsen = rouse
irriteren, aanstoken, ophitsen = stimulate
Isis = Isis
Isjtar = Ishtar
islam = Islam
islam, mohammedanisme = Islam
islamiet = Mussulman, Mohammedan, Moslem, Muslim
islamiet, mohammedaan, moslim = Moslem
islamiet, moslim, mohammedaan = Mussulman
islamitisch = Islamic
isolatie = insulation, isolation
isolatie, isolering = insulation
isolatie, isolering = isolation
isolator = insulator
isoleren = insulate, isolate, seclude
isoleren, afzonderen = isolate
isoleren, afzonderen = seclude
isolering = insulation, isolation
Israel = Israel
Israël = Israel
Israel, Israël = Israel
Israelisch = Israelian, Israeli
Israëlisch = Israelian, Israeli
Israelisch, Israëlisch = Israeli
Israëlisch, Israelisch = Israelian
Israelitisch = Israelite, Israelitish
Israelitisch = Israelite
Israelitisch = Israelitish
Istanboel = Istanbul
Italiaans = Italian
Italië = Italy
item = detail, item, fragment, particle
item, deeltje, jaartelling, deel = particle
Ithaca = Ithaca
ivoorkleurig = ivory
ivoren = ivory
ivoren, ivoorkleurig = ivory
ja = yes
ja knikken = nod
ja knikken, knikken = nod
ja zeggen = assent
ja zeggen, beamen, bevestigen = assent
ja, jawel = yes
jaar = year
jaarlijks = yearly, annual
jaarlijks = annual
jaarlijks = yearly
jaartelling = fragment, item, particle
jaartelling, item, deeltje, deel = fragment
jacht = yacht
jacht maken op = hunt
jagen = hunt
jager = hunter
jaguar = jaguaro
Jakarta = Djakarta
Jakarta, Djakarta, Batavia = Djakarta
jakhals = jackal
Jakob = Jacob
jaloers = jealous, envious
jaloers zijn op = envy
jaloers, ijverzuchtig, afgunstig = envious
jaloezie = jealousy
Jalta = Yalta
jam = marmelade, jam
jam, marmelade, moes = marmelade
Jamaica = Jamaica
jammer = unfortunately, regrettably
jammer genoeg = unfortunately, regrettably
jammer genoeg, jammer, helaas = regrettably
jammer, jammer genoeg, helaas = unfortunately
jammerlijk = miserable
Jan Klaassen = Punch
janboel = disorder
janboel, disorde, rommel, rotzooi = disorder
janmaat = sailor
januari = January
januari, louwmaand = January
Janus = Janus
Jap = Jap
Japan = Japan
Japans = Japanese
japon = gown, robe
jargon = jargon
jargon, taaltje = jargon
Jari = Jari
jas = coat, mantle, cloak, overcoat
jas, mantel = cloak
jas, overjas = coat
jasje = jacket
jasje, colbert, buis = jacket
Jason = Jason
jassen = peel
Java = Java
Javaans = Javanese, Javan
Javaans = Javan
Javaans = Javanese
jawel = yes
jazz = jazz
je = you, your, thou
je, jij, jou = thou
je, jouw = your
jegens = on, against
Jehova = Jehovah
Jemen = Yemen
Jemenitisch = Yemeni
jenever = gin
jenever, klare = gin
Jericho = Jericho
Jersey = Jersey
Jeruzalem = Jerusalem
jeugd = youth
jeugdigheid = youth
jeugdigheid, jeugd = youth
jeuken = itch
Jezus = Jesus
Jiddisch = Yiddish
jij = thou
jijzelf = yourself
jodelen = yodel
jodendom = Judaism
jodenkerk = synagogue
jodium = iodine
Joegoslavië = Yugoslavia
Joegoslavië, Zuid-Slavië = Yugoslavia
Joegoslavisch = Yugoslav, Yugoslavian
Joegoslavisch = Yugoslav
Joegoslavisch = Yugoslavian
joelen = shout
joelen, roepen, schreeuwen, gieren = shout
Joelfeest = Yule
Joelfeest, Kerstfeest = Yule
joghurt = yoghurt, yoghourt
joghurt, yoghurt = yoghurt
Johannesburg = Johannesburg
jong = child
jong, loot, kind, afstammeling = child
jongeheer = prick, youngster, cock
jongeling = youngster
jongen = boy
jongens- = boyish
jongensachtig = boyish
jongensachtig, jongens- = boyish
Jongere Steentijd = Neolithic
jonggehuwde = bridegroom
jongleren = juggle
jongleur = juggler
Jonisch = Ionian
jonkvrouw = dame, queen, king
jonkvrouw, dam, lady, vrouw = dame
jood = Jew
joods = Jewish, Hebrew
Jordanië = Jordan
jota = jot, iota
jota = iota
jota = jot
jou = you, thou
jou, aan jou, aan je, je = you
journaal = diary
journaliste = journalist
jouw = your
Jozef = Joseph
jubel- = jubilant
jubelen = exult
jubileum- = jubilee
judicium = verdict, judgment
judicium, sententie, uitspraak, vonnis = verdict
juffertje = dragonfly
juist = striking, correct, precise, true
juist, gelijk hebbend, gegrond = true
juli = July
juli, hooimaand = July
Juneau = Juneau
jungle = jungle
juni = June
Juno = Juno
Jupijn = Jove
Jupiter = Jove, Jupiter
Jupiter = Jupiter
Jupiter, Jupijn = Jove
Jura = Jura, Jurassic
Jura = Jura
Jura = Jurassic
jurisdictie van een abt = abbacy
jurist = jurist
jurk = gown, robe
jury = jury
jus = sauce, gravy
jus, sop, saus = sauce
Justitia = Justice
juwelier = jeweller
kaai = wharf, quay
kaak = jawbone, jaw, cheek
kaak, kakement = jaw
kaal = bald
kaalhoofdig = bald
kaalhoofdig, kaal = bald
kaap = cape
Kaaps = Cape
Kaapse ezel = zebra
kaars = candle
kaarsensterkte = candle
kaarsensterkte, candela, kaars = candle
kaarsvet = tallow, suet
kaart = menu, map, card
kaart = card
kaart = menu
kaartenboek = atlas
kaartje = ticket, coupon, note
kaartjesloket = booking-office
kaas = cheese
kabbelen = splash, lap, plash
kabel = cable
kabel, tros = cable
kabeljauw = cod, codfish
kabeljauw = cod
kabeljauw = codfish
kabeltelegram = cablegram
Kaboel = Kabul
kabouter = imp
kachel = stove, heater, kiln, furnace, oven
kachel, oven = furnace
kachel, oven = oven
kachel, oven = stove
kachelpijp = chimney, smokestack
kadaver = cadaver, corpse
kade = wharf, quay
kade, wal, aanlegplaats, kaai, perron = wharf
kader = framework, cadre
kader, omlijsting, lijst, raam = cadre
kader, omlijsting, lijst, raam = framework
kadet = roll
kadetje = roll
kaduuk = damaged
kaft = lid
kaftan = caftan
kaftpapier = wrapping-paper
Kaïn = Cain
kakement = jaw, jawbone
kakement, kaak = jawbone
kakken = defecate
kakkerlak = cockroach
kalebas = calabash, gourd
kalebas = calabash
kalebas = gourd
kalefateren = caulk, calk
kalefateren, kalfateren, breeuwen = caulk
kalender = calendar
kalf = calf
kalfateren = calk, caulk
kalfsbout = veal
kalfsbout, kalfsvlees = veal
kalfsvlees = veal
kalium = potassium
kalk = lime
kalken = plaster
kalken, aanstrijken = plaster
kalkoen = turkey
kalm = quietly, calm, quiet, leisurely, tranquil
kalm, op zijn gemak, rustig = leisurely
kalmoes = calamus
kalmte = silence
kalmte, rust, rustigheid, stilte = silence
kameel = camel
kameleon = chameleon
kamer = chamber
kameraad = buddy, pal, comrade, companion
kamerjas = dressing-gown
Kameroen = Cameroon, Cameroun
Kameroen = Cameroon
Kameroen = Cameroun
kamers = quarters
kamers, vertrekken = quarters
kamfer = camphor
kammen = comb
kamp = battle, scuffle
kampeertent = tent
kampen = fight, wrestle
kampen, worstelen = wrestle
kamperen = camp
kampioen = champion
kampplaats = arena
kamrad = gear, cogwheel
kamrad, tandrad, tandwiel, kamwiel = gear
kamwiel = gear, cogwheel
kan = pitcher, jug
kan, kruik = pitcher
kanaal = strait, canal, channel
kanaal, wijk, gracht, vaart = channel
Kanaän = Canaan
kanarie = canary
kandelaar = candlestick
kandelaar, blaker = candlestick
kandidaat = candidate
kandidaat, sollicitant, aspirant = candidate
kangoeroe = kangaroo
kanker = cancer, canker
kanker = cancer
kanker = canker
kankeren = growl, grumble
kannibaal = cannibal
kannibaal, menseneter = cannibal
kanon = cannon
kans lopen = risk
kans lopen, op het spel zetten = risk
kansel = pulpit
kansel, leerstoel, katheder = pulpit
kanselrede = sermon
kanselredenaar = preacher
kanselredenaar, predikant = preacher
kant = margin, edge, lace, shore, brim
kant = lace
kant, marge, rand = margin
kantig = sharp-edged, angular
kantig = angular
kantig = sharp-edged
kantoor = office, bureau
kantoor = office
kantoorbediende = clerk
kantoorbediende, bediende = clerk
kanttekening = gloss
kap = lamp-shade, roof, cowl
kap, dak, overkapping = roof
kap, lampekap = lamp-shade
kapel = chapel, butterfly
kapitaal = fund, capital
kapitaal, vermogen = capital
kapitalist = capitalist
kapitein = captain
kapittel = chapter
kapje = supersign
kapje, accentteken, accent = supersign
kapot = damaged, broken
kapot, stuk, defect, gehavend, kaduuk = damaged
kapotjas = bonnet
kapotjas, wagenkap, motorkap = bonnet
kapotje = condom
kappen = overthrow, hack
kappen, vellen, neervellen, wippen = overthrow
kapper = barber
kapper, barbier = barber
kapseltje = capsule, firing-cap
kapseltje, capsule, doosvrucht = capsule
kapster = hairdresser
kar = chariot, cart
kar, wagen, handkar, karretje = cart
karaf = carafe
karakter = personality, character, nature
karakter, aard, geaardheid = character
karakter, geaardheid, aard = nature
karakteriseren = characterize
karakteriseren, kenmerken, tekenen = characterize
karakteristiek = characteristic, distinctive
karakteristiek, tekenend, kenmerkend = characteristic
karakteristiek, zich onderscheidend = distinctive
karakterschets = profile
karaktertrek = feature, trait
karaktertrek, trek, gelaatstrek = feature
karavaan = caravan
karbonade = cutlet
karbonade, kotelet, rib, ribstuk = cutlet
karbouw = buffalo
kardoes = cartridge
Karelië = Karelia
karig = small, little, diminutive
karma = karma
karmelietes = Carmelite
karmelietes, Carmelieter non = Carmelite
karmozijn = crimson
karmozijn, donkerrood = crimson
karnen = churn
Karpaten = Carpathians
karper = carp
karpet = carpet
karren = travel
karrespoor = trail
karretje = cart, chariot
karretje, handkar, wagen, kar = chariot
kartonnen = cardboard
karwei = job, task
karwei, klus, opgave, taak = task
kas = money-box, till
kashouder = cashier
Kasjmir = Kashmir
kassier = cashier
kassier, kashouder, muntmeester = cashier
kast = sideboard, closet, cupboard
kast = closet
kast = cupboard
kast = sideboard
kastanje = chestnut
kastanje, paardekastanje = chestnut
kastanjeboom = chestnut-tree
kasteel = castle
kastekort = deficit
kastekort, deficit, tekort = deficit
Katar = Katar, Qatar
Katar = Katar
Katar = Qatar
katern = notebook, exercise-book
katern, schrift, aflevering = exercise-book
katheder = pulpit
kathedraal = cathedral
kathedraal, dom = cathedral
katholicisme = Catholisism
katholiek = Catholic, catholic
katholiek = catholic
katje = kitten
katoen = cotton
katoenen weefsel = cotton
katoenen weefsel, katoen = cotton
katrol = pulley
Kattegat = Kattegat
kattekop = cat
Kaukasus = Caucasus
kauwen = chew
kauwgom = chewing-gum
kavel = lot
kavel, perceel = lot
Kazachstaans = Kazakh, Kazak
Kazachstaans = Kazak
Kazachstaans = Kazakh
Kazachstan = Kazakhstan
kazemat = shelter, bunker
kazerne = barracks
keel = throat
keelgat = throat
keelontsteking = laryngitis
keer = occasion, about-face, time
keer, maal = occasion
keer, maal = time
keerkring = tropics
keet = shanty, barrack, shack, barn, stand
keet, schuur, barak, loods = shack
kegel = pin, cone
kegel = cone
kegel = pin
kei = boulder
kei- = metalled
kei, rotsblok = boulder
keihard = diehard
keilen = throw
keilen, werpen, uitspelen, gooien = throw
keislag- = metalled
keislag-, kei-, stenen, stenig = metalled
keisteen = flint
keizer = emperor
keizerin = empress
keizerrijk = empire
kelder = cellar, basement
kelder = basement
kelder = cellar
kelk = chalice, goblet
kelner = waiter
Kelt = Celt
Keltisch = Celtic, Gaelic
Keltisch = Celtic
Keltisch = Gaelic
kemel = camel
kemel, kameel = camel
kenbaar maken = reveal
Kenia = Kenya
Keniaans = Kenyan
kenmerken = characterize
kenmerkend = characteristic
kennelijk = obvious, evident
kennelijk, evident, apert = obvious
kennen = know
kennen, bekend zijn met = know
kenner = specialist
kenner, deskundige, expert = specialist
kennis = acquaintance, knowledge
kennis, relatie, bekende = acquaintance
Kenozoïcum = Caenozoic, Cenozoic
Kenozoïcum = Caenozoic
Kenozoïcum = Cenozoic
kenschets = characterization
kentekenplaat = numberplate
kentekenplaat, nummerbord = numberplate
Kenyaans = Kenyan
Kenyaans, Keniaans = Kenyan
kerel = guy, chap
Kerguelen = Kerguelen
kerk = church, kirk
kerk = church
kerkelijk = ecclesiastic
kerkelijk, geestelijk = ecclesiastic
kerker = jail, prison, cell, gaol
kerkgebouw = kirk
kerkgebruik = rite
kerkgezang = anthem, hymn
kerkgezang, hymne = anthem
kerkgezang, hymne = hymn
kerkhof = cemetery, graveyard
kerkhof, begraafplaats = graveyard
kerkscheuring = schism
kerkscheuring, scheuring, schisma = schism
kerkvader = church-father
kermen = moan, groan
kermen, zuchten = moan
kern = essence, kernel, nucleus, core, gist
kern- = nuclear
kern, pit = core
kernachtig = concise
kernspreuk = aphorism
kerrie = curry
kers = cherry
kerseboom = cherry-tree
kerstboom = Christmas-tree
Kerstfeest = Christmas, Yule
Kerstfeest = Christmas
kerstroos = hellebore
kerstroos, nieskruid = hellebore
ketel = kettle, boiler, cauldron, steam-boiler
ketel = kettle
ketel, stoomketel = boiler
ketel, waterketel, keteldal, kookketel = cauldron
keteldal = cauldron
keten = chain
keten, ketting = chain
ketenen = shackle, fetter
ketenen, boeien = fetter
ketenen, boeien = shackle
ketter = heretic
ketteren = swear, cuss, curse, blaspheme
ketteren, godlasteren, vloeken = curse
ketteren, godlasteren, vloeken = swear
ketterij = heresy
ketters = heretical
ketting = chain
kettingzang = cannon
keuken = kitchen
keuken, kookgelegenheid = kitchen
Keulen = Cologne
keur = election, choice
keuren = criticize, censor
keuren, censureren = censor
keurig = jaunty, gentlemanlike, ladylike
keurig = ladylike
keurig, beschaafd = gentlemanlike
keurig, monter = jaunty
keuring = examination, test, investigation
keuring, examen, onderzoek = investigation
keus = alternative, choice, option, election
keus, alternatief, keuze = alternative
keutel = dung, excrement
keutel, ontlasting, drol, drek = dung
keuvelen = chat, chatter
keuze = election, option, alternative, choice
keuze, verkiezing, optie, keur, keus = choice
kever = beetle
kever, tor, schildvleugelige = beetle
kibboets = kibbutz
kieken = photograph
kiektoestel = camera
kiel = overalls, smock, keel, blouse
kiel = keel
kiel, boezeroen, hes = overalls
kiemen = germinate
kiemvrij = sterile
kies = delicate, refined
kies, delicaat, gevoelig, iel = delicate
kiesheid = tenderness
kiespijn = toothache
kiespijn, tandpijn = toothache
kiet = paid-up
kietelen = tickle
kieuw = gill
Kiëv = Kieff, Kiev
Kiëv = Kieff
Kiëv = Kiev
kiezel = flint
kiezelsteen = flint
kiezelsteen, kiezel, keisteen = flint
kiezen = elect, vote, choose
kiften = wrangle
kijk = behold
kijker = binocular, eye, binoculars
kijker, binocle, toneelkijker = binoculars
kijker, oog = eye
kijker, verrekijker = binocular
kijkspel = spectacle
kijven = wrangle
kijven, ruzie maken, kiften, krakelen = wrangle
kikker = frog
kikker, kikvors = frog
kikkerdril = spawn
kikkervisje = tadpole, tad-pole
kikkervisje = tad-pole
kikkervisje = tadpole
kikvors = frog
kil = chilly
kil, koud = chilly
kilo = kilo
kilo, kilogram = kilo
kilogram = kilo
kilometer = kilometer, kilometre
kilometer = kilometer
kilometer = kilometre
kilt = kilt
kilt, Schotse rok = kilt
kim = horizon
kim, horizon, gezichtseinder = horizon
kimono = kimono
kin = chin
kind = child, infant
kind = infant
kinderbed = cot
kinderlijk = childish
kinine = quinine
kip = chicken, hen
kip, kippevlees = chicken
kippenhok = coop
kippenren = coop
kippenren, kippenhok, hoenderhok = coop
kippevlees = chicken, hen
kippevlees, kip = hen
kippig = short-sighted, near-sighted
kippig, bijziend, kortzichtig = short-sighted
kippig, kortzichtig, bijziend = near-sighted
Kirgizië = Kirghizia
Kirgizisch = Kyrgyz
kist = coffin
kit = glue
klaar = over, ready, finished, distinct, clear, done
klaar, afgewerkt, afgelopen, beëindigd = over
klaar, gereed, af, afgelopen = ready
klaarblijkelijk = obviously, apparently
klaarblijkelijk, blijkbaar, duidelijk = obviously
klaarblijkelijk, duidelijk, blijkbaar = apparently
klaarspelen = succeed
klaarspelen, doorkomen, slagen = succeed
klad = blot
klagen = complain
klagen, zijn beklag doen = complain
klak = blot
klakken = click, rattle
klakken, klappen, kletteren, klikken = rattle
klamp = clamp, bracket, staple, parenthesis
klandizie = clientèle
klankkast = resonance-box
klankleer = phonetics
klankrijk = sonourous, sonorous
klankrijk, stemhebbend = sonourous
klant = customer, buyer, purchaser, client
klant, koper, afnemer = purchaser
klap = blow
klapbes = gooseberry
klaploper = parasite
klappen = hit, knock, strike, click, rattle
klapper = coco-nut, cocoa-nut, cocoanut, coconut
klapper, kokosnoot, klappernoot = coconut
klapperboom = coconut-palm
klapperen = splash, lap, plash
klapperen, kabbelen, plassen, klotsen = lap
klapperen, plassen, kabbelen, klotsen = splash
klappernoot = coconut, coco-nut, cocoanut, cocoa-nut
klappernoot, klapper, kokosnoot = cocoanut
klappernoot, kokosnoot, klapper = coco-nut
klappernoot, kokosnoot, klapper = cocoa-nut
klapstuk = sensation, beef
klapstuk, rundvlees = beef
klare = gin
klas = class
klas, klasse, stand = class
klasse = class
klassiek = classic, classical
klassikaal = classic, classical
klassikaal, klassiek = classic
klassikaal, klassiek = classical
klauteren = climb
klauw = claw, talon
klauw = claw
klauw = talon
klauwen = scratch
klauwen, krabben, krauwen, scharrelen = scratch
klaver = shamrock, clover
klaver = clover
klaver = shamrock
klaveren = clubs
klavier = piano, keyboard
klavier, piano = piano
kleden = clothe
klederdracht = costume
kleding = clothing, clothes
kleding, kleren = clothes
kledingstuk = garment
kleed = carpet
kleedkamer = cloakroom
kleedkamer, vestiaire, garderobe = cloakroom
Kleef = Kleve
kleefmiddel = glue
kleefstof = glue
kleerkast = wardrobe, clothes-press
kleerkast, hangkast = wardrobe
klei- = clay, stone, earthen
klei-, aarden, van klei = stone
klein = diminutive, little, tiny, small
klein hoefblad = coltsfoot
klein hoefblad, hoefblad = coltsfoot
klein, minuscuul, minuskuul, propperig = tiny
kleindochter = granddaughter
kleiner worden = wane, decline
kleiner worden, afnemen, dalen = wane
kleinhandelaar = retailer
kleinkind = grandson
kleinkind, kleinzoon = grandson
kleinmaken = abase
kleinmaken, vernederen, verootmoedigen = abase
Klein-Mokum = Rotterdam
Klein-Mokum, Maasstad, Rotterdam = Rotterdam
kleinzoon = grandson
klem = emphasis
klemmen = pinch
klemmen, tokkelen, knijpen, nijpen = pinch
klemtoonteken = stress-mark
klep = valve
kleppen = sound, peal
kleppen, overgaan, klinken, gaan = sound
klepperman = watchman
kleren = clothes, clothing
kleren maken = tailor
kleren, kleding = clothing
kletsen = gossip
kletsen, kwaadspreken = gossip
kletteren = tinkle, clatter, crackle, click, jingle, rattle
kleur = emblem
kleur, embleem = emblem
kleuren = blush, color, colour, paint
kleurenblind = colour-blind
kleurkrijt = pastel
kleven = stick
kleven, vastkleven, aanhangen = stick
kleverig = sticky
kleverige dodonea = aalii
kliek = coterie, junto, clique
klieven = split
klif = cliff
klif, klip = cliff
klikken = rattle, click, denounce
klikken, klakken, kletteren, klappen = click
klimaat = climate
klimaats- = climatic
klimaatzone = zone
klimaatzone, zone, aardgordel = zone
klimmen = climb
klimmen, klauteren = climb
klimop = ivy
kling = blade
kling, lemmer, lemmet = blade
klingelen = tinkle, jingle
klingelen, rinkelen, kletteren = jingle
kliniek = clinic
klink = handle
klinken = sound, rivet
klinken, vastklinken = rivet
klinker = vowel
klip = cliff, reef
klipgeit = chamois
kloek = courageous, valiant
kloek, moedig, dapper, boud, koen = courageous
klok = clock, bell
klok = bell
klokgelui = tolling
klokje = bellflower
klokje, campanula = bellflower
klokkenmaker = watchmaker
klomp = lump, clod, chunk
klont = lump, clod, chunk
klont, bal, klomp, kluit, dot, prop = chunk
klooster = monastery
klooster, mannenklooster = monastery
kloosterzuster = nun
kloosterzuster, non = nun
kloot = sphere, globe, ball-bearing
kloot, omgeving, bol, sfeer, gebied = sphere
kloppen = throb, strike, hit, pulsate, knock
kloppen, pulseren = pulsate
kloppen, pulseren = throb
kloppen, slaan, houwen, klappen = strike
klos = spool, coil, bobbin
klos, spoel, bobine = spool
klotsen = lap, plash, splash
klotsen, plassen, klapperen, kabbelen = plash
kloven = split
kloven, doorklieven, klieven, splijten = split
kluit = chunk, clod, lump
kluizenaar = hermit
klus = task
knaagdier = rodent
knaap = boy
knaap, jongen = boy
knabbelen = nibble, pick
knabbelen, afkluiven = pick
knagen = gnaw, nibble
knagen = gnaw
knagen, knabbelen = nibble
knap = precize, intelligent, handsome, learned, beautiful
knapheid = beauty
knapperen = crackle
knapperig = crunchy, brittle, crisp
knapperig, croquant = brittle
knapperig, croquant = crisp
knapzak = backpack, rucksack, knapsack
knapzak, ransel = knapsack
knarsen = grind, creak, gnash, grate
knarsen, piepen = grind
knauwen = bite
knechten = subdue, subjugate, submit
knechten, onderwerpen = subdue
knechten, onderwerpen = submit
kneden = knead
kneep = trickery, subterfuge
knellen = squeeze, oppress
knelpunt = abashment, embarrassment, perplexity
knetteren = crackle
knetteren, kletteren, knapperen = crackle
knevel = moustache
knevelarij = exaction, extortion
knevelarij, afpersing = extortion
knevelen = wring, wrest, extort
knevelen, afpersen, afdwingen = wrest
knie = knee
kniebroek = shorts
knielen = kneel
kniesoor = grumbler, grouser
knijpen = pinch
knijper = tongs
knikken = nod
knipbeurt = hair-do
knipogen = blink
knipogen, knipperen, pinken = blink
knippatroon = pattern
knippen = shear, clip
knippen, scheren, snoeien = clip
knipperen = blink
knoeien = swindle, botch, defraud
knoeien, zwendelen, frauderen = defraud
knoest = node
knoflook = garlic
knok = bone
knol = turnip
knolraap = turnip
knoop = joint, node
knooppunt = node
knop = knob
knopen = knot
knopen, een knoop leggen = knot
knorren = snore
knuffelen = hug, cuddle
knuffelen = cuddle
knuffelen = hug
knuist = fist
knul = guy, chap
knus = intimate
knutseaar = amateur, fancier
knutseaar, amateur, dilettant = amateur
knutselaar = dabbler, dilettante
knutselaar, dilettant, amateur = dilettante
kobold = imp
koddig = comical, comic
koe = bovine, cow
koe = cow
koe, rund = bovine
koeioneren = torment
koek = cake
koek, cake = cake
koekbakkerij = confectionery
koekbakkerij, banketbakkerij = confectionery
koekepan = frying-pan
koekepan, pat, pan = frying-pan
koekje = cupcake
koekoek = cuckoo
koel = dispassionately
koelcel = refrigerator
koelen = refrigerate
koelkast = refrigerator
koelkast, koelcel = refrigerator
koen = courageous, valiant
koepel = dome, pavilion, cupola
koepel = cupola
koepel = dome
koepel, tuinhuis, paviljoen = pavilion
Koerd = Kurd
Koerdisch = Kurdish
Koerdistan = Kurdistan
koers = direction, course
koesteren = pet, incubate, coddle, pamper, sit
koesteren, broeden, broeden op = sit
koesteren, troetelen, vertroetelen = pamper
koesteren, troetelen, vertroetelen = pet
koevoet = crowbar, crow-bar
Koeweit = Kuwait
koffer = valise, suitcase
koffie = coffee
koffiehuis = café
koffiekan = coffee-pot
koffiepot = coffee-pot
koffiepot, koffiekan = coffee-pot
kogel = globe, bullet, ball-bearing
kogel = bullet
koken = cook, boil
koken = cook
koker = container, vessel
koket = coquettish
kokosnoot = coco-nut, cocoanut, coconut, cocoa-nut
kokospalm = coconut-palm
kokospalm, klapperboom = coconut-palm
kol = witch
kol, tovenares, toverheks, heks = witch
kolibrie = hummingbird
kolk = abyss, chasm, pond, depth
kolk, afgrond = chasm
kolk, diepte = depth
kolken = swirl
kolom = column, pillar
kolom, steunpilaar, pilaar, colonne = column
kolonel = colonel
koloniaal = colonial
kolonie = colony
kolonie, nederzetting, volksplanting = colony
kolos = colossus
kolos, bakbeest, gevaarte = colossus
kolossaal = colossal
kom = pelvis, bowl, basin
kom, bekken, vont = pelvis
komaan = now
komaf = lineage
komaf, afstamming, afkomst = lineage
komediant = actor
komedie = comedy
Komen = Comine
komend = near
komisch = comic, comical
komisch, grappig, moppig, koddig = comical
komkommer = cucumber
komma = comma
kompas = compass
komplot = conspiracy
komplot, samenspanning = conspiracy
konfijten = preserve
Kongo = Zaire, Congo
Kongo, Congo = Congo
Kongolees = Congolese
kongsi = junto, clique, coterie
kongsi, kliek, pal, troep = clique
konijn = rabbit
konijntje = bunny
koningsdochter = princess
koningsdochter, prinses = princess
koninklijk = royal, regal
koninkrijk = kingdom
konkelarij = plot
konkelen = intrigue
kont = backside, rump, buttocks
kooi = cage
kookgelegenheid = kitchen
kookketel = cauldron
kool = cabbage, coal
kool = cabbage
kool, steenkool = coal
koolzaad = turnip
koon = cheek
koon, wang, kaak = cheek
koop = purchase
koop, inkoop, aankoop = purchase
koopman = businessman, merchant
koopman, handelaar, zakenman = businessman
koopmanschap = commerce
koopwaar = wares, merchandise
koopwaar, handelswaar, waar = merchandise
koor = coir, chorus
koord = rope
koorde = string, cord, rope
koorde, stemband, snaar = string
koorts = fever
koortsachtig = feverish
koortsig = feverish
koortsig, koortsachtig = feverish
kop = heading, cup, pate
kop, krop, hoofd = pate
Kopenhagen = Copenhagen
koper = buyer, purchaser, client
koperen = copper
koperen, roodkoperen = copper
kopij = manuscript
kopijrecht = copyright
kopje = cup
kopje, kop = cup
koplamp = headlight, headlamp
koplamp = headlamp
koppel = pair
koppelaarster = match-maker
koppelen = match-make
koppig = stubborn, obstinate
koppig, halsstarrig, hardnekkig = obstinate
Koran = Koran
Korea = Korea
Koreaans = Korean
korf = basket
kornuit = pal, buddy, comrade, companion
korporaal = corporal
korps = corps
korrel = granule, pip, grain
kort = brief, concise, short
kort = short
kort geleden = recently
kortademig = asthmatic, wheezy
kortademig, astmatisch, aamborstig = asthmatic
kortademigheid = dyspnoea, dyspnea
kortademigheid, ademnood = dyspnea
kortademigheid, ademnood = dyspnoea
kortaf = abruptly, abrupt
kortaf, bruusk, abrupt, bot, steil = abrupt
korte broek = shorts
korte tijd = momentarily
korte tijd, even, eventjes = momentarily
korten = rebate, curtail
Kortrijk = Courtrai
kortstondig = short-lived, brief, momentary
kortstondig = momentary
kortstondig = short-lived
kortstondig, kort = brief
kortzichtig = short-sighted, near-sighted
kosmos = cosmos
kosmos, heelal = cosmos
Kosovo = Kosovo
kost = nourishment
kostbaar = costly, expensive, valuable
kostbaar, dierbaar, lief, duur, waard = expensive
kostbaar, waardevol = costly
kostbaar, waardevol = valuable
kostelijk = great, delicious
kosten = cost, expense
kosten = cost
kostwinner = breadwinner
kotelet = cutlet
kotsen = vomit
koud = chilly, frigid, cold
koud = cold
koud = frigid
kous = stocking
kousje = fuse, wick
kousje, lont, lampepit = fuse
kousje, pit, lampepit, lont = wick
kozijn = window-frame
kraag = collar
kraai = crow
kraal = bead, enclosure
kraal = bead
kraal, omheind terrein = enclosure
kraam = stand
kraambed = childbed
kraan = crane, faucet
kraan, tap, tapkraan = faucet
krab = crab
krabben = scratch
krachtig = strong, energetic
krachtig, geducht, sterk, fiks, straf = strong
krachtsinspanning = exertion
krachtsport = athletics
krakelen = argue, wrangle, dispute
kraken = usurp
kraken, overweldigen, usurperen = usurp
kramp = bracket, convulsion, staple, spasm, parenthesis
kramp = spasm
kramp, haakje, klamp, nietje = bracket
kramp, nietje, klamp, haakje = parenthesis
krankzinnig = mad, crazy, insane
krankzinnig zijn = rave
krankzinnige = lunatic
krant = newspaper, gazette, journal, magazine, periodical
krant = periodical
krant, blad = gazette
krap = cramped, narrow
kras = alert, keen, brisk
kras, rap, levendig, kwiek, druk = keen
krassen = croak, caw
krassen = caw
krassen = croak
krauwen = scratch
krediet = credit
krediet, tegoed, creditzijde, credit = credit
kreeft = lobster, crayfish
kreeft, zoetwaterkreeft, rivierkreeft = crayfish
kreek = bay
kreet = cry
kregel = petulant, pettish, peevish
krekel = cricket
krekel, kriek = cricket
Kremlin = Kremlin
kreng = corpse, cadaver
kreng, kadaver, lijk = cadaver
krenken = insult, offend
krenken, beledigen, affronteren = insult
krenkend = abusive
krenkend, beledigend, grievend = abusive
Kreta = Crete
Kretenzer = Cretan
kreukelen = crease
kreukelen, frommelen, verfomfaaien = crease
kreunen = sigh, groan
kreupel = lame
kreupel lopen = limp
kreupel lopen, hinken, mank lopen = limp
krib = trough, manger
krib, drenkbak, trog, eetbak, bak = trough
kriebelen = tickle, itch
kriebelen, kietelen = tickle
kriebelen, krieuwelen, jeuken = itch
kriek = cricket
krielen = swarm
krieuwelen = itch
krijg = war
krijgskunde = strategy
krijgskundig = strategic
krijgskundig, strategisch = strategic
krijs = scream
Krijt = Cretaceous
krijt = chalk, arena
krijt = chalk
krik = jack
Krim = Crimea
kring = circle, halo
kring, difussiehalo = halo
krioelen = swarm
krioelen, wemelen, wriemelen, krielen = swarm
Krisjna = Krishna
kristalhelder = crystal
kristallen = crystal
kristallen, kristalhelder = crystal
kritiek = criticism, critical
kritiek, hachelijk = critical
kritiseren = criticize
kritiseren, keuren, beoordelen = criticize
Kroaat = Croat
Kroatië = Croatia
Kroatisch = Croatian
krocht = den, cavern
krokodillen = crocodile
krokus = crocus
krom = curved, bent
kromme = curve
kromme, bocht, curve = curve
kronen = crown
kroniek = chronicle
kroniekschrijver = chronicler, historian
kroniekschrijver, chroniqueur = chronicler
kroniekschrijver, chroniqueur = historian
kroning = coronation
kronkelen = twist, meander
kronkelen = twist
kronkelen, slingeren = meander
kroon = chandelier
kroonblad = petal
kroonluchter = chandelier
kroonluchter, luchter, kroon = chandelier
kroost = offspring
kroot = beet
krop = pate
kropsla = lettuce
kruid = drug
kruiden = season, flavor, spice
kruiden = spice
kruiden, op smaak brengen = season
kruidenier = grocer
kruik = jug, pitcher
kruik, kan = jug
kruimel = crumb
kruipen = creep, crawl
kruipen = crawl
kruipen = creep
kruis = loin, fork
kruis, lende = loin
kruis, vork = fork
kruisband = wrapper
kruisband, wikkel, banderol = wrapper
kruisbeeld = crucifix
kruisbes = gooseberry
kruisbes, klapbes = gooseberry
kruiselings = crossways, crosswise
kruiselings = crossways
kruiselings = crosswise
kruisen = crucify, cruise, cross
kruisen (van schip) = cruise
kruisen (van schip), kruisen = cruise
kruisigen = crucify
kruisigen, kruisen = crucify
kruit = gunpowder
kruiwagen = wheelbarrow
kruizemunt = mint
kruk = handle, stool, crutch
kruk = crutch
kruk, taboeret = stool
krullen = curl
kubiek = Cuban
kubusvormig = Cuban
kudde = flock, herd, collection, livestock, bevy
kudde, roedel = herd
kuif = tuft, hooter
kuif, toeter, claxon = hooter
kuifje = tuft
kuiken = chick
kuil = pit, hole, ditch, pole
kuil = pole
kuilen = bury
kuilen, begraven = bury
Kuinder = Tjonger, Kuinder
Kuinder, Tjonger = Tjonger
kuip = vat, tub
kuis = chaste
kuisheid = cleanliness, purity
kuisheid, helderheid, zindelijkheid = cleanliness
kuit = spawn
kuit, viskuit, kikkerdril = spawn
kunde = knowledge
kundig = able, capable
kundigheid = ability
kunne = sex
kunne, geslacht, sekse, sexe = sex
kunst = art
kunstenaar = artist
kunstenmaker = acrobat
kunstenmaker, acrobaat = acrobat
kunstgreep = trickery, subterfuge
kunstgreep, kneep, streek, foefje = subterfuge
kunstig = artistic
kunstmatig = artistic
kuras = armour, armor
kuras, bepantsering, harnas, pantser = armour
kurk = cork
kurketrekker = corkscrew, cork-screw
kurketrekker = cork-screw
kurketrekker = corkscrew
kussen = kiss, cushion
kussen = cushion
kust = coast, edge, shore, seaside
kust, kustlijn, zeekant, zeekust = coast
kust, wal, boord, oever, kant = shore
kustlijn = seaside, coast
kustmeer = lagoon
kut = pussy, cunt
kut, vulva = cunt
kut, vulva = pussy
kuur = caprice, treatment, whim
kuur, behandeling = treatment
kwaad = angry, bad
kwaad, toornig, nijdig, boos = angry
kwaadaardig = mischievous, malicious, vicious
kwaadaardig, boosaardig, hatelijk = malicious
kwaadspreken = slander, gossip
kwaal = illness, disease
kwakzalver = charlatan, quack, imposter
kwakzalver, charlatan, bedrieger = charlatan
kwalificatie = qualification
kwalijk = scarcely, hardly, barely, bad
kwalijk, amper, nauwelijks = scarcely
kwalijk, nauwelijks, amper = barely
kwartel = quail
kwartier = dwelling, residence, phase
kwartier, schijngestalte, fase = phase
kwast = attitudinizer, fop, poseur, dandy, dude
kwast, aansteller = attitudinizer
kwast, saletjonker, dandy, fat = dude
kwast, saletjonker, dandy, fat = fop
kweek = couch-grass
kweekgras = couch-grass
kweken = cultivate, educate
kweken, bewerken, bebouwen = cultivate
kwekerij = plantation
kwekerij, plantage = plantation
kwel = source
kwellen = torment, pulverize
kwestie = quarrel, question
kwestie, strijd, twist, dispuut = quarrel
kwestie, vraag, navraag = question
kwetsen = harm
kwetsen, letsel toebrengen = harm
kwetsuur = injury
kwetteren = peep, twitter, chirp
kwiek = alert, keen, brisk
kwiek, druk, kras, levendig, rap = alert
kwijl = saliva
kwijl, speeksel, zever, spuug = saliva
kwijlen = slobber, salivate
kwijlen = slobber
kwijnen = wither
kwijstschelding = absolution
kwijstschelding, vrijspraak, absolutie = absolution
kwijt = lost
kwijtraken = lose
kwik = quicksilver
kwikzilver = quicksilver
kwikzilver, kwik = quicksilver
kwinkslag = witticism, joke
kwinkslag, ui, geestigheid, mop = witticism
kwispedoor = spittoon, cuspidor
kwispedoor, spuwbak, spuugbak = cuspidor
kwiteren = receipt
L.P.G. = LPG
la = drawer
laag = low, vile, deep
laag = low
laag, zwaar = deep
laaghartig = vile
laaghartig, laag, gemeen, infaam = vile
laaien = flame
laaien, vlammen = flame
laakbaar = condemnable, reprehensible, objectionable
laakbaar = reprehensible
laakbaar, afkeurenswaardig = condemnable
laakbaar, afkeurenswaardig = objectionable
laan = avenue
laan, dreef = avenue
laars = boot
laat = late, tardy
laat, vergevorderd = late
laat, vergevorderd = tardy
label = label, etiquette
label, etiket = label
laboratorium = laboratory
Laccadiven = Laccadives
lachbui = laughter
lachen = laugh
lachwekkend = ridiculous
ladder = ladder
lade = drawer
lade, schuiflade, la = drawer
laden = burden, load
laden = load
ladenkast = dresser
ladenkast, commode = dresser
lading = cargo
lady = dame, queen, king
lady, dam, vrouw, jonkvrouw = queen
laf = afraid
lafhartig = afraid
lafhartig, laf, bang = afraid
lafhartigheid = cowardice
lafheid = cowardice
lafheid, lafhartigheid = cowardice
lager = bearing
lagune = lagoon
lagune, kustmeer = lagoon
lakei = lackey
laken = reproach, cloth, reprove
laken = cloth
laken, afkeuren, berispen, gispen = reproach
lakken = lacquer, varnish
lamleggen = paralyse
lamleggen, verlammen = paralyse
lamp = lamp, bulb
lamp = lamp
lampekap = lamp-shade
lampepit = wick, fuse
lampje = bulb
lampolie = kerosene
lamsvlees = lamb
lanceren = launch
landbouwer = agrarian
landbouwkundige = agriculturist
landbouwkundige, agronoom = agriculturist
landelijk = rural
landen = land
landgoed = ranch, property, estate
landgoed, boerderij, bezitting = property
landgoed, goed, bezitting, boerderij = ranch
landhuis = villa
landing = landing
landingsplaats = pier, landing-stage
landingsplaats, aanlegplaats, steiger = pier
landingsplaats, steiger, aanlegplaats = landing-stage
landkaart = map
landkaart, kaart = map
landman = peasant, countryman
landrechter = sheriff
landschap = scenery, landscape
landschap = landscape
landschap = scenery
lang = prolonged, long, protracted, lanky
lang = long
langdurig = protracted, prolonged
langdurig, lang, lange tijd = prolonged
langdurigheid = length
lange broek = pants, trousers
lange broek, pantalon, broek = pants
lange tijd = protracted, prolonged
lange tijd, langdurig, lang = protracted
langoest = lobster
langoest, pantserkreeft, kreeft = lobster
langs = along
langs, naar, blijkens, ingevolge = along
langspeelplaat = LP
langzaam = slow, slowly, leasurely
langzaam = slow
langzamerhand = gradually
lankmoedig = lenient
lantaarn = lantern
Laos = Laos
Laotiaans = Laotian, Lao
Laotiaans = Laotian
Laotiaanse taal = Lao
Laotiaanse taal, Laotiaans = Lao
Lap = Laplander
lap = patch, rag
Lap, Laplander = Laplander
lap, lapwerk, ingezet stuk = patch
Lapland = Lapland
Laplander = Laplander
Laplands = Lapp, Lappish
Laplands = Lapp
Laplands = Lappish
lappen = mend
lappen, oplappen, boeten, flikken = mend
lapwerk = patch
lariks = larch
larve = larva
lassen = weld
lassen, wellen = weld
lasser = welder
lastbrief = mandate
laster = scandal, backbiting
laster, achterklap, eerroof = backbiting
lasthebber = commissioner
lasthebber, gecommitteerde = commissioner
lastig = difficult, inconvenient, troublesome
lat = lath, slat
lat = lath
lat = slat
laten = cause, allow, let
laten begaan = let, allow
laten blijken = show, manifest
laten blijken, manifesteren = manifest
laten doen = cause
laten merken = betray
laten schieten = allow, let
laten schieten, laten begaan, laten = let
laten trekken = infuse
laten varen = forsake
laten, laten begaan, laten schieten = allow
later = later
latex = latex
Latijns = Latin
latrine = latrine
latuw = lettuce
laurier = laurel
laurier, lauwer = laurel
lauw = immaterial, lukewarm, dispassionately, indifferent
lauw, koel, lusteloos = dispassionately
lauw, onverschillig = indifferent
lauwer = laurel
lava- = lava
laven = refresh
lawaai = din, noise, ado
lawaai, herrie, ophef, leven, rumoer = din
lawaaierig = noisy
lawine = avalanche
laxans = laxative
laxans, laxeermiddel = laxative
laxeermiddel = laxative
lebmaag = rennet-stomach
lector = lector, lecturer
lector = lector
lector = lecturer
Leda = Leda
leden = supporters, party, following, disciples, adherents
leden = following
leden, aanhang = disciples
leden, aanhang = party
leden, aanhang = supporters
lederen = leather
lederen, taai, leerachtig, leren = leather
ledig = void, empty
ledikant = bedstead
leed = grief, disappointment, annoyance
leed, verdriet, smart = grief
leeftijd = age
leeftijd, ouderdom = age
leeg = empty, vacant, unoccupied, void
leeg, vrij, open, onbezet = vacant
leegheid = emptiness
leegte = emptiness
leegte, leegheid = emptiness
leek = layman
leek, niet-ingewijde = layman
leen = fief
leengoed = fief
leengoed, leen = fief
leenman = vassal
leerachtig = leather
leerboek = textbook
leerboek, schoolboek = textbook
leergang = course
leerlooien = tan
leerschool = school
leerschool, school = school
leerstelling = dogma
leerstoel = pulpit
leerstuk = dogma
leesbaar = legible
leest = waistline, waist
leest, middel, taille = waistline
leestekens plaatsen = punctuate
leeuw = lion
leeuwerik = lark
leeuwetand = dandelion
leeuwetand, paardebloem = dandelion
lef = courage
legaal = legal
legatie = legation
legendarisch = legendary
legende = legend
leger = army
legerafdeling = division
legeren = camp
legeren, kamperen = camp
legering = alloy
legerkorps = corps
legerkorps, korps, corps = corps
legermacht = army
leggen = locate, lay
legioen = legion
legitimatie = ID, I.D.
legitimatie, legitimatiebewijs = I.D.
legitimatiebewijs = ID, I.D.
legitimatiebewijs, legitimatie = ID
legitimeren = legitimize
lei = slate
leiden = conduct
Leiden = Leiden, Leyden
leiden = head, lead
Leiden = Leiden
Leiden = Leyden
leidend = leading
leidend, toonaangevend, toongevend = leading
leiding = platform, stage, direction
leidraad = guide-book
leidraad, gids, gidsboek, richtsnoer = guide-book
Leitmotiv = leitmotif, leitmotiv
Leitmotiv = leitmotif
Leitmotiv = leitmotiv
lekker = alluring, enticing, tasty, tempting
lekker, aanlokkelijk = alluring
lekker, aanlokkelijk = enticing
lekker, aanlokkelijk = tempting
lekkernij = delicacy, tidbit
lel = slap
lelie = lily
lelijk = ugly
lemmer = blade
lemmet = blade
lende = loin
lenen = borrow, loan, lend
lenen = borrow
lenen = loan
lenen, voorschieten, uitlenen = lend
lengte = length, longitude
lengte (geo.) = longitude
lengte (geo.), lengte = longitude
lengte, langdurigheid = length
lenig = flexible
lens = void, lens, empty
lens = lens
lente = springtime
lente, voorjaar = springtime
lentemaand = March
lepra = leprosy
lepralijder = leper
lepralijder, leproos, melaatse = leper
leproos = leper
leraar = instructor
lerares = teacher
leren = leather, learn
les = lesson
Lesotho = Lesotho
lessenaar = lectern, desk
lessenaar, lezenaar = lectern
Let = Lett
lethargie = lethargy
Lethe = Lethe
Letland = Latvia
Lets = Lettish, Latvian
Lets = Latvian
Lets = Lettish
letsel toebrengen = harm
lettergreep = syllable
lettergreep, syllabe = syllable
letterkunde = literature
letterkundig = literary
letterkundig, litterair, literair = literary
letterlijk = literal
leuk = amusing, entertaining, funny
leuning = prop
leuren = peddle
leus = motto, watchword, slogan
leus, devies, lijfspreuk, leuze = watchword
leus, lijfspreuk, leuze, devies = motto
leuter = prick, cock
Leuven = Louvain
leuze = motto, watchword, slogan
Levant = Levant
Levantijns = Levantine
leven = noise, din, ado, life
levend = alive
levende have = livestock
levendig = brisk, alert, keen
levendig, druk, rap, kras, kwiek = brisk
levensbeschrijver = biographer
lever = liver
leveren = deliver, furnish
leveren, bestellen, afleveren = furnish
levering = delivery
levertraan = codfish-oil
Leviet = Levite
lezen = read
lezenaar = desk, lectern
lezenaar, lessenaar = desk
lezer = reader
Lias = Lias
Libanees = Lebanese
Libanon = Lebanon
Libanongebergte = Lebanon
Libanongebergte, Libanon = Lebanon
libel = dragonfly
libel, waterjuffer, juffertje = dragonfly
liberaal = liberal
liberaal, vrijzinnig = liberal
Liberia = Liberia
Liberiaans = Liberian
Libië = Libya
Libisch = Libyan
libretto = booklet
licentie = licence
licentie, vergunning = licence
lichaamsbouw = stature
lichaamsbouw, gestalte, figuur = stature
lichamelijk = physical
licht = lightly, facile, clear, weak, easy, insubstantial
licht = insubstantial
licht, klaar, hel = clear
licht, vlot, makkelijk = easy
lichtbak = headlight
lichtbak, reflector, koplamp = headlight
lichtekooi = whore, hooker
lichtelijk = rather
lichtgelovig = credulous
lichtjes = lightly, weakly
lichtjes, zwak, zwakjes = weakly
lichtknop = light-switch
lichtschakelaar = light-switch
lichtschakelaar, lichtknop = light-switch
lichttoren = lighthouse
lichtzinnig = frivolous
lichtzinnig, frivool, wuft = frivolous
lid = member, limb, joint
lid van een geleerd genootschap = academician
lid van een geleerd genootschapacademician = academician
lid worden = accede, join
lid worden = accede
lid, geleding, gelid, knoop, gewricht = joint
lid, lidmaat = limb
lid, lidmaat, aanhanger = member
lidmaat = limb, member
lidmaatschap = membership
Liechtenstein = Liechtenstein
lied = chanson, song
lieden = people, persons
lieden, personen, mensen = persons
lieden, volk, lui, mensen = people
lief = expensive, lovable, affable, sweetheart, friendly
liefdadigheids- = charitable
liefdadigheids-, charitatief = charitable
liefelijk = gentle, soft
liefelijk, zoet, zacht = gentle
liefhebben = love
liefheid = kindness
liefje = darling, sweetheart
liefkozen = caress, stroke, fondle, chuck
lieftalligheid = sweetness
Lier = Lyra
lies = groin
lieveheersbeestje = ladybug
lieveling = sweetheart, darling
liever = preferably
lieverd = darling
lift = elevator
liga = league
liggen = lie, recline
liggen = lie
liggen = recline
ligging = site
lijden = tolerate
lijdzaamheid = patience
lijfeigene = serf
lijfeigene, horige = serf
lijfeigenschap = serfdom, servitude
lijfeigenschap, herendienst = serfdom
Lijfland = Livonia
Lijflands = Livonian
lijfspreuk = watchword, motto, slogan
lijfspreuk, leus, leuze, devies = slogan
lijk = cadaver, corpse
lijk, kadaver, kreng = corpse
lijken = seem, resemble
lijken op = resemble
lijken op, gelijken, lijken = resemble
lijkverbranding = cremation
lijkverbranding, verassing, crematie = cremation
lijm = glue
lijm, kleefmiddel, kit, kleefstof = glue
lijn = rope
lijnolie = lineseed-oil
lijnpiloot = airline-pilot
lijntje = rope
lijntje, koord, snoer, koorde, lijn = rope
lijst = cadre, framework, picture-frame, table, tablet
lijst, schilderijlijst = picture-frame
lijvig = corpulent, comprehensive, fat
lijvig, dik = fat
lijvig, veelomvattend = comprehensive
lijvigheid = thickness
likdoorn = corn
likeur = liqueur
likken = lick
Limburg = Limbourg, Limburg
Limburg = Limbourg
Limburg = Limburg
limonade = lemonade
linde = lime-tree, linden-tree
linde, lindeboom = lime-tree
lindeboom = linden-tree, lime-tree
lindeboom, linde = linden-tree
linguïst = linguist
liniaal = straightedge, straight-edge, ruler
liniaal = ruler
liniaal = straight-edge
liniaal = straightedge
link = dangerous
linker = linker
linker- = left
links = left
links, linker- = left
linnen = linen
linoleum = linoleum
lint = ribbon
linze = lentil
lip = lip
liquide = available
liquide, beschikbaar, disponibel = available
liquideren = liquidate
lispelen = lisp
Lissabon = Lisbon
list = ruse
listig = cunning, smart, sly
litanie = litany
liter = litre, liter
liter = liter
liter = litre
literair = literary
literatuur = literature
Litouwen = Lithuania
Litouws = Lithuanian
litteken = scar
litterair = literary
litteratuur = literature
litteratuur, literatuur, letterkunde = literature
liturgie = liturgy
live = straight
locomotief = engine
loeder = scoundrel
loeien = roar
loensen = squint
lof = chicory, glory
lof, cichorei = chicory
loflied = paean
loflied, lofzang = paean
Lofoten = Lofoten
lofzang = paean
log = awkward
logé = guest
logement = inn, hostel
logement, herberg = hostel
logement, herberg = inn
logeren = stop, stay
logeren = stay
logeren = stop
logica = logic
logies = dwelling, residence
logies, kwartier, woning, onderkomen = dwelling
logisch = logical
lokaal = chamber, place, local
lokaal, vertrek, kamer = chamber
lokaas = bait
lokaliteit = spot, location
loket = ticket-window
lokken = decoy, lure
lokken = decoy
lokken = lure
lomp = rude, rag, coarse
Londen = London
lonen = reward
long = lung
longkruid = pulmonaria, lungwort
longkruid = lungwort
longkruid = pulmonaria
longontsteking = pneumonia
longtering = tuberculosis, consumption
longtering, tering, tuberculose = consumption
lonken = ogle
lont = wick, fuse
loodrecht = right-angle
loods = shanty, shack, barrack, stand, barn
loods, keet, schuur, barak = barn
loodsen = pilot
loof = foliage
loof, gebladerte, bladertooi = foliage
looien = tan
look = garlic
look, knoflook = garlic
loon = compensation, wage, wages, salary
loop = stream
loop, stroom, stroming = stream
loopbaan = career
loopgraaf = trench
loos = empty, false, void
loos, bedrieglijk, dubbelhartig = false
loos, ledig, leeg, lens, hol = void
loot = child
lopen = go, march, step, flow, tread, walk, pace
lopen, marcheren = march
lopen, stappen, treden, schrijden = step
lopen, van stapel lopen, gaan = go
lor = rag
lord = lord
Lorelei = Lorelei
lork = larch
lorkeboom = larch
lorkeboom, lariks, lork = larch
los = free, mobile
los, mobiel, beweegbaar, roerend = mobile
losbarsten = explode
losbinden = untie
loshaken = unhook
losjes = loosely
loskopen = ransom, redeem
loskopen, vrijkopen, afkopen = ransom
loslaten = release
loslaten, uitlaten, tappen, lossen = release
losmaken = untie, unlash
losmaken = unlash
lossen = release, unload
lossen, uitladen, afladen = unload
lot = fortune, fate, destiny
lot, bestemming, lotsbestemming = destiny
lot, fortuin, fortuinlijkheid = fortune
loten = allot
loterij = raffle, lottery
loterij, verloting = lottery
lotgeval = adventure
Lotharingen = Lorraine, Lothringen
Lotharingen = Lorraine
Lotharingen = Lothringen
lotsbestemming = destiny, fate
lotsbestemming, bestemming, lot = fate
lotus = lotus
lotus, rolklaver = lotus
louter = solitary, mere, sole, alone
louter, alleen, verlaten, enig = alone
louter, enkel, bloot = mere
louteren = refine, cleanse, purge
louteren, raffineren, verfijnen = refine
louwmaand = January
loven = laud, commend, glorify, praise
loven, roemen, verheerlijken, prijzen = praise
loven, verheerlijken, roemen, prijzen = glorify
loyaal = loyal
LP = LP
LP, langspeelplaat = LP
LPG = LPG
LPG, L.P.G. = LPG
lucht = odour, heaven, sky, odor, scent, atmosphere, air
lucht = air
lucht- = overground, overhead
lucht, hemel = heaven
lucht, hemel = sky
lucht-, met lucht gevuld, bovengronds = overhead
lucht, reuk, luchtje, geur = odour
lucht, sfeer, dampkring, atmosfeer = atmosphere
luchtafweer = air-defence
luchtafweergeschut = ack-ack
luchtballon = balloon, air-balloon
luchtband = tube, tyre
luchtbrug = air-lift
luchtdruk = air-pressure
luchtdrukgeweer = air-gun
luchten = ventilate
luchter = chandelier
luchteskader = air-squadron
luchtfilter = air-filter
luchthartig = flighty, impulsive
luchthaven = airport
luchtig = fresh, impulsive, slender, recent, flighty
luchtig, fris, vers, onbedorven = recent
luchtig, luchthartig = flighty
luchtig, luchthartig = impulsive
luchtje = odor, odour, scent
luchtklep = air-valve
luchtklep, ventiel = air-valve
luchtkussen = air-cushion
luchtledige ruimte = vacuum
luchtledige ruimte, vacuüm = vacuum
luchtpijp = windpipe, tube
luchtpijp = windpipe
luchtpost = air-mail
luchtpostbrief = aerogramme
luchtrooster = air-grid
luchtschip = air-ship
luchtspiegeling = mirage
luchtspiegeling, fata morgana = mirage
luchtverdediging = air-defence
luchtverdediging, luchtafweer = air-defence
luchtverontreiniging = air-pollution
luchtvloot = air-fleet
luchtweerstand = air-resistance
luchtweg = airway
luchtzak = air-pocket
luchtziek = airsick
luchtziekte = airsickness
luchvaart = aviation
luchvaart, aviatiek, vliegwezen = aviation
lucifer = match
Lucifer = Lucifer
Lucifer = Satan
lui = people, lazy, slothful
lui = lazy
lui = slothful
luiaard = sloth
luid = loud, loudly
luid, hardop = loudly
luidruchtig = noisy
luidruchtig, rumoerig, lawaaierig = noisy
luierbroekje = pilch
luifel = shed, penthouse
luifel, afdak = penthouse
luifel, afdak = shed
luiheid = laziness
luik = skylight
Luik = Liège
luik = shutter, porthole
luik = shutter
luipaard = panther, leopard
luipaard, panter = leopard
luis = louse
luister = pomp, splender
luister, pracht, vertoon, praal = splender
luisteraar = listener
luisteraar, toehoorder = listener
luisteren = listen
luisterrijk = resplendant
luit = lute
luitenant = lieutenant
luizig = insignificant, trifling
lul = prick, cock
lul, pik, leuter, snikkel, jongeheer = prick
lumineus = brilliant, bright
lunair = lunar
lunch = snack, lunch
lurken = suck
lust = inclination, disposal, lust, want
lusteloos = lifeless, dispassionately, apathetic
lusteloos, melig, apathisch = apathetic
lusteloos, saai = lifeless
lusteloosheid = apathy
lustig = cheerful
luttel = little, diminutive, small
luttel, karig, min, klein, gering = diminutive
luwen = subside, abate
luxeartikel = luxury
Luxemburg = Luxemburg, Luxembourg
Luxemburg = Luxembourg
Luxemburg = Luxemburg
Luxemburger = Luxembourger, Luxemburger
Luxemburger = Luxembourger
Luxemburger = Luxemburger
Luxor = Luxor
luxueus = luxurious, deluxe
luxueus, weelderig = deluxe
lyceum = lyceum
Lycië = Lycia
Lycische = Lycian
Lydië = Lydia
Lydisch = Lydian
ma = mam, mom, mammy, mommy
maag = stomach
maagbrand = heartburn
maagbrand, maagzuur, zuur = heartburn
Maagd = Virgo
maagdelijk = virginal, virgin
maagdelijk, ongerept = virginal
maagzuur = heartburn
maaien = cut, mow
maaien = cut
maaien = mow
maal = occasion, time
maan = moon
maan- = lunar, moon-
maan- = moon-
maan-, lunair = lunar
maanbrief = dunning-letter
maand = month
maand- = monthly
maandag = Monday
maandelijks = monthly
maandelijks, maand- = monthly
maar = but, only, however, solely
maar, alleen, slechts = solely
maar, doch = but
maart = March
Maas = Meuse
maas = mesh, loop
maas, breisteek, steek, strik = loop
maas, breisteek, steek, strik = mesh
Maasstad = Rotterdam
Maastricht = Maastricht, Maestricht
Maastricht = Maastricht
Maastricht = Maestricht
maat = pal, companion, comrade, buddy, tact
maat, kameraad, kornuit, makker = companion
maat, makker, kameraad, kornuit = comrade
maat, makker, kameraad, kornuit = pal
maatregel = arrangement
maatschappelijk = social
maatschappijleer = sociology
Macao = Macao
macaroni = macaroni
Macau = Macau
Macedonië = Macedonia
Macedonisch = Macedonian
mach = mach
Machiavelli = Machiavelli
machinatie = plot
machinatie, intrige, konkelarij = plot
machine = machine
machinerieën = machinery
macht = power
machtig = powerful
machtigen = authorize
machtigen, autoriseren, volmachtigen = authorize
machtiging = authorization
machtiging, mandaat, bevoegdheid = authorization
Madagascar = Madagascar
Madagaskisch = Madagascan
Madeira = Madeira
madeliefje = daisy
Madonna = Madonna
Madrid = Madrid
maëstro = maestro
maffen = sleep
magazijn = warehouse
Magdalena = Magdalena
Magdalenien = Magdalenian
mager = slender, skimpy, skinny, meager, thin
mager, sprietig, schraal = skimpy
magie = magic
magisch = magical
magisch, toverachtig = magical
magneet = magnet
magnetisch = magnetic
magnetiseren = magnetize
magnetisme = magnetism
magnetofoon = tape-recorder
magnetofoon, bandrecorder = tape-recorder
Magog = Magog
Magyaar = Magyar
mais = mealies, maize
maïs = maize, mealies
mais, maïs = maize
maïs, mais = mealies
majesteit = excellency
majestueus = majestic
majoor = major
Majorca = Majorca, Mallorca
Majorca = Majorca
Majorca = Mallorca
makelaar = broker
maken = develop, cause, make, do, fabricate, manufacture
maken, doen, bedrijven = make
maken, doen, laten doen, laten = cause
maken, fabriceren, aanmaken = fabricate
make-up = make-up
Makkabeeën = Maccabees
makkelijk = facile, easy
makker = pal, comrade, companion, buddy
makker, kameraad, kornuit, maat = buddy
makreel = mackerel
mal = ridiculous
Malakka = Malacca
malaria = malaria
Malawi = Nyasaland, Malawi
Malawi = Malawi
Malawi = Nyasaland
Malawisch = Malawian
Malediven = Maldives
Maledivisch = Maldivian
Maleis = Malay
Maleisië = Malaysia
Maleisisch = Malaysian
malen = pulverize
malen, vermalen, kwellen = pulverize
Mali = Mali
Malinees = Malian
Malinees, Malisch = Malian
Malisch = Malian
malloot = fool
malsheid = softness, mellowness
Malta = Malta
Maltezer = Maltese
mam = mammy, mom, mam, teat, mommy
mam, ma, mammie, mamma = mom
mam, mammie, mamma, ma = mam
mamma = mom, mam, mommy, mammy
mammie = mam, mommy, mom, mammy
mammie, ma, mamma, mam = mammy
mammie, mam, ma, mamma = mommy
Mammon = Mammon
man = husband, spouse
manchet = cuff
mand = basket
mandaat = authorization, mandate
mandarijn (vrucht) = tangerine
manen = dun, admonish, scold
manen, aanmanen = dun
manen, vermanen, aanmanen, aansporen = scold
manga = mango
mangaboom = mango-tree
mangaboom, mangoboom = mango-tree
mangel = absence
mangelwortel = beet
mangisboom = mangosteen
mango = mango
mango, manga = mango
mangoboom = mango-tree
mangoest = mongoose
manicuren = manicure
manier = mode, manner
manier, wijze, trant = mode
manifesteren = show, manifest
manifesteren, laten blijken = show
Manilla = Manila
maniok = cassave
manipuleren = manipulate
mank = lame
mank lopen = limp
mank, kreupel, hinkend = lame
manmoedigheid = virility
manmoedigheid, mannelijkheid = virility
mannelijk = male, masculine
mannelijk = male
mannelijk = masculine
mannelijkheid = virility
mannenklooster = monastery
mannetjeshert = stag
manoeuvreren = maneuver, manoeuvre, manœuvre
manoeuvreren, rangeren = maneuver
manoeuvreren, rangeren = manoeuvre
mantel = mantle, cloak
mantel, jas = mantle
mantelkap = cowl
Mantsjoerije = Manchuria
Mantsjoerijns = Manchurian
manuscript = manuscript
Maori = Maori
Maori-taal = Maori
Maori-taal, Maori = Maori
map = folder
marchanderen = haggle, bargain
marcheren = march, walk
marcheren, tippelen, lopen = walk
mare = repute, fame, rumour, hearsay, rumor
maretak = mistletoe
margarine = margarine
marge = margin
margriet = marguerite
Maria = Mary
Maria-Boodschap = Annunciation
Maria-Hemelvaart = Assumption
Maria-Lichtmis = Candlemas
marine = navy
marine, zeemacht = navy
marionet = puppet, marionette
marionet = marionette
marionet = puppet
markt = marketplace, fair, market, bazaar
markt, marktplaats, bazaar, marktplein = bazaar
marktplaats = fair, marketplace, bazaar, market
marktplaats, markt, marktplein = marketplace
marktplein = fair, market, bazaar, marketplace
marktplein, markt, bazaar, marktplaats = fair
marktplein, markt, bazaar, marktplaats = market
marmelade = marmelade, jam
marmelade, moes, jam = jam
marmeren = vein
marmeren, aderen = vein
Marokkaans = Moroccan
Marokko = Morocco
Marowijne = Marowine
Mars = Mars
Marsbewoner = Martian
Marsbewoner, Martiaan = Martian
martelaar = martyr
martelen = torture, torment
martelen, koeioneren, kwellen = torment
marter = weasel
Martiaan = Martian
maskeren = mask
maskering = masquerade
massa = mass, multitude, pile, crowd
massa, drom, hoop, menigte, boel = multitude
masseren = massage
massief = massive
mast = mast
mat = tired, frosted, mat
mat- = frosted
mat, mat- = frosted
match = contest
match, wedstrijd, concours = contest
mate = degree, grade
materiaal = data
materialiseren = materialise, materialize
materialiseren, verstoffelijken = materialise
materieel = material, data
mathematica = mathematics
mathematicus = mathematician
mathematicus, wiskundige = mathematician
mathematisch = mathematical
matig = abstemious, reasonable, moderate, temperate
matig, gematigd, bescheiden = reasonable
matigheid = moderation
matras = mattress
matrijs = matrix
matrix = matrix
matse = matzo
matse, paasbrood = matzo
Matterhorn = Matterhorn
Mauretanië = Mauritania
Mauretaniër = Moor, Mauritanian
Mauretaniër, Moor, Moriaan = Mauritanian
Mauretaniër, Moor, Moriaan = Moor
Mauretanisch = Mauretanian, Moorish, Moresque
Mauretanisch, Moors = Mauretanian
Mauretanisch, Moors = Moresque
Mauritius = Mauritius
maximaal = maximum
maximum- = maximum
maximum-, maximaal = maximum
Maya = Maya
mazelen = measles
mazzel = luck
me = I, me
mecanicien = mechanic
mecanicien, werktuigkundige = mechanic
mechanica = mechanics
mechanica, werktuigkunde = mechanics
mechanisch = mechanical
mechanisch, werktuiglijk = mechanical
Mechelen = Malines, Mechlin
Mechelen = Malines
Mechelen = Mechlin
medaille = medal
mede = too, also
mede, evenzeer, eveneens, ook = too
mededader = abettor, accomplice, abetter
mededader, medeplichtige = abetter
mededader, medeplichtige = accomplice
mededelen = communicate
mededogen = compassion
medegevoel = sympathy
medegevoel, deelneming = sympathy
medeklinker = consonant
medelijden = compassion
medemens = fellow-creature
medeplichtige = abetter, abettor, accomplice
medeplichtige, mededader = abettor
medeplichtigheid = abetment
medestander = fellow-thinker
medicijn = medicine, pharmaceutical
medicijn, artsenij, geneesmiddel = medicine
medicinaal = medical
medicus = physician
medicus, dokter, arts, geneesheer = physician
Medina = Medina
medio = amidst
mediteren = meditate
medium = resources, environment
medium, milieu, omgeving = environment
Medusa = Medusa
meedelen = communicate
meedingen = compete, rival
meedingen, concurreren, wedijveren = rival
meedingen, wedijveren, concurreren = compete
meedoen = participate
meegaand = accommodating
meegaandheid = tractability, manageability
meegaandheid, volgzaamheid, gedweeheid = manageability
meegeven = endow
meel = meal, flour
meel, bloem = flour
meeloper = opportunist
meeloper, opportunist = opportunist
meemaken = participate
meer = more, lake
meer = more
meer en meer = increasingly
meer en meer, in toenemende mate = increasingly
meerderheid = majority
meerderheid, meerderjarigheid = majority
meerderjarig = full-grown, grown-up
meerderjarig, mondig = full-grown
meerderjarigheid = majority
meermaals = repeatedly
mees = titmouse
meeslepend = vivacious
meest = most
meest, hoogst = most
meester = maestro
meester worden = master
meester zijn = dominate
meester, grootmeester, maëstro = maestro
meetellen = count
meeting = gathering, assemblage
meeting, samenkomst, bijeenkomst = assemblage
meetkunde = geometry
meeuw = seagull
meeuw, zeemeeuw = seagull
meevoelen = sympathize
meewerken = cooperate, co-operate
meewerken, samenwerken = co-operate
Mefistofeles = Mephistopheles
mei = May
meid = lass, girl, maid, servant
meid, meisje = girl
meier = steward, superintendant
meisje = fiancée, girl, bride, lass
meisje, meid = lass
meizoentje = daisy
meizoentje, madeliefje = daisy
Mekka = Mecca
Mekong = Mekong
melaatse = leper
melaatsheid = leprosy
melaatsheid, lepra = leprosy
melancholiek = melancholy
Melanesië = Melanesia
Melanesisch = Melanesian
melig = tiresome, apathetic
melk = milk
melkinrichting = dairy
melkpoeder = milk-powder
melkweg- = galactic
melkweg-, galactisch = galactic
melodie = melody
melodieus = tuneful
melodieus, melodisch, zangerig = tuneful
melodisch = tuneful
melodrama = melodrama
melodramatisch = melodramatic
meloen = melon
men = one
menen = suppose, deem, believe
menen, geloven, houden voor = deem
menen, vermoeden, stellen = suppose
mengeling = mixture
mengelmoes = mixture
mengelmoes, mengsel, mengeling = mixture
mengen = mix, blend, mingle, shuffle
mengsel = mixture
menig = many
menig, veel, vele = many
menigmaal = often, regularly, frequently
menigmaal, dikwijls, vaak, gedurig = often
menigmaal, gedurig, dikwijls, vaak = frequently
menigte = pile, crowd, multitude, mass
menigte, hoop, massa, boel, drom = crowd
menigvoudig = diverse, varied, various
menigvoudig, verschillend, menigvuldig = diverse
menigvuldig = varied, diverse, various
menigvuldig, verschillend, menigvoudig = varied
mening = opinion, supposition
mennen = direct, steer, guide
mennen, dirigeren, richten, besturen = direct
mens = man
mensdom = mankind
mensdom, mensheid = mankind
menselijk = human, humane
menselijk = human
menselijk, humaan = humane
mensen = persons, people
menseneter = cannibal
mensheid = mankind
menslievendheid = charity
mentaal = mental
mentor = counsellor
mep = blow
Mercurius = Mercury
merel = blackbird
merel, gieteling = blackbird
meren = moor
merendeels = mostly
merken = mark
merken, tekenen = mark
merkwaardig = remarkable, noteworthy
merkwaardig, opmerkelijk = noteworthy
mes = knife
Mesolithicum = Mesolithic
Mesozoïcum = Mesozoic
messing = brass
mest = manure, fertilizer
mest = fertilizer
mest = manure
mesten = fertilize
met = on, through, against, with
met aandacht = attentively
met de klok mee = clockwise
met de klok mee, rechtsom = clockwise
met een band omgeven = tape
met geen mogelijkheid = impossibly
met gemak = easily
met gemak, allicht = easily
met geweld = violently
met goed gevolg = successfully
met gom bestrijken = erase
met ingang van = from
met lucht gevuld = overhead, overground
met lucht gevuld, lucht-, bovengronds = overground
met nadruk zeggen = emphasize
met nadruk zeggen, benadrukken = emphasize
met nieuwsgierigheid = inquisitively
met nieuwsgierigheid, nieuwsgierig = inquisitively
met opzet = deliberately
met overgave = selflessly, devotedly
met overgave = devotedly
met overgave = selflessly
met pensioen gaan = retire
met spoed = urgently
met spoed, urgent = urgently
met, samen met = with
met, tegenaan, tegen, jegens = against
metaaldraad = wire
metaaldraad, draad = wire
metaalmengsel = alloy
metafoor = metaphor
metalen = metal, metallic
metalen = metal
metalen = metallic
metamorfose = metamorphosis
meten = compute, measure
meten = measure
meteoriet = meteorite
meteorologie = meteorology
meter = meter, metre
meter, metrum, versmaat = meter
meter, versmaat, metrum = metre
metgezel = accompanist, companian
methode = method
methodisch = methodical
methodisch, schools = methodical
methodistisch = Methodist
Methusalem = Methuselah
metriek = metric
metro = subway, underground
metro = subway
metro = underground
metropoliet = archbishop
metropoliet, aartsbisschop = archbishop
metropolis = metropolis
metropool = metropolis
metrum = metre, meter
metselaar = mason
metselkalk = morter
metselwerk = masonry
metterdaad = indeed, actually
Mexicaans = Mexican
Mexico = Mexico
mezelf = myself
mezelf, mijzelf = myself
mica = mica
mica, glimmer = mica
microbe = germ, microbe
microbe = germ
microbe = microbe
microfilm = microfilm
microfoon = microphone
Micronesië = Micronesia
microscoop = microscope
Midas = Midas
middag = noon, midday, afternoon
middageten = dinner
middagmaal = dinner
middel = resources, tool, waist, waistline, means
middel, leest, taille = waist
middel, werktuig = means
middel, werktuig = tool
middelbaar = middle
Middellandse Zee = Mediterranean
middellijn = diameter
middellijn, diameter = diameter
middelpunt = center, centre
middelste = central
midden = amidst
middernacht = midnight
mier = ant
mierik = horse-radish, horseradish
mierikswortel = horseradish, horse-radish
mierikswortel, mierik = horse-radish
mierikswortel, mierik = horseradish
migrerend = migrant
mij = I, me
mij, ik, me = I
mij, me = me
mijden = evade, avoid
mijden, uit de weg gaan, ontwijken = avoid
mijden, uit de weg gaan, ontwijken = evade
mijl = mile
mijlpaal = milestone, milepost, landmark
mijlpaal = landmark
mijlpaal = milepost
mijlpaal = milestone
mijmeraar = dreamer, muser, day-dreamer
mijmeraar, dromer = dreamer
mijmeren = dream, daydream
mijmeren, dromen = daydream
mijmeren, dromen = dream
mijmering = reverie
mijmering, gedroom, gemijmer = reverie
mijn = auction, my
mijn, m'n = my
mijnbouw = mining
mijnbouwkundig onderzoeker = prospector
mijnenlegger = minelayer
mijnenveld = minefield
mijngas = fire-damp
mijnhout = pit-props, pitwood
mijnhout = pit-props
mijnhout = pitwood
mijningenieur = mining-engineer
mijnlamp = safety-lamp, davy
mijnlamp = davy
mijnlamp = safety-lamp
mijnschacht = shaft
mijnwerker = miner
mijt = mite, woodpile
mijt = mite
mijter = miter, mitre
mijter = miter
mijter = mitre
mijzelf = myself
mik = bread, loaf
mik, brood = bread
mik, brood = loaf
mikken = intend
mikken op = intend
mikpunt = object
mikpunt, onderwerp, object, ding = object
Milaan = Milan
mild = mild
mildheid = mildness, gentleness, balminess, meekness
mildheid = gentleness
mildheid, zachtaardigheid = meekness
milieu = environment
militair = military
militant = truculent
miljoen = million
millennium = millenium, millennium
millennium = millennium
millimeter = millimeter, millimetre
millimeter = millimeter
millimeter = millimetre
min = little, small, less, diminutive, minus
min, klein, luttel, gering, karig = small
min, minus = minus
minachten = despise
minachten, verachten = despise
minachting = contempt
minder = less
minder belangrijk = side, incidental
minder belangrijk, ver, bij-, zij- = incidental
minder, min = less
minderheids- = minority
minderwaardig = inferior
mineraal = mineral
Minerva = Minerva
miniem = minimum
miniem, minimaal = minimum
minimaal = minimum
minister = minister
minister, bewindsman = minister
ministerie = ministry
ministerieel = ministerial
minister-president = premier
minister-president, premier = premier
minnares = lover
minpunt = disadvantage
minst = least
minus = minus
minuscuul = tiny, midget, dwarf
minuscuul, dwergachtig = midget
minuskuul = tiny
minutieus = precise
minuut = minute
Mioceen = Miocene
miraculeus = miraculous
mirakel = miracle
mirakel, wonder = miracle
mis = incorrect
misdaad = crime
misdaad, misdrijf = crime
misdadig = criminal
misdadig, snood, crimineel = criminal
misdrijf = crime
miserabel = wretched
misère = misery
misgrijpen = miss
misgunnen = envy
miskelk = goblet, chalice
misleiden = deceive
misleiden, bedriegen = deceive
misleidend = fallacious
mislopen = miss
mislukken = abort, miscarry
mislukt = abortive
mismaakt = deformed
mismaakt, misvormd = deformed
misplaatst = unseemly
misrekenen = miscalculate
misrekenen, buiten de waard rekenen = miscalculate
misschien = perhaps, maybe, possibly
misschien, mogelijk, mogelijkerwijs = perhaps
misschien, mogelijkerwijs, mogelijk = maybe
misschien, mogelijkerwijs, mogelijk = possibly
misselijk = abhorrant, nauseous, disgusting
misselijk, stuitend, onsmakelijk = abhorrant
misselijk, stuitend, onsmakelijk = disgusting
misselijk, stuitend, onsmakelijk = nauseous
misselijkheid = disgust, nausea
misselijkheid, walging, walg, afkeer = nausea
missen = miss, lack
missen, mislopen, misgrijpen = miss
missen, ontberen, derven = lack
missie = mission
missie, opdracht, zending = mission
missionaris = missionary
missionaris, zendeling = missionary
mist = fog, mist
mistig = fuzzy, misty
mistig, dampig, heiig, nevelig = misty
mistroostig = somber
misvatten = misunderstand
misvatten, verkeerd begrijpen = misunderstand
misverstand = misunderstanding
misvormd = deformed
mixen = mingle, shuffle, mix, blend
m'n = my
mnemonisch = mnemonic
mobiel = mobile
mobiliseren = mobilize
Moçambiquaans = Mozambican
Moçambiquaans, Mozambiquaans = Mozambican
Moçambique = Mozambique
modder = mud, slime
modderen = botch
modderig = muddy
mode = fashion
mode- = fashionable
mode, modus, wijs = fashion
modelleren = mold, mould, model
modelleren = model
modelleren, boetseren = mould
modem = modem
modemaakster = milliner
modern = modern
moderniseren = modernize
modieus = fashionable
modificatie = adaptation
modificatie, bewerking, aanpassing = adaptation
modificeren = modify
modiste = milliner
modiste, modemaakster = milliner
modus = fashion
moe = tired
moed = courage
moëddzin = muezzin
moëddzin, muezzin, mueddzin = muezzin
moeder = mother
moedig = courageous, valiant
moedwillig = deliberately, intentional
moedwillig, bedoeld, opzettelijk = intentional
moeilijk = difficult, inconvenient
moeilijk, lastig, slim = inconvenient
moeilijkheid = difficulty, trouble
moeite = effort
moeite doen = attempt, endeavour
moeite, poging = effort
moer = marsh, swamp, nut
moer = nut
moeras = swamp, marsh
moerbei = mulberry-tree
moerbeiboom = mulberry-tree
moerbeiboom, moerbei = mulberry-tree
moersleutel = spanner
moersleutel, schroefsleutel = spanner
moes = jam, marmelade, gruel, mush, mess
moes, brij, pap = mess
moet = blot
moeten = should, need, must, require
Moezel = Moselle
Moezelwijn = moselle
mogelijk = possible, perhaps, possibly, maybe
mogelijkerwijs = possibly, perhaps, maybe
mogelijkheid = possibility
mogen = may
mogendheid = power
Mohammed = Muhammad, Mohammed
Mohammed = Mohammed
Mohammed = Muhammad
mohammedaan = Moslem, Muslim, Mohammedan, Mussulman
mohammedaan, islamiet, moslim = Mohammedan
mohammedanisme = Islam
Mokum = Amsterdam
mol = mole
Moldavië = Moldavia
Moldavisch = Moldavian
molecuul = molecule
molen = mill
molenaar = miller
molenaar, mulder = miller
Moloch = Moloch
Molukken = Moluccas
Moluks = Moluccan
moment = moment, instant
moment, oogwenk, ogenblik, tel = instant
mompelen = mutter
Monaco = Monaco
monarch = monarch
monarch, vorst = monarch
mond = aperture, opening
mond, gat, opening = aperture
mond, opening, gat = opening
mondeling = orally, oral
mondeling = orally
mondeling, oraal = oral
mondharmonika = harmonica
mondig = grown-up, full-grown
mondig, meerderjarig = grown-up
mondvol = morsel, mouthful
mondvol, hap = mouthful
Monegask = Monacan
Monegaskisch = Monegasque
Mongolië = Mongolia
Mongool = Mongol
Mongools = Mongolian
monnik = monk
monnikskap = monkshood, aconite
monnikskap, akoniet = aconite
monnikskap, akoniet = monkshood
monocle = monocle
monocle, oogglas = monocle
monoloog = soliloquy, monologue
monopolie = monopoly
monotoon = monotonous
monotoon, saai, eentonig = monotonous
monseigneur = monsignor
monster = sample, specimen
monsterachtig = monstrous
monsterachtig, gedrochtelijk = monstrous
monsterachtigheid = monstrosity
monsterflesje = sample-bottle
monsterkaart = sample-card
monsterrol = muster-roll
monstrans = monstrance
montage = composing, mounting, erecting
montage, zetting = composing
montage, zetting = mounting
montagebouw = pre-fabrication, prefabrication
montagebouw = pre-fabrication
montagebouw = prefabrication
montagefoto = photomontage
montbretia = montbretia
Montenegrijns = Montenegrin
Montenegro = Montenegro
monter = jaunty, cheerful
monter, lustig, vrolijk = cheerful
monteren = link, mount
monteren, zetten = link
monteren, zetten = mount
monteur = fitter
montuur = setting
monument = monument
monument, gedenkteken = monument
monumentaal = monumental
mooi = beautifully, beautiful, handsome, fine
mooiprater = coaxer, flatterer
mooiprater = coaxer
mooiprater = flatterer
Moor = Moor, Mauritanian
moorddadig = deadly
moorddadig, dodelijk = deadly
moorden = murder
moorden, vermoorden = murder
moordenaar = murderer
moordenares = murderess
moordlust = bloodthirstiness
moordlustig = bloodthirsty
moordlustig, moordziek = bloodthirsty
moordpartij = massacre
moordpartij, bloedbad = massacre
moordziek = bloodthirsty
Moors = Moorish, Mauretanian, Moresque
Moors, Mauretanisch = Moorish
moot = slice
moot, plak, snede, schijf, filet = slice
mop = cupcake, witticism, blot, joke
mop, koekje = cupcake
mop, pots, grol, kwinkslag, grap = joke
mopneus = pug-nose
moppen tappen = gag
mopperaar = grouser, grumbler
mopperen = growl, grumble
mopperen, kankeren, sputteren, morren = growl
mopperen, morren, kankeren, sputteren = grumble
moppig = comic, comical
mops = pug, pug-dog
mops, mopshond = pug
mops, mopshond = pug-dog
mopshond = pug-dog, pug
moraal = morals
moralist = moralist
moralist, zedenmeester = moralist
moraliteit = morality
moratorium = moratorium
Moravië = Moravia
moreel = mood, moral
morel = morello
morene = moraine
morene, gruiswal = moraine
morfeem = morpheme
morfine = morphia, morphine
morfine = morphia
morfine = morphine
morfinist = morphinomaniac
morfologie = morphology
morganatisch = morganatic, morganatical
morganatisch = morganatic
morganatisch = morganatical
morgen = tomorrow, morning
morgen = tomorrow
morgenlicht = dawn, aurora
morgenrood = aurora, dawn
morgenrood, morgenlicht = aurora
Moriaan = Moor, Mauritanian
morille = morel
mormel = monster
mormoons = Mormon
Morpheus = Morpheus
morrelen = fumble
morrelen, friemelen, scharrelen = fumble
morren = growl, mutter, grumble
morren, brommen, mompelen, mummelen = mutter
morsdood = stone-dead
morsen = spill
morsig = unclean, soiled, filthy, dirty
morsig, smerig, onrein, vuil, vies = unclean
morsig, vuil, vies, smerig, onrein = soiled
morsigheid = dirtiness, untidiness
mortel = morter
mortelbak = hod
mortier = mortar, morter
mortier, mortel, specie, metselkalk = morter
mortier, vijzel = mortar
mos = moss
mosgroen = moss-green
moskee = mosque
Moskou = Moscow
Moskovitisch = Muscovite
moslim = Mussulman, Muslim, Mohammedan, Moslem
moslim, islamiet, mohammedaan = Muslim
mossel = mussel
mosselplaat = mussel-bank, mussel-bed
mosselplaat = mussel-bank
mosselplaat = mussel-bed
mossig = mossy
mosterd = mustard
mosterdgas = mustard-gas
motel = motel
motet = motet
motie = motion, resolution
motie, resolutie = motion
motivatie = motivation
motor = motorcycle, motor
motor = motor
motor, motorfiets = motorcycle
motorboot = motor-boat, motor-launch
motorboot = motor-boat
motorboot = motor-launch
motorfiets = motorcycle
motorisch = motorial, locomotive
motorisch = locomotive
motorisch = motorial
motoriseren = motorize
motorkap = bonnet
motorpech = brakedown
motorpech, panne, pech, bijdraaien = brakedown
motorrijder = motor-cyclist
motregenen = mizzle, drizzle
motregenen = drizzle
motregenen = mizzle
mottig = moth-eaten
Mount Everest = Everist
mousepad = mousepad
mousseline = muslin
mousseline, neteldoek = muslin
mousserend = effervescent, sparkling
mout = malt
mouw = sleeve
mozaïek = mosaic
Mozambiquaans = Mozambican
Mozambique = Mozambique
Mozambique, Moçambique = Mozambique
Mozes = Moses
mu = mu
mud = hectolitre
mud, hectoliter = hectolitre
mudvol = replete, brimming
mueddzin = muezzin
muezzin = muezzin
muf = stale, moldy, mouldy, musty
muf, adellijk, benauwd, goor, gortig = stale
muf, vuns, vunzig, duf = moldy
mug = gnat
muggebeet = midge-bite, gnat-bite
muggebeet = gnat-bite
muggebeet = midge-bite
muggezifter = nit-picker, niggler, hair-splitter
muggezifterij = hair-splitting
muil = jaws, mouth, mule, maw, muzzle
muil, bek = jaws
muil, bek = muzzle
muildierdrijver = muleteer
muilezel = hinny
muiltje = mule
muiltje, slof, muil = mule
muis = mouse
muisstil = noiseless
muiten = revolt
muiten, rebelleren, in opstand komen = revolt
muiter = rebel, mutineer
muiterij = rebellion, mutiny
muiterij, onlusten, opstand = mutiny
muiterij, onlusten, opstand = rebellion
muizengif = rat-poison
muizenissen = worries
muizeval = mousetrap, mouse-trap
muizeval = mouse-trap
muizeval = mousetrap
mul = sandy, powdery, loose
mul = powdery
mul, rul = loose
mulattin = mulatto
mulder = miller
multinationaal = multinational
multiplex = plywood
multipliceren = duplicate, multiply
multipliceren, vermenigvuldigen = multiply
multipliceren, verveelvoudigen = duplicate
multitasking = multitasking
mummelen = mutter
mummie = mummy
mummificatie = mummification
mungo = mongoose
mungo, ichneumon, mangoest = mongoose
munitie = ammunition, munition
munt = mint, coin
munt, penning, geldstuk = coin
muntkenner = numismatist
muntkenner, penningkundige = numismatist
muntkunde = numismatics
muntkunde, numismatiek = numismatics
muntmeester = mint-master, cashier
muntmeester = mint-master
muntsoort = currency
muntstempel = stamp
murmelen = gurgle, burble, murmur, purl
murmelen (v. beekje) = burble, gurgle, murmur, purl
murmelen (v. beekje), murmelen = burble
murmelen (v. beekje), murmelen = gurgle
murmelen, murmelen (v. beekje) = murmur
murmelen, murmelen (v. beekje) = purl
mus = sparrow
museum = museum
musicus = musician
musicus, muzikant, speelman = musician
muskaat = nutmeg
muskaat, muskaatnoot, nootmuskaat = nutmeg
muskaatnoot = nutmeg
muskaatwijn = muscatel
musket = musket
musketier = musketeer
muskiet = mosquito
muskietengaas = mosquito-net, mosquito-netting
muskietengaas, muskietennet = mosquito-net
muskietengaas, muskietennet = mosquito-netting
muskietennet = mosquito-netting, mosquito-net
muskus = musk
muskusdier = musk-deer
muskusos = musk-ox
muskusrat = muskrat, musquash, musk-rat
muskusrat = musk-rat
muskusrat = muskrat
muskusrat = musquash
mutatie = mutation
mutsaard = faggot
mutserd = faggot
mutserd, brandstapel, mutsaard = faggot
muur = wall
muur, wand = wall
muuranker = cramp-iron
muurbloem = wallflower
muurschildering = wall-painting
muurschildering, wandschildering = wall-painting
muurtegel = wall-tile
muze = muse
muziek = music
muziek- = musical
muziekboek = music-book
muziekdoos = musical-box, music-box
muziekdoos = music-box
muziekdoos = musical-box
muziekkapel = chapel
muziekkapel, kapel = chapel
muziekkorps = orchestra
muziekles = music-lesson
muziekliefhebber = music-lover
muzieksleutel = clef
muzieksleutel, sleutel = clef
muziekstander = music-stand
muziektent = bandstand
muziekwetenschap = musicology
muziekzaal = concert-room
muzikaal = musical
muzikaal, muziek- = musical
muzikaliteit = musicality
muzikant = musician
Mycene = Mycenae
myriade = myriad
mysterie = mystery
mysterie, raadsel, geheimenis = mystery
mysterieus = abstruse, mysterious
mysterieus, geheimzinnig = abstruse
mysterieus, geheimzinnig = mysterious
mysticisme = mysticism
mystiek = mystical, mystic
mystiek = mystic
mystiek = mystical
mystificatie = mystification
mythe = myth
mythisch = mythical
mythologie = mythology
mytholoog = mythologist
myxomatose = myxomatosis
n.b. = N.B.
naad = seam
naad, voeg = seam
naadloos = seamless
naaf = nave, hub
naaf = nave
naafdop = hub-cap
naaicursus = sewing-class
naaidoos = sewing-box
naaien = screw, needlework, fuck
naaien, naaikunst, naaivak = needlework
naaien, neuken = fuck
naaigaren = sewing-thread
naaigerei = sewing-things
naaikunst = needlework
naaimachine = sewing-machine
naaimandje = sewing-basket, work-basket
naaimandje = sewing-basket
naaimandje = work-basket
naaister = seamstress, needlewoman
naaister = needlewoman
naaister = seamstress
naaivak = needlework
naakt = bare, naked, nude
naakt, onopgesmukt, onbedekt, bloot = nude
naaktheid = nakedness, nudity
naaktheid = nakedness
naaktheid = nudity
naaktlopen = nudism
naaktloper = nudist
naaktloperij = nudism
naaktslak = slug
naald = needle
naaldboom = conifer
naam = appellation, name, reputation
naambordje = name-plate
naamdag = name-day
naamgenoot = namesake
naamgever = godfather
naamloos = anonymous, nameless
naamwoord = name, appellation
naar = toward, ill, towards, along, sick, to, bleak
naar adem snakken = gasp
naar behoren = decently, properly
naar behoren, netjes, behoorlijk = decently
naar beneden gaan = descend
naar beneden gaan, afdalen = descend
naar binnen = inwards
naar binnen, binnenwaarts = inwards
naar boven = upwards, up
naar buiten = outward
naar buiten brengen = bear, suffer
naar buiten brengen, dragen = bear
naar buiten brengen, dragen = suffer
naar buiten roepen = evoke
naar buiten, eruit, buitenwaarts = outward
naar de = the
naar de letter = word-for-word, verbatim
naar de letter, woordelijk = verbatim
naar het schijnt = seemingly
naar het schijnt, in schijn = seemingly
naar huis = home
naar men zegt = allegedly
naar voren = foreward
naar waarheid = genuinly
naar willekeur = arbitrarily
naar, aan, tot, bij, tegen, voor = to
naar, akelig, onaangenaam = bleak
naar, ziek = sick
naargeestig = gloomy, desolate, somber
naargeestig, somber, mistroostig = somber
naargeestig, somber, troosteloos = gloomy
naarstig = industrious, hardworking, diligent
naarstig, ijverig, vlijtig, nijver = hardworking
naarstig, vlijtig, nijver, ijverig = industrious
naarstigheid = industry
naast = by, nearest, at, beside, next, alongside
naast elkaar = abreast
naast, eerstkomend = next
naaste = fellow-creature
naaste, medemens = fellow-creature
naasten = nationalize
naastenliefde = charity
naastenliefde, menslievendheid = charity
naasting = nationalization
nabehandeling = after-treatment, follow-up
nabehandeling = after-treatment
nabehandeling = follow-up
nabeschouwing = commentary
nabij = at, beside, by
nabijheid = vicinity, proximity, neighbourhood
nabijheid = neighbourhood
nabijheid = proximity
nabijheid = vicinity
nablijven = remain
nabob = nabob
nabootsen = imitate
nabootsing = imitation
naburig = neighbouring
nabuur = neighbour, neighbor
nabuurschap = neighborhood
nacht = night
nachtblind = night-blind
nachtblindheid = nyctalopia, night-blindness
nachtblindheid = night-blindness
nachtblindheid = nyctalopia
nachtdienst = night-shift, night-duty, night-service
nachtdienst = night-duty
nachtdienst = night-service
nachtdienst = night-shift
nachtduivel = incubus, nightmare
nachtegaal = nightingale
nachtelijk = nocturnal
nachtevening = equinox
nachtevening, dag- en nachtevening = equinox
nachtgewaad = night-attire
nachthemd = night-shirt
nachtjapon = night-gown, nightie, night-dress
nachtjapon = night-dress
nachtjapon = night-gown
nachtjapon = nightie
nachtlampje = night-lamp
nachtlampje, nachtlichtje = night-lamp
nachtlichtje = night-lamp
nachtmerrieachtig = nightmarish
nachtschade = nightshade
nachttrein = night-train
nachtuil = screech-owl
nachtuil, steenuil = screech-owl
nachtvlinder = moth, night-moth
nachtvorst = night-frost
nachtwacht = watchman
nachtwake = night-watch, nightwatch
nachtwake = night-watch
nachtwake = nightwatch
nachtzwaluw = nightjar
nadeel = loss, disadvantage
nadeel, deficit, schade, strop = loss
nadeel, schaduwzijde, minpunt = disadvantage
nadelig = detrimentally, prejudicial, disadvantageous
nadelig = detrimentally
nadelig = disadvantageous
nadelig = prejudicial
nadenken = meditate
nadenkend = meditative, thoughtful, pensive, thinking
nadenkend = meditative
nadenkend = pensive
nadenkend = thinking
nadenkend = thoughtful
nader = nearer, further
nader = further
nader = nearer
naderen = advance
naderhand = subsequently, afterwards
naderhand, dan, achteraf, daarna = afterwards
nadir = nadir
nadoen = imitate
nadruk = reprint, emphasis
nadruk, herdruk = reprint
nadruk, klem = emphasis
nadrukkelijk = emphatic
naftaleen = naphthaline, naphthalene
naftaleen = naphthalene
naftaleen = naphthaline
naftol = naphthol
nagaan = explore, consider, investigate
nageboorte = placenta, afterbirth
nageboorte = afterbirth
nageboorte = placenta
nagekomen = subsequent
nagelbed = nail-bed
nagelborstel = nail-brush
nagelen = nail
nagelkaas = clove-cheese
nagellak = nail-varnish
nagelriem = cuticle
nagelschaartje = nail-scissors
nagemaakt = forged, faked
nagemaakt = faked
nagemaakt = forged
nagerecht = dessert
nageslacht = progeny, posterity
nageslacht = posterity
nageslacht = progeny
naïef = naive, naif, naïf, naïve
naïef, argeloos, ongekunsteld = naïf
naïef, argeloos, ongekunsteld, onnozel = naif
naijver = jealousy
naijver, jaloezie = jealousy
najaars- = autumn
najade = naiad
najade, waternimf = naiad
najagen = persecute, pursue, chase, aspire
najagen, nastreven = pursue
najagen, vervolgen, achtervolgen = persecute
nakijken = revise, examine
nakijken, herzien, inspecteren = revise
naklank = resonance
naklinken = echo, resound
naklinken, galmen, doorklinken = resound
nakomeling = successor
nakomelingschap = offspring
nakomelingschap, kroost, zaad = offspring
nakomertje = afterthought
nalaten = bequeath, overlook
nalaten = bequeath
nalatig = neglectful, remiss, careless, negligent
nalatig, onachtzaam, nonchalant = negligent
nalatigheid = remissness, carelessness, negligence
nalatigheid, nonchalance = carelessness
nalatigheid, nonchalance = remissness
namelijk = viz., namely
namelijk, te weten, in naam = namely
Namen = Namur
Namibië = Namibia
Namibisch = Namibian
namiddag = afternoon
namiddag, middag = afternoon
Napels = Naples
Napolitaans = Neapolitan
narigheid = misery
nasaal = nasal
nasaal, neus- = nasal
nastreven = chase, pursue
nastreven, najagen = chase
nat = wet
Natal = Natal
natie = nation
natie, volk = nation
nationaal = national
nationaal, vaderlands = national
nationaliseren = nationalize
nationaliseren, naasten = nationalize
nationaliteit = nationality
natuurkunde = physics
natuurkunde, fysica = physics
natuurlijk = natural, naturally
natuurlijk = natural
nauw = tight, strait, cramped, narrow
nauw, benauwd, krap, eng = cramped
nauwelijks = barely, hardly, scarcely
nauwer aanhalen = strech
nauwgezet = prompt, punctual, accurate, exactly
nauwgezet, nauwkeurig, accuraat = prompt
nauwgezet, nauwkeurig, accuraat = punctual
nauwgezetheid = exactitude, accuracy, precision
nauwgezetheid, stiptheid, accuratesse = exactitude
nauwkeurig = exact, punctual, accurate, prompt
nauwkeurig bepalen = determine, fix
nauwkeurig bepalen, determineren = fix
nauwkeurig, accuraat, exact = exact
nauwkeurig, accuraat, nauwgezet = accurate
nauwkeurigheid = exactness
nauwkeurigheid, stiptheid, precisie = exactness
nauwsluitend = tight
Navajo = Navajo
navel = navel
navigatie = navigation
navigeren = navigate
navolging = imitation
navolging, nabootsing, imitatie = imitation
navraag = question
nazaat = successor
nazaat, afstammeling, nakomeling = successor
nazeggen = repeat
nazi- = Nazi
nazistisch = Nazi
nazistisch, nazi- = Nazi
Ndebele = Ndebele
Ndebele, Ndebele-taal = Ndebele
Ndebele-taal = Ndebele
neb = bill, beak
Nebucadnezar = Nebuchadnezzar
necrologie = obituary
nectar = nectar
nederig = humble
nederig, onderdanig, deemoedig = humble
nederigheid = humility
nederlaag = defeat
Nederrijn = Nether-Rhine
nederzetting = colony
nee = no, not
neef = nephew
neef, oomzegger = nephew
neen = not, no
neen, geen, nee, niet = no
neerdruipen = drain
neerdrukken = depress
neerdrukken, deprimeren = depress
neerleggen = abdicate, resign, lay
neerleggen, bedanken, afstand doen = resign
neerleggen, leggen, vlijen = lay
neerschrijven = write
neerschrijven, schrijven, uitschrijven = write
neerslaan = quell, suffocate
neervallen = fall
neervellen = overthrow
negatief = half-tone, negative
negatief, cliché = negative
negen = nine
negende = ninth
negentien = nineteen
negentig = ninety
neger- = Negro
neger-, zwart = Negro
negeren = ignore
negeren, onder tafel schuiven = ignore
negligé = négligé, undress
negligé, ochtendjas, duster, peignoir = négligé
negligé, peignoir, ochtendjas, duster = undress
neigen = tilt, incline
neigen, buigen, doen overhellen = tilt
neiging = inclination, disposal
neiging tot uitstellen = procrastination
nek = nape, neck
nek = nape
nek, hals = neck
Neolithicum = Neolithic
Neolithicum, Jongere Steentijd = Neolithic
neologisme = neologism
neon- = neon
Nepal = Nepal
Nepalees = Nepalese
Neptunus = Neptune
nerf = rib
nergens = nowhere
nergens, in geen velden of wegen = nowhere
nering = commerce
neringdoende = shopkeeper
nerveus = nervous
nestel = shoe-lace
nestel, veter, rijgveter = shoe-lace
nestelen = nest
nestelen, een nest maken = nest
nesthaar = fluff, down
net = network, elegant, net, fine, beautifully, handsome
net, mooi = beautifully
net, mooi, schoon, fijn, fraai = fine
netel = nettle
netel, brandnetel = nettle
neteldoek = muslin
netjes = decently, properly
netjes, naar behoren, behoorlijk = properly
netto = neat, precize, net
netto- = neat, precize, net
netto, knap, netto- = precize
netto, netto-, net, duidelijk = net
netwerk = network
netwerk, net = network
neuken = screw, fuck
neuken, naaien = screw
Neurenberg = Nuremberg
neus = nose, point, summit, peak
neus = nose
neus- = nasal
neus, spits, piek, punt, top, tip = point
neusgat = nostril
neushoorn = rhino, rhinoceros
neutraal = neutral, impartial
neutraal, afzijdig, onpartijdig = neutral
neutraal, onpartijdig, afzijdig = impartial
nevel = fog, mist
nevel, mist, damp, floers = fog
nevelig = fuzzy, misty
nevelig, heiig, dampig, mistig = fuzzy
Nguni = Nguni
Nicaragua = Nicaragua
Nicaraguaans = Nicaraguan
nicht = niece, cousin
nicht = cousin
nicht = niece
niemand = no-one, nobody
niemands = no-one's
niemendal = nothing, none
nier = kidney
niesen = sneeze
nieskruid = hellebore
niet = no, not
niet in kaart gebracht = uncharted
niet lekker = unwell
niet, geen, nee, neen = not
nietig = conceited
nietigheid = vanity
nietigheid, ijdelheid = vanity
niet-ingewijde = layman
nietje = clamp, staple, parenthesis, bracket
nietje, haakje, klamp = clamp
niets = nothing, none
nietswaardig = abject, worthless
niettegenstaande = defiantly, notwithstanding, despite
niettegenstaande, in weerwil van = despite
niettegenstaande, in weerwil van = notwithstanding
niettemin = nevertheless, however
niettemin, desondanks = nevertheless
nieuw = new, novel
nieuw, opkomend = new
nieuw, opkomend = novel
nieuweling = novice
nieuweling, novice = novice
nieuwerwets = modern
nieuwerwets, modern, bijdetijds = modern
nieuwheid = newness
nieuwigheid = news, novelty
nieuws = news, novelty
nieuws, nieuwigheid, nieuwtje = news
nieuwsgierig = inquisitive, inquisitively
nieuwsgierig, weetgierig = inquisitive
nieuwsgierigheid = curiosity
nieuwsgierigheid, weetgierigheid = curiosity
nieuwtje = news, novelty
nieuwtje, nieuws, nieuwigheid = novelty
niezen = sneeze
niezen, proesten, niesen = sneeze
Niger = Niger
Nigerees = Nigerien
Nigeria = Nigeria
Nigeriaans = Nigerian
Nigerijns = Nigerien
Nigerijns, Nigerees = Nigerien
nihil = zilch, naught, null, nothing
nihil, nul = null
nijdig = angry
nijgen = curtsy
nijgen, buigen, een buiging maken = curtsy
nijging = obeisance
Nijl = Nile
nijlpaard = hippo, hippopotamus
nijlpaard = hippo
nijlpaard = hippopotamus
Nijmegen = Nimwegen, Nijmegen
Nijmegen = Nijmegen
Nijmegen = Nimwegen
nijpen = pinch
nijptang = pincers
nijver = hardworking, industrious, diligent
niks = nothing, none
niks, niemendal, niets, geen zier = none
niks, nihil, niets, niemendal = nothing
nimbus = nimbus
nimmer = never
nimmer, nooit = never
Nimrod = Nimrod
nis = niche
Noach = Noah
nobel = noble
nobel, edel = noble
noch = neither
noden = invite
nodig = necessary
nodig hebben = need, require
nodig hebben, hoeven, behoeven, moeten = need
nodig hebben, moeten, behoeven, hoeven = require
nodig, benodigd = necessary
noedel = noodles
Noëh = Noah
Noëh, Noach = Noah
noemen = mention, cite, call, quote
noemen, aanhalen, citeren = cite
noemen, heten, benoemen, uitmaken voor = call
noen = midday, noon
noen, middag = midday
noen, middag = noon
nog = yet, still
nog = still
nog = yet
nog eens = encore
nogal = sufficiently
nogal, genoeg, vrij, tamelijk, basta = sufficiently
nogmaals = anew, again
nok = coping
nok, vorst = coping
nomade = nomad
nomadisch = nomadic
non = nun
nonchalance = negligence, carelessness, remissness
nonchalance, nalatigheid = negligence
nonchalant = negligent, careless, remiss, neglectful
nonchalant, nalatig, onachtzaam = careless
nonsens = nonsense
nonsens, onzin, zever, gekheid = nonsense
nood = peril
nooddruftig = needy
noodlottig = fateful, ill-fated
noodrem = communication-cord
noodzaak = necessity
noodzaak, noodzakelijkheid = necessity
noodzakelijkheid = necessity
noodzaken = compel
nooit = never
noordelijk = northern
noorden = North, north
noorden = north
Noordpoolgebied = Arctic
Noordpoolgebied, Arctica, Arctis = Arctic
noords = northern
noords, noordelijk = northern
Noorman = Northman, Norseman
Noorman = Norseman
Noorman = Northman
Noors = Norwegian
Noorwegen = Norway
nootmuskaat = nutmeg
nor = gaol, prison, jail
nor, kerker, gevangenis = prison
norm = norm, standard
normaal = normal
normaal, standaard- = normal
Normandië = Normandy
Normandisch = Norman
nors = unkind, surly, gruff, brutal, unpleasant
notaris = notary
noteboom = walnut-tree
notulen = protocol, minutes
nou = now
november = November
november, slachtmaand = November
novice = novice
nu = now
nu goed = well, OK
nuance = nuance, shade, tint
nuance, schakering, nuancering = shade
nuancering = nuance, tint, shade
nuancering, schakering, nuance = tint
Nubië = Nubia
Nubisch = Nubian
nuchter = temperate, sober, abstemious
nuchter = sober
nuchter, bezadigd, matig, sober = abstemious
nuchter, bezadigd, sober, matig = temperate
nucleair = nuclear
nucleair, kern- = nuclear
nudisme = nudism
nudisme, naaktloperij, naaktlopen = nudism
nudist = nudist
nudist, naaktloper = nudist
nuf = prude
nuffig = prudish
nuffig, zedig, preuts = prudish
nuk = whim, caprice
nuk, gril, bevlieging, bui, kuur = caprice
nukkig = fitful, capricious
nukkig, grillig, onberekenbaar = fitful
nul = zero, naught, null, zilch, nought
nul = nought
nul = zero
nul, nihil = naught
nul, nihil = zilch
numismatiek = numismatics
nummer = digit, cipher, numeral
nummer, cijfer = numeral
nummerbord = numberplate
nurks = brutal, gruff, unpleasant, surly, unkind
nutteloos = futile, good-for-nothing, useless, vain
nutteloos, onbruikbaar = useless
nuttig = useful
nylon- = nylon
o wee = alas
o wee, helaas = alas
oase = oasis
Ob = Ob
Oberon = Oberon
object = object
oblie = waffle
obsceen = obscene
obsceen, schuin, schunnig = obscene
obscuur = obscure
obsederen = obsess
obsederen, beklemmen = obsess
obsessie = obsession
obstipatie = constipation
occult = occult
oceaan = ocean
Oceanië = Oceanica, Oceania
Oceanië = Oceania
Oceanië = Oceanica
oceanisch = oceanic
Oceanus = Oceanus
och = oh, aha, ah, ow
och, ach, oh, ah = ah
och, oh, ah, ach = ow
och, oh, ah, ach, ha = aha
ochtend = morning
ochtend, morgen = morning
ochtendjas = undress, négligé
octaal = octal
octaal, achttallig = octal
octopus = octopus
octrooi = patent
oculeren = inoculate
ode = ode
Oder = Oder
Odin = Odin
Odyssee = Odyssey
Odysseus = Ulysses
Oedipus = Oedipus
oefenen = practise, exercise
oefenen, drillen = exercise
Oeganda = Uganda
Oegandees = Ugandan
Oekraïens = Ukrainian
Oekraïne = Ukraine
oer- = greatgrand-
Oeral = Ural
oeros = aurochs
oerwoud = jungle
oerwoud, jungle, rimboe = jungle
oester = oyster
oeuvre = works
oever = shore, edge
Oezbeek = Uzbek
Oezbekistan = Uzbekistan
of = or, whether
of = or
offensief = offensive
offeren = sacrifice
official = functionary
officieel = official
officier = officer
ofschoon = though, although
ofschoon, al, hoewel, alhoewel, wel = although
ogenblik = moment, instant
ogenblikkelijk = immediate
ogenblikkelijk, prompt = immediate
oh = ah, oh, aha, ow
oh, ah, och, ach = oh
ohm = Ohm
okay = okay, good
okee = okay, good
okee, okay, goed = good
okkernoot = walnut
oksel = armpit
oktober = October
olie = oil, petroleum, paraffin-oil
olie = oil
olie, petroleum = paraffin-oil
olie, petroleum = petroleum
olifant = elephant
olifantssnuit = proboscis
olifantssnuit, slurf, snuit, tromp = proboscis
Oligoceen = Oligocene
olijf = olive
olijfboom = olive-tree
olijfolie = olive-oil
olijk = frolicsome, frolic
olm = elm
Olympische Spelen = Olympics
Olympus = Olympus
om = on, around
om ... heen = around
om ... heen, omtrent, ongeveer, om = around
oma = granny, grandmother
oma, grootmoeder = grandmother
Oman = Oman
omarmen = embrace
ombrengen = slay, kill
ombrengen, doodmaken, doden = kill
ombuigen = bend
ombuigen, buigen, doorbuigen = bend
omdat = because
omelet = omelet, omelette
omgaan = circumvent
omgaan met = manipulate
omgaan met, manipuleren, hanteren = manipulate
omgaan, rondgaan = circumvent
omgang = relation, understanding, procession
omgekeerd = reversed, vice-versa
omgekeerd, achterstevoren, andersom = vice-versa
omgekeerd, averechts, tegengesteld = reversed
omgeven = surround
omgeving = environment, environs, surroundings, sphere
omgeving, omstreken = surroundings
omgeving, omtrek, omstreken = environs
omgorden = gird
omheind terrein = enclosure
omhelzen = embrace
omhelzen, omarmen = embrace
omhoog = up, upwards
omhoog, opwaarts, op, naar boven = up
omhullen = envelop
omhullen, inwikkelen, hullen = envelop
omkeer = about-face
omkleden = clothe
omkomen = perish
omkopen = bribe
omleggen = commute
omleggen, omschakelen, overschakelen = commute
omlijning = contour, outline
omlijning, omtrek = contour
omlijning, omtrek = outline
omlijsting = cadre, framework
omloop = circulation, traffic
omloop, circulatie, roulatie = circulation
ommezijde = reverse, back
omploegen = plough
omploegen, beploegen, ploegen = plough
omringen = surround
omringen, omgeven, insluiten = surround
omroepen = broadcast
omroepster = announcer
omroeren = whirl, froth, whip
omschakelen = commute
omschrijven = define
omschrijving = definition
omslag = lid
omsluieren = veil
omsluieren, sluieren = veil
omsluiten = enclose
omstandigheid = circumstance
omstreken = surroundings, environs
omtrek = environs, outskirts, contour, perimeter, outline
omtrek = perimeter
omtrek, cirkelomtrek, buitenkant = outskirts
omtrent = around, concerning
omtrent, aangaande, betreffende = concerning
omvang = extend, dimension, bulk, size
omvang, bestek, grootte = bulk
omvang, bestek, grootte = extend
omvang, bestek, grootte = size
omvangrijk = bulky, extensive, ample
omvatten = comprise
omvatten, beslaan = comprise
omvouwen = fold
omvouwen, vouwen, plooien = fold
omwalling = rampart
omwenteling = revolution
omzet = turnover
on- = in-, dis-, un-, im-
on-, im-, in- = un-
on-, in-, im- = dis-
onaangenaam = bleak
onaangetast = integral
onaangetast, ongeschonden, integraal = integral
onaannemelijk = incredible
onaardig = unpleasant, unkind, gruff, surly, brutal
onaardig, bars, nurks, honds, nors = brutal
onaardig, honds, nurks, nors, bars = unpleasant
onachtzaam = remiss, negligent, neglectful, careless
onachtzaam, nonchalant, nalatig = neglectful
onachtzaam, nonchalant, nalatig = remiss
onafgebroken = continuous
onafhankelijk = independant, autonomous
onbedekt = bare, nude, naked
onbedorven = guiltless, innocent, recent, fresh
onbedorvenheid = innocence
onbeduidend = insignificant, meaningless, trifling
onbeduidend, beuzelachtig, luizig = insignificant
onbeduidend, luizig, beuzelachtig = trifling
onbedwingbaar = invincible
onbegrijpelijk = inconceivable, unintelligible
onbegrijpelijk, ondoorgrondelijk = unintelligible
onbehouwen = raw, crude, rough
onbekend = obscure, unknown
onbekend = unknown
onbekend, obscuur, donker = obscure
onbekende = stranger
onbekrompenheid = abundance
onbekrompenheid, overvloed = abundance
onbelangrijk = unimportant, conceited
onbelangrijk, goedaardig = unimportant
onbelangrijk, nietig, ijdel = conceited
onbeleefd = rude
onbeleefd, onheus, lomp, honds = rude
onbelemmerd = free
onbelemmerd, open, los, onbezet, vlot = free
onbenullig = vulgar
onberekenbaar = capricious, fitful
onbeschaamd = impertinent
onbescheidenheid = pretence, high-handedness
onbescheidenheid = high-handedness
onbeschrijflijk = indescribably
onbestaanbaar = impossible
onbestaanbaar, uitgesloten, onmogelijk = impossible
onbetaald = outstanding, overdue
onbetaald, achterstallig = outstanding
onbetaald, achterstallig = overdue
onbetekenend = meaningless
onbetekenend, onbeduidend = meaningless
onbeweeglijk = motionless, fixed
onbeweeglijk, star, vast = fixed
onbewerkt = raw, crude, rough
onbewerkt, bot, onbehouwen, grof, cru = rough
onbezet = vacant, unoccupied, free
onbezorgd = serene, untroubled
onbezorgd, sereen, helder = untroubled
onbloedig = bloodless
onbruikbaar = good-for-nothing, useless
onbruikbaar, nutteloos = good-for-nothing
onder = underneath, beneath, for, below, whilst, between
onder de knie krijgen = master
onder de knie krijgen, meester worden = master
onder tafel schuiven = ignore
onderbeen = paw
onderbinden = moor
onderbinden, meren = moor
onderbreken = interrupt
onderbreken, interrumperen, schorsen = interrupt
onderbreking = interruption
onderbreking, schorsing, interruptie = interruption
onderbroek = underpants, drawers, panties
onderbroek = drawers
onderbroek = panties
onderbroek = underpants
onderbuik- = abdominal
onderdanig = humble
onderdeel = part
onderdompelen = immerse
onderdompelen, indompelen = immerse
onderdrukken = quell, suffocate, suppress
onderdrukken, smoren, neerslaan = quell
onderdrukken, verdringen, opkroppen = suppress
ondergaan = perish
ondergraven = undermine, subvert
ondergraven, ondermijnen = subvert
ondergraven, ondermijnen = undermine
ondergrond = bottom, ground, soil
onderhorig = dependent
onderhoud = conversation
onderhoud, gesprek = conversation
onderhouden = amuse
onderkennen = distinguish, recognise
onderkennen, herkennen, erkennen = recognise
onderkleding = undergarment
onderkomen = dwelling, residence
onderlegger = girder
onderlijf = abdomen
onderlijf, achterlijf = abdomen
onderling = mutual, reciprocal
onderling, wederkerig, wederzijds = reciprocal
ondermijnen = subvert, undermine
ondermijnend = subversive
ondernemen = undertake
ondernemend = enterprising
onderneming = enterprise
onderofficier = noncom
onderpand = security, pledge
onderpand, pand, borgstelling = pledge
onderrok = petticoat
onderschatten = underestimate
onderschatten, onderwaarderen = underestimate
onderscheid = difference
onderscheid maken = differentiate
onderscheiden = distinguish
onderscheiden, onderkennen = distinguish
onderscheiding = décor, decoration, renown, decor, distinction
onderscheiding = distinction
onderscheiding = renown
onderschikkend voegwoord = subjunction
onderschrift = heading
onderstelling = supposition, hypothesis
onderstelling, hypothese, mening = supposition
ondersteuning = subsidy
ondersteuning, stipendium, subsidie = subsidy
onderstrepen = underline
ondertekening = signature
ondervinding = experience
ondervoorzitter = vice-president
ondervragen = interrogate
ondervragen, een verhoor afnemen = interrogate
onderwaarderen = underestimate
onderwater- = underwater
onderwerp = subject, object, theme
onderwerp, stof, thema, apropos = theme
onderwerpen = subjugate, subdue, submit
onderwerpen, knechten = subjugate
onderwijzen = tutor, coach
onderwijzen, opvoeden = coach
onderwijzer = instructor
onderwijzer, instructeur, leraar = instructor
onderwijzeres = teacher
onderwijzeres, schooljuffrouw, lerares = teacher
onderzoek = investigation, test, examination
onderzoek, keuring, examen = examination
onderzoeken = investigate, explore, examine
onderzoeken, nakijken, examineren = examine
ondeugd = vice
ondeugd, gebrek = vice
ondeugend = frolicsome, frolic
ondeugend, dartel, olijk, schalks = frolicsome
ondiep = superficial, shallow
onding = absurdity
onding, absurditeit, ongerijmdheid = absurdity
ondoordringbaar = impenetrable
ondoorgrondelijk = abysmal, inconceivable, unintelligible
ondoorgrondelijk, onbegrijpelijk = inconceivable
onduidelijk = cloudy, indistinct
onduidelijk, bewolkt = cloudy
onduidelijk, troebel, vaag, duister = indistinct
onduleren = corrugate
oneigenlijk = figurative
oneigenlijk, figuurlijk = figurative
onervaren = inexperienced
onervaren, groen = inexperienced
ongebruikelijk = unusual
ongedierte = vermin
ongehuwd = single, unmarried
ongehuwd, ongetrouwd = single
ongehuwd, ongetrouwd = unmarried
ongekamd = unkempt
ongekookt = uncooked
ongekookt, rauw = uncooked
ongekunsteld = naive, naïve, naïf, naif
ongekunsteld, naïef, argeloos = naive
ongekunsteld, onnozel, argeloos, naïef = naïve
ongeletterd = illiterate
ongeletterd, analfabetisch = illiterate
ongelofelijk = incredible
ongelofelijk, onaannemelijk = incredible
ongeluk = accident, misfortune
ongeluk = misfortune
ongeluk, accident, ongeval = accident
ongelukkig = unhappy
ongelukkige = unfortunate
ongemak = discomfort
ongemak, ongerief = discomfort
ongemeen = rare
ongenoemd = anonymous
ongepast = unseemly
ongepast, misplaatst = unseemly
ongerept = virgin, virginal
ongerept, maagdelijk = virgin
ongerief = discomfort
ongerijmd = absurd
ongerijmdheid = absurdity
ongerust = anxiously, anxious
ongerust, bezorgd = anxiously
ongeschonden = integral
ongetrouwd = unmarried, single
ongetwijfeld = undoubtedly
ongetwijfeld, zeker, bepaald = undoubtedly
ongeval = accident
ongeveer = around, approximately
ongeveer, een stuk of, circa = approximately
ongeveinsd = sincere
ongeveinsd, oprecht, innig = sincere
ongewapend = unarmed
ongewild = unintentional
ongewild, onopzettelijk = unintentional
ongewoon = unordinary, unusual
ongewoon, ongebruikelijk = unusual
ongewoon, zonderling = unordinary
ongezien = unseen
ongrijpbaar = slippery
onheil = catastrophe
onheil, ramp, catastrofe = catastrophe
onherroepelijk = definitive, definite
onherroepelijk, definitief = definite
onherroepelijk, definitief = definitive
onheus = rude
oningevuld = blank, white
onjuist = erroneous, incorrect, wrong, mistaken
onjuist, foutief, verkeerd = wrong
onkies = coarse
onkies, lomp, grof, ruw, hardhandig = coarse
onkosten = expense
onkosten, kosten = expense
onlangs = recently
onlangs, kort geleden = recently
onlesbaar = insatiable
onlusten = mutiny, rebellion
onmens = barbarian
onmens, barbaar, wreedaard = barbarian
onmenselijk = barbaric, inhuman
onmenselijk = inhuman
onmenselijk, barbaars = barbaric
onmiddellijk = immediately, instantly
onmiddellijk, dadelijk = instantly
onmisbaar = indispensable
onmogelijk = impossibly, impossible
onmogelijk, met geen mogelijkheid = impossibly
onnatuurlijkheid = affectation
onnodig = needless
onnozel = stupid, innocent, naif, guiltless, naïve, dull
onnozel, dom, flauw, simpel = dull
onnozel, dom, flauw, simpel = stupid
onontbeerlijk = indispensable
onontbeerlijk, onmisbaar = indispensable
onopgesmukt = naked, nude, bare
onopgesmukt, bloot, naakt, onbedekt = naked
onopgesmukt, onbedekt, bloot, naakt = bare
onophoudelijk = ceaselessly
onoprecht = underhanded
onopvallend = discrete
onopzettelijk = unintentional
onoverwinnelijk = invincible
onoverwinnelijk, onbedwingbaar = invincible
onpartijdig = impartial, neutral
onpeilbaar = abysmal
onpeilbaar, ondoorgrondelijk = abysmal
onraad = peril
onraad, nood, gevaar, perikel = peril
onrein = unclean, dirty, soiled, filthy
onrein, morsig, vies, vuil, smerig = dirty
onreinheid = untidiness, dirtiness
onreinheid, morsigheid, viesheid = dirtiness
onrijp = unripe
onruststoker = activist
onruststoker, agitator, activist = activist
ons = our, us, we, ounce
ons = ounce
onschatbaar = priceless
onschatbaar, onwaardeerbaar = priceless
onschuld = innocence
onschuld, onbedorvenheid = innocence
onschuldig = guiltless, benign, innocent
onschuldig, onbedorven, onnozel = innocent
onschuldig, onnozel, onbedorven = guiltless
onsmakelijk = disgusting, abhorrant, nauseous
onstuimigheid = impetus
onstuimigheid, vuur, heftigheid = impetus
ontaarden = degenerate
ontberen = lack
ontbijt = breakfast
ontbinden = annul, analyse, remit, analyze
ontbinden, analyseren, ontleden = analyze
ontbinden, annuleren, afgelasten = annul
ontbinden, annuleren, afgelasten = remit
ontbinding = analysis
ontbloot van = without
ontbranding = ignition
ontcijferen = decipher
ontcijferen, ontraadselen = decipher
ontdekken = discover, uncover
ontdekken = discover
ontdekken = uncover
ontdekking = discovery
ontdooien = melt, thaw
ontdooien, dooien, wegsmelten = thaw
ontelbaar = countless
ontgaan = escape, flee
ontgoochelen = disappoint
onthaal = acceptance
ontheiligen = defile, profane
onthouden = recollect, recall, remember
onthouding = abstention
onthutsen = appall, dismay
onthutsen, ontstellen, ontzetten = appall
ontkennen = deny
ontkennend = negatively
ontketenen = launch
ontkiemen = germinate
ontkiemen, kiemen = germinate
ontkomen = escape, flee
ontkoppelen = uncouple
ontlasting = excrement, dung
ontlasting hebben = defecate
ontleden = analyse, analyze
ontleding = analysis
ontlokken = utter
ontlokken, uitbrengen, slaken = utter
ontluiken = sprout
ontmannen = castrate
ontmanteling = demolition
ontmoeten = see, encounter
ontmoeten, aantreffen = encounter
ontploffen = explode
ontploffing = explosion
ontraadselen = decipher
ontroeren = move, stir
ontroeren, aangrijpen, bewegen = move
ontroerend = moving
ontrollen = unroll
ontruimen = evacuate
ontruimen, evacueren = evacuate
ontslaan = dismiss, fire, discharge, sack, exempt
ontslaan, ontzetten, royeren = discharge
ontslaan, ontzetten, royeren = sack
ontslagname = abdication
ontslagneming = abdication
ontsluiten = unlock
ontsmetten = disinfect
ontsnappen = flee, escape
ontsnappen, ontgaan, ontkomen = flee
ontsnappen, ontkomen, ontgaan = escape
ontspanning = détante
ontspringen = spring
ontspruiten = sprout
ontstaan = commencement, arise, beginning
ontstaan = arise
ontstaan, begin, aanvang = beginning
ontsteking = inflammation, ignition
ontsteking = inflammation
ontsteking, ontbranding = ignition
ontstekingsbuis = plug
ontstekingsbuis, bougie = plug
ontstellen = appall, dismay
ontstellend = startling
ontsteltenis = consternation
ontvanger = recipient, consignee
ontvanger = consignee
ontvanger = recipient
ontvangkamer = reception-room
ontvangst = income
ontvankelijk = impressable, impressible, sensitive
ontvankelijk, receptief = impressable
ontvankelijkheid = susceptibility
ontveinzen = conceal
ontvoeren = abduct
ontvoering = abduction
ontvreemding = theft
ontwapenen = disarm
ontwerp = scheme
ontwerpen = sketch
ontwijden = defile, profane
ontwijden, ontheiligen, profaneren = profane
ontwijden, profaneren, ontheiligen = defile
ontwijken = evade, avoid
ontwikkeld = cultured, educated, well-informed, learned
ontwikkeld, geleerd = cultured
ontwikkeld, geleerd = well-informed
ontwikkeld, knap, geleerd = learned
ontwikkeling = evolution, development, growth, output
ontwikkeling, eliminatie = output
ontwikkeling, evolutie = development
ontwoekeren = reclaim
ontwortelen = eradicate
ontwrichten = dislocate
ontzaglijk = colossal
ontzaglijk, kolossaal, geweldig = colossal
ontzenuwen = refute
ontzenuwen, weerleggen = refute
ontzetten = appall, dismiss, dismay, sack, fire, discharge
ontzetten, ontstellen, onthutsen = dismay
ontzetten, royeren, ontslaan = dismiss
ontzetten, royeren, ontslaan = fire
ontzien = spare, indulge
ontzien, sparen = indulge
ontzien, sparen = spare
onuitsprekelijk = inexpressibly
onvatbaar = immune
onveilig maken = infest
onvergankelijkheid = eternity
onvergankelijkheid, eeuwigheid = eternity
onverkort = unabbreviated
onvermengd = absolute
onverschillig = immaterial, indifferent
onverschillig, lauw = immaterial
onverstandig = foolish
onvervaard = fearless
onvervalst = genuine, authentic
onverwachts = unexpectedly
onvoldragen = unripe
onvoldragen, onrijp = unripe
onvolledig = incomplete
onvruchtbaar = sterile
onvruchtbaar, kiemvrij, steriel = sterile
onwaar = untrue
onwaardeerbaar = priceless
onweerstaanbaar = irresistible
onwel = unwell
onwel, niet lekker = unwell
onwennig = strange
onze = our
onze, ons = our
onzedelijk = abandoned
onzeker = indecisive
onzin = nonsense
onzinnig = absurd
oog = eye, dot
oogarts = ophtalmologist, oculist
oogarts = oculist
oogarts = ophtalmologist
oogglas = monocle
oogkas = orbit
oogkas, baan = orbit
ooglid = eyelid
oogst = harvest
oogstmaand = August
oogstmaand, augustus = August
oogwenk = instant, moment
oogwenk, moment, ogenblik, tel = moment
ooievaar = stork
ooievaarsbek = geranium
ooit = ever
ook = too, also
ook weer = then, therefore, so
ook weer, dus, ergo, toch = then
oom = uncle
oomzegger = nephew
oor = ear, handle
oor = ear
oor, kruk, handvat, hengsel, klink = handle
oord = spot, location, place
oordeel = judgment
oordeel, vonnis, gericht, judicium = judgment
oordelen = judge
oorlog = war
oorlog, krijg = war
oorring = earring
oorsprong = origin
oorsprong, afkomst, herkomst = origin
oorspronkelijk = original, originally
oorspronkelijk, origineel = original
oorspronkelijk, van oorsprong = originally
oorveeg = slap
oorzaak = reason
oostelijk = Oriental, eastern
oosten = east, East
oosten = east
Oostende = Ostend, Ostende
Oostende = Ostend
Oostende = Ostende
Oostenrijk = Austria
Oostenrijks = Austrian
Oostermeer = Eastermar, Oostermeer
Oostermeer = Eastermar
Oostermeer = Oostermeer
Oostermoersevaart = Hunze, Oostermoersevaart
Oostermoersevaart, Hunze = Oostermoersevaart
oosters = eastern, Oriental
oosters, oostelijk = eastern
oosters, oostelijk = Oriental
Oostgoot = Ostrogoth
Oostindisch = East-Indian
Oostindische kers = nasturtium
ootmoed = humility
ootmoed, deemoed, nederigheid = humility
op = upon, worn, up, upwards, exhausted, on
op bed = abed
op de achtersteven = abaft
op de een of andere manier = somehow
op de juiste wijze = appropriately
op drift zijn = drift
op een abt betrekking hebbend = abbatial
op een keer = once, sometimes
op een keer, eens = sometimes
op een kier staand = ajar
op een klos winden = wind
op een klos winden, winden, spoelen = wind
op het kookpunt zijn = boil
op het kookpunt zijn, borrelen, koken = boil
op het spel zetten = risk
op reis gaan = depart, leave
op reis gaan, afreizen = depart
op reis gaan, afreizen = leave
op slot = locked
op slot, afgesloten = locked
op smaak brengen = season, flavor
op smaak brengen, kruiden = flavor
op uw gezondheid = cheers
op verhaal komen = convalesce, recuperate
op verhaal komen, aansterken = convalesce
op verhaal komen, aansterken = recuperate
op welke manier? = how?
op welke manier?, hoe? = how?
op zijn gemak = quietly, leisurely, leasurely, slowly
op zijn gemak, langzaam, zachtjes = leasurely
op zijn gemak, zachtjes, langzaam = slowly
op, omhoog, naar boven, opwaarts = upwards
op, versleten = worn
opa = grandfather, granddad
opa = granddad
opa, grootvader = grandfather
opaal = opal
opbellen = telephone
opbellen, telefoneren = telephone
opbergen = stow
opbergen, bergen, insluiten = stow
opblazen = inflate
opborrelen = spring
opborrelen, opwellen, ontspringen = spring
opbrengen = produce
opbrengen, opleveren, afwerpen = produce
opbrengst = income, product
opdagen = emerge, appear, perform
opdagen, opdraven = emerge
opdoeken = remove
opdracht = commission, mission, errand
opdracht geven = entrust
opdragen = dedicate, devote, entrust, celebrate
opdragen, spenderen, spanderen = dedicate
opdraven = appear, emerge, perform
opdraven, opdagen = appear
opdraven, opdagen = perform
opdrijven = increase
opdrijven, verheffen, ophogen = increase
opdringen = impose
opdringen, forceren = impose
opduikelen = excavate, grub
opduikelen, delven, opgraven, rooien = excavate
opeenhopen = accumulate, stack, heap, amass
opeenhopen, stapelen, ophopen = amass
opeens = suddenly
opeisen = postulate, demand
opeisen, vereisen, rekenen, eisen = demand
open = unoccupied, vacant, free
open en bloot = openly, frankly
open haard = hearth
open haard, haard, haardstede = hearth
open veld = countryside, country
open veld, platteland = countryside
openbaar = public
openbaar, openlijk, ruchtbaar, publiek = public
openbaarmaking = publication
openbaren = reveal
openbaren, kenbaar maken = reveal
Openbaring van Johannes = Apocalypse
opendoen = open
openen = open
opener = tin-opener
opener, blikopener = tin-opener
openhartigheid = sincerity
openheid = openness, frankness
openheid = frankness
openheid = openness
opening = maw, opening, aperture, gap
opening, bres, gaping = gap
openlijk = public
openmaken = open
openmaken, opendoen, openen = open
opera = opera
operatekst = booklet
operateur = projectionist
operateur, filmoperateur = projectionist
operatie = operation
opfokken = raise, breed
opfokken, telen, fokken, opkweken = raise
opfrissen = refresh
opgaan = ascend
opgaan, opkomen, opstaan, rijzen = ascend
opgang = staircase, stairs
opgang, trap = staircase
opgang, trap = stairs
opgave = problem, task
opgelost worden = dissolve
opgeprikt = resplendant
opgeschroefd = inflated
opgesmukt = adorned
opgeven = abandon, lose, say, renounce, tell
opgeven, uitvallen, afstand doen van = renounce
opgewonden = agitated
opgooien = toss
opgraven = grub, dig, excavate, lift
opgraven, rooien = dig
opgraven, rooien = lift
ophalen = inhale, lever
opharken = rake
ophef = noise, din, ado
ophef, leven, rumoer, lawaai, herrie = noise
opheffen = liquidate
ophijsen = hoist
ophitsen = provoke, agitate, stimulate, abet, incite, rouse
ophitsen, agiteren, opstoken, opruien = incite
ophogen = increase
ophopen = stack, accumulate, amass, heap
ophopen, opeenhopen, accumuleren = heap
ophopen, opeenhopen, accumuleren = stack
ophouden = retain, expire, cease, detain
opiaat = opiate
opinie = opinion
opium = opium
opjagen = shoo
opklimmend = rising
opknappen = refresh
opknappen, laven, opfrissen = refresh
opkomen = ascend
opkomen voor = defend
opkomen voor, verweren, verdedigen = defend
opkomend = new, novel
opkopen = monopolize, corner
opkopen, accapareren = corner
opkroppen = suppress
opkweken = raise, breed
opkweken, fokken, opfokken, telen = breed
oplappen = mend
oplettend = attentive
opleveren = produce
oplossen = dissolve
oplossen, opgelost worden = dissolve
oplossing = solution
opmaken = edit, waste
opmaken, redigeren, opstellen = edit
opmerkelijk = noteworthy, remarkable
opmerkelijk, merkwaardig = remarkable
opnemen = transfer
opnemen, afboeken = transfer
opnieuw = again, anew
opnieuw, van voren af aan, nogmaals = again
opofferen = sacrifice
opofferen, offeren, aanbieden = sacrifice
oppas = babysitter
oppassend = sweet
opper = haystack
opper- = chief-, arch-
opper-, aarts-, hoofd- = arch-
opper-, hoofd-, aarts- = chief-
oppermachtig = sovereign, sovereign
oppermachtig, soeverein, oppermachtig = sovereign
opperste = superior
opperste, prevalent, superieur = superior
oppervlak = surface
oppervlakkig = superficial, shallow, shallowly
oppervlakkig, ondiep = shallow
oppervlakkig, ondiep = superficial
oppervlakkig, vluchtig = shallowly
oppervlakte = surface, area
oppervlakte, areaal, gebied = area
oppervlakte, oppervlak = surface
oppompen = pump
oppompen, pompen = pump
opportunist = opportunist
oppositie = opposition
oppositie, tegenstand = opposition
oprecht = sincere
oprechtheid = sincerity
oprechtheid, openhartigheid = sincerity
oprichten = erect, establish, lever
oprichten, stichten, inrichten = erect
oprijlaan = access, sweep, drive
oprijlaan, oprit = access
oprijlaan, oprit = sweep
oprispen = belch, burp
oprispen, boeren = burp
oprit = sweep, drive, access
oprit, oprijlaan = drive
oproerig = insubordinate, rebellious
oproerig, opstandig = rebellious
oproerling = rebel, mutineer
oproerling, muiter, rebel = rebel
opruien = agitate, incite, abet
opruien, opstoken, agiteren, ophitsen = abet
opruiend = inflammatory
opscheppen = shovel, brag, boast
opscheppen, scheppen = shovel
opschepper = Gascon
opschrift = superscription
opschudden = shock
opschudden, schokken, schudden = shock
opslaan = stock
opslorpen = absorb, sip
opslorping = absorption
opsluiten = imprison
opspatten = spurt, gush
opspatten, stuiven, verspuiten = gush
opstaan = rise, ascend
opstaan, gaan staan = rise
opstand = mutiny, rebellion
opstandig = insubordinate, rebellious
opstandig, oproerig = insubordinate
opstap = stair, rung
opstap, treeplank, tree, opstapje = rung
opstapje = stair, rung
opstellen = edit
opstoken = abet, incite, agitate
opsturen = send, transmit
opsturen, sturen, doen toekomen = transmit
optakelen = rig
optellen = add
optelling = addition
opticien = optician
optie = choice, election
optie, verkiezing, keuze, keur, keus = election
optimisme = optimism
optimist = optimist
optimistisch = optimistic
optocht = procession
optreden = activity, action, presentation
optuigen = rig
opvallen = knock
opvatting = concept
opvatting, begrip = concept
opvoeden = coach, tutor
opvoeden, onderwijzen = tutor
opvoeding = education
opvoeding, vorming = education
opvoedkundige = pedagogue
opvolgen = observe, follow
opvolgen, handelen volgens = follow
opvolgen, handelen volgens = observe
opvorderen = requisition
opvrolijken = amuse
opvrolijken, amuseren, onderhouden = amuse
opvullen = upholster
opvullen, vullen, opzetten = upholster
opvulsel = stuffing
opvulsel, vulling, vulsel = stuffing
opwaarts = upwards, up
opwekken = arouse, wake, awaken
opwellen = spring
opwerken = embellish
opwinden = strech, excite
opwindend = exciting
opwinding = excitation, excitement
opwinding = excitation
opwinding = excitement
opzettelijk = intentional
opzetten = tousle, upholster
opzetten, rechtop zetten = tousle
opzichter = steward, superintendant, checker, controller
opzichter, intendant, meier = superintendant
opzichtig = pretentious
opzichtig, ostentatief = pretentious
opziener = taskmaster
opzoeken = visit
opzuigen = suck
opzuigen, zuigen, lurken = suck
oraal = oral
orakel = oracle
Oranje = Orange
oranje = orange-coloured, orange
oranje = orange-coloured
oranjeboom = orange-tree
oratie = speech
oratorisch = oratorical
oratorisch, redenaars- = oratorical
orchidee = orchid
ordelijk = tidy
ordenen = arrange
ordinair = everyday
ordner = folder
ordner, map = folder
ordonnansofficier = aide-de-camp, adjutant
orgaan = organ
organiek = organic
organiek, organisch = organic
organisatie = organization
organisch = organic
organiseren = organize
organisme = organism
orgeldraaier = organ-grinder
orgiastisch = orgiastic
orgie = orgy
orgie, zwelgpartij, drinkgelag = orgy
oriënt = East, east
oriënt = east
oriënt, oosten = East
oriënteren = orient
oriënteren, inwerken = orient
origineel = original
Orion = Orion
orkaan = hurricane
orkest = orchestra
orkestratie = orchestration
orkestreren = orchestrate, score
orkestreren = orchestrate
orkestreren = score
Orkney Eilanden = Orkneys
ornamentaal = ornamental
Orpheus = Orpheus
orthodox = orthodox
orthodox, rechtzinnig = orthodox
orthografie = orthography
orthografie, spelling, schrijfwijze = orthography
os = ox
oscillator = oscillator
oscilleren = oscillate
oscillograaf = oscilloscope
Osiris = Osiris
Oslo = Oslo
Osmaans = Ottoman
Osseet = Ossetian
Ossetië = Ossetia
ostentatief = pretentious
oud = aged, old
oud = aged
oud- = ex-
oud-, voormalig, ex-, vroeger, gewezen = ex-
ouder = father, elder, parent, older, mother
ouder = elder
ouder = older
ouder = parent
ouder, moeder = mother
ouderdom = age
Oudere Steentijd = Palaeolithic, Paleolithic
Oudere Steentijd, Paleolithicum = Palaeolithic
ouderloos = orphan
ouderpaar = parents
ouderpaar, ouders = parents
ouders = parents
ouderwets = ancient, old-fashioned, antique
ouderwets, aloud, antiek = antique
ouderwets, gedateerd, uit de mode = old-fashioned
oudgediende = veteran
oudheid = antiquity
ouverture = overture
ovaal = oval
ovatie = ovation
oven = kiln, oven, stove, furnace
oven, kachel = kiln
over = across, away
over- = over-
over elkaar slaan = cross
over elkaar slaan, kruisen = cross
over, overheen, aan de overkant van = across
overal = everywhere
overal, allerwegen, wijd en zijd, alom = everywhere
overblijfsel = rest
overbodig = superfluous, overflowing
overbrengen = transport
overdoen = vend, sell
overdoen, tappen, verhandelen = sell
overdrager = endorser
overdrijven = exaggerate
overeenkomend = analogous
overeenkomst = resemblance, similarity
overeenstemmen = agree
overeenstemmend = conforming
overeenstemming = agreement, settlement, chord, accord
overeenstemming, accoord, akkoord = chord
overeenstemming, samenklank = agreement
overeind = directly
overeind gaan staan = bristle
overerfelijkheid = heredity
overgaan = sound
overgang = gangway, passageway
overgang, doorgang, passage = passageway
overgang, passage, doorgang = gangway
overgankelijk = transitive
overgelukkig = overjoyed
overgeven = vomit
overgordijn = curtain
overgordijn, gordijn, scherm, doek = curtain
overgrootmoeder = great-grandmother
overgrootouder = great-grandparent
overgrootvader = great-grandfather
overhalen = distil
overhandigen = hand
overheen = across
overheerlijk = delicious
overheid = government
overhellen = stoop
overhemd = shirt
overig = remaining, additional
overig, verder = remaining
overige = remainder
overigens = moreover, besides
overigens, trouwens = besides
overigens, trouwens, verder = moreover
overjas = overcoat, coat
overjas, jas = overcoat
overkapping = roof
overkomen = seem
overkomen, schijnen, lijken = seem
overlappen = overlay
overlevering = tradition
overlijden = die, death
overloop = passage, corridor
overloop, gang, baan, rijstrook = passage
overmeesteren = overpower
overnachtingsplaats = stadium
overreding = persuasion
overschakelen = commute
overschatten = overestimate
overschatten, overwaarderen = overestimate
overschoen = overshoe, galosh
overschoen = galosh
overschoen = overshoe
overschot = balance
overschot, saldo = balance
overseinen = telegraph
overseinen, telegraferen = telegraph
overspel = adultery
overstelpen = overwhelm
overtollig = overflowing, superfluous
overtollig, overbodig = overflowing
overtollig, overbodig = superfluous
overtreffen = exceed, surpass
overtreffen, te boven gaan = exceed
overtroeven = surpass
overtroeven, overtreffen = surpass
overtuigen = convince, persuade
overtuigen = convince
overtuigen = persuade
overtuiging = conviction, belief
overtuiging = belief
overtuiging = conviction
overvloed = abundance
overwaarderen = overestimate
overweg = level-crossing
overwegen = consider
overwegend = mostly
overwegend, merendeels, grotendeels = mostly
overweldigen = usurp
overweldigend = superb, grand, grandiose, magnificent
overweldigend, grandioos, groots = magnificent
overwinning = victory
overzetboot = ferry
overzetboot, pontveer, pont, bak = ferry
overzetten = translate
overzetting = translation
overzicht = resumé, summary
ozon = ozone
pa = daddy, dad
paadje = path
paaien = satisfy
paal = stanchion, rod, stake
paalwerk = palisade
paar = pair
paard = horse, cavalier, knight
paard in schaakspel = cavalier, knight
paard in schaakspel, paard, ridder = cavalier
paard, ros = horse
paardebloem = dandelion
paardehorzel = horse-fly, gad-fly, gadfly, horsefly
paardekastanje = chestnut, chestnut-tree
paardekastanje, kastanjeboom = chestnut-tree
paardekracht = horsepower
paardenvolk = cavalry
paardenvolk, ruiterij, cavalerie = cavalry
paardestal = corral
paars = violet
paasbrood = matzo
pachten = lease
pachten, in pacht hebben = lease
pacifisme = pacifism
pacifist = pacifist
pad = path, toad
pad = toad
pad, paadje = path
paddestoel = fungus
padvinder = scout, boyscout
paffen = shoot
paffen, schieten, vuren = shoot
paganist = idolator
page = page
pakhuis = warehouse
pakhuis, magazijn, warenhuis = warehouse
Pakistan = Pakistan
pakje = parcel, packet
pakje = packet
pakje = parcel
pakken = grapple, pack, package, capture
pal = junto, coterie, clique, firmly
pal, stevig = firmly
pal, troep, kongsi, kliek = junto
paleis = palace
Paleolithicum = Paleolithic, Palaeolithic
Paleolithicum, Oudere Steentijd = Paleolithic
Paleozoïcum = Paleozoic, Palaeozoic
Paleozoïcum = Palaeozoic
Paleozoïcum = Paleozoic
Palestijns = Palestinian
Palestina = Palestine
palet = palet
paling = eel
palingfuik = eel-trap
palingfuik, aalfuik = eel-trap
palissade = palisade
paljas = clown
palm = palmtree, palm
palm, palmboom = palmtree
palmboom = palmtree
Pan = Pan
pan = casserole, saucepan, frying-pan
pan, braadpan, steelpan = casserole
Panama = Panama
Panamees = Panamanian
pand = pledge, house, security
Pandora = Pandora
paniek = panic
panne = brakedown
panne hebben = break-down
pantalon = trousers, pants
pantalon, broek, lange broek = trousers
panter = panther, leopard
panter, luipaard = panther
pantoffel = slipper
pantomime spelen = pantomime
pantser = armour, armor
pantserkreeft = lobster
pap = gruel, mess, mush
pap, brij, moes = gruel
papa = father
papaja = papaya, papaw
papaja = papaw
papaja = papaya
papaver = poppy
papegaai = parrot
paperback = leaflet, paperback, pamphlet
paperback, brochure, ingenaaid boek = pamphlet
paperback, ingenaaid boek, brochure = paperback
papier = paper
papiermand = paper-basket
Papoea = Papuan
pappa = daddy, dad
pappa, pa, pappie = daddy
pappie = dad, daddy
pappie, pa, pappa = dad
paprika = paprika
parachute = parachute
paraderen = parade, display
paradijs = paradise
paradox = paradox
paradoxaal = paradoxical
paraffine = paraffin
paragraaf = paragraph
Paraguay = Paraguay
Paraguayaans = Paraguayan
parallel = parallel
parameter = parameter
paranoia = paranoia
paranoïde = paranoid
paraplu = umbrella
parasiet = parasite
parasiet, klaploper = parasite
parel = pearl
paren = mate
parfumeren = perfume
paring = copulation
Paris = Paris
pariteit = parity, equality
pariteit = parity
parkeerplaats = lay-by
parkeerplaats, parkeerterrein = lay-by
parkeerterrein = lay-by
parkeren = park
parlement = parliament
parlement, volksvertegenwoordiging = parliament
parlementair = parliamentary
Parnassus = Parnassus
parochiaan = parishioner
parochie = parish
parochie- = parochial
parterre = ground-floor, parterre
parterre = parterre
parterre, benedenverdieping = ground-floor
particulier = private
partieel = partial
partij = faction
partij, stem = faction
partijdig = biased
pas = passport, only
pas, enkel, alleen, slechts, maar = only
pas, paspoort = passport
Pasen = Easter
paspoort = passport
passage = gangway, passageway
passagier = passenger
passen = conform, befit
passen, in overeenstemming zijn = conform
passend = conforming, appropriate, seemly, becoming
passie = lust
passie, roes, lust, hartstocht = lust
pasta = dough
pasta, beslag, deeg = dough
pastei = pie
pastel = pastel
pastel, tekenkrijt, kleurkrijt = pastel
pastoor = vicar, priest, pastor
pastoor = pastor
pastoor = vicar
pastoor, geestelijke, pastor = priest
pastor = priest
pat = frying-pan
Patagonië = Patagonia
patent = patent
patent, octrooi = patent
pater = father
pater, vaartje, papa, vader, ouder = father
patiënt = patient
patiënt, zieke = patient
patriarch = patriarch
patrijs = partridge
patrijspoort = skylight, porthole
patriot = patriot
patriottisme = patriotism
patroon = stencil, templet, template, pattern, cartridge
patroon, kardoes = cartridge
patroon, knippatroon = pattern
patroon, sjabloon, schablone = template
patrouilleren = patrol
paus = pope
pauw = peacock
pauze = recess, intermission
pauze, rust = recess
pauzeren = pause
paviljoen = pavilion
pech = brakedown
pedagoog = pedagogue
pedagoog, opvoedkundige = pedagogue
peddelen = paddle, pedal
peddelen, door het water plassen = paddle
peddelen, trappen = pedal
pedestal = pedestal
pedestal, piëdestal, voetstuk = pedestal
Pedi = Pedi
Pedi-taal = Pedi
Pedi-taal, Pedi = Pedi
peen = carrot
peen, wortel = carrot
peer = pear, bulb
peer = pear
peet = godfather
peetvader = godfather
peetvader, naamgever, peter, peet = godfather
Pegasus = Pegasus
peignoir = négligé, undress
peinzen = meditate
peinzen, mediteren, nadenken = meditate
pek = spades
pek, stoot, steek, schoppen, prik = spades
pekelen = pickle
pekelen, inleggen, zouten, inmaken = pickle
Peking = Peiping, Peking
Peking = Peiping
Peking = Peking
pelgrim = pilgrim
pelgrim, bedevaartganger = pilgrim
pelgrimage = pilgrimage
pelgrimage, bedevaart, pelgrimstocht = pilgrimage
pelgrimstocht = pilgrimage
pelikaan = pelican
pels = skin, hide
pen = feather
penarie = abashment, perplexity, embarrassment
penarie, benardheid, knelpunt, hinder = abashment
penarie, hinder, knelpunt, benardheid = perplexity
penarie, knelpunt, benardheid, hinder = embarrassment
Penelope = Penelope
penicilline = penicillin
penis = penis
pennestrijd = controversy
pennestrijd, controverse, polemiek = controversy
penning = medal, coin
penning, medaille = medal
penningkundige = numismatist
penny = penny
penseel = paintbrush
pensioen = pension, retirement
pensioen = pension
pensioen = retirement
pensioentrekker = retiree, pensioner
pensioentrekker, gepensioneerde = pensioner
pensioentrekker, gepensioneerde = retiree
Pentateuch = Pentateuch
peper = chilli
peper, Spaanse peper = chilli
peperboompje = daphne
peperen = pepper
pepermunt = mint
pepermunt, kruizemunt, munt = mint
peppel = poplar
peppel, populier = poplar
pepsine = pepsin
per = a, in, into, inside, within, through, per
per saldo = ultimately, finally
per, in, te, binnen = in
per, te, in, binnen = inside
perceel = lot
percent = percent, percentage
pereboom = pear-tree
perfect = perfect
perfectie = perfection
perfectie, volkomenheid, volmaaktheid = perfection
perikel = peril, adventure
periode = period
periode, tijdvak = period
periodiek = revue
periscoop = periscope
perk = lawn, bed, frontier, boundary
perk, bed, tuinbed, bloemperk = bed
perk, grasveld, grasmat, gazon = lawn
perk, grens = boundary
perkament = parchment
Perm = Perm
permanent = continuously, continually, constantly
permanent, aldoor, bij voortduring = continuously
permanent, bij voortduring, aldoor = continually
perron = quay, wharf
pers = press
persen = oppress, squeeze
Persephone = Persephone
Perseus = Perseus
personage = person
personeel = personnel
personeelslid = employee
personen = persons
persoon = chap, person, guy
persoon, personage = person
persoonlijk = personal
perspectief = perspective
Peru = Peru
Peruaans = Peruvian
Peruviaans = Peruvian
Peruviaans, Peruaans = Peruvian
pervers = perverse
Perzië = Persia, Iran
Perzië = Persia
perzik = peach
Perzisch = Persian
pessimisme = pessimism
pessimisme, zwaartillendheid = pessimism
pessimist = pessimist
pessimistisch = pessimistic
pessimistisch, zwaarhoofdig = pessimistic
pest = pestilence, plague
pest = pestilence
pest = plague
pet = cap
peter = godfather
peterselie = parsley
petitie = petition
petitionnement = petition
petitionnement, petitie = petition
petroleum = paraffin-oil, petroleum
peuk = cigarette-end, stub, cigar-stub, cigar-end
peuk, peukje = cigarette-end
peukje = stub, cigarette-end, cigar-stub, cigar-end
peukje, peuk = stub
pfennig = pfennig
Phaëthon = Phaeton
pianist = pianist
piano = piano
pias = clown
picknicken = picnic
pictogram = icon
piëdestal = pedestal
piek = summit, peak, point
piek, top, neus, tip, punt, spits = peak
piekfijn = chic, elegant
piekfijn, sjiek, chic = chic
piemel = willy, peter
piemel, plassertje, plasser = peter
piemel, plassertje, plasser = willy
pienter = astute
piepen = creak, grind, chirp, grate, peep, twitter, gnash
piepen, knarsen = creak
piepen, knarsen = gnash
piepen, knarsen = grate
piepen, sjilpen, tjilpen, kwetteren = twitter
pieper = potato
pieper, aardappel = potato
pier = earthworm
pierement = hurdy-gurdy
pierement, draaiorgel = hurdy-gurdy
pies = urine
pies, urine, pis = urine
piesen = urinate
Pietermaritzburg = Pietermaritzburg
pijl = arrow
pijl, scheut = arrow
pijn = pain
pijn doen = ache, hurt
pijn doen, zeer doen = ache
pijn doen, zeer doen = hurt
pijnboom = pine
pijnigen = torture
pijnigen, martelen, folteren = torture
pijnlijk = troublesome, painful
pijnlijk, hinderlijk, lastig, storend = troublesome
pijp = pipe, rod
pijp, tabakspijp = pipe
pik = prick, cock
pikhouweel = pick-axe
pikhouweel, houweel = pick-axe
pikken = stab, sting
pikken, prikken, priemen, steken = sting
pil = pill
pilaar = pillar, column
pilletje = marble, corpuscle
pilletje = corpuscle
pilletje = marble
pimpelen = drink
pimpelpaars = violet
pinda = peanut, ground-nut
pinda, apenoot, aardnoot = peanut
pingelen = haggle, bargain
pingelen, afdingen, marchanderen = haggle
pinken = blink
Pinksteren = Pentecost, Whitsunday
Pinksterfeest = Whitsunday, Pentecost
Pinksterfeest, Pinksteren = Pentecost
Pinksterfeest, Pinksteren = Whitsunday
pinnig = avaricious, miserly, stingy
pinnig, hebzuchtig, gierig, inhalig = stingy
pion = pawn
piraat = pirate
piramide = pyramid
pis = urine
pisang = banana
pisang, banaan = banana
pissen = urinate
pissen, een plas doen, piesen = urinate
piste = arena
pistool = pistol
pit = kernel, nucleus, wick, core, granule, grain, pip
pit, kern = kernel
pit, kern = nucleus
pit, korrel, zaadkorrel = granule
pittig = vivacious
pittigheid = verve, vivacity
pittoresque = picturesque
pixel = pixel
pizza = pizza
plaag = scourge, calamity, infestation
plaag = calamity
plaag = infestation
plaag = scourge
plaat = plate, image, disc, record, disk, slab, picture
plaat, plak, tablet = slab
plaats = village, spot, location, town, courtyard, place
plaats, dorp = village
plaats, oord, lokaal, plek = place
plaats, oord, lokaliteit, ruimte = location
plaats, stadje, stad = town
plaatsbewijs = ticket, note
plaatsbewijs, biljet, kaartje = note
plaatselijk = local
plaatselijk, lokaal = local
plaatsen = locate
plaatsen bovenop = superimpose
plaatsvervangend = deputy
plafon = ceiling
plafond = ceiling
plagen = tease
plak = slab, slice
plakkaat = notice, poster
plakkerig = sticky
plakkerig, kleverig = sticky
plan = intention, meaning, plan, scheme
plan, blauwdruk, concept, ontwerp = scheme
planeet = planet
planetair = planetary
plank = shelf, plank
plant = vegetation, plant
plant, gewas = vegetation
plantage = plantation
plantengal = gall
plantkunde = botany
plas = lake
plasma = plasma
plassen = wade, lap, splash, plash
plasser = peter, willy
plassertje = peter, willy
plastic = plastic
plastic, van plastic = plastic
plat = vulgar, plateau
plat, triviaal, vulgair, onbenullig = vulgar
platboomde schuit = barge
platboomde schuit, aak, zolderschuit = barge
plateau = plateau
platliggend = horizontal
Plato = Plato
platteland = countryside, country
platteland, open veld = country
plattelander = peasant, countryman
plattelander, boer, landman = countryman
plaveien = pave
plaveien, bestraten = pave
plaveisel = pavement
plaveisel, bestrating, wegdek = pavement
plavuis = tile
plavuis, tegel, tegelsteen, tichel = tile
plecht = castle
plechtig = stiff, ceremonious, measured, formal, solemn
plechtig beloven = vow
plechtig, ceremonieel, afgemeten = measured
plechtig, statig, plechtstatig = solemn
plechtigheid = ceremony
plechtstatig = majestic, solemn, ceremonious
plechtstatig, plechtig, statig = ceremonious
plechtstatig, statig, majestueus = majestic
plegen = accustom
plein = plaza
pleinvrees = agoraphobia
Pleistoceen = Pleistocene
pleitbezorger = advocate, lawyer
pleitbezorger, advocaat, verdediger = advocate
pleiten = plead, plea
pleiten = plea
pleiten = plead
plek = blot, place
plek, klak, klad, mop, smet, moet = blot
plezier = pleasure
plezierboot = canoe
plezierig = pleasurable
plicht = duty, obligation
Plioceen = Pliocene
ploeg = team
ploegen = plough
ploert = crook, rogue, scoundrel
ploert, ellendeling, schavuit, boef = crook
plomp = awkward
plomp, log = awkward
plooien = fold
plotseling = sudden, suddenly
plotseling = sudden
plug = stopper
pluim = feather
pluim, veer, pen, veder = feather
pluk = tuft
plukken = pluck
plukken, afrukken, afbreken = pluck
plunderen = plunder, rob
plunderen, buitmaken, stropen, roven = plunder
plus = plus
plusquamperfectum = pluperfect
Pluto = Pluto
pneumatiek = tyre
pneumatiek, luchtband, band = tyre
po = pot, chamber-pot
Po = Po
po = chamber-pot
po = pot
pochen = boast, brag
pochen, opscheppen, snoeven, bluffen = brag
podium = platform, podium, stage
podium, bestuur, tribune, leiding = stage
podium, tribune = podium
poederen = powder
poef = swelling, puff
poen = money
poen, geld = money
poepen = defecate
poepen, ontlasting hebben, kakken = defecate
Poerimfeest = Purim
poeslief = sugary, bland
poeslief = bland
poeslief = sugary
poëtisch = poetic
poëzie = poetry
pof = swelling, puff
pof, poef = puff
pof, poef = swelling
pogen = endeavour, try, attempt
pogen, trachten, moeite doen, streven = endeavour
poging = effort
poker = poker
pokken = smallpox
polair = polar
polemiek = controversy
Polen = Poland
polis = policy
politicus = politician
politicus, staatsman = politician
politie = police
politieagent = policeman
politiebureau = police-station
politiek = political, politics
politiepatrouille = squad
politiepost = police-station
politiepost, politiebureau = police-station
polka = polka
pollepel = spoon
pols = pulse, wrist
pols, handwortel = wrist
pols, polsslag, tel = pulse
polshorloge = wrist-watch, watch
polsslag = pulse
Polynesië = Polynesia
Polynesisch = Polynesian
polyvinylchloride = PVC
Pommeren = Pomerania
pompelmoes = grapefruit
pompen = pump
pompeus = resplendant
pompeus, weids, luisterrijk, opgeprikt = resplendant
pompoen = pumpkin, squash
pompoen = pumpkin
pompoen = squash
pond = pound
pont = ferry
pontveer = ferry
pony = pony
Pool = Pole
Pools = Polish
poort = gateway
poot = paw
poot, onderbeen, been = paw
pop = doll
Poppingawier = Poppingawier, Poppenwier
Poppingawier = Poppenwier
Poppingawier = Poppingawier
populair = popular
populair, getapt, veelgeliefd = popular
populier = poplar
pornografie = pornography
pornografisch = pornographic
pornografisch materiaal = pornography
pornografisch materiaal, pornografie = pornography
port = postage
port, frankering, porto = postage
portable = portable
portefeuille = wallet
portemonnaie = purse
portiek = porch
portier = door, porter
porto = postage
portret = portrait
Portugal = Portugal
Portugees = Portuguese
portvrij = stamped, post-paid
portvrij, vrachtvrij, gefrankeerd = post-paid
Poseidon = Poseidon
positie = position
positief = positive
positief, constructief = positive
post = stanchion, stake, mail
post, posterijen = mail
post, stijl, paal, deurpost = stanchion
postbeambte = mailman
postbeambte, postbode = mailman
postbode = mailman, postman
postbode, brievenbesteller = postman
posterijen = mail
postkantoor = post-office
postpapier = writing-paper
pot = vase, container, vessel
pot, foedraal, bak, doos, etui, koker = vessel
potig = robust, sturdy
potlood = pencil
pots = joke
potsierlijk = grotesque
pottenbakker = potter
Praag = Prague
praal = splender, pomp
pracht = pomp, splender
prae = privilege
praeses = chairman, president
prairie = prairie
prairiewolf = coyote
prairiewolf, coyote = coyote
praktijk = clientèle
praktijk, clientèle, klandizie = clientèle
praktisch = practical
pralen = display, parade
pralen, paraderen, prijken, pronken = display
pralen, paraderen, pronken, prijken = parade
pram = udder
prat = proud
praten = talk, speak, chatter, chat
praten, keuvelen, babbelen = chat
praten, spreken = speak
pré = benefit, advantage
pré, voordeel = advantage
pré, voordeel = benefit
precies = precise, exactly
precies, nauwgezet, accuraat = exactly
precies, scherp, juist, minutieus = precise
precisie = exactness
predikant = preacher
prediken = preach
prediken, preken = preach
preek = sermon
preferentie = privilege
preferentie, privilege, prae = privilege
prefereren = prefer
prefereren, de voorkeur geven aan = prefer
prehistorie = prehistory
prejudiciëren = anticipate
preken = preach
preliminair = preparatory, preliminary
premie = premium, prize
premie, prijs = premium
premier = premier
première = première
prent = picture, engraving, image
prent, gravure, graveerwerk = engraving
presentatie = presentation
presenteerblad = tray
presenteren = introduce
presentie = presence
preses = president, chairman
preses, voorzitter, president, praeses = chairman
president = president, chairman
presideren = preside
presideren, voorzitten = preside
prestige = prestige, glamor, glamour
prestigieus = prestigious, glamourous
prestigieus = glamourous
prestigieus = prestigious
pret = pleasure
pret, plezier, vermaak, genoegen = pleasure
pretje = entertainment
Pretoria = Pretoria
prettig = pleasurable
preuts = prudish
prevalent = superior
prieel = arbor
priemen = sting, stab
priemen, prikken, steken, pikken = stab
prijken = display, parade
prijs = premium, price, prize
prijs = price
prijs, premie = prize
prijsgeven = abandon
prijsgeven, afleggen, opgeven = abandon
prijslijst = price-list
prijzen = glorify, praise, commend, laud
prijzig = pricey
prik = spades
prikkeldraad = barbed-wire
prikkelen = spur, excite
prikken = stab, sting
pril = early
primair = primary
primitief = primitive
primula = primrose
primula, sleutelbloem = primrose
principe = principle
principe, beginsel, grondbeginsel = principle
prins = prince
prins, vorst = prince
prinsdom = principality
prinsdom, vorstendom = principality
prinses = princess
prinsesseboon = haricot
prisma = prism
privaat = toilet
privé- = private
privilege = privilege
probeersel = trial
probeersel, proefstuk = trial
probleem = problem
procédé = procedure
procederen = litigate
procent = percent, percentage
procent, percent, rente = percent
proces = lawsuit
processie = procession
processie, stoet, optocht, omgang = procession
proces-verbaal = minutes, protocol
proclameren = proclaim
proclameren, uitvaardigen, afkondigen = proclaim
produktie = product, production
produktie, gewrocht, opbrengst = product
produktie, voortbrenging = production
proef = sample, specimen
proef, monster, specimen, proefstuk = specimen
proefschrift = thesis, essay
proefschrift, stelling, dissertatie = thesis
proefstuk = sample, trial, specimen
proefstuk, monster, proef, specimen = sample
proesten = sneeze
profaneren = defile, profane
profeet = prophet
professioneel = professional
professioneel, beroeps- = professional
professor = professor
profetie = prophecy
profetie, voorspelling, voorzegging = prophecy
prognose = prognosis
programmeren = programme, program
programmeren = program
programmeren = programme
projecteren = project
projectietoestel = projector
projector = projector
projector, projectietoestel = projector
proletariaat = proletariat
proletariër = proletarian
proloog = prologue
promenade = promenade
Prometheus = Prometheus
promotie = promotion
promotor = promotor
promoveren = promote
promoveren, bevorderen = promote
prompt = immediate
pronken = parade, display
prooi = asset, gain, accession
prooi, buit, acquisitie, aanwinst = asset
proost = cheers
proost, op uw gezondheid, prosit = cheers
prop = stopper, clod, lump, chunk
prop, klont, klomp, bal, kluit, dot = lump
prop, kluit, klomp, dot, klont, bal = clod
prop, stekker, plug, stop, stopmiddel = stopper
propaganda = publicity, propaganda
propaganda maken voor = publicize
propaganda, verspreiding = publicity
propageren = publicize
propageren, propaganda maken voor = publicize
propeller = propeller, helix
propeller, schroefdraad, schroef = propeller
proportie = rate, proportion
proportie, verhouding, evenredigheid = rate
proportioneel = proportional
proportioneel, evenredig = proportional
propperig = tiny
prosit = cheers
prospect = perspective
prospectus = prospectus
prostituée = hooker, whore
prostituée, lichtekooi, hoer = hooker
prostitueren = prostitute
protectionistisch = protectionist
protégé = protégé
proteïne = protein
protestants = Protestant
Proteus = Proteus
proton = proton
prototype = prototype
provianderen = provide
provianderen, spekken, bevoorraden = provide
provinciaal = provincial
provisiekast = larder, store-cupboard, pantry
provisiekast = larder
provisiekast = pantry
provisiekast = store-cupboard
proza = prose
pruik = hairpiece, wig
pruik = hairpiece
pruik = wig
pruim = plum
Pruisen = Prussia
Pruisisch = Prussian
prullaria = rubbish, rubble, debris
prullenmand = paper-basket
pruttelen = simmer
psalm = psalm
pseudoniem = pseudonym
pseudoniem, schuilnaam = pseudonym
Psyche = Psyche
psychiater = psychiatrist
psychiatrie = psychiatry
psychiatrisch = psychiatric
psychisch = psychic
psychologie = psychology
psychologisch = psychological
psycholoog = psychologist
psycholoog, zielkundige = psychologist
puber = adolescent
puberteit = puberty
publiek = public
pudding = pudding
pui = façade, facade
puin = rubble, debris, rubbish
puin, afval, rommel, prullaria = debris
puistje = pimple
puistje, pukkel = pimple
pukkel = pimple
pul = vase
pulseren = throb, pulsate
punctuatie = interpunction, punctuation
punctuatie, interpunctie = punctuation
punt = dot, peak, point, summit
puntig = pointed, spiked
puntig, spits = spiked
purgatorium = purgatory
purgatorium, vagevuur = purgatory
Purimfeest = Purim
Purimfeest, Poerimfeest = Purim
puriteins = puritan
purperen = purple
pus = pus
pus, etter = pus
puur = clean, pure
puur, schoon, zindelijk, rein = clean
puzzel = riddle, puzzle, enigma
puzzel, raadsel = enigma
puzzel, raadsel = puzzle
puzzel, raadsel = riddle
PVC = PVC
PVC, polyvinylchloride = PVC
pygmee = pigmy
pygmee, dwerg = pigmy
pyjama = pyjamas
Pyreneeën = Pyrenees
Python = Python
Q = Q
Quaker- = Quaker
quitte = paid-up
quitte, kiet = paid-up
ra = antenna, yard
raad = advice, council
raad, raadgevend lichaam = council
raad, raadgeving, advies = advice
raadgevend lichaam = council
raadgever = counsellor
raadgeving = advice
raadhuis = town-hall, townhall
raadhuis, stadhuis, gemeentehuis = townhall
raadplegen = consult
raadplegen, consulteren = consult
raadsel = riddle, enigma, mystery, puzzle
raadzaal = boardroom
raadzaam = advisable, recommendable
raadzaam = advisable
raaf = raven
raak = striking
raam = framework, window, cadre
raam, venster = window
raamkozijn = window-frame
raap = turnip
raap, knol, knolraap, koolzaad = turnip
raar = peculiar
rabbi = rabbi
rabbijn = rabbi
rabbijn, rabbi = rabbi
racisme = racism
rad = wheel
radar = radar
radeloos = desperate
radeloos, wanhopig = desperate
raden = guess
raden, gissen, doorzien = guess
raderwerk = radar
raderwerk, radar = radar
radheid = speed
radiator = radiator
radicaal = thoroughly, radically, radical
radijs = radish
radio = wireless, radio
radium = radium
radius = radius
raffinaderij = refinery
raffineren = refine
rag = spiderweb
ragab = Rajab
ragoût = ragout
rail = rail
Rajasthan = Rajasthan
raket = rocket
ramadan = Ramadan
ramboetan = rambutan
ramp = catastrophe
rampzalig = catastrophic
rampzalig, catastrofaal = catastrophic
rand = rand, border, margin, brim
rand = rand
rand- = peripheral
rand-, buiten- = peripheral
rand, zoom = border
rang = rank
rangeren = manœuvre, maneuver, manoeuvre
rangeren, manoeuvreren = manœuvre
rank = slim, twig
rank, slank, tenger = slim
rank, twijg, rijs = twig
ranonkel = buttercup
rans = rancid
ransel = backpack, knapsack
ransel, knapzak = backpack
ransig = rancid
ransig, rans, ranzig, garstig = rancid
ranzig = rancid
rap = brisk, keen, alert
rapsodie = rapsody
raspen = rasp
rat = rat
ratelpopulier = aspen
ratelpopulier, esp = aspen
rationeel = rational
rauw = hoarse, uncooked
Rauwerd = Rauwerd, Raerd
Rauwerd = Raerd
Rauwerd = Rauwerd
razen = hum, buzz
razen, brommen, snorren, gonzen = buzz
razend = rabid
razernij = rabies
razernij, hondsdolheid, dolheid = rabies
re- = re-
re-, her-, terug-, weer- = re-
reactie = reaction
reactionair = reactionary
reageren = react, respond
reageren = react
reageren = respond
realist = realist
realiteit = reality
rebel = mutineer, rebel
rebel, muiter, oproerling = mutineer
rebelleren = revolt
recenseren = review
recenseren, bespreken = review
recentelijk = lately
recept = recipe, prescription
recept = prescription
recept = recipe
receptief = impressible, impressable, sensitive
receptief, gevoelig, ontvankelijk = impressible
receptioniste = receptionist
rechercheur = detective
recht = right-angle, law, jurisprudence, straight
recht = jurisprudence
recht = law
rechter- = righthand, right
rechter-, vandehands = right
rechter-, vandehands = righthand
rechthoekig = right-angle
rechtop = directly
rechtop zetten = tousle
rechtopstaand = bristly, untidy, vertical
rechtopstaand, borstelig, ruigharig = bristly
rechtopstaand, verticaal = vertical
rechtsom = clockwise
rechtstreeks = straight
rechtszaal = courtroom
rechtvaardig = just, righteous
rechtzinnig = orthodox
recipiëren = entertain
recommandatie = recommendation
recommandatie, aanbeveling = recommendation
recommanderen = recommend
recruteren = recruit
rector = rector
redden = rescue, save
redden, bergen, behouden = save
reddingsboot = life-boat
reddingsgordel = safety-belt, lifebelt, life-belt
reddingsgordel = life-belt
reddingsgordel = lifebelt
reddingsgordel = safety-belt
rede = speech
rede, redevoering, speech, oratie = speech
redelijk = rational
redelijk, rationeel = rational
reden = reason
reden, oorzaak = reason
redenaar = orator
redenaars- = oratorical
rederijkerskunst = oratory, rhetoric
rederijkerskunst, retoriek = rhetoric
redevoering = speech
redigeren = edit
reduceren = reduce
reduceren, inkrimpen, herleiden = reduce
ree = roe
reeds = already
reeks = series, rosary
reep = binding, strip
referentie = reference
referentie, verwijzing = reference
reflecteren = reflect
reflecteren, terugkaatsen, spiegelen = reflect
reflector = headlight
Reformatie = Reformation
reformeren = reform
reformeren, hervormen = reform
regel = norm, standard
regel, standaardmaat, norm = norm
regel, standaardmaat, norm = standard
regelen = regulate, organize
regelmatig = symmetric, regular
regelmatig, symmetrisch = symmetric
regenboog = rainbow
regenen = rain
regenmantel = raincoat
regenworm = earthworm
regenworm, aardworm, pier, worm = earthworm
regeren = govern
regeren, besturen, aanvoeren = govern
regering = government
regime = régime, regime
regiment = regiment
regio = region
regionaal = regional
regisseur = stage-manager
reglement = rules, regulations
reglement = regulations
reglement = rules
reglementeren = regulate
reglementeren, reguleren, regelen = regulate
reguleren = regulate
rei = chorus, coir
rei, koor, zangkoor = coir
reiger = heron
reikhalzen = yearn
rein = chaste, pure, clean
reinigen = cleanse, purge
reinigen, schoonmaken, louteren = cleanse
reinigen, schoonmaken, louteren = purge
reis = journey, voyage, trip
reis, tocht, toer, trip = voyage
reisgids = guidebook, handbook
reisplan = route
reisplan, tracé, baanvlak, route = route
reiziger = traveller, traveler
reiziger = traveler
reiziger = traveller
rek = workbench, cabinet, easel, tressle
rek, bank, schraag, ezel, bok = workbench
rek, ezel, schraag, bok, bank = easel
rek, schraag, bank, ezel, bok = tressle
rekbaar = elastic
rekbaar, soepel, elastisch = elastic
rekenen = calculate, postulate, demand, figure
rekenen, cijferen = figure
rekening = calculation, account
rekening, conto = account
rekenkunde = arithmetic
rekenkunde, cijferkunst, cijferen = arithmetic
rekenmachine = calculator
rekenmachine, calculator = calculator
rekenschap = calculation
rekenschap, rekening = calculation
rekken = lengthen
rekwireren = requisition
rel = tumult, riot
relaas = narrative, tale
relatie = acquaintance
relevantie = relevance
religie = religion
religie, geloof, godsdienst = religion
religieus = religious
religieus, godsdienstig, gelovig = religious
remedie = resources
remedie, medium, middel, weg = resources
remmen = brake
rendez-vous = rendezvous
renoveren = renew
rente = percentage, percent
rente, procent, percent = percentage
rentmeesterschap = stewardship
repareren = repair
repertoire = repertoire
repetitie = repetition
reproduceren = return, reproduce, render
reproduceren, weergeven = render
reproduceren, weergeven = reproduce
reproduktie = reproduction
reproduktie, weergave = reproduction
reptiel = reptile
republiek = republic
republiek, vrijstaat = republic
republikeins = republican
reputatie = reputation
reputatie, faam, roep, naam = reputation
reserveren = retain, detain, reserve
reserveren, detineren, ophouden = retain
reserveren, ophouden, detineren = detain
reservoir = tank
reservoir, vergaarbak = tank
resideren = live, dwell
resideren, gevestigd zijn, huizen = live
resideren, huizen, gevestigd zijn = dwell
resistent = immune
resolutie = motion, resolution
resolutie, motie = resolution
resonantie = resonance
resonantie, naklank, galm = resonance
resorberen = sip
resorberen, opslorpen, slurpen = sip
respecteren = respect
respectief = respective
rest = rest, remainder
rest, overblijfsel, rommel, afval = rest
rest, overige = remainder
restaurant = restaurant
restauratie = restaurant
restauratie, restaurant, eethuis = restaurant
restitueren = repay
restitueren, terugbetalen = repay
resumé = resumé, summary
resumé, excerpt, overzicht = resumé
resumé, overzicht, excerpt = summary
resumeren = summarize
resumeren, samenvatten = summarize
reticule = handbag, hand-bag
retoriek = rhetoric, oratory
retoriek, rederijkerskunst = oratory
Retoromaans = Rhaeto-Romance, Romanche
Retoromaans = Rhaeto-Romance
Retoromaans = Romanche
retoucheren = retouch
retourbiljet = return-ticket
reuk = scent, odour, odor
reuk, luchtje, lucht, geur = odor
reumatiek = rheumatism
reus = giant
reusachtig = huge, gigantic
reusachtig, gigantisch = gigantic
reuzel = suet, tallow
revérence = obeisance
revérence, buiging, strijkage, nijging = obeisance
revisor = auditor
revolutie = revolution
revolutie, omwenteling = revolution
revolutionair = revolutionary
revolver = revolver
revue = revue
revue, tijdschrift, periodiek = revue
Rhodesië = Rhodesia
Riaad = Riyadh
rib = cutlet, rib
rib, nerf, ribbel, ribbe = rib
ribbe = girder, rib
ribbel = rib
ribstuk = cutlet
richten = direct, guide, steer
richten, besturen, dirigeren, mennen = steer
richting = direction
richtlijn = direction
richtlijn, koers, leiding, richting = direction
richtmiddel = gunsight, sight
richtmiddel, zoeker, vizier = gunsight
richtmiddel, zoeker, vizier = sight
richtsnoer = guide-book
ridder = knight, cavalier
ridder, paard in schaakspel, paard = knight
riem = girdle, belt, oar, strap
riem = strap
riem, ceintuur, gordel = belt
riem, gordel, ceintuur = girdle
riem, roeiriem, roeispaan = oar
riet = reed
rif = reef
rif, klip = reef
rijbewijs = driving-licence
rijden = ride, travel
rijden = ride
rijgveter = shoe-lace
rijk = wealthy, realm, rich, abundant, well-off, empire
rijk zijn = possess, own
rijk zijn, bezitten, erop nahouden = own
rijk, keizerrijk, imperium = empire
rijk, staat = realm
rijk, vermogend, gefortuneerd = wealthy
rijkdom = wealth
rijkelijk = abundantly
rijmen = rhyme
rijmen, berijmen = rhyme
Rijn = Rhine
Rijnland = Rhineland
Rijnwijn = hock, Rhine-wine
Rijnwijn = hock
Rijnwijn = Rhine-wine
rijp = ripe, mature
rijp worden = ripen
rijp worden, rijpen = ripen
rijp, bezonken, belegen = ripe
rijpen = ripen
rijs = twig
rijst = rice
rijstrook = passage, corridor
rijstveld = ricefield, paddy-field, rice-field
rijstveld = paddy-field
rijstveld = rice-field
rijstveld = ricefield
rijstwijn = sake, saké, saki
rijstwijn, saké = saké
rijstwijn, saké = saki
rijten = rip
rijwiel = bicycle, bike
rijzen = ascend
rijzig = lanky
rijzig, lang, groot = lanky
rillen = quiver, shiver, tremble
rillen, huiveren, beven, bibberen = tremble
rimboe = jungle
rimpelen = furrow, wrinkle
rimpelen, fronsen = furrow
rimpelen, fronsen = wrinkle
ring = ring
ringeloren = tyrannize
ringeloren, tiranniseren = tyrannize
rinkelen = jingle, tinkle
rinkelen, klingelen, kletteren = tinkle
rinoceros = rhino, rhinoceros
rinoceros, neushoorn = rhino
rinoceros, neushoorn = rhinoceros
riool = sewer
ris = series
riskant = hazardous, risky
riskant, bedenkelijk, gewaagd = hazardous
riskant, gewaagd, bedenkelijk = risky
rissen = deduct
rist = rosary, series
rite = rite
ritme = rhythm, tact
ritme = rhythm
ritme, tact, maat, beleid = tact
ritmisch = rhythmic
rits = zipper
ritselen = swish, rustle
ritselen, ruisen = swish
ritsen = deduct
ritsen, rissen, wegnemen, afhalen = deduct
ritssluiting = zipper
ritueel = ritual
ritus = rite
ritus, kerkgebruik, rite = rite
rivier = river
rivier, stroom = river
Rivièra = Riviera
Rivièra, Franse Rivièra = Riviera
rivierkreeft = crayfish
rob = seal
robijn = ruby
robot = robot
robuust = robust, sturdy
robuust, hecht, potig, fors, ferm = robust
rochelen = spit
roddelen = slander
roddelen, kwaadspreken, belasteren = slander
rododendron = rhododendron
roebel = rouble, ruble
roebel = rouble
roebel = ruble
roede = rod, wand, switch
roede, gard, spitsroede, stokje = switch
roedel = flock, herd
roedel, kudde = flock
roeiboot = row-boat, rowing-boat
roeiboot = row-boat
roeiboot = rowing-boat
roeien = row
roeiriem = oar
roeispaan = oar
roem = glory
roem, beroemdheid, lof, glorie = glory
Roemeens = Rumanian, Romanian
Roemeens = Romanian
Roemeens = Rumanian
roemen = glorify, commend, praise, laud
roemen, loven, verheerlijken, prijzen = laud
Roemenië = Romania, Rumania
Roemenië = Romania
Roemenië = Rumania
roep = cry, reputation
roepen = shout
roer = handlebars, helm, rudder, gun, rifle
Roer = Ruhr
roer, geweer = gun
roer, stuur = handlebars
roer, stuur = rudder
roeren = froth, whirl, whip
roerend = touching, mobile, moving
roerigheid = riot, tumult
roerloos = motionless
roerloos, bewegingloos, onbeweeglijk = motionless
roes = lust, drunkenness
roes = drunkenness
roesten = rust
roestig = rusty
roet = soot
roezig = tipsy
rog = stingray
rogge = rye
rok = dress-coat, skirt, tails
rok = dress-coat
rok = tails
rok, vrouwenrok = skirt
roken = smoke
rol = roller, drum, rôle, cylinder, role
rol = role
rol = rôle
rol, cilinder = cylinder
rol, cilinder = roller
rolgordijn = roller-blind
rolklaver = lotus
rolprent = movie, film
rolprent, film = film
rolschaats = rollerskate
roltrap = escalator
ROM = ROM
Romaans = Romance, Romanesque
Romaans = Romance
Romaans = Romanesque
romance = romance
romanschrijver = novelist
romantiek = romanticism
romantisch = romantic
Rome = Rome
Romeins = Roman
rommel = rubble, rest, rubbish, chaos, debris, disorder
rommel, puin, afval, prullaria = rubble
romp = hull
ronddelen = deal, distribute
ronddelen, rondgeven, uitdelen = distribute
ronde = round
rondgaan = circumvent, circulate
rondgaan, in omloop zijn, circuleren = circulate
rondgeven = distribute, deal
rondgeven, ronddelen, uitdelen = deal
rondreis = tour
rondreizen = wander, migrate, roam
rondreizen, rondtrekken, trekken = roam
rondschrijven = circular
rondschrijven, circulaire = circular
rondstrooien = scatter
rondstrooien, strooien = scatter
rondtrekken = wander, roam, migrate
rondtrekken, trekken, rondreizen = wander
rondtrekkend = migrant
rondtrekkend, trekkend, migrerend = migrant
ronduit = frankly, openly
ronduit, open en bloot, rondweg = frankly
ronduit, open en bloot, rondweg = openly
rondweg = openly, frankly
ronken = snore
röntgenstralen = X-rays
röntgenstralen, X-stralen = X-rays
rood = red
rood worden = blush
rood, blozend = red
roodborstje = robin
roodkoperen = copper
rooien = excavate, dig, lift, grub
rookcoupé = smokers
roos = dandruff, rose
roos = dandruff
rooskleurig = pink
rooster = schedule, time-table, grill, grid
rooster, dienstregeling = time-table
rooster, hek, afrastering, traliehek = grill
roosteren = roast, toast
ros = horse
rosbief = roastbeef
rose = rose, pink
rose, roze, roos = rose
rot = rotten, rat
rot, bedorven, verrot = rotten
rot, rat = rat
rotbeest = monster
rotbeest, mormel = monster
roteren = pivot
roteren, draaien = pivot
rotsblok = boulder
rotten = putrefy, rot
Rotterdam = Rotterdam
rotzak = scoundrel
rotzak, schoelje, ploert, loeder = scoundrel
rotzooi = disorder
roulatie = traffic, circulation
route = course, road, route
routine = routine
rouw = mourning
rouw- = mournful
rouwbeklag = condolences
rouwen = mourn
roven = rob, plunder
rover = robber
royaal = wide, spacious, vast, generous
royaal, genereus, gul, goedgeefs = generous
royaal, ruim, breedvoerig, groot = vast
royeren = discharge, fire, dismiss, sack
roze = pink, rose
roze, rozig, rose, rooskleurig = pink
rozenkrans = rosary
rozenkrans, reeks, bidsnoer, rist = rosary
rozestruik = rose-bush
rozig = pink
rubberen = rubber
Rubicon = Rubicon
rubriek = header
ruchtbaar = public
ruggegraat = spine
rugschild = carapace, shell
rugstuk = reverse, back
rugwaarts = backwards, aback
rugzak = rucksack
rugzak, knapzak = rucksack
ruig = shaggy, hairy
ruigharig = shaggy, hairy, untidy, bristly
ruiker = bouquet
ruilen = swap, interchange
ruilen, wisselen, inruilen = interchange
ruim = spacious, vast, wide
ruim, breedvoerig, royaal, groot = spacious
ruimheid = width
ruimschoots = abundantly
ruimte = room, spot, location, space
ruimte, bestek, wereldruim, speling = space
ruimte, lokaliteit, oord, plaats = spot
ruimtevaarder = spaceman, astronaut
ruimtevrees = agoraphobia
ruimtevrees, agorafobie, pleinvrees = agoraphobia
ruïneren = ruin
ruisen = rustle, swish
ruisen, ritselen = rustle
ruit = rhombus, window-glass
ruit = window-glass
ruit, griet, tarbot = rhombus
ruiterij = cavalry
rukken = tug, pull
rukken = pull
rukken = tug
rul = sandy, loose
rul, mul = sandy
rum = rum
rumoer = noise, ado, din
rumoerig = noisy
run = crush
rund = bovine
rundvlees = beef
rups = caterpillar
rupsband = caterpillar
rupsband, rups = caterpillar
Rusland = Russia
Russisch = Russian
rust = recess, intermission, silence
rust, pauze = intermission
rustbank = couch, divan
rustbank, divan, Turkse staatsraad = divan
rustbank, Turkse staatsraad, divan = couch
rustdag = holiday
rusten = repose
rustend = retired
rusthuis = resting-place
rustig = quietly, tranquil, quiet, leisurely, calm
rustig, op zijn gemak, kalm = quietly
rustigheid = silence
rustoord = resting-place
rustplaats = resting-place
rustplaats, rusthuis, rustoord = resting-place
ruw = coarse, brute, harsh
ruw, dierlijk, beestachtig, bruut = brute
ruzie maken = wrangle
saai = lifeless, tiresome, monotonous
saamhorigheid = solidarity
Saarland = Saarland
sa'bân = Sha'ban
sacraal = sacred, holy
sacraal, heilig, gewijd, geheiligd = sacred
sacrament = sacrament
sadisme = sadism
sadist = sadist
sadistisch = sadistic
safe = strong-box, safe
safe, geborgen, behouden, veilig = safe
saffiaantje = cigarette
saffiaantje, sigaret = cigarette
Sahara = Sahara
saké = saki, saké, sake
saké, rijstwijn = sake
sakkerloot = darn
Saksen = Saxe, Saxony
Saksen = Saxe
Saksen = Saxony
Saksisch = Saxon
salade = salad, lettuce
salade, kropsla, latuw, sla = lettuce
salade, slaatje = salad
salami = salami
salaris = wage, wages, salary
saldo = balance
saletjonker = dandy, fop, dude
saletjonker, kwast, fat, dandy = dandy
salie = sage
Salomon = Salomon
salon = lounge, salon, parlour
saluut = greeting
saluut, groet = greeting
salvia = sage
salvia, salie = sage
Samaria = Samaria
Samaritaans = Samaritan
samen = together, co-, fellow
samen- = co-, fellow
samen met = with
samen-, aaneen, aaneen-, co-, samen = co-
samengesteld = complex
samenhang = connection, unity
samenhang, verbinding = connection
samenklank = harmony, agreement
samenklank, eendracht, harmonie = harmony
samenkomen = assemble, congregate, converge, meet
samenkomen, bijeenkomen, vergaderen = meet
samenkomen, samenlopen, convergeren = converge
samenkomen, vergaderen, bijeenkomen = congregate
samenkomst = assemblage, gathering
samenlopen = converge
samenscholing = assembly
samenspannen = conspire
samenspannen, samenzweren = conspire
samenspanning = conspiracy
samenstellen = compile, compose
samenstellen, componeren = compose
samenstelling = structure
samenvatten = summarize
samenvoegen = combine
samenwerken = co-operate, cooperate
samenwerken, meewerken = cooperate
samenzweren = conspire
samoerai = samurai
samovar = samovar
sanctioneren = sanction
sanctioneren, bekrachtigen = sanction
sandaal = sandal
sandwich = sandwich
sanitair = hygienic
sanitair, hygiënisch = hygienic
Sanskriet = Sanskrit
sap = sap, juice
sap = juice
sap = sap
sappigheid = verve, vivacity
sarcasme = sarcasm
sarcastisch = sarcastic
sardine = sardine
Sardinië = Sardina, Sardinia
Sardinië = Sardina
Sardinië = Sardinia
Sardisch = Sardinian
sarong = sarong
Satan = Satan
Satan, Lucifer = Satan
satang = satang
satanisch = demonic, Satanic
satanisch = Satanic
satelliet = satellite
Saturnaliën = Saturnalia
Saturnus = Saturn
sauna = sauna
saus = sauce, ointment, gravy
saus, sop, jus = gravy
sauzen = anoint, pour, smear
sauzen, gieten, stortregenen = pour
saxofoon = saxophone
scala = key, gamut
scanderen = scan
Scandinavië = Scandinavia
Scandinavisch = Scandinavian
scenario = script
scenario, draaiboek, script = script
scène = scene
scepticus = skeptic
sceptisch = skeptical
schaak = chess
schaakbord = chess-board, chessboard
schaakbord = chess-board
schaakbord = chessboard
schaakmat = mat
schaakmat, mat = mat
schaakspel = chess
schaakspel, schaak = chess
schaal = carapace, dish, platter, shell, husk
schaap = sheep
schaar = tongs, scissors
schaar = scissors
schaar, knijper = tongs
schaars = rare
schaats = skate
schaats, glijmiddel = skate
schablone = template, templet, stencil
schablone, patroon, sjabloon = stencil
schablone, sjabloon, patroon = templet
schacht = rod, shaft
schacht, mijnschacht = shaft
schade = loss, pity
schade aanrichten = damage
schade aanrichten, schaden = damage
schade, iets betreurenswaardigs = pity
schadelijk = malign, harmful
schadelijk = harmful
schadelijk = malign
schaden = damage
schaduwbeeld = silhouette
schaduwen = tail, shadow
schaduwen = shadow
schaduwen = tail
schaduwzijde = disadvantage
schakering = shade, nuance, tint
schakering, nuance, nuancering = nuance
schalks = frolic, frolicsome
schalks, olijk, ondeugend, dartel = frolic
schamperheid = contempt
schande = smirch
schandelijk = shameful
schap = shelf
schap, plank = shelf
schapevlees = mutton
schappelijk = lenient
schare = collection, band, bevy, gang
schare, bende, troep = band
schare, drift, kudde, groep, hoop = collection
scharnier = hinge
scharrelen = fumble, scratch, court, woo
scharrelen, het hof maken, vrijen = woo
schat = treasure, sweetheart, darling
schat = treasure
schat, liefje, lief, lieveling = sweetheart
schat, lieverd, lieveling, liefje = darling
schatten = estimate, appraise
schatten, begroten, waarderen, taxeren = estimate
schatten, taxeren, waarderen, begroten = appraise
schatting = tribute
schaven = abrade
schaven, afschaven = abrade
schavot = scaffold
schavuit = crook, rogue
schede = vagina, holder, socket, scabbard
schede = scabbard
schede, foedraal, houder = holder
schede, vagina = vagina
schedel = skull
scheef = slanting, oblique
scheef, schuin = oblique
scheef, schuin = slanting
scheelkijken = squint
scheelzien = squint
scheelzien, scheelkijken, loensen = squint
scheep gaan = embark
scheepsdek = deck
scheepsromp = hull
scheepsromp, bodem, romp, casco = hull
scheerkwast = shaving-brush
scheermes = razor
scheermesje = razor-blade
scheerriem = strop
scheiden = divide, disintegrate
scheiden = disintegrate
scheiding = divorce
scheidsrechter = umpire, arbiter, arbitrator, referee
scheidsrechter, arbiter = umpire
scheikunde = chemistry
Schelde = Scheldt
schelen = differ
schelheid = sharpness
schelmachtig = playful
schemer = twilight, dusk
schemerdonker = twilight, dusk
schemerig = dim
schenken = donate, give
schenken, cadeau geven = donate
schenken, cadeau geven = give
schepen = alderman
scheppen = shovel, create
scheppen, creëren = create
schepper = author
schepping = universe
Scheppingsboek = Genesis
scheren = skim, shear, clip
scheren = skim
scheren, knippen, snoeien = shear
scherm = curtain, screen
scherm, schut = screen
scherp = acute, precise
scherp, acuut, helder, voorbijgaand = acute
scherpen = sharpen
scherpzinnig = astute
scherpzinnig, schrander, pienter = astute
schertsen = jest
schets = design, drawing
schetsen = sketch
scheuren = burst, rip
scheuren, rijten = rip
scheuring = schism
scheut = arrow
schicht = lightning
schielijk = swiftly, quickly
schielijk, gauw, in allerijl, hard = swiftly
schier = nearly, almost
schier, bijkans, haast, bijna = almost
schier, bijkans, haast, bijna = nearly
schiereiland = peninsula
schieten = shoot
schifting = separation, partition
schifting, afscheiding, clausuur = partition
schijf = disk, slice, record, pulley, disc
schijf, discus, grammofoonplaat, plaat = disk
schijf, grammofoonplaat, discus, plaat = disc
schijn = aspect
schijnen = seem, shine
schijnen, glanzen, schitteren, blinken = shine
schijngestalte = phase
schil = husk
schil, dop, schors, schaal = husk
schild = shell, shield, sign-board, carapace
schild, bordje, uithangbord, bord = shield
schild, rugschild, schaal = carapace
schild, rugschild, schaal = shell
schilder = painter
schilder, verver, huisschilder = painter
schilderachtig = picturesque
schilderachtig, pittoresque = picturesque
schilderen = paint
schilderij = painting
schilderijlijst = picture-frame
schildering = painting, description
schildering, doek, schilderij = painting
schildpad = tortoise
schildvleugelige = beetle
schildwacht = sentry
schildwacht, wacht = sentry
schillen = peel
schillen, afpellen, jassen = peel
schipbreuk = shipwreck
schisma = schism
schitteren = flare, shine
schmink = make-up
schmink, blanketsel, make-up = make-up
schoeisel = footwear
schoelje = scoundrel
schoen = shoe
schoencrème = polish, wax
schoencrème = polish
schoenhoorn = shoe-horn, shoe-lift
schoenlepel = shoe-horn, shoe-lift
schoenlepel, schoenhoorn = shoe-horn
schoenlepel, schoenhoorn = shoe-lift
schoenmaker = shoemaker
schoensmeer = polish, wax
schoensmeer = polish
schoensmeer, schoencrème = wax
schoffel = hoe
schoffelen = weed
schokbreker = shock-absorber
schokken = shake, jolt, jerk, shock
schokken = jerk
schokken = jolt
schokken = shake
schol = plaice
schommelen = oscillate
schommeling = oscillation
schonk = bone
schonk, bot, knok, been = bone
schooien = beg
schooien, bedelen = beg
schooier = beggar
schooier, bedelaar = beggar
school = school
schoolboek = textbook
schooljuffrouw = teacher
schools = methodical
schoon = beautiful, handsome, pure, fine, clean
schoon, fraai, knap, fijn, mooi = beautiful
schoonheid = beauty
schoonklinkend = euphonious
schoonmaken = cleanse, purge
schoor = abutment
schoor, steunbeer, beer = abutment
schoorsteen = chimney, fireplace, smokestack
schoorsteen, kachelpijp = chimney
schoorsteen, kachelpijp = smokestack
schoorsteenmantel = mantel, mantelpiece
schoorsteenmantel = mantel
schoorsteenmantel = mantelpiece
schoorvoeten = hesitate
schoppen = kick, spades
schoppen, trappen = kick
schor = hoarse
schor, hees, rauw = hoarse
schorpioen = scorpion
schors = bark, husk
schorsen = interrupt
schorsing = interruption
schort = apron
Schot = Scot, Scotsman
Schot = Scot
Schot = Scotsman
schotel = dish, saucer, platter
schotel, schaal = dish
schotel, schaal = platter
schoteltje = saucer
schoteltje, schotel = saucer
Schotland = Scotland
Schots = Scottish
Schotse = Scotswoman
Schotse rok = kilt
schouder = shoulder
schouderbedekking = epaulet
schouderbedekking, epaulet = epaulet
schouderblad = shoulderblade
schouw = inspection, fireplace
schouw, schouwing, inspectie = inspection
schouwburg = theatre
schouwburg- = theatrical
schouwburg, toneel, theater = theatre
schouwburg-, toneel-, theater- = theatrical
schouwing = inspection
schouwspel = spectacle
schraag = tressle, workbench, easel
schraal = skinny, slender, meager, skimpy, thin
schraal, mager, sprietig = meager
schragen = lean, support, sustain
schrander = astute
schrap = streak
schreef = streak
schreef, haal, schrap, streek, streep = streak
schreeuw = cry, scream
schreeuw, gil, krijs = scream
schreeuw, roep, kreet = cry
schreeuwen = shout
schrift = exercise-book, notebook
schrift, aflevering, katern = notebook
schriftelijk = written
schriftelijk bevel = writ
schriftuur = writing
schrijden = stride, step, tread, stalk, pace
schrijden = stalk
schrijden = stride
schrijfbureau = writing-desk
schrijfbureau, schrijftafel, bureau = writing-desk
schrijfmachine = typewriter
schrijfpapier = writing-paper
schrijfpapier, postpapier, briefpapier = writing-paper
schrijfstift = stylus
schrijftafel = writing-desk
schrijfwijze = orthography
schrijven = write
schrijver = author, writer
schrijver, bedenker, auteur, schepper = author
schrik aanjagen = terrify, frighten
schrik aanjagen, doen schrikken = terrify
schrikaanjagend = terrible, dreadful
schrikaanjagend, ijselijk = terrible
schrikbewind = terror
schrikkeljaar = leap-year
schroef = helix, propeller
schroef, propeller, schroefdraad = helix
schroefdraad = propeller, helix
schroefsleutel = spanner
schroevedraaier = screwdriver
schudden = shock
schuieren = brush
schuif = valve
schuif, klep = valve
schuiflade = drawer
schuiftrompet = trombone
schuilnaam = pseudonym
schuimachtig = effervescent, sparkling
schuimen = foam
schuimend = sparkling, effervescent
schuimend, schuimachtig, mousserend = effervescent
schuimend, schuimachtig, mousserend = sparkling
schuin = slanting, obscene, oblique, sloping
schuit = boat
schuiven = shove
schuld = debt, guilt, fault
schuld = debt
schuld = fault
schuld = guilt
schuldig = guilty
schuldig bevinden = convict
schuldig zijn = owe
schuldig zijn, in de schuld staan = owe
schuldige = culprit
schunnig = obscene
schurkachtig handelen = cheat
schut = screen
schutting = palisade
schutting, paalwerk, palissade = palisade
schuur = shack, shanty, stand, barrack, barn
schuur, barak, loods, keet = barrack
script = script
Scylla = Scylla
secessie = breakaway, secession
secessie = secession
secessie, afscheiding = breakaway
secreet = toilet
secreet, privaat, toilet = toilet
secretaresse = secretary
sectie verrichten = dissect
sector = sector
sedert = from, since
sedert, met ingang van, vanaf = from
seinen = signal
seksclub = brothel
sekse = sex
seksueel = genital, generative, sexual
seksueel, geslachts- = genital
sekte = sect
selderie = celery
selderie, selderij = celery
selderij = celery
select = elected
select, gekozen, uitgelezen = elected
semantiek = semantics
semantiek, betekenisleer = semantics
Semiet = Semite
Semitisch = Semitic
Senegal = Senegal
Senegalees = Senegalese
sensatie = sensation
sensatie, klapstuk = sensation
sensationeel = sensational
sensationeel, geruchtmakend = sensational
sensueel = sensuous, sensual
sensueel, wellustig, zinnelijk = sensuous
sententie = verdict, maxim
sententie, zinspreuk, spreuk = maxim
sentiment = sentiment
sentimenteel = sentimental
Seoel = Seoul
sepia = sepia
september = September
september, herfstmaand = September
septisch = infected, septic
septisch, bederf veroorzakend = septic
sereen = untroubled, serene
sereen, onbezorgd, helder = serene
serenade = serenade
sergeant = sergeant
serie = series
serie, ris, reeks, set, rist = series
serieus = earnest
serieus, ernstig, bona fide, stemmig = earnest
sering = lilac
sermoen = sermon
sermoen, kanselrede, preek = sermon
serum = serum
serveerster = waitress
server = server
serveren = serve
servet = napkin
Servië = Serbia
Servisch = Serb
sessie = session
sessie, zitting, zittingsperiode = session
set = outfit, series, suit
Seth = Seth
sexe = sex
Seychellen = Seychelles
sfeer = ethos, atmosphere, sphere
sheriff = sheriff
sheriff, landrechter = sheriff
sherry = sherry
sherry, xeres = sherry
shilling = shilling
shintoïsme = Shintoism
shrapnel = shrapnel
Siam = Thailand, Siam
Siamees = Siamese
Siberië = Siberia
Siberisch = Siberian
Siciliaans = Sicilian
Sicilië = Sicily
sieraad = adornment
sieraad, decoratie, tooisel = adornment
sierlijk = graceful
sierlijkheid = gracefulness, grace
sierlijkheid = grace
sierlijkheid = gracefulness
sigaar = cigar
sigarenwinkel = tobacconist's
sigarepeuk = cigar-stub, cigar-end
sigarepeuk, sigarepeukje, peuk, peukje = cigar-stub
sigarepeukje = cigar-stub, cigar-end
sigarepeukje, sigarepeuk, peukje, peuk = cigar-end
sigaret = cigarette
Sijbrandaburen = Sijbrandaburen, Sybrandabuorren
Sijbrandaburen = Sijbrandaburen
Sijbrandaburen = Sybrandabuorren
sik = goat
sik, geit, bok = goat
sikh = Sikh
sikkel = sickle
Silezië = Silesia
silhouet = silhouette
silhouet, schaduwbeeld = silhouette
Silurium = Silurian
sim = line
simpel = dull, stupid
simplificeren = simplify
simuleren = feign
simultaan = simultaneous
simultaan, eigentijds, gelijktijdig = simultaneous
sinaasappelboom = orange-tree
sinaasappelboom, oranjeboom = orange-tree
sinds = since
sinds, sedert, vanaf = since
Singapore = Singapore
Singaporees = Singaporean
singel = boulevard
Sinhalees = Sinhalese, Singhalese
Sinhalees = Singhalese
Sinhalees = Sinhalese
Sioux = Sioux
siroop = syrup
siroop, stroop = syrup
sissen = hiss
sissen, fluiten = hiss
situatie = circumstances, situation
situatie, stand van zaken = situation
situeren = locate
situeren, leggen, plaatsen = locate
sjaal = shawl
sjabloon = template, stencil, templet
sjah = shah
Sjanghai = Shanghai
sjeik = sheikh, sheik
sjeik = sheik
sjeik = sheikh
sjiek = chic
sjilpen = peep, twitter, chirp
sjilpen, piepen, tjilpen, kwetteren = peep
sjogoen = shogun
skelet = skeleton
skelet, gebeente, geraamte = skeleton
skiën = ski
sla = lettuce
slaaf = slave
Slaaf = Slav
slaan = strike, knock, hit
slaan, klappen, kloppen, opvallen = knock
slaan, kloppen, houwen, klappen = hit
slaap = temple
slaapkamer = bedroom, sleeping-accomodation, sleeping-place
slaapkamer = bedroom
slaapkamer, slaapplaats = sleeping-accomodation
slaapkamer, slaapplaats = sleeping-place
slaaplied = lullaby
slaapplaats = sleeping-accomodation, sleeping-place
slaaprijtuig = sleeping-car
slaaprijtuig, slaapwagen = sleeping-car
slaapwagen = sleeping-car
slaatje = salad
slabbetje = bib
slachten = butcher, slaughter
slachten, afslachten = butcher
slachterij = abattoir, slaughterhouse
slachthuis = slaughterhouse, abattoir
slachthuis, abattoir, slachterij = abattoir
slachthuis, abattoir, slachterij = slaughterhouse
slachtmaand = November
slachtoffer = victim
slag = sort, trap, battle, blow, scuffle
slag, houw, klap, mep, flap = blow
slag, kamp, strijd, treffen, gevecht = scuffle
slag, valstrik, val = trap
slagader = artery
slagader, arterie = artery
slagen = succeed
slagzwaard = sword
slak = slug, snail
slak, huisjesslak = snail
slak, naaktslak = slug
slaken = utter
slang = serpent, snake
slang = serpent
slang = snake
slank = slim
slapen = sleep
slapen, maffen = sleep
slaperig = drowsy, sleepy
slaperig = sleepy
Slavisch = Slavic
Slavonië = Slavonia
Slavonisch = Slavonian
slecht = bad, badly
slecht = badly
slechte spijsvertering = indigestion, dyspepsia
slechte spijsvertering, indigestie = indigestion
slechtgehumeurd = petulant, pettish, peevish
slechtgehumeurd, balorig, kregel = petulant
slechtgehumeurd, kregel, balorig = peevish
slechts = only, solely
sleepboot = tugboat
sleepkabel = towing-line
sleeptouw = towing-line
sleeptouw, sleeptros, sleepkabel = towing-line
sleeptros = towing-line
Sleeswijk-Holstein = Schleswig-Holstein
slepen = tow
sleuf = slot
sleur = routine
sleur, routine = routine
sleutel = clef, wrench
sleutel = wrench
sleutelbloem = primrose
slib = slime
slib, modder, drek, slijk = slime
slijk = mud, slime
slijkbord = mudguard
slijkbord, spatbord, spatscherm = mudguard
slijm = mucus
slijmerig = mucous
slijmerig, snotterig = mucous
slijpen = sharpen
slik = mud
slik, modder, slijk, drek = mud
slikken = swallow
slikken, doorslikken, inslikken = swallow
slim = difficult, sly, smart, cunning, inconvenient
slim, doortrapt, gewiekst, listig = cunning
slim, listig, gewiekst, doortrapt = sly
slimmigheid = ruse
slimmigheid, list = ruse
slinger = garland, wreath
slinger, guirlande, slingerkrans = wreath
slinger, slingerkrans, guirlande = garland
slingeren = meander, brandish, oscillate, sway, fling
slingeren, oscilleren, schommelen = oscillate
slingeren, swingen, zwaaien = fling
slingerkrans = garland, wreath
slinks = underhanded, contrived
slinks, bedrieglijk = contrived
slip = briefs
slip, slipje = briefs
slipje = briefs
slippen = slip, skid
slippen, uitglijden = slip
slobkous = gaiter
slof = mule, basket
sloof = apron
sloop = demolition
slopen = consume
slopen, verbruiken, consumeren = consume
slot = lock, castle, hook
slot = lock
slot, plecht, kasteel, burcht = castle
slotenmaker = locksmith
Sloveen = Slovene
Sloveen, Sloveniër = Slovene
Sloveens = Slovenian
Sloveniër = Slovene
Slowaaks = Slovak
Slowakije = Slovakia
sluieren = veil
sluikhandelaar = smuggler
sluiks = stealthily
sluimeren = slumber, nap
sluimeren, druilen, dutten = slumber
sluipen = steal
sluiten = shut, close
sluitzegel = sticker
sluitzegel, sticker = sticker
slurf = proboscis
slurpen = sip
sluw = shrewd
smaakloos = tasteless
smachtend = longing
smakelijk = tasty
smakelijk, fijn, lekker = tasty
smakeloos = tasteless
smakeloos, smaakloos = tasteless
smaken = taste
smakken = smack
smal = narrow
smal, bekrompen, eng, krap, nauw = narrow
smaragd = emerald
smart = disappointment, annoyance, sorrow, grief
smart, leed, verdriet = disappointment
smart, verdriet, leed = annoyance
smartelijk = painful
smeden = forge
smeer = tallow, suet
smeersel = ointment
smeersel, saus = ointment
smeken = beseech
smeren = smear, anoint
smeren, doorsmeren, sauzen, besmeren = anoint
smeren, sauzen, doorsmeren, besmeren = smear
smerig = soiled, dirty, foul, unclean, filthy
smet = smirch, blot
smet, schande = smirch
smetten = stain
smeuïg = vivacious
smeuïg, meeslepend, vurig, pittig = vivacious
smid = smith
smid, ijzersmid = smith
smijdig = flexible
smijdig, buigbaar, buigzaam, lenig = flexible
smoes = pretext
smoesje = pretext
smoesje, smoes, draaierij, dekmantel = pretext
smoken = smoke
smoken, roken = smoke
smokkelaar = smuggler
smokkelaar, sluikhandelaar = smuggler
smokkelen = smuggle
smokkelwaar = contraband
smokkelwaar, contrabande = contraband
smoorheet = hot
smoren = suffocate, quell
smoren, onderdrukken, neerslaan = suffocate
smulpartij = feast
snaaks = jocular, playful
snaaks, schelmachtig, guitig, dartel = playful
snaar = cord, string
snaar, koorde, stemband = cord
snappen = surprise
snater = bill, beak
snavel = beak, bill
snavel, tuit, bek, snater, neb = bill
snede = slice
snedig = striking, witty, lively
snedig, geestig, gevat, ad rem = lively
snedig, gevat, geestig, ad rem = witty
snedig, juist, geprononceerd, raak = striking
sneeuwen = snow
sneeuwpop = snowman
sneeuwvlok = snowflake
snel = rapid, quick, swift
snel, spoedig, gezwind, haastig, gauw = quick
snelheid = speed
snelheid, vaart, spoed, radheid = speed
snelheidsgrens = speed-limit
snelschrift = stenography
snelschrift, stenografie = stenography
snelweg = motorway
snibbig = shrill, snappy, sharp-toned, tard
snibbig, bits = sharp-toned
snibbig, bits = snappy
snijboon = haricot
snijden = castrate
snijden, ontmannen, castreren = castrate
snikheet = hot
snikheet, smoorheet, gloeiend, heet = hot
snikkel = prick, cock
snikkel, leuter, jongeheer, lul, pik = cock
snikken = sob
snipperdag = holiday
snipperdag, vakantiedag, rustdag = holiday
snippermand = paper-basket
snippermand, papiermand, prullenmand = paper-basket
snob = snob
snobistisch = snobbish
snoeien = shear, prune, clip
snoeien = prune
snoek = pike
snoep = tidbit, candy, delicacy
snoep, snoepgoed, lekkernij = delicacy
snoep, zoetigheid, snoepgoed = candy
snoepen = relish
snoepgoed = tidbit, candy, delicacy
snoepgoed, lekkernij, snoep = tidbit
snoer = rope, necklace, line
snoeven = boast, brag
snood = criminal
snor = moustache
snor, knevel = moustache
snorken = snore
snorken, snurken, knorren, ronken = snore
snorren = hum, seek, buzz
snorren, gonzen, razen, brommen = hum
snotterig = mucous
snuffelen = snuffle
snuit = proboscis
snuiter = chap, guy
snurken = snore
sober = temperate, abstemious
sociaal = social
sociaal, maatschappelijk = social
socialisme = socialism
socialist = socialist
sociëteit = society, club
sociëteit, club = society
sociologie = sociology
sociologie, maatschappijleer = sociology
socioloog = sociologist
Soedan = Sudan
Soedanees = Sudanese
soep = soup
soepel = elastic
soeverein = sovereign
Sofia = Sofia
sok = sock
soldaat = soldier
soldeer = solder
soldeer, soldeersel = solder
soldeersel = solder
solist = soloist
sollicitant = candidate
solo = solo
som = sum
Somalië = Somalia
Somalië, Somaliland = Somalia
Somaliland = Somalia
Somalisch = Somali, Somalian
Somalisch = Somali
Somalisch = Somalian
somber = somber, desolate, gloomy, dark
somber, donker = dark
somma = sum
somma, som, bedrag, totaal, summa = sum
sonate = sonata
soort = species, sort
soort = species
soort, slag, aard = sort
soortelijk = specific
soortgelijk = similar
sop = lather, sauce, gravy
soppen = dip
sopraan = soprano
Sotho = Sotho
Sotho, Sotho-taal = Sotho
Sotho-taal = Sotho
souffleur = prompter
sovjet- = Soviet
Sovjet-Unie = USSR
spaak = beam, crowbar, crow-bar, ray
spaak, koevoet, hefboom = crow-bar
spaakbeen = radius
Spaans = Spanish
Spaanse peper = chilli
Spaanse vlieg = cantharides
spaarzaam = thrifty
spaarzaamheid = economy
span = harness
spanderen = dedicate, spend, devote
spanderen, opdragen, spenderen = devote
spang = hook
Spanjaard = Spaniard
Spanje = Spain
spannen = strech
spannen, opwinden, nauwer aanhalen = strech
spanning = voltage, tension
spanning = tension
spanning, voltage = voltage
spar = fir
sparen = spare, indulge
Sparta = Sparta
spartelen = writhe, struggle, flounder
spartelen, zich aftobben, worstelen = flounder
spatbord = mudguard
spatscherm = mudguard
specht = woodpecker
specie = morter
specificeren = specify
specifiek = specific
specifiek, soortelijk = specific
specimen = specimen, sample
speech = speech
speeksel = saliva
speeksel afscheiden = salivate
speeksel afscheiden, zeveren, kwijlen = salivate
speelbal = toy
speelbal, stuk speelgoed, speeltuig = toy
speelman = musician
speelplaats = playground
speelterrein = playground
speelterrein, speelplaats = playground
speeltuig = toy
speen = vacuum-cleaner, nipple
spek = bacon
spekken = provide, fill
spektakel = spectacle
spektakel, kijkspel, schouwspel = spectacle
spel = game
spelen = play
speler = actor
speler, komediant, acteur = actor
speling = space, room
spelleider = stage-manager
spelleider, regisseur = stage-manager
spellen = spell
spelling = orthography
spelonk = cavern, den
spelonk, krocht, hol, grot, holte = den
spenderen = spend, devote, dedicate
sperdam = dam
sperma = sperm
speurtocht = research, quest, search, exploration
speurtocht, speurwerk = exploration
speurwerk = exploration, research, search, quest
speurwerk, speurtocht = research
spieden = spy
spieden, beloeren, bespieden = spy
spiegel = stern, poop, poopdeck
spiegelen = reflect
spieken = crib
spier = muscle
spier- = muscular
spietsen = impale
spijkeren = nail
spijkeren, nagelen = nail
spijs = food
spijsvertering = digestion
spijtig = regrettable
spikkel = dot
spil = axle, axis
spil, as = axis
spin = spider, spine
spinazie = spinach
spinnekop = spider
spinnekop, spin = spider
spinnen = spin
spinneweb = spiderweb
spinnewiel = spinning-wheel
spinrag = spiderweb
spiraal = spiral
spirit = vivacity, verve, energy
spirit, sappigheid, gloed, pittigheid = vivacity
spiritisme = spiritualism
spits = summit, peak, spiked, pointed, point
spits, punt, top, tip, neus, piek = summit
spits, puntig = pointed
spitsroede = switch, wand
spitsroede, stokje, gard, roede = wand
spitsvondig = subtle
spitsvondig, subtiel, fijn = subtle
spitten = spade
splijten = split, burst
splinter = splinter
spoed = speed
spoed maken = rush, hurry
spoed maken, haast maken, voortmaken = hurry
spoed maken, voortmaken, haast maken = rush
spoedeisend = urgent, pressing
spoedeisend, brandend, dringend = pressing
spoedig = swift, quick, speedy, soon, rapid
spoedig = speedy
spoel = bobbin, spool, coil, spindle
spoel = spindle
spoelen = rinse, gargle, wind
spoken = haunt
sponning = slot
sponning, sleuf, gleuf = slot
sponsachtig = spongy
spontaan = spontaneous
sponzig = spongy
sponzig, sponsachtig = spongy
spoor = railway, railroad, track, trail
spoor, spoorweg = railroad
spoor, spoorweg = railway
spoor, wagenspoor, karrespoor = trail
spoorstaaf = rail
spoorstaaf, rail = rail
spoorwagen = waggon
spoorweg = railroad, railway
spoorwegovergang = level-crossing
spoorwegovergang, overweg = level-crossing
sporadisch = sporadic
sport = sport
sportman = sportsman
sportman, sportsman = sportsman
sportsman = sportsman
spotlachen = sneer
spotten = mock
spraakkunst = grammar
spraakleer = grammar
spraakzaam = talkative
sprakeloos = speechless, dumb, mute
sprakeloos, stom = mute
sprakeloosheid = aphasia
sprank = spark
spreekwoord = proverb
spreeuw = starling
spreken = speak, talk
spreken, praten = talk
spreuk = maxim, aphorism
spriet = antenna, wit
spriet, boegspriet = wit
sprietig = skimpy, thin, meager, skinny, slender
sprietig, mager, schraal = skinny
sprietig, schraal, mager = thin
sprietig, schraal, mager, dun, luchtig = slender
springen = leap, jump
springen = jump
springen = leap
springscherm = parachute
sprinkhaan = locust, grasshopper
sprinkhaan = grasshopper
sprinkhaan = locust
sproeien = squirt, irrigate
sproet = freckle
sprokkelmaand = February
sprokkelmaand, februari = February
spruiten = bud
spruitjes = Brussels-sprouts
spugen = vomit, spit
spugen, braken, overgeven, kotsen = vomit
spuien = ventilate
spuit = nozzle
spuiten = squirt
spuiten, sproeien, uitspuiten = squirt
spuitje = injection
spul = substance
spul, stof, goedje, substantie = substance
spullen = stuff, things
sputteren = growl, grumble
spuug = saliva
spuugbak = spittoon, cuspidor
spuugbak, spuwbak, kwispedoor = spittoon
spuwbak = spittoon, cuspidor
spuwen = spit
spuwen, spugen, rochelen = spit
St. = St.
staal = steel
staande = while, for, whilst, during
staar = cataract
staat = realm
staatkunde = politics
staatkundig = political
staatkundig, politiek = political
staatsburger = citizen
staatsburger, burger = citizen
staatsman = politician
staatsvorm = régime, regime
staatsvorm, regime, stelsel = régime
stad = town
stadhuis = townhall
stadie = stadium
stadie, etappe, overnachtingsplaats = stadium
stadje = town
stads = urban
stads- = civic, urban
stads-, stedelijk, stads = urban
stadswijk = quarter
staf = staff, baton, cane
staf = staff
staf, stok = cane
stagneren = stagnate
stal = corral
stal, paardestal = corral
stalen = temper, harden
stalknecht = groom
stam = tribe, clan, stem, race, tree-trunk, trunk
stam- = tribal
stam, boomstam = tree-trunk
stam, volksstam, geslacht = clan
stam, volksstam, geslacht = tribe
stamelen = stammer, stutter
stamelen, hakkelen, stotteren = stammer
stampen = tango
stamper = pestle
stamper, vijzelstamper = pestle
stamvader = forefather
stand = rank, position, circumstances, class, altitude
stand van zaken = situation, circumstances
stand, hoogte = altitude
stand, situatie, stand van zaken = circumstances
standaard- = normal
standaardbetekenis v.e. woord = acceptation
standaardmaat = standard, norm
standbeeld = statue
standhouden = withstand
standhouden, bezwaar hebben tegen = withstand
standje = observation, remark
standpunt = viewpoint
standpunt, gezichtspunt = viewpoint
stank = stench
stapelen = amass
stappen = pace, tread, step
stappen, lopen, schrijden, treden = tread
star = fixed, rigid
staren = stare, peer, gaze
staren, turen, aanstaren = stare
starter = starter
statig = ceremonious, majestic, solemn
statigheid = majesty
statigheid, verhevenheid = majesty
station = station
stationschef = station-master
stationsgebouw = station
stationsgebouw, station = station
statistiek = statistics
status = rank
statuut = statute, by-laws
statuut = by-laws
statuut = statute
stedelijk = urban
steeds = always
steeg = alley, lane
steeg = alley
steeg = lane
steek = mesh, stitch, spades, loop
steek = stitch
steekmug = gnat
steekmug, mug = gnat
steekspel = tournament
steelpan = casserole, saucepan
steelsgewijs = stealthily
steen = gem, jewel
steen en been klagen = wail, lament
steen en been klagen, weeklagen = wail
Steenbok = Capricorn
steengruis = gravel, grit
steenkool = coal
steenslag = chippings, road-metal, stone-chippings
steenslag = chippings
steenslag = road-metal
steenslag = stone-chippings
steenuil = screech-owl
steg = hedge
steiger = pier, landing-stage
steil = steep, abrupt
steil = steep
steken = sting, stab, insert, enter
stekker = stopper
stel = pair, suit, outfit
stel, duo, tweetal, koppel, paar = pair
steler = thief
stelkunde = algebra
stellen = suppose
stelletje = outfit, suit
stellig = certain, sure
stelling = essay, thesis, theorem
stelling, proefschrift, dissertatie = essay
stelling, theorema = theorem
stelsel = system, regime, régime
stelsel, staatsvorm, regime = regime
stem = faction
stemband = string, cord
stemhebbend = sonorous, sonourous
stemhebbend, klankrijk = sonorous
stemmen = vote, tune
stemmig = earnest
stemming = ethos, mood
stemming, moreel, gemoedstoestand = mood
stemming, sfeer = ethos
stenen = groan, metalled, brick
stenen, kreunen, steunen, kermen = groan
stenig = metalled
steno = shorthand
stenografie = stenography, shorthand
stenografie, steno = shorthand
stenotypiste = stenotypist
steppe = steppe
ster = star
sterfelijk = mortal
sterfgeval = death
steriel = sterile
steriliseren = sterilize
sterk = intense, strong, intensive
sterk werkend = drastic
sterk werkend, drastisch = drastic
sterk, fel, intens, intensief = intensive
sterk, intensief, intens, fel = intense
sterken = fortify
sterker worden = freshen
sterker worden, toenemen, aanwakkeren = freshen
sterkte = strength, quantity, fortification
sterkte = strength
sterkte, fort, verschansing = fortification
sterrenkijker = telescope
sterrenkijker, telescoop, verrekijker = telescope
sterrenkunde = astronomy
sterrenkunde, astronomie = astronomy
sterrenkundige = astronomer
sterrenkundige, astronoom = astronomer
sterrenwichelaar = astrologer
sterretje = asterisk
sterretje, asterisk = asterisk
sterven = die
steun = prop
steunbeer = abutment
steunen = support, groan, lean, sustain
steunen, schragen, stutten = lean
steunpilaar = column, pillar
steurgarnaal = prawn
steurgarnaal, garnaal = prawn
stevig = firm, firmly, stable
stevig, vast, hecht, gevestigd = stable
steward = attendant
stewardess = stewardess
stichten = establish, edify, erect
stichten = edify
stichten, inrichten, oprichten = establish
stichting = foundation
sticker = sticker
stiefmoeder = stepmother, step-mother
stiefmoeder = step-mother
stiefmoeder = stepmother
stiefvader = step-father, stepfather
stiefvader = step-father
stiefvader = stepfather
stiekem = underhand
stiekem, achterbaks = underhand
stier = bull
Stiermarken = Styria
stijf = rigid
stijfheid = rigour, rigor
stijfheid = rigor
stijfheid = rigour
stijl = stanchion, stake, style
stijl, paal, post, deurpost = stake
stijving = encouragement
stijving, bemoediging, aanmoediging = encouragement
stikken = quilt
stil = noiseless, silently, calm, quiet, silent
stil, bedaard, rustig, kalm = calm
stil, geruisloos, muisstil, geluidloos = noiseless
stil, stilzwijgend, zwijgend = silent
stil, zwijgend = silently
stilist = writer
Stille Oceaan = Pacific
Stille Oceaan, Grote Oceaan = Pacific
stilstaan = stagnate
stilstaan, stagneren = stagnate
stilte = silence
stilzwijgend = silent
stinken = reek, smell, stink
stinken, vies ruiken = smell
stinken, vies ruiken = stink
stinkend = bad-smelling, stinking, odorous, fumy
stinkend = bad-smelling
stinkend = fumy
stinkend = odorous
stinkend = stinking
stip = dot
stip, spikkel, punt, oog = dot
stipendium = subsidy
stipt = tight
stipt, nauwsluitend, streng, nauw = tight
stiptheid = precision, exactitude, accuracy, exactness
stiptheid, accuratesse, nauwgezetheid = precision
Stockholm = Stockholm
stoel = chair
stoep = sidewalk
stoet = procession
stof = dust, subject, substance, theme
stof = dust
stof, onderwerp, subject = subject
stoffelijk = material
stoffelijk, materieel = material
stoffig = dusty
stoïcijns = stoical, stoic
stoïsch = stoical, stoic
stoïsch, stoïcijns = stoic
stoïsch, stoïcijns = stoical
stok = cane, baton
stok, staf = baton
stoken = stoke
stoken, verwarmen = stoke
stokje = wand, switch
stom = speechless, dumb, mute
stom, sprakeloos = dumb
stom, sprakeloos = speechless
stomp = blunt, obtuse
stomp, bot = blunt
stompen = punch
stookmateriaal = fuel
stoom = steam, vapor, vapour
stoom, damp, wasem = vapour
stoom, wasem, damp = steam
stoomboot = steamship
stoomketel = steam-boiler, boiler
stoomketel, ketel = steam-boiler
stoot = spades
stootkussen = buffer, bumper
stop = stopper
stopmiddel = adstringent, stopper
stopmiddel = adstringent
stoppen = constipate, cease, clog
stoppen, constipatie veroorzaken = constipate
stoppen, dichten, dichtmaken = clog
storen = disturb, bother
storend = troublesome
storing = unrest, interference, disturbance
storing = disturbance
storing = interference
storing = unrest
storing veroorzaken = perturb, disquiet
storing veroorzaken = disquiet
storing veroorzaken = perturb
storm = tempest, storm
storm = storm
storm = tempest
storten = pay, fall
storten, betalen, uitbetalen, dokken = pay
stortplaats = tip, dump
stortplaats = dump
stortplaats = tip
stortregenen = pour
stoten = thrust
stotteren = stutter, stammer
stotteren, stamelen, hakkelen = stutter
stout = fearless, daring, intrepid, bold, audacious
stoutmoedig = audacious, intrepid, daring, bold
stoutmoedig, gedurfd, stout, brutaal = daring
stouwer = stevedore
stouwer, stuwadoor = stevedore
straal = beam, ray
straal, spaak = beam
straal, spaak = ray
straat = street, strait
straat = street
straathoek = street-corner
Straatsburg = Strassburg, Strasbourg, Strassbourg
Straatsburg = Strasbourg
Straatsburg = Strassbourg
Straatsburg = Strassburg
straatschender = vandal
straatschuimer = ruffian, apache, hood
straatschuimer, apache = hood
straatschuimer, apache = ruffian
straf = punishment, strong, strict, severe
straf, bestraffing = punishment
straffen = punish
strak = tightly, strained
strak = tightly
strak, geforceerd, gespannen = strained
strakker aantrekken = tighten
strakker aantrekken, aantrekken = tighten
stralen = radiate
stralenkrans = nimbus
stralenkrans, nimbus = nimbus
stram = rigid
stram, star, stijf, houterig, stug = rigid
strand = beach
stranden = strand
strategie = strategy
strategie, krijgskunde = strategy
strategisch = strategic
streek = region, subterfuge, streak, trickery
streek- = regional
streek-, gewestelijk, regionaal = regional
streep = streak
strekking = plan, intention, meaning
strekking, bedoeling, doel, plan = plan
strekking, plan, doel, bedoeling = intention
strelen = chuck, stroke, fondle, caress
strelen, aaien, liefkozen, aanhalen = fondle
streng = stringent, strict, severe, tight, rigorous
streng, duchtig, hard, bar, straf = severe
streng, wettisch, gestreng, strikt = rigorous
streven = attempt, try, endeavour
streven, trachten, pogen, moeite doen = attempt
streven, zich inspannen, pogen = try
strijd = scuffle, quarrel, battle
strijd voeren = fight
strijden = fight
strijden, kampen, strijd voeren = fight
strijdig = contrary
strijdlustig = truculent
strijdlustig, vechtlustig, militant = truculent
strijkage = obeisance
strik = mesh, loop
strikt = stringent, rigorous
strikt, gestreng, streng, wettisch = stringent
strip = binding, strip
strip, reep, band, strook, windsel = binding
strip, windsel, strook, reep = strip
stro = straw
strofe = verse
strofe, couplet = verse
stromen = flow
stromen, vloeien, lopen, vlieten = flow
stromend = fluent
stromend, vloeiend = fluent
stroming = stream
strooibiljet = flier
strooien = scatter
strook = strip, binding
stroom = torrent, river, volley, stream
stroom, vloed, bergstroom = volley
stroop = syrup
strop = loss
stropdas = necktie, tie
stropdas, das = tie
stropen = rob, plunder
stropen, buitmaken, roven, plunderen = rob
strot = throat
strot, keelgat, keel = throat
strottehoofd = larynx
strubbeling = trouble, difficulty
struif = omelet, omelette
struif, omelet = omelet
struif, omelet = omelette
struik = bush, shrub
struikelen = stumble
struikgewas = shrubbery
struikrover = bandit
struis = ostrich
struisvogel = ostrich
struisvogel, struis = ostrich
student = scholar, student
student = scholar
student = student
studie = study
studio = studio
stug = rigid
stugheid = hardness
stugheid, hardheid = hardness
stuip = convulsion
stuiptrekking = convulsion
stuiptrekking, stuip, kramp = convulsion
stuitend = abhorrant, nauseous, disgusting
stuiven = gush, spurt
stuiver = penny
stuiver, penny = penny
stuk = part, damaged, certificate, broken, document
stuk gaan = malfunction
stuk speelgoed = toy
stulp = hut, cabin
stulp, hut = cabin
sturen = send, transmit
stut = prop
stutten = support, lean, sustain
stutten, steunen, schragen = support
stutten, steunen, schragen = sustain
stuur = joystick, helm, steering-wheel, rudder, handlebars
stuur, roer = helm
stuurboord = starboard
stuurtoestel = steering-wheel, joystick
stuurtoestel, stuur = joystick
stuurtoestel, stuur = steering-wheel
stuwadoor = stevedore
stuwen = impel
Styx = Styx
subject = subject
subjectief = subjective
subsidiair = deputy
subsidiair, plaatsvervangend = deputy
subsidie = subsidy
subsidiëren = subsidize
substantie = substance
substantief = noun, substantive
substantief, zelfstandig naamwoord = noun
substantief, zelfstandig naamwoord = substantive
subtiel = subtle
subversief = subversive
subversief, ondermijnend = subversive
suffix = extension, suffix
suffix, achtervoegsel = suffix
suiker = sugar
suikerpalm = sugar-palm
suikerpot = sugar-bowl, sugarbowl
suikerpot = sugar-bowl
suikerpot = sugarbowl
suikerriet = sugar-cane
suikerziekte = diabetes
suikerziekte, diabetes = diabetes
sujet = chap, guy
sujet, kerel, knul, snuiter, persoon = chap
sujet, persoon, snuiter, kerel, knul = guy
sultan = sultan
Sumatra = Sumatra
summa = sum
superieur = superior
supermarkt = supermarket
supervisor = controller, checker
supervisor, controleur, opzichter = checker
supervisor, opzichter, controleur = controller
Surinaams = Surinamese
Suriname = Surinam
Surinamer = Surinamer
surplus = surplus
surséance = moratorium
surséance, moratorium = moratorium
surveillant = taskmaster
surveillant, drost, baljuw, opziener = taskmaster
Swahili- = Swahili
Swazi = Swazi
Swazi, Swazi-taal = Swazi
Swaziland = Swaziland
Swazi-taal = Swazi
swingen = brandish, fling
syllabe = syllable
symboliseren = symbolize
symbool = symbol
symfonie = symphony
symfonisch = symphonic
symmetrie = symmetry
symmetrisch = symmetric
sympathiek = sympathetic
sympathiek, innemend, zielsverwant = sympathetic
symptoom = symptom
synagoge = synagogue
synagoge, jodenkerk = synagogue
synchronisch = synchronous
syndicaat = syndicate, labour-union
syndicaat, vakvereniging, vakbond = syndicate
syndroom = syndrome
syntaxis = syntax
Syrië = Syria
Syrisch = Syrian
systeem = system
systeem, stelsel, bestel = system
systematisch = systematic
Taag = Tagus
taai = tiresome, leather
taai, melig, saai, vermoeiend = tiresome
taak = task
taal = language
taal- = linguistic
taal-, taalkundig = linguistic
taaleigen = idiom
taalgeleerde = linguist
taalkundig = linguistic
taalkundige = linguist
taalkundige, linguïst, taalgeleerde = linguist
taaltje = jargon
tabak = tobacco
tabakspijp = pipe
tabel = tabulation, table, tablet
tabel, tafel, lijst = table
tabernakel = tabernacle
tableau = scene
tableau, tafereel, toneel, scène = scene
tablet = plank, slab
tablet, plank, bord = plank
taboeret = stool
tachtig = eighty
tact = tact
tactiek = tactic, tactics
tactiek = tactic
tactiek = tactics
Tadzjikistan = Tadzhikistan
tafel = tablet, tabulation, table
tafel, tabel = tabulation
tafel, tabel, lijst = tablet
tafellaken = table-cloth
tafellaken, dekservet = table-cloth
tafelzeil = oilcloth
tafelzeil, wasdoek, zeildoek = oilcloth
tafereel = description, scene
tafereel, schildering, beschrijving = description
Tahiti = Tahiti
taille = waist, waistline
Taiwan = Taiwan
Taiwanees = Taiwanese
tak = branch, speciality, section, compartment, bough
tak, aftakking = branch
tal = amount, number
tal, aantal, getal = amount
talent = aptitude, talent
talent, begaafdheid, gave, aanleg = aptitude
talent, gave, aanleg, begaafdheid = talent
talentvol = talented
talg = tallow, suet
talg, kaarsvet, reuzel, smeer, talk = tallow
talk = tallow, suet
talk, talg, reuzel, smeer, kaarsvet = suet
Talmoed = Talmud
tamboer = drummer
tambon = tambon
tamelijk = fairly, relatively, sufficiently
tamelijk = fairly
tamelijk = relatively
tamme duif = pigeon, dove
tampon = tampon
tand = tooth
tand- = dental
tand-, getand = dental
tandarts = dentist
tandenborstel = tooth-brush
tandenstoker = toothpick
tandpasta = tooth-paste
tandpijn = toothache
tandrad = cogwheel, gear
tandvlees = gum
tandwiel = cogwheel, gear
tandwiel, kamwiel, tandrad, kamrad = cogwheel
tanen = tan
tanen, leerlooien, looien = tan
Tanger = Tangier
tango = tango
tango, stampen = tango
Tantalus = Tantalus
tante = aunt
Tanzania = Tanzania
Tanzaniaans = Tanzanian
tap = faucet
tapijt = carpet
tapijt, kleed, vloerkleed, karpet = carpet
tapkast = buffet
tapkast, bar, buffet = buffet
tapkraan = faucet
tappen = vend, release, sell
taptoe = tattoo
tarbot = rhombus
tarten = defy, challenge
tarwe = wheat
tas = bag
tasje = hand-bag, handbag
tasje, handtasje, reticule = hand-bag
tasje, reticule, handtasje = handbag
Tasjkent = Tashkent, Tashkend
Tasjkent = Tashkend
Tasjkent = Tashkent
Tasmaans = Tasmanian
Tasmanië = Tasmania
tasten = feel, grope
Tataar = Tartar
Tataars = Tatar
taxateur = appraiser
taxeren = estimate, appraise
taxi = taxi
taxichauffeur = taxi-driver, taxidriver
taxichauffeur = taxi-driver
taxichauffeur = taxidriver
taxistandplaats = cab-stand
Tchad = Chad
te = into, a, inside, in, within, per, on
te boven gaan = exceed
te gronde richten = ruin
te gronde richten, ruïneren = ruin
te koop aanbieden = bid
te koop aanbieden, aanbieden = bid
te wachten staan = wait, abide, expect, await
te wachten staan, afhalen, wachten = abide
te wachten staan, wachten, afhalen = expect
te werk gaan = proceed
te weten = namely, viz.
te weten, namelijk, in naam = viz.
team = team, detachment
team, ploeg, equipe = team
techniek = technique, technics
techniek = technics
techniek = technique
technisch = technical
technologie = technology
teek = tick
teelaarde = humus
teelaarde, humus = humus
teelt = culture
teen = toe
tegel = tile
tegelsteen = tile
tegemoetkomen aan = satisfy
tegen = toward, towards, to, against
tegen, tot, naar, aan, bij, voor = toward
tegenaan = against
tegengesteld = reversed, contrary
tegengesteld, strijdig, tegenliggend = contrary
tegenkanting = resistance
tegenliggend = contrary
tegenover = opposite
tegenover, aan de overkant van = opposite
tegenspartelen = resist
tegenspartelen, tegenstreven = resist
tegenspreken = contradict
tegenspreken, in tegenspraak zijn met = contradict
tegenstand = opposition, resistance
tegenstander = adversary, opponent
tegenstander = adversary
tegenstander = opponent
tegenstander van slavernij = abolitionist
tegenstreven = resist
tegenvallen = disappoint
tegenvallen, ontgoochelen = disappoint
tegenweer = resistance
tegenweer, tegenkanting, tegenstand = resistance
tegenwerken = oppose
tegenwoordig = nowadays, topical, present-day, currently, present
tegenwoordig = currently
tegenwoordig = nowadays
tegenwoordig, actueel = present
tegenwoordig, actueel = topical
tegenzin = dislike, aversion
tegenzin, antipathie, afkeer, hekel = aversion
tegoed = credit
Teheran = Teheran
teil = tub, vat
teil = vat
teint = complexion
teint, tint = complexion
teken = presage, sign, omen, token, symptom, indication
teken, symptoom, verschijnsel = symptom
teken, voorteken, voorbode = omen
tekenen = mark, characterize
tekenend = characteristic
tekening = design, drawing
tekenkrijt = pastel
tekenpapier = drawing-paper
tekort = deficit
tekst = lyric, text
tekst = lyric
tekst = text
tel = moment, instant, regard, pulse
tel, achting = regard
telefoneren = telephone
telefoonhoorn = earphone
telefoonhoorn, hoorn = earphone
telegraferen = telegraph
telegram = telegram, cablegram
telegram = telegram
telegram, kabeltelegram = cablegram
telemetrie = telemetry
telen = breed, raise
telescoop = telescope
televisie = television, TV
televisie = television
televisie = TV
telraam = abacus
telraam, abacus = abacus
temmen = tame
temmen, dresseren, africhten = tame
temperament = temperament
temperatuur = temperature
temperen = temper, blend, mingle, shuffle, harden, mix
temperen, mengen, mixen, vermengen = mingle
temperen, mengen, vermengen, mixen = mix
temptatie = temptation
ten dele = partially, partly
ten dele, deels = partly
ten eerste = firstly
ten eerste, allereerst, eerst = firstly
ten enenmale = absolutely
ten geschenke = gratis
ten noorden van = above
ten slotte = ultimately, finally
ten volle = fully
tendentieus = tendentious, tendencious
tendentieus = tendencious
tendentieus = tendentious
tenger = slim
tennis = tennis
tenor = tenor
tenorstem = tenor
tenorstem, tenor = tenor
tent = tent
tent, huif, kampeertent = tent
tentoonstellen = exhibit, expose
tentoonstellen, belichten = expose
tentoonstelling = exposition, exhibition
tentoonstelling, expositie = exposition
tenue = uniform
tenzij = unless
tepel = nipple
tepel, speen = nipple
ter aarde bestellen = inter, entomb
ter aarde bestellen, begraven = inter
ter dood brengen = execute
ter wereld brengen = labour
ter wereld brengen, bevallen = labour
teren = tar
tering = tuberculosis, consumption
tering, tuberculose, longtering = tuberculosis
term = term
termiet = termite
terminal = terminal
terminologie = terminology
terminologie, vakwoordenboek = terminology
terras = terrace
terrein = terrain, grounds
terrein = grounds
terrein = terrain
terreur = terror
terreur, schrikbewind = terror
territoir = territory
territoir, ban, gebied, grondgebied = territory
territoriaal = territorial
terrorisme = terrorism
terrorist = terrorist
tersluiks = stealthily
tersluiks, sluiks, steelsgewijs = stealthily
terug- = re-
terugbetalen = repay
terugdoen = reward, reciprocate
terugdoen, vergelden, beantwoorden = reciprocate
terugdringen = repulse
teruggeven = return
terughoudendheid = abstention
terughoudendheid, onthouding = abstention
terugkaatsen = reflect
terugtrekken = withdraw
terugtrekken, intrekken = withdraw
terugvallen = lapse
terwijl = while, during, for, whilst
terwijl, gedurende, staande = during
terwijl, staande, gedurende = while
Terzool = Terzool, Tersoal
Terzool = Tersoal
Terzool = Terzool
testament = will, testament
teugel = restraints
tevreden = satisfied, pleased, contented
tevreden, voldaan, vergenoegd = contented
tevredenheid = contentment, satisfaction
tevredenheid = contentment
tevredenheid = satisfaction
Texaan = Texan
Texas = Texas
tezamen = together
tezamen, bijeen, samen, ineen = together
Thailand = Thailand, Siam
Thailand, Siam = Siam
Thailand, Siam = Thailand
Thais = Thai
theater = theatre
theater- = theatrical
theca = briefcase
thee = tea
theebus = tea-pot
theelepeltje = teaspoon
Theems = Thames
theepot = teapot
theepot, trekpot = teapot
thema = theme
theologie = theology
theologie, godgeleerdheid = theology
theoloog = theologian
theorema = theorem
theorie = theory
therapie = therapy
thermiet = termite
thermiet, witte mier, termiet = termite
thermometer = thermometer
thermosfles = thermos
thermostaat = thermostat
Thracië = Thracia, Thrace
Thracië = Thrace
Thracië = Thracia
Tiber = Tiber
Tiberius = Tiberius
Tibet = Tibet
Tibetaans = Tibetan
tic = twich, tic
tic, trekking, tijk = twich
tichel = tile
tien = ten
tiende = tenth
tieren = prosper
tiet = teat
Tigris = Tigris
tij = tide
tij, getij = tide
tijdelijk = temporarily, provisional, temporary
tijdelijk = temporarily
tijdelijk = temporary
tijdelijk, voorlopig = provisional
tijdperk = era, epoch
tijdperk, tijdsgewricht = era
tijdschrift = revue
tijdsgewricht = era, epoch
tijdsgewricht, tijdperk = epoch
tijdvak = period
tijger = tiger
tijk = twich, tic
tikken = pat
timide = self-conscious, abashed, shy
timmerman = carpenter
Timor = Timor
tint = hue, complexion
tint = hue
tintelen = foam
tintelen, schuimen, bruisen = foam
tip = point, peak, summit, warning
tippel = stroll
tippelen = walk, march
tippelen = march
tiptop = great
tiran = tyrant
tiranniseren = tyrannize
Titan = Titan
titanisch = titanic
titel = heading
titel, kop, onderschrift, graad = heading
titelen = title
titelhouder = champion
tituleren = title
tja = now
tjilpen = peep, chirp, twitter
tjilpen, kwetteren, sjilpen, piepen = chirp
Tjonger = Kuinder, Tjonger
Tjonger, Kuinder = Kuinder
tobbe = vat, tub
tobbe, kuip, bak = vat
toch = then, surely, therefore, however, so
tocht = excursion, trip, journey, outing, voyage
tocht, toer, reis, trip = trip
tocht, trip, reis, toer = journey
tod = rag
toe = closed
toe, dicht, gesloten = closed
toebereiden = prepare
toebereiden, bereiden, aanmaken = prepare
toebinden = ligature
toebinden, afbinden = ligature
toedekken = cover
toedichten = blame
toegaan = grow, happen
toegaan, voortgang hebben, gebeuren = grow
toegaan, voortgang hebben, gebeuren = happen
toegang = entrance, portal
toegankelijk = accessible
toegegeven = admittedly
toegenegen = advantageous, favourable
toegeven = cede, confess, concede, admit, consent, relinquish
toegeven = admit
toegeven = concede
toegevend = accommodating
toegevend, inschikkelijk, meegaand = accommodating
toegeving = abandonment
toehoorder = listener
toehoorders = audience
toehoorders, gehoor, auditorium = audience
toejuichen = applaud, acclaim
toejuichen, bij acclamatie benoemen = acclaim
toejuichen, bij acclamatie benoemen = applaud
toejuiching = acclamation, approval
toekomen = merit, deserve
toelachen = draw, attract
toelachen, aanlokken, bekoren = attract
toelaten = permit, tolerate
toelichten = explain
toelichting = explanation
toelichting, explicatie = explanation
toeloop = crush
toeloop, aandrang, run = crush
toen = when
toenemen = freshen
toepassing = use, employment, application
toepassing, aanwending = employment
toer = voyage, outing, trip, journey, excursion
toereiken = suffice
toereikend zijn = suffice
toereikend zijn, toereiken = suffice
toerisme = tourism
toerist = tourist
toernooi = tournament
toernooi, steekspel = tournament
toerusten = equip
toerusten, uitrusten, uitvoeren = equip
toeschouwer = spectator
toeschrijven = blame
toespeling = allusion
toespeling, zinspeling = allusion
toespijs = dessert
toestaan = permit
toestemming = permission
toestoten = nudge, jog
toeten = trumpet
toeter = hooter
toeteren = trumpet
toeteren, de trompet steken, toeten = trumpet
toetje = dessert
toetje, toespijs, nagerecht, dessert = dessert
toetreden = join
toetsenbord = keyboard
toetsenbord, klavier = keyboard
toeval = hazard, accidence
toevallen = epilepsy
toevallen, epilepsie, vallende ziekte = epilepsy
toevallig = accidental, random, occasional, chance
toevallig, gelegenheids- = occasional
toevallig, incidenteel = chance
toevallig, incidenteel = random
toevalligheid = accidence, hazard
toevalligheid, toeval = accidence
toevalligheid, toeval = hazard
toevertrouwen = confide
toevertrouwen, vertrouwen = confide
toevlucht = refuge
toevluchtsoord = asylum
toevluchtsoord, asiel, asyl = asylum
toezeggen = promise
tof = great
tof, tiptop, excellent, kostelijk = great
toga = gown, robe
toga, japon, jurk = robe
toga, jurk, japon = gown
Togo = Togo, Togoland
Togo = Togo
Togo = Togoland
toilet = toilet
toiletpapier = toilet-paper
toke = gecko
tokeh = gecko
tokkeh = gecko
tokkelen = pinch
tomaat = tomato
tomatensoep = tomato-soup
ton = barrel, ton
ton = ton
ton, vat, fust = barrel
tondel = tinder, punk
tondel, tonder, tonderzwam, zwam = tinder
tonder = tinder, punk
tonderzwam = punk, tinder
tonderzwam, tondel, tonder, zwam = punk
toneel = theatre, scene
toneel- = theatrical
toneelkijker = binoculars
toneelspeelster = actress
toneelspeelster, actrice = actress
toneelstuk = drama
toneelstuk, drama = drama
tong = tongue
tongval = dialect
tongval, dialect = dialect
tonijn = tuna-fish, tunny, tuna
tonijn = tuna
tonijn = tuna-fish
tonijn = tunny
tonnetje = doll
tonnetje, pop = doll
toog = arc, bow
toog, boog = arc
tooisel = adornment
toom = restraints
toon = tone
toon, intonatie = tone
toonaangevend = leading
toonbeeld = example
toonbeeld, voorbeeld = example
toondicht = composition
toondicht, toonzetting, compositie = composition
toondichter = composer
toondichter, componist = composer
toongevend = leading
toonladder = key, gamut
toonladder, toonschaal, scala = gamut
toonloos = obtuse
toonschaal = key, gamut
toonschaal, toonladder, scala = key
toonzetting = composition
toorn = anger
toornig = angry
toorts = torch
toorts, fakkel, flambouw = torch
top = summit, point, peak
toppunt = acme
tor = transistor, beetle
toren = tower
torpederen = torpedo
Toscane = Tuscany
tot = on, toward, to, as, until, towards, like
tot in het oneindige = endlessly
tot inkeer komen = repent
tot inkeer komen, berouw hebben = repent
tot, bij, tegen, naar, aan, voor = towards
tot, te, jegens, op, om, met = on
tot, totdat, binnen, voor = until
totaal = total, sum, full, overall
totaal, volkomen, compleet, vol = full
totalitarisme = totalitarianism
totaliter = entirely, completely
totdat = until
totem = totem
tournee = tour
tournee, rondreis = tour
tovenaar = sorcerer, enchanter, wizard, warlock
tovenaar, duivelskunstenaar = enchanter
tovenaar, duivelskunstenaar = warlock
tovenares = witch
toverachtig = magical
toverheks = witch
toverij = enchantment, witchcraft, wizardry, sorcery
toverij = enchantment
toverij = sorcery
toverij = witchcraft
toverij = wizardry
toverkunst = magic
toverkunst, magie = magic
traag = inert
traanogen = weep
tracé = course, route
tracé, cursus, route, koers, leergang = course
trachten = endeavour, attempt
tractor = tractor
traditie = tradition
traditie, overlevering = tradition
traditioneel = traditional
tragisch = tragic, tragedy
tragisch = tragedy
tragisch = tragic
traktaat = treaty
traliehek = grid, grill
traliehek, afrastering, hek, rooster = grid
tram = streetcar, tram
tram = streetcar
tram = tram
tranen = weep
tranen, huilen, traanogen = weep
transactie = transaction
transcriptie = transliteration
transfer = remittance
transfer, afdracht = remittance
transistor = transistor
transistor, tor = transistor
transitief = transitive
transitief, overgankelijk = transitive
Transkei = Transkei
transkriptie = transliteration
translaat = translation
translateren = translate
translateren, overzetten, vertalen = translate
translatie = translation
translatie, translaat, overzetting = translation
transparant = transparant
transpireren = sweat
transport = transliteration
transport, transcriptie, transkriptie = transliteration
transporteren = transport
transporteren, overbrengen, voeren = transport
Transsylvanië = Transylvania
Transvaal = Transvaal
trant = mode, style, manner
trant, stijl = style
trant, wijze, manier = manner
trap = stairs, grade, staircase, degree
trap, mate, graad = degree
trappen = pedal, kick
travestie = travesty
travestiet = transvestite
trawant = satellite
trawant, satelliet = satellite
trechter = funnel
treden = tread, step, pace
treden, schrijden, stappen, lopen = pace
tree = rung, stair
treeplank = stair, rung
treeplank, opstap, opstapje, tree = stair
treffen = battle, scuffle, find
treffen, slag, strijd, gevecht, kamp = battle
treincoupé = coupé
treincoupé, compartiment, coupé = coupé
trek = trait, appetite, feature
trek hebben in = wish, desire
trek hebben in, verkiezen, begeren = desire
trekharmonika = accordion
trekharmonika, accordeon = accordion
trekken = tow, migrate, wander, haul, drag, roam
trekken = drag
trekken = haul
trekken, rondtrekken, rondreizen = migrate
trekkend = migrant
trekker = tractor
trekker, tractor = tractor
trekking = tic, twich
trekking, tic, tijk = tic
trekpot = teapot
treksluiting = zipper
treksluiting, rits, ritssluiting = zipper
triangel = triangle
tribune = rostrum, stage, podium, platform
tribune = rostrum
tribune, leiding, podium = platform
Trier = Treves
triest = sadly
Triëst = Trieste
trigonometrie = trigonometry
trilgras = breeze
triljoen = trillion
trillen = vibrate
trillen, vibreren = vibrate
trillers maken = trill
trilling = vibration
trilogie = trilogy
triomferen = triumph
trip = trip, journey, voyage, excursion, outing
Tripoli = Tripoli
Triton = Triton
triviaal = vulgar
troebel = indistinct, muddy
troebel, modderig = muddy
troef = trump
troep = coterie, band, clique, troupe, gang, junto
troep = troupe
troep, kliek, pal, kongsi = coterie
troetelen = pamper, pet, coddle
troetelen, vertroetelen, koesteren = coddle
trog = trough, manger
Trojaan = Trojan
Troje = Troy
trolley = trolley
trolley, beugel = trolley
trolleybus = trolleybus, trolley-bus
trolleybus = trolley-bus
trolleybus = trolleybus
trom = drum
trombone = trombone
trombone, schuiftrompet = trombone
trommel = drum
trommelaar = drummer
trommelslager = drummer
trommelslager, trommelaar, tamboer = drummer
tromp = proboscis
troon = throne
troost = consolation
troosteloos = desolate, gloomy
troosteloos, somber, naargeestig = desolate
troosten = console
tropisch = tropical
tros = cable
trots = proud, spite, defiance, pride
trots = defiance
trots = pride
trots = spite
trotseren = defy, challenge
trottoir = sidewalk
trouw = loyal, faithful
trouw, getrouw = faithful
trouweloos = treacherous
trouweloos, verraderlijk, dubbelhartig = treacherous
trouwen = wed, marry
trouwens = besides, moreover
trouwhartig = loyal
truck = truck, lorry
tsaar = czar
tsarina = czarina
T-shirt = T-shirt
Tsjaad = Chad
Tsjaad, Tchad = Chad
Tsjechisch = Czech
Tsjechoslowaaks = Czechoslovak, Czechoslovakian
Tsjechoslowaaks = Czechoslovak
Tsjechoslowaaks = Czechoslovakian
Tsjechoslowakije = Czechoslovakia
Tsjetsjeens = Chechen
Tsjetsjenië = Chechenia
Tsonga = Tsonga
Tsonga-taal = Tsonga
Tsonga-taal, Tsonga = Tsonga
Tswana = Tswana
Tswana-taal = Tswana
Tswana-taal, Tswana = Tswana
tuberculose = tuberculosis, consumption
tucht = discipline
tuigen = rig
tuigen, optakelen, optuigen = rig
tuil = bouquet
tuin = garden
tuinbed = bed
tuinboon = bean
tuinboon, boon, veldboon = bean
tuinhuis = pavilion
tuinier = gardener
tuinieren = gardening
tuinman = gardener
tuinman, tuinier, hovenier = gardener
tuit = beak, bill
tulp = tulip
tumor = tumour, tumor
tumor, gezwel = tumour
Tunesië = Tunisia
Tunesiër = Tunisian
tuniek = tunic
Tunis = Tunis
tunnel = tunnel
turen = gaze, peer, stare
turen, aanstaren, staren = peer
turf = peat
Turijn = Turin
Turk = Turk
Turkije = Turkey
Turkmeen = Turkoman
Turks = Turkish
Turkse staatsraad = divan, couch
tussen = between, among
tussen = among
tussen, onder = between
tussenruimte = interval
tussenwerpsel = interjection
twaalf = twelve
twaalftal = dozen
twaalftal, dozijn = dozen
twaalfuurtje = lunch, snack
twaalfuurtje, lunch = lunch
twaalfuurtje, lunch = snack
twee = two
twee keer = twice
twee keer, tweemaal = twice
twee weken = fortnight
tweede = second
tweede alt = contralto
tweedehands = secondhand
tweegesprek = dialog, dialogue
tweegesprek, tweespraak, dialoog = dialogue
tweeledig = dual, double
tweeledig, duplex, dubbel, tweevoudig = dual
tweeling = twins
tweeling- = twin
tweemaal = twice
tweespraak = dialogue, dialog
tweespraak, tweegesprek, dialoog = dialog
tweetal = pair
tweevoudig = double, dual
tweewieler = bike, bicycle
twijfelachtig = doubtful
twijfelen = doubt
twijfelzuchtig = skeptical
twijfelzuchtig, sceptisch = skeptical
twijg = twig
twijnen = contort
twijnen, verbuigen, verdraaien = contort
twintig = twenty
twist = quarrel
twisten = argue, dispute
twisten, disputeren, krakelen = argue
tyfoon = typhoon
tyfus = typhus
typisch = curious, quaint, typical
typisch, curieus, vreemd = curious
typisch, curieus, vreemd = quaint
typiste = typist
übermensch = superman
ui = witticism, onion
uier = udder
uier, pram = udder
uil = night-moth, owl, moth
uil = owl
uil, nachtvlinder, uiltje = night-moth
uiltje = moth, night-moth
uiltje, uil, nachtvlinder = moth
uit de mode = old-fashioned
uit de weg gaan = avoid, evade
uit elkaar houden = differentiate
uit elkaar houden, onderscheid maken = differentiate
uit het hoofd leren = memorize
uit het hoofd leren, van buiten leren = memorize
uit vrije wil = voluntarily
uit vrije wil, vrijwillig = voluntarily
uitademen = exhale
uitbannen = exile
uitbarsting = explosion
uitbarsting, ontploffing, explosie = explosion
uitbazuinen = herald
uitbeelden = represent, depict
uitbeelden, verbeelden, afbeelden = depict
uitbetalen = pay
uitblussen = extinguish
uitbotten = bud
uitbotten, spruiten, botten = bud
uitbouwen = enlarge, augment
uitbouwen, vergroten, uitbreiden = augment
uitbouwen, vergroten, uitbreiden = enlarge
uitbouwing = enlargement
uitbouwing, vergroting = enlargement
uitbreiden = enlarge, augment
uitbrengen = utter
uitbuiten = utilize, exploit
uitbuiten, exploiteren, uitmelken = utilize
uitbundig = enthusiastic, abundant
uitbundig, copieus, abundant, rijk = abundant
uitdagen = challenge, defy
uitdagen, tarten, trotseren, uittarten = defy
uitdampen = evaporate
uitdampen, doen verdampen, indampen = evaporate
uitdelen = deal, distribute
uitdenken = invent
uitdenken, bekokstoven, bedenken = invent
uitdoen = extinguish
uitdrijven = expel
uitdrukken = express
uiteendrijven = disperse
uiteenjagen = disperse
uiteenjagen, uiteendrijven = disperse
uiteenlopen = differ
uiteenlopen, verschillen, schelen = differ
uiteenlopend = different
uiteenlopend, verschillend = different
uiteenvallen = collapse
uiteenvallen, ineenstorten, instorten = collapse
uiteenzetten = explain
uiteenzetten, toelichten = explain
uiteinde = end, ending
uiteindelijk = final
uiteraard = naturally
uiterlijk = outer, out, external
uiterst = enormously, extreme
uiterst, extreem, ergst, bovenmatig = extreme
uiterste deel = end
uiterste deel, einde, uiteinde = end
uiterste wil = testament, will
uiterste wil, verbond, testament = will
uitgaaf = expenses, edition
uitgaaf, druk, uitgave, editie = edition
uitgaan = expire
uitgang = ending, exit
uitgang, uiteinde = ending
uitgave = edition
uitgebreid = ample, extensive, bulky, comprehensively
uitgebreid = comprehensively
uitgebreid, omvangrijk, veelomvattend = ample
uitgebreid, omvangrijk, veelomvattend = bulky
uitgebreid, omvangrijk, veelomvattend = extensive
uitgelezen = elected
uitgeput = exhausted
uitgesloten = impossible
uitgesproken = distinct
uitgeven = issue, publish
uitgeven, emitteren = issue
uitgeven, emitteren = publish
uitgeverij = publisher
uitgewekene = refugee
uitglijden = skid, slip
uitglijden, slippen = skid
uithakken = sculpture, carve
uithangbord = shield, sign-board
uitheems = foreign, exotic
uitheems, buitenlands = foreign
uitholling = cavity
uithouwen = sculpture, carve
uithouwen, beeldhouwen, uithakken = sculpture
uitkammen = comb, rake
uitkammen, harken, aanharken, opharken = rake
uitkammen, kammen = comb
uitkiezen = elect, choose
uitkiezen, kiezen, uitlezen = choose
uitkijken naar = seek
uitkijken naar, uitzien naar, snorren = seek
uitkomen = sprout
uitkomen, ontspruiten, ontluiken = sprout
uitladen = unload
uitlaten = overlook, release
uitleggen = clarify, lengthen, interpret
uitleggen, doortrekken, rekken = lengthen
uitleggen, duiden, interpreteren = interpret
uitlegging = interpretation
uitlenen = lend
uitlezen = elect, choose
uitlezen, kiezen, uitkiezen = elect
uitlisten = list
uitlisten, een lijst maken = list
uitloven = propose, promise
uitloven, bieden, aanbieden = propose
uitluchten = ventilate
uitluchten, spuien, luchten = ventilate
uitmaken = decide, constitute
uitmaken voor = call
uitmaken, vormen = constitute
uitmelken = utilize, exploit
uitnodigen = invite
uitnodiging = invitation
uitnodiging, invitatie = invitation
uitpakken = unpack
uitreiken = procure
uitreiken, verschaffen, verstrekken = procure
uitreiking = distribution
uitroeien = exterminate
uitroepen = despairingly
uitrollen = unroll
uitrusten = equip
uitrusting = equipment
uitrusting, accommodatie, inrichting = equipment
uitschakelen = eliminate
uitscheiden = secrete
uitscheiden, afscheiden = secrete
uitschrijven = write, convoke, organize, launch
uitschrijven, bijeenroepen, convoceren = convoke
uitschrijven, lanceren, ontketenen = launch
uitschrijven, regelen, organiseren = organize
uitsluiten = exclude
uitsluitend = exclusively, exclusive
uitsluitend, exclusief = exclusively
uitspanning = tavern
uitspatting = debauchery, dissipation
uitspatting = debauchery
uitspatting = dissipation
uitspelen = throw
uitspraak = statement, pronunciation, decision, verdict
uitspraak = pronunciation
uitspreken = pronounce
uitspuiten = squirt
uitstapje = excursion, outing
uitstapje, excursie, tocht, trip, toer = outing
uitstapje, toer, tocht, trip, excursie = excursion
uitstekend = eminent
uitstellen = postpone, procrastinate
uitstellen, verdagen, aanhouden = postpone
uitstippelen = sketch
uitstippelen, schetsen, ontwerpen = sketch
uitstralen = emit, radiate
uitstralen = emit
uitstralen, stralen = radiate
uitstrooien = disseminate
uittarten = defy, challenge
uittarten, tarten, uitdagen, trotseren = challenge
uittocht = departure
uittocht, vertrek = departure
uittreden = quit
uittreden, aftreden, bedanken = quit
uittrekken = emigrate, earmark, ordain, destine
uittrekken, emigreren, uitwijken = emigrate
uitvaardigen = promulgate, proclaim
uitvaardigen, afkondigen = promulgate
uitvallen = renounce, malfunction
uitvallen, haperen, stuk gaan = malfunction
uitvegen = delete
uitverkocht = exhausted
uitverkocht, op, uitgeput = exhausted
uitverkoren = favourite, favorite
uitverkoren = favorite
uitverkoren = favourite
uitvinder = inventor
uitvinding = invention
uitvoeren = introduce, equip, export, play
uitvoeren, spelen, voorspelen = play
uitvoering = version
uitvoering, versie = version
uitwasemen = fume
uitwassen = wash
uitwassen, wassen, de was doen = wash
uitweg = exit
uitwendig = outer, external
uitwijken = emigrate
uitwissen = delete, obliterate
uitwissen = obliterate
uitwissen, uitvegen, wegvagen = delete
uitwrijven = rub
uitzaaien = sow, disseminate
uitzaaien = sow
uitzaaien, uitstrooien = disseminate
uitzenden = broadcast
uitzenden, omroepen = broadcast
uitzetting = expansion
uitzetting, expansie = expansion
uitzicht = view
uitzien naar = seek
uitzonderen = except
uitzondering = exception
uitzonderlijk = exceptional
ultimatum = ultimatum
unie = union
uniek = unique
uniek, enig = unique
uniform = uniform
uniform, tenue = uniform
unit = unit
universeel = universal
universiteit = university
universum = universe
uploaden = upload
uranium = uranium
Uranus = Uranus
urgent = urgently
urine = urine
Uruguay = Uruguay
Uruguayaans = Uruguayan
usance = custom, way
usurperen = usurp
utility = utility
Utopia = Utopia
utopisch = utopian
utopistisch = utopian
utopistisch, utopisch = utopian
Utrecht = Utrecht
uur = o'clock, hour
uur = hour
uur = o'clock
uurwerk = clock
uurwerk, klok = clock
uzelf = yourself
uzelf, jijzelf = yourself
vaag = indistinct
vaak = regularly, often, frequently
vaak, dikwijls, gedurig, menigmaal = regularly
Vaal = Vaal
vaan = flag, banner
vaan, dundoek, vlag = banner
vaargeul = fairway
vaart = channel, canal, speed
vaartje = father
vaarwel = bye, farewell, good-bye, goodbye, adieu
vaarwel, adieu = farewell
vaarwel, adieu = goodbye
vaas = vase
vaas, vat, pot, pul = vase
vaccin = vaccine
vaccine = vaccine
vaccineren = vaccinate
vacht = hide, skin
vacuüm = vacuum
vademecum = guidebook, handbook
vader = father
vaderland = fatherland
vaderlander = patriot
vaderlander, patriot = patriot
vaderlands = national
vaderlandsliefde = patriotism
vaderlandsliefde, patriottisme = patriotism
vaderlandslievend = patriotic
vagebond = vagabond
vagevuur = purgatory
vagina = vagina
vak = section, pigeonhole, compartment, speciality
vakantie = vacation
vakantiedag = holiday
vakbond = syndicate, labour-union
vakterm = term
vakterm, term = term
vakvereniging = corporation, trade-union, syndicate, labour-union
vakvereniging = trade-union
vakvereniging, syndicaat, vakbond = labour-union
vakwoordenboek = terminology
val = trap
valgordijn = roller-blind
valgordijn, rolgordijn = roller-blind
valide = healthy
valies = valise, suitcase
valies, handkoffer, koffer = suitcase
vallei = valley
vallei, dal = valley
vallen = fall
vallen, neervallen, afvallen, storten = fall
vallende ziekte = epilepsy
valscherm = parachute
valscherm, parachute, springscherm = parachute
valstrik = trap, snare
valstrik, hinderlaag, arglist = snare
valuta = currency
valuta, muntsoort = currency
van = surname
van Atlantis = Atlantean
van boord gaan = disembark
van buiten leren = memorize
van een delirium = delirious
van klei = earthen, clay, stone
van klei, aarden, klei- = earthen
van mening zijn = opine, think
van middelbare leeftijd = middle-aged
van nature = naturally
van nature, natuurlijk, uiteraard = naturally
van oorsprong = originally
van Parijs = Parisian
van plastic = plastic
van stapel lopen = go
van voren af aan = anew, again
van voren af aan, nogmaals, opnieuw = anew
van zijn stuk brengen = confuse
vanaf = from, since
vandaag = today, to-day
vandaal = vandal
vandaal, straatschender = vandal
vandaar = thence
vandehands = right, righthand
vandoor = away
vaneenscheuren = tear
vaneenscheuren, doorscheuren = tear
vanhier = hence
vanille = vanilla
vannacht = tonight
vanzelf = itself, herself, self, himself
vanzelf, zelf = himself
vanzelf, zelf = itself
vanzelf, zelf = self
vanzelfsprekend = self-evident
varen = fern, travel
varen = fern
varensgezel = sailor
variatie = variety
variatie, variëteit, afwisseling = variety
variëren = vary
variëren, afwisselen, werken = vary
variëteit = variety
varken = pig
varkensvlees = pork
vaseline = vaseline
vast = fixed, certain, firm, sure, certainly, stable
vasteland = mainland, continent
vasteland, werelddeel, continent = continent
vasten = fast
Vastenavond = Shrove-Tuesday
vastgespen = buckle
vasthaken = clasp
vasthoudend = retentive
vasthoudendheid = perseverance
vastkleven = stick
vastklinken = rivet
vastnaaien = sew
vaststellen = ascertain
vastzetten = block
vat = vase, barrel
Vaticaan = Vatican
vatten = frame
vatting = setting
vatting, montuur = setting
vazal = vassal
vazal, leenman = vassal
vechtlustig = truculent
veder = feather
vee = livestock
vee, kudde, levende have, veestapel = livestock
veel = many, much
veel = much
veelbetekenend = significant
veelbetekenend, betekenisvol = significant
veelgeliefd = popular
veelkleurig = multicoloured
veelomvattend = ample, extensive, comprehensive, bulky
veelvoud = multiple
veer = feather
veertien = fourteen
veertien dagen = fortnight
veertien dagen, twee weken = fortnight
veertig = forty
veestapel = livestock
veger = broom
veger, bezem = broom
vegetarisch = vegetarian
vegeteren = vegetate
vehikel = vehicle
vehikel, voertuig, wagen = vehicle
veilig = safe
veilig stellen = insure
veiligheid = safety
veiligheid, zekerheid = safety
veiligheidsspeld = safety-pin
veiling = auction
veilingmeester = auctioneer
veinzen = dissemble
veinzen, huichelen = dissemble
veinzer = hypocrite
veinzer, huichelaar, hypocriet = hypocrite
vel = skin, leaf, hide, sheet
vel, blad = leaf
vel, huid, dierevel, vacht, pels = hide
veldboon = bean
veldfles = canteen, water-bottle, flask
veldfles = canteen
veldfles = flask
veldfles = water-bottle
veldprediker = padre, chaplain
veldprediker, aalmoezenier = padre
veldtocht = campaign
veldtocht, campagne = campaign
veldwachter = patrolman, gendarme
veldwachter, gendarme = gendarme
veldwachter, gendarme = patrolman
vele = many
velg = rim, felly, felloe
velg = felloe
velg = felly
velg = rim
vellen = overthrow
Venda = Venda
Venda, Vendataal = Venda
Vendataal = Venda
vendu = auction
vendumeester = auctioneer
vendumeester, afslager, veilingmeester = auctioneer
venerisch = venereal
Venetiaans = Venetian
Venetië = Venice
Venezolaans = Venezuelan
Venezuela = Venezuela
venijnig = poisonous
venijnig, giftig, vergiftig = poisonous
venster = window
vensterkozijn = window-frame
vensterkozijn, kozijn, raamkozijn = window-frame
vensterruit = pane
venten = peddle
venten, leuren, colporteren = peddle
ventiel = air-valve
ventilator = ventilator
ventilator, wan = ventilator
Venus = Venus
ver = incidental, remote, side, distant, far, remotely
veraanschouwelijken = illustrate
veraanschouwelijken, illustreren = illustrate
verachtelijk = abject
verachtelijk, nietswaardig = abject
verachtelijkheid = abjection
verachten = despise
verachting = contempt
verachting, minachting, schamperheid = contempt
verafgoden = adore
verafgoden, adoreren, aanbidden = adore
verafschuwen = loathe, abominate, abhor
verafschuwen, een afschuw hebben van = abhor
verafschuwen, een afschuw hebben van = abominate
veranda = veranda
veranderen = turn, alter, change
veranderen, anders maken = change
verandering = about-face
veranderlijk = variable
verantwoordelijk = responsible
verantwoordelijk, aansprakelijk = responsible
verantwoordelijkheid = responsibility
verassen = incinerate, cremate
verassing = cremation
verband = bandage, understanding, relation
verband, omgang, betrekking = understanding
verband, zwachtel = bandage
verbannen = exile
verbannen, uitbannen = exile
verbasteren = degenerate, bribe
verbazen = amaze
verbazingwekkend = amazing, astonishing
verbazingwekkend, bevreemdend = astonishing
verbeelden = represent, depict
verbeelden, uitbeelden, afbeelden = represent
verbeelding = presumption, fiction, imagination, assumingness
verbeelding, aanmatiging = assumingness
verbeelding, arrogantie = presumption
verbeeldingskracht = fantasy
verbergen = conceal
verbeteren = improve
verbeteren, veredelen = improve
verbetering = progress
verbetering, vooruitgang, beterschap = progress
verbeurd = forfeit
verbeuren = lose
verbeuren, opgeven, kwijtraken = lose
verbieden = prohibit, forbid
verbieden = forbid
verbieden = prohibit
verbinden = combine, connect
verbinden, aan elkaar vastmaken = connect
verbinding = combination, connection
verbintenis = contract
verbintenis, contract = contract
verbittering = bitterness
verbleekt = sallow, pale
verbleekt = pale
verbleekt = sallow
verblijd = glad
verblinden = dazzle
verblinden, blind maken = dazzle
verbluffend = phenomenal
verbond = testament, will, league
verbond, uiterste wil, testament = testament
verborgen = hidden
verbranden = incinerate
verbranden, verassen = incinerate
verbranding = combustion
verbreiden = spread
verbrijzelen = shatter, smash
verbruiken = consume
verbruiker = consumer
verbruiksbelasting = excise-duty, excise
verbruiksbelasting, accijns = excise
verbuigen = contort
verdagen = postpone, procrastinate
verdagen, aanhouden, uitstellen = procrastinate
verdedigen = defend
verdediger = lawyer, advocate
verdediger, advocaat, pleitbezorger = lawyer
verdediging = defence, defense
verdek = deck
verdek, scheepsdek, dek = deck
verdekt = hidden
verdekt, verborgen, clandestien = hidden
verdeler = distributor
verdelgen = exterminate
verdelgen, uitroeien = exterminate
verdeling = distribution
verdeling, uitreiking = distribution
verdenken = suspect
verder = additional, furthermore, moreover, remaining
verder, overig = additional
verderop = beyond
verdicht = fictional, fictitious
verdicht, denkbeeldig, fictief = fictitious
verdicht, fictief, denkbeeldig = fictional
verdichtsel = fiction
verdienen = win, deserve, merit, earn
verdienste = profit
verdienste, baat, winst, gewin = profit
verdieping = story, storey, floor
verdieping, etage = floor
verdieping, etage = storey
verdikken = thicken
verdikken, aandikken = thicken
verdoen = waste
verdomd = damn
verdomme = damn
verdomme, verdomd, godverdomme = damn
verdonkeremanen = pilfer
verdoofd = numbed
verdorren = wither
verdorven = perverse
verdorven, pervers = perverse
verdoving = anesthesia, anaesthesia
verdoving, anesthesie = anaesthesia
verdraaien = contort
verdrag = treaty
verdrag, traktaat, verhandeling = treaty
verdriet = chagrin, disappointment, annoyance, grief
verdriet doen = afflict, grieve
verdriet doen, bedroeven, beproeven = grieve
verdriet, bedroeven = chagrin
verdrietig = sadly
verdrijven = expel
verdringen = repulse, suppress
verdringen, weren, terugdringen = repulse
verdrinken = drown
verdunnen = rarefy, attenuate
verdunnen, verzwakken = attenuate
verduwen = digest
verdwijnen = disappear
verdwijnen, wijken = disappear
verdwijning = disappearance
veredelen = improve
vereenvoudigen = simplify
vereenvoudigen, simplificeren = simplify
vereenzelvigen = identify
vereerster = admirer, adorer, worshipper
vereerster, aanbidster = adorer
vereisen = demand, postulate
verenigd = united
Verenigde Staten van Amerika = USA
verenigingsorgaan = bulletin
vereren = honor, honour
vereren, huldigen, eren = honor
verergeren = heighten
verergeren, aandikken = heighten
verering = cult
verf = dye
verfijnen = refine
verflensen = wither
verflensen, kwijnen, verdorren = wither
verfomfaaien = crease, dishevel
verfraaien = embellish
verfraaien, opwerken, flatteren = embellish
verfrissend = refreshing
vergaan = rot, putrefy, drown
vergaan, bederven, verrotten, rotten = putrefy
vergaan, verloren gaan, verdrinken = drown
vergaan, verrotten, rotten, bederven = rot
vergaarbak = tank
vergaderen = congregate, meet, assemble
vergaderen, samenkomen, bijeenkomen = assemble
vergadering = meeting
vergadering, zitting = meeting
vergallen = poison
vergallen, vergeven, vergiftigen = poison
vergasser = carburettor
vergasser, carburateur = carburettor
vergeefs = vain, futile
vergeefs, ijdel, nutteloos = futile
vergeefs, ijdel, nutteloos = vain
vergeetachtig = forgetful
vergeet-mij-niet = forget-me-not
vergelden = reward, reciprocate
vergelden, lonen, terugdoen, belonen = reward
vergelding = compensation
vergelijken = compare
vergelijkenderwijs = comparatively
vergelijking = comparison
vergemakkelijken = facilitate
vergenoegd = satisfied, contented, pleased
vergenoegd, tevreden, voldaan = satisfied
vergeten = forget
vergeven = poison, pardon, forgive
vergeven, begenadigen = pardon
vergevorderd = old, late, tardy
vergevorderd, oud, bejaard = old
vergezellen = accompany
vergezellen, accompagneren, begeleiden = accompany
vergiet = colander, strainer
vergiet = colander
vergiet = strainer
vergiftig = poisonous
vergiftigen = poison
vergissing = mistake, error
vergissing, fout, dwaling, abuis = mistake
verglazen = glaze
verglazen, glazuren, glanzen = glaze
vergoeden = compensate
vergoeden, compenseren, goedmaken = compensate
vergroten = enlarge, augment
vergroting = enlargement
vergulden = gild
vergunning = licence
verhaal = history, tale, narrative
verhaasten = accelerate
verhaasten, bespoedigen, accelereren = accelerate
verhalen = relate
verhalen, vertellen, debiteren = relate
verhandelen = vend, sell
verhandelen, tappen, overdoen = vend
verhandeling = treatise, treaty
verhandeling = treatise
verheerlijken = praise, glorify, laud, commend
verheerlijken, loven, roemen, prijzen = commend
verheffen = increase
verhelen = conceal
verhelen, verbergen, ontveinzen = conceal
verhelpen = repair
verhelpen, herstellen, repareren = repair
verheugd = glad
verheugd, verblijd, blij = glad
verheven = high, lofty, tall
verheven, hoog = tall
verhevenheid = majesty
verhinderen = prevent, inhibit
verhinderen, verhoeden, beletten = inhibit
verhoeden = inhibit, prevent
verhouding = rate, proportion
verjaardag = birthday, anniversary
verjaardag, geboortedag, verjaring = birthday
verjagen = deter, expel, scare, discourage
verjagen, afschrikken = deter
verjagen, afschrikken = scare
verjagen, verdrijven, uitdrijven = expel
verjaging = deterrence
verjaging, afschrikking = deterrence
verjaring = birthday
verkeerd = mistaken, wrong, erroneous, incorrect
verkeerd begrijpen = misunderstand
verkeerd, onjuist, fout, mis = incorrect
verkeersweg = highway
verkeersweg, grote weg = highway
verkenner = scout, boyscout
verkenner, padvinder = boyscout
verkenner, padvinder = scout
verkeren = be
verkiezen = wish, desire
verkiezen, begeren, trek hebben in = wish
verkiezing = choice, election
verklaring = proclamation, declaration
verklungelen = waste
verklungelen, opmaken, verdoen = waste
verkondiger = advertiser
verkondiging = announcement, notification
verkondiging, aankondiging = notification
verkoop = sale
verkoper = salesman
verkorten = curtail
verkorting = abridgement, abridgment
verkrijgbaar = obtainable
verkrijgen = acquire, attain, get, obtain
verkrijgen, behalen, buit maken = get
verkrijgen, buit maken = obtain
verlagen = decrease, lower, degrade
verlagen, afdraaien = lower
verlakken = lacquer, varnish
verlakken, lakken = lacquer
verlakken, lakken = varnish
verlamd = paralysed
verlammen = paralyse
verlamming = paralysis
verlangen = yearn, want
verlangen, hunkeren, reikhalzen = yearn
verlangend = longing
verlangend, smachtend = longing
verlaten = alone
verleden = previous, former, last, prior, past
verleden tijd = past
verleden, verleden tijd = past
verleden, voorgaand = previous
verleiden = seduce, entice
verleiding = temptation
verleren = forget
verlevendigen = animate
verlichten = illuminate, facilitate, enlighten
verlichten, vergemakkelijken = facilitate
verlof = furlough
verlof, vrijaf = furlough
verlokken = seduce, entice
verlokken, weglokken, verleiden = entice
verloofd = engaged
verloofd, geëngageerd = engaged
verloofde = bride, fiancé, fiancée
verloofde, bruid, meisje = bride
verloren = lost
verloren gaan = drown
verloren, kwijt, vervlogen = lost
verloskundige = midwife
Verlosser = Saviour, Redeemer
Verlosser = Redeemer
Verlosser = Saviour
verloten = allot
verloten, loten = allot
verloting = raffle, lottery
verloting, loterij = raffle
verluchting = illustration
vermaak = amusement, fun, pleasure
vermaak, amusement = fun
vermaan = exhortation
vermakelijk = funny, amusing, entertaining
vermakelijk, amusant, leuk = entertaining
vermakelijk, leuk, amusant = funny
vermalen = pulverize
vermanen = admonish, scold
vermanen, aanmanen, manen, aansporen = admonish
vermeerderen = enhance
vermelden = mention
vermengen = blend, mix, mingle, shuffle
vermengen, mixen, temperen, mengen = blend
vermengen, temperen, mengen, mixen = shuffle
vermenigvuldigen = multiply
verminderbaar = abatable
verminderen = diminish, lessen
verminderen, afnemen = diminish
verminkt = crippled, infirm
verminkt, gebrekkig = infirm
vermoeden = conjecture, suppose, surmise
vermoeden, gissen = conjecture
vermoeid = tired
vermoeid, moe, mat = tired
vermoeiend = tiresome
vermogen = capital
vermogend = well-off, wealthy, rich
vermoorden = murder
vermorzelen = smash, shatter
vermorzelen, intrappen, verbrijzelen = smash
vernederen = abase
vernedering = abasement
vernemen = hear
vernielen = quash, destroy
vernietigen = quash, destroy
vernietigen, verwoesten, vernielen = destroy
vernietigen, verwoesten, vernielen = quash
vernietiging = destruction
vernieuwen = renew
vernieuwen, renoveren = renew
veronachtzamen = neglect
veronderstellen = hypothesize
verontschuldigen = excuse
verontschuldiging = apology
verontwaardigd = indignant
verontwaardigen = annoy
verootmoedigen = abase
verootmoediging = abasement
verootmoediging, vernedering = abasement
verordenen = decree
verordenen, decreteren = decree
verouderd = archaic
veroveren = conquer
verpakken = pack, package
verpestend = catching, contagious, infectious
verplegen = attend, nurse
verplegen, zorgen voor, verzorgen = attend
verpletteren = overwhelm
verplichten = compel
verplichten, dwingen, noodzaken = compel
verplichting = obligation, duty
verplichting, plicht = duty
verplichting, plicht = obligation
verraad = treachery, betrayal
verraad = betrayal
verraad = treachery
verraderlijk = treacherous
verrassen = surprise
verrassend = surprising
verrekijker = telescope, binocular
verrekken = dislocate
verrekken, ontwrichten, verstuiken = dislocate
verroesten = rust
verroesten, roesten = rust
verrot = rotten
verrotten = rot, putrefy
verrukken = delight
verrukken, in verrukking brengen = delight
verrukt = delighted
vers = recent, fresh, poem
vers, fris, luchtig, onbedorven = fresh
verschaffen = procure
verschansing = fortification
verscheidene = several
verscheidene, diverse = several
verschijnen = appearance
verschijning = appearance
verschijning, verschijnen = appearance
verschijnsel = phenomenon, symptom
verschijnsel, fenomeen = phenomenon
verschil = difference
verschil, onderscheid = difference
verschillen = differ
verschillend = diverse, varied, various, different
verschillend, menigvoudig, menigvuldig = various
verschrikking = abomination, abhorrence, horror, atrocity
verschrikking, gruweldaad, gruwel = atrocity
verschuiving = shift
versie = version
versieren = adorn, decorate, ornament
versieren = adorn
versieren = decorate
versieren = ornament
verslappen = relax
verslappen, zich verpozen = relax
versleten = worn
versleutelen = encipher
versmaat = metre, meter
versnellend = accelerative
versneller = accelerator
versnelling = acceleration
versnelling, acceleratie = acceleration
versnellingsbak = gear-box, gear-case
versnellingsbak = gear-box
versnellingsbak = gear-case
versomberen = darken
versomberen, donker worden = darken
verspild = wasted, spoiled
verspild = spoiled
verspild = wasted
verspreiden = rarefy, spread
verspreiden, verbreiden, afgeven = spread
verspreiden, verdunnen = rarefy
verspreiding = publicity, propaganda
verspreiding, propaganda = propaganda
verspuiten = gush, spurt
verspuiten, opspatten, stuiven = spurt
verstaan = hear
verstaan, horen, vernemen = hear
verstand = mind, intellect
verstand, geest, intellect = mind
verstand, intellect, geest = intellect
verstandelijk = intellectual
verstandig = prudent, sensible, wise
verstandig = prudent
verstandig = sensible
verstandig, vroed, wijs = wise
versteend = petrified
verstening = fossil
verstening, fossiel = fossil
versterving = abnegation
versterving, abnegatie = abnegation
verstoffelijken = materialize, materialise
verstoffelijken, materialiseren = materialize
verstoppertje = hide-and-seek
verstopping = constipation
verstopping, constipatie, obstipatie = constipation
verstopt = constipated
verstrekken = procure
verstrikken = implicate, entangle
verstrikken, betrekken, verwarren = entangle
verstrooid = distracted, absent, absent-minded, abstracted
verstrooid = absent
verstrooid, afgetrokken = absent-minded
verstrooid, afgetrokken = distracted
verstrooien = distract, divert
verstrooien = distract
verstrooiing = distraction
verstrooiing, afleiding = distraction
verstuiken = dislocate
vertalen = translate
vertegenwoordiger = agent
vertegenwoordiger, dealer, agent = agent
vertellen = relate
vertelling = narrative, tale
vertelsel = narrative, tale
vertelsel, verhaal, relaas, vertelling = narrative
vertelsel, verhaal, relaas, vertelling = tale
verteren = digest
verteren, verduwen, digereren = digest
verterend = ablaze, ardent
vertering = expenses
vertering, besteding, uitgaaf = expenses
verticaal = vertical
vertogen = maintain
vertogen, betogen, argumenteren = maintain
vertolking = interpretation
vertonen = demonstrate
vertoning = demonstration
vertoon = pomp, splender
vertoon, luister, pracht, praal = pomp
vertoonbaar = apparent
vertraging = delay, retardation
vertraging = delay
vertraging = retardation
vertrek = chamber, departure
vertrekken = quarters
vertroetelen = pamper, pet, coddle
vertroosten = console
vertroosten, troosten = console
vertroosting = consolation
vertrouwd = well-known, reliable, trustworthy
vertrouwd, bekend = well-known
vertrouwd, betrouwbaar = reliable
vertrouwelijk = confidential
vertrouwelijk, geheim = confidential
vertrouwen = confide, trust, faith, confidence
vertrouwen, fiducie hebben in = trust
vertwijfelen = despair
vertwijfelen, wanhopen = despair
vervagen = blur, fade
vervagen = blur
vervagen = fade
verval = decay
vervalsen = falsify
vervalsing = counterfeit
vervanging = replacement, substitution
vervanging, aflossing = replacement
vervatten = formulate
verveelvoudigen = duplicate
vervelend = boring, weary
vervelend = boring
vervelend = weary
verven = colour, paint, color
verven, kleuren = color
verven, kleuren = colour
verven, kleuren, schilderen = paint
verver = painter
ververwijderd = distant, far, remote
ververwijderd, ver, verwijderd = distant
vervlogen = lost
vervoegen = conjugate
vervoering = ecstasy
vervoering, geestvervoering, extase = ecstasy
vervolg = continuation
vervolg, bestendiging, voortzetting = continuation
vervolgen = persecute
vervolgens = thereafter
vervolging = pursuit, persecution
vervolging, achtervolging = pursuit
vervolgverhaal = serial
vervormen = transform
vervreemding = sale
vervreemding, verkoop = sale
verwaarlozing = slighting
verwaarlozing, achterstelling = slighting
verwachten = foresee
verwachting = prognosis
verwant = related, relative
verwant, familielid = relative
verwantschap = affinity, relationship
verwardheid = confusion
verwardheid, verwarring = confusion
verwarmen = stoke
verwarming = heating, heater
verwarming = heating
verwarming, kachel = heater
verwarren = entangle, implicate
verwarren, betrekken, verstrikken = implicate
verwarrend = confusing
verwarring = confusion
verwekken = beget, generate
verwekken = beget
verwekken = generate
verweren = defend
verwerpen = disapprove, rebuke, reject
verwerping = censure, disapproval, rejection, disapprobation
verwijderd = away, far, remote, distant
verwijderd, heen, vandoor, over = away
verwijderd, ververwijderd, ver = far
verwijderd, ververwijderd, ver = remote
verwijzing = reference
verwikkeling = tangle
verwikkeling, warboel, warnet = tangle
verwoed = furious
verwoesten = quash, destroy
verwonderen = amaze
verwonderen, bevreemden, verbazen = amaze
verwonderend = wonderful
verwonding = injury
verzadigen = saturate
verzaken = overlook
verzaken, nalaten, uitlaten = overlook
verzamelwerk = compilation
verzamelwerk, compilatie = compilation
verzekeren = certify, assert, assure, state, insure
verzekeren, beweren = state
verzekering = insurance
verzekering, assurantie = insurance
verzenden = ship, dispatch
verzenden = dispatch
verzenden, afzenden, expediëren = ship
verzendend = ardent, ablaze
verzender = sender
verzender, afzender = sender
verzetting = about-face
verzetting, verandering, keer, omkeer = about-face
verzoeken = request
verzoeker = applicant
verzoeker, aanvrager = applicant
verzorgen = attend, nurse
verzorgen, zorgen voor, verplegen = nurse
verzwakken = attenuate
vest = waistcoat
Vesta = Vesta
Vestaalse maagd = vestal
vestale = vestal
vestale, Vestaalse maagd = vestal
vestiaire = cloakroom
vestiging = establishment
vesting = fortress
Vesuvius = Vesuvius
vet = greasy, fatty
veter = shoe-lace
veteraan = veteran
veteraan, oudgediende = veteran
vettig = fatty, greasy
vettig, vet = fatty
vezel = fibre, fiber
vezel = fiber
vezel = fibre
vibratie = vibration
vibratie, trilling = vibration
vibreren = vibrate
vice-president = vice-president
vice-president, ondervoorzitter = vice-president
victorie = victory
victorie, zege, overwinning = victory
videoband = videotape
videorecorder = video-recorder
vier = four
vierde = fourth
vierde naamval = accusative
vieren = celebrate
vieren, opdragen, celebreren = celebrate
viering = celebration
vierkant = square
vierkante decameter = are
vies = filthy, soiled, dirty, unclean
vies ruiken = reek, smell, stink
vies ruiken, stinken = reek
viesheid = untidiness, dirtiness
viesheid, morsigheid, onreinheid = untidiness
Vietnam = Vietnam
Vietnamees = Vietnamese
vigerend = valid
vigilante = cab
vigilante, huurrijtuig, aapje = cab
vijand = enemy
vijandelijk = hostile
vijandelijk, vijandig = hostile
vijandig = hostile
vijandigheid = enmity
vijandschap = enmity
vijandschap, animositeit, vijandigheid = enmity
vijf = five
vijfde = fifth
vijftien = fifteen
vijftig = fifty
vijg = fig-tree, fig
vijg = fig
vijgeboom = fig-tree
vijgeboom, vijg = fig-tree
vijver = pond
vijzel = jack, mortar
vijzel, dommekracht, krik = jack
vijzelstamper = pestle
viking = Viking
vilt = felt
vin = fin
vinden = find
vinden, treffen, bevinden, aantreffen = find
vinger = finger
vingerhoed = thimble
vingerhoed, vingerhoedje = thimble
vingerhoedje = thimble
violet = violet
violet, paars, pimpelpaars = violet
violoncel = cello
violoncel, cello, cel = cello
viool = violin
virtueel = virtual
virtuoos = virtuoso
virus = virus
visie = opinion
Visigoot = Visigoth
visioen = vision
Visjnoe = Vishnu
viskuit = spawn
vislijn = line
vislijn, snoer, sim, hengelsnoer = line
vissen = fish
visser = fisherman
visser, visverkoper = fisherman
visum = visa
visverkoper = fisherman
vitaal = vital, essential
vitaal = vital
vitamine = vitamin
vitrine = showcase
vizier = gunsight, sight
vla = pancake, cream
vla = cream
vla = pancake
Vlaams = Flemmish
Vlaamse gaai = jay
Vlaamse gaai, gaai = jay
Vlaanderen = Flanders
vlag = flag, banner
vlak = smooth, even
vlakte = plain
Vlaming = Flemming
vlammen = flame
vlas = flax
vlechten = braid, plait, wreathe, twine
vlechten = braid
vlechten = plait
vlechten = twine
vlechten = wreathe
vleermuis = bat
vlees = meat, flesh
vlees = flesh
vlees = meat
vleesnat = bouillon
vleeswording = incarnation
vlegel = boor
vleien = flatter
vleiend = coaxingly
vleierij = flattery
vlek = hamlet, township
vlek, gehucht, buurtschap = hamlet
vlek, gehucht, buurtschap = township
vlerk = wing
vleselijk = carnal
vleugel = pianoforte, wing
vleugel, vlerk = wing
vleugel, vleugelpiano = pianoforte
vleugelpiano = pianoforte
vlieg = housefly
vliegen = aviate
vliegenier = aviator
vliegenier, vlieger, aviateur = aviator
vlieger = dragon, aviator
vliegeskader = air-squadron
vliegeskader, luchteskader = air-squadron
vlieghaven = airfield
vliegmachine = aeroplane, plane, aircraft, airplane, air-plane
vliegmachine, vliegtuig = aeroplane
vliegmachine, vliegtuig = air-plane
vliegmachine, vliegtuig = airplane
vliegtocht = flight
vliegtuig = airplane, aeroplane, aircraft, plane, air-plane
vliegtuig, vliegmachine = aircraft
vliegtuig, vliegmachine = plane
vliegtuigkaper = skyjacker
vliegveld = airfield
vliegveld, vlieghaven = airfield
vliegwezen = aviation
vlieten = flow
vlijen = lay
vlijt = industry
vlijt, naarstigheid, ijver = industry
vlijtig = diligent, hardworking, industrious
vlinder = butterfly
vlinder, kapel = butterfly
Vlissingen = Flushing
vlo = flea
vloed = volley, torrent
vloeien = flow
vloeiend = fluent
vloeipapier = blotter, blotting-paper
vloeipapier = blotter
vloeipapier = blotting-paper
vloeistof = liquid, fluid
vloeistof = fluid
vloeistof = liquid
vloeken = cuss, swear, blaspheme, curse
vloerkleed = carpet
vloerzeil = linoleum
vloerzeil, linoleum = linoleum
vloot = fleet
vlootvoogd = admiral
vlot = easy, free, raft, facile
vlot = raft
vlotheid = freedom
vlotten = float
vlotten, dobberen, drijven = float
vlucht = flight
vlucht, vliegtocht = flight
vluchteling = refugee
vluchteling, uitgewekene = refugee
vluchtig = shallowly
vocaal = vowel
vocaal, vokaal, klinker = vowel
vocabulaire = vocabulary
vocabulaire, woordenschat = vocabulary
vochtig = damp, humid, moist
vochtig = damp
vochtig = humid
vochtig = moist
vochtig maken = dampen
vochtig maken, bevochtigen = dampen
vod = rag
voddenkoopman = ragpicker
voddenman = ragpicker
voddenman, voddenraper, voddenkoopman = ragpicker
voddenraper = ragpicker
vodje = rag
vodje, lomp, lap, tod, lor, vod, flard = rag
voeden = nourish
voeder = nourishment
voeding = nourishment
voeding, kost, voeder, voedingsmiddel = nourishment
voedingsmiddel = nourishment
voeg = seam
voelen = feel, grope
voelen, bevoelen, tasten, betasten = grope
voelhoorn = antenna
voeren = wear, transport, carry
voeren, dragen, brengen, voorhebben = wear
voering = lining
voertuig = vehicle
voet = foot
voetbal = soccer, football
voetbal = football
voetbal = soccer
voetganger = pedestrian
voetpad = sidewalk
voetpad, trottoir, stoep = sidewalk
voetpunt = nadir
voetpunt, nadir = nadir
voetspoor = track
voetstuk = pedestal
voetvolk = infantry
voetvolk, infanterie = infantry
vogel = bird
vogellijm = mistletoe
vogellijm, maretak = mistletoe
vogelstand = birds
vogelstand, gevogelte, vogelwereld = birds
vogelwereld = birds
vokaal = vowel
vol = full, whole, entire
Volapük = Volapuk
volbracht = completed
voldaan = pleased, satisfied, contented
voldaan, vergenoegd, tevreden = pleased
voldoende = sufficient, enough
volgzaamheid = tractability, manageability
volgzaamheid, gedweeheid, meegaandheid = tractability
volhardend = persistent
volk = folk, nation, people
volk = folk
volkomen = full, entirely, completely, fully, perfect
volkomen, perfect, in optima forma = perfect
volkomen, totaliter, heel = entirely
volkomenheid = perfection
volkskunde = folklore
volksoverlevering = legend
volksoverlevering, legende = legend
volksplanting = colony
volksstam = clan, race, tribe
volksvertegenwoordiging = parliament
volledig = complete
volmaaktheid = perfection
volmacht = mandate
volmacht, mandaat, lastbrief = mandate
volmachtigen = authorize
volontair = volunteer
volt = Volt
Volta = Volta
voltage = voltage
volume = volume
volwassene = adult
volwassene, adult = adult
volzin = sentence
vonk = spark
vonk, sprank = spark
vonnis = verdict, judgment
vont = basin, pelvis, bowl
vont, bekken, kom = basin
vont, bekken, kom = bowl
voor = to, towards, until, like, before, toward, as
voor = before
voor de middag = a.m.
voor de middag, in de morgen = a.m.
voor eeuwig = forever
voor voldaan tekenen = receipt
voor voldaan tekenen, kwiteren = receipt
voor, als, bij wijze van, hoe, tot = as
vooraan = formerly, previously, ahead
voorafgaan = precede
voorafgaan, voorzijn = precede
voorafgaand = last, preliminary, prior, preparatory, former
voorafgaand, preliminair = preliminary
voorafgaand, preliminair = preparatory
voorafgaand, verleden, voorgaand = prior
vooral = especially
voorbeeld = example
voorbereiding = preparation
voorbereidsel = preparation
voorbereidsel, voorbereiding = preparation
voorbericht = foreword
voorbijgaand = acute
voorbijganger = passer-by
voorbode = indication, portent, presage, sign, omen
voorbode, voorteken = portent
voorbode, voorteken, teken = indication
voorbode, voorteken, teken = presage
voorbode, voorteken, teken = sign
voordeel = benefit, advantage
voordragen = declaim, recite
voordragen, declameren = recite
voorgaand = former, previous, last, prior
voorgaand, verleden, voorafgaand = former
voorgaand, voorafgaand, verleden = last
voorgeschiedenis = prehistory
voorgeschiedenis, prehistorie = prehistory
voorgevel = façade, facade
voorgeven = pretend
voorgeven, voorwenden, doen alsof = pretend
voorgoed = positively, definitely
voorgoed, definitief = positively
voorgrond = close-up, foreground
voorgrond = close-up
voorgrond = foreground
voorhebben = wear, carry
voorhoofd = forehead
vooringenomenheid = prejudice
voorjaar = springtime
voorkant = frontage, front, battlefront
voorkant, gevel, voorzijde, front = frontage
voorkomend = friendly, affable, good-natured, kind
voorkomend, lief, aardig, vriendelijk = affable
voorkomend, lief, aardig, vriendelijk = friendly
voorkomendheid = kindness
voorkomendheid, liefheid = kindness
voorleggen = serve
voorleggen, serveren = serve
voorletter = initial
voorlopig = provisional
voormalig = ex-
voornaam = important, serious
voornaamste = main, principal, predominant
voornaamste, hoofd- = predominant
vooroordeel = prejudice
vooroordeel, vooringenomenheid = prejudice
voorover = foreward
voorpui = facade, façade
voorpui, pui, gevel, façade, voorgevel = facade
voorrangs- = privileged
voorrede = prologue, foreword
voorrede, proloog = prologue
voorrede, voorbericht, voorwoord = foreword
voorrijden = collide, run
voorrijden, aanrijden = collide
voorschieten = lend
voorschip = prow
voorschip, voorsteven, boeg = prow
voorschoot = apron
voorschrift = regulation
voorslag = suggestion
voorspelen = play
voorspeler = forward
voorspeler, aanvaller = forward
voorspellen = prophesy, foretell, forecast
voorspeller = prophet
voorspeller, profeet, voorzegger = prophet
voorspelling = prophecy, prognosis
voorspelling, prognose, verwachting = prognosis
voorspoed = prosperity, success
voorspreken = intercede
voorstad = suburb
voorsteven = prow
voort = foreward
voortbrenging = production
voorteken = sign, presage, indication, omen, portent
voortgang hebben = happen, grow
voortmaken = rush, hurry
voorts = furthermore
voortzetting = continuation
vooruit = foreward
vooruit, voort, voorover, naar voren = foreward
vooruitgang = progress
voorvader = forefather, great-grandfather
voorvader, overgrootvader = great-grandfather
voorvader, stamvader, voorzaat = forefather
voorvechter = apostle, champion
voorvechter, titelhouder, kampioen = champion
voorvoegsel = prefix
voorwaarde = clause, stipulation, terms, condition
voorwaarde, conditie, bepaling = stipulation
voorwenden = pretend
voorwerp = thing
voorwoord = foreword
voorzaat = forefather
voorzeggen = forecast, foretell, prophesy
voorzeggen, beduiden, voorspellen = prophesy
voorzeggen, voorspellen, beduiden = foretell
voorzegger = prophet
voorzegging = prophecy
voorzetsel = preposition
voorzichtig = cautious, gently, careful, carefully
voorzichtig, behoedzaam = cautious
voorzijde = battlefront, frontage, front
voorzijde, voorkant = front
voorzijn = precede
voorzitten = preside
voorzitter = president, chairman
voorzitter, praeses, president, preses = president
voos = worthless
vorderen = requisition
vorderen, rekwireren, opvorderen = requisition
vork = fork
vormen = constitute, form, shape
vormen, formeren, aangaan = form
vorming = education
vormsel = confirmation
vorst = monarch, prince, frost, coping
vorst = frost
vorstelijk = royal, regal
vorstelijk, koninklijk = regal
vorstelijk, koninklijk = royal
vorstendom = principality
vos = fox
voucher = coupon
vouwen = fold
vraag = question
vraagpunt = problem
vraagstuk = problem
vraagstuk, vraagpunt, probleem, opgave = problem
vrachtauto = lorry, truck
vrachtauto, truck, vrachtwagen = truck
vrachtcontract = charter
vrachtvrij = post-paid, stamped
vrachtwagen = lorry, truck
vrachtwagen, truck, vrachtauto = lorry
vragen = invite, request, ask
vragen = ask
vragen, aanvragen, inroepen, verzoeken = request
vrede = peace
vredelievend = peaceloving
vredig = peaceful
vredig, vreedzaam = peaceful
vreedzaam = peaceful, peaceloving
vreedzaam, vredelievend = peaceloving
vreemd = strange, curious, peculiar, quaint
vreemde = stranger
vreemdeling = stranger
vreemdeling, onbekende, vreemde = stranger
vreten = eat, feed
vriendelijk = friendly, good-natured, pretty, kind, affable
vriendelijk, beminnelijk, aardig = pretty
vriendelijk, voorkomend = kind
vriendin = lover, friend
vriendin = friend
vriendin, vrijster, geliefde, minnares = lover
vriendschap = friendship
vriesvak = freezer
vriezen = freeze
vriezer = freezer
vriezer, vriesvak = freezer
vrij = vacant, sufficiently, unoccupied
vrij, onbezet, leeg, open = unoccupied
vrijaf = furlough
vrijdag = Friday
vrijdom = freedom
vrijdom, vlotheid, vrijheid = freedom
vrijen = woo, court
vrijheid = freedom
vrijkopen = ransom, redeem
vrijkopen, loskopen, afkopen = redeem
vrijmetselaar = Mason, freemason
vrijmetselaar = freemason
vrijmetselaar = Mason
vrijmetselaars- = masonic
vrijpostig = impertinent
vrijpostigheid = impertinence
vrijspraak = absolution
vrijstaat = republic
vrijstellen = exempt
vrijstellen, ontslaan = exempt
vrijster = lover
vrijwillig = willing, voluntary, voluntarily
vrijwillig = voluntary
vrijwilliger = volunteer
vrijwilliger, volontair = volunteer
vrijzinnig = liberal
vroed = wise
vroedvrouw = midwife
vroedvrouw, verloskundige = midwife
vroeg = early
vroeg, pril, vroegtijdig = early
vroeger = ex-
vroegtijdig = early
vrolijk = cheerful
vrouw = woman, wife, queen, dame, king
vrouw = woman
vrouw des huizes = housewife
vrouwelijk = feminine
vrouwenrok = skirt
vrouwtje = female
vrucht = fruit
vruchtbaar = fruitful, fertile
vruchtbaar = fertile
vruchtbaar = fruitful
vuil = soiled, filthy, foul, dirty, unclean
vuil, morsig, smerig, onrein, vies = filthy
vuil, smerig = foul
vuist = fist
vuist, knuist = fist
Vulcanus = Vulcan
vulgair = everyday, vulgar
vulgair, ordinair, grof, gewoon = everyday
vulkaan = volcano
vullen = upholster, fill
vulling = stuffing
vulpen = fountain-pen
vulsel = stuffing
vulva = cunt, pussy
vuns = moldy, mouldy, musty
vuns, vunzig, muf, duf = musty
vunzig = musty, mouldy, moldy
vunzig, muf, duf, vuns = mouldy
vuren = shoot
vurig = vivacious, ablaze, ardent
vuur = fervour, heat, fervor, passion, zeal, impetus
vuur, ambitie, ijver = fervor
vuur, ambitie, ijver = fervour
vuurbaak = lighthouse
vuurmaker = lighter
vuurmond = cannon
vuurpijl = rocket
vuurpijl, raket = rocket
vuurspuwende berg = volcano
vuurspuwende berg, vulkaan = volcano
vuurtoren = lighthouse
vuurtoren, lichttoren, vuurbaak = lighthouse
vuurvliegje = firefly
vuurwater = brandy
vuurwater, brandewijn, brandy = brandy
vuurwerk = fireworks
vuurzee = conflagration
W = W
wa = wah
waag = scales
waaien = aerate
Waals = Walloon
waar = deserving, merchandise, authentic, where, worthy
waar = where
waar dan ook = wherever
waar niet aan te doen valt = helpless
waar niet aan te doen valt, hulpeloos = helpless
waar? = where?
waarachtig = actually
waarachtigheid = truth
waard = expensive
waard om van te houden = likable
waard zijn = merit, deserve
waard zijn, toekomen, verdienen = deserve
waard zijn, toekomen, verdienen = merit
waarde = value, worth
waarde, gehalte = value
waarde, gehalte = worth
waardeloos = worthless
waardeloos, nietswaardig, voos = worthless
waarderen = appraise, estimate, appreciate
waardevol = costly, valuable
waardig = dignified, worthy, deserving
waardig, eerzaam, waar = worthy
waardig, zichzelf respecterend, deftig = dignified
waardigheid = dignity
waarheid = truth
waarheid, waarachtigheid = truth
waarom = why
waarom? = why?
waarom?, hoezo? = why?
waarschijnlijk = probably, probable, likely, plausible
waarschijnlijk = likely
waarschijnlijk = probable
waarschijnlijk = probably
waarschuwen = warn, caution
waarschuwen = caution
waarschuwen = warn
waarschuwing = warning
waarschuwing, tip = warning
waarvan = whose
waas = down, fluff
waas, dons, nesthaar = fluff
waas, nesthaar, dons = down
wacht = sentry
wachten = expect, await, abide, wait
wachten, afhalen, te wachten staan = wait
wachten, te wachten staan, afhalen = await
wachtkamer = waiting-room
waden = wade
waden, flodderen, plassen = wade
wafel = waffle
wafel, oblie = waffle
wafeltje = wafer
wagen = vehicle, cart, chariot, car, dare
wagenkap = bonnet
wagenspoor = trail
waggelen = waver
wagon = waggon
wagon, spoorwagen = waggon
wakend = awake
waker = watchman
waker, nachtwacht, klepperman = watchman
wakker = awake
wakker maken = arouse, awaken, wake
wakker maken, wekken, opwekken = arouse
wakker maken, wekken, opwekken = awaken
wakker, wakend = awake
wal = quay, rampart, shore, ring, edge, wharf
wal, beugel, ring = ring
wal, kant, kust, boord, oever = edge
wal, perron, kaai, kade, aanlegplaats = quay
Walachije = Wallachia, Walachia
Walachije = Walachia
Walachije = Wallachia
Wales = Wales
walg = disgust, nausea
walg, afkeer, walging, misselijkheid = disgust
walging = disgust, nausea
Walhalla = Valhalla, Walhalla
Walhalla = Valhalla
Walhalla = Walhalla
walküre = Valkyrie, Walkyrie
walküre = Valkyrie
walküre = Walkyrie
Wallonië = Wallonia
walnoot = walnut, walnut-tree
walnoot, okkernoot = walnut
walnoteboom = walnut-tree
walnoteboom, walnoot, noteboom = walnut-tree
wals = waltz
walvis = whale
wan = ventilator
wand = wall
wandel = deportment, behaviour
wandelaar = stroller
wandeldek = promenade
wandeldreef = promenade
wandeldreef, promenade, wandeldek = promenade
wandelen = stroll
wandeling = stroll
wandeling, wandelen, tippel = stroll
wandluis = bug, bedbug
wandluis = bedbug
wandluis = bug
wandschildering = wall-painting
wandtapijt = tapestry
wandtapijt, behang = tapestry
wang = cheek
wanhopen = despair
wanhopig = desperate
wankel = indecisive
wankel, onzeker, besluiteloos = indecisive
wankelen = waver
wanneer = if, when
wanneer, als, toen = when
wanneer? = when?
wannen = aerate
wantrouwen = suspicion
wantrouwig = suspicious
wapen = badge, weapon, insignia
wapen = weapon
wapen, blazoen, insigne = badge
wapenen = arm
warboel = chaos, tangle
warboel, baaierd, chaos, rommel = chaos
warenhuis = warehouse
warm = warm
warmtemeter = thermometer
warmtemeter, thermometer = thermometer
warnet = tangle
warrelen = swirl
warrelen, wervelen, dwarrelen, kolken = swirl
Warschau = Warsaw
wartaal = abracadabra
wasdoek = oilcloth
wasdom = growth
wasem = vapour, steam, vapor
wasem, damp, stoom = vapor
wasgelegenheid = washroom
washok = washroom
wasinrichting = washroom
wasinrichting, washok, wasgelegenheid = washroom
wassen = wash, bathe
wasserij = laundry
wassing = ablution
wasvrouw = laundress
wat = what
wat dan ook = whatever
wat? = what?
water = water
water- = water-, aquatic
water- = aquatic
water- = water-
waterbuffel = water-buffalo
watercloset = water-closet
waterdruppel = drop
waterdruppel, druppel = drop
waterhoen = moorhen
waterjuffer = dragonfly
waterkering = embankment, dike
waterkering, dijk = dike
waterketel = cauldron
Waterman = Aquarius
watermeloen = water-melon
waternimf = naiad
waterpas = horizontal
waterplas = pond, lake
waterplas, kolk, vijver = pond
waterplas, plas, meer = lake
waterschuwheid = hydrophobia
waterstofbom = H-bomb
waterval = waterfall
waterverfschilderij = water-colour
watt = watt, Watt
watt = watt
watten = cotton-wool, wadding
watten = cotton-wool
watten = wadding
WC = water-closet
WC, watercloset = water-closet
WC-papier = toilet-paper
we = we
web = spiderweb
web, spinrag, spinneweb, rag = spiderweb
wedden = wager, bet
wedden = bet
wedden = wager
weder = weather
wederkerig = mutual, reciprocal
wederkerig, wederzijds, onderling = mutual
wederzijds = reciprocal, mutual
wedijver = competition, rivalry
wedijver = competition
wedijver = rivalry
wedijveren = rival, compete
wedstrijd = contest
weduwe = widow
weduwnaar = widower
wee = pain, woe
wee, zeer, pijn = pain
weefgetouw = loom
weefsel = fabric, textile
weefsel = fabric
weefsel = textile
weegschaal = scales
weegschaal, balans, waag = scales
week = week
weekeinde = week-end
weekend = week-end
weekend, weekeinde = week-end
weekheid = softness, mellowness
weeklagen = wail, lament
weeklagen, steen en been klagen = lament
weekmaken = soak
weeldeartikel = luxury
weeldeartikel, luxeartikel = luxury
weelderig = luxurious, deluxe
weelderig, luxueus = luxurious
weemoedig = melancholy
weemoedig, droefgeestig, melancholiek = melancholy
Weens = Viennese
weer = defense, weather, defence
weer- = re-
weer, defensie, afweer, verdediging = defence
weer, weersomstandigheden, weder = weather
weergalmen = echo
weergalmen, naklinken, echoën = echo
weergave = reproduction
weergeven = reproduce, render
weerglans = reflection
weerglans, afspiegeling = reflection
weerkunde = meteorology
weerkunde, meteorologie = meteorology
weerleggen = refute
weersomstandigheden = weather
wees zo goed = please
weetgierig = inquisitive
weetgierigheid = curiosity
weg = resources, road
weg, baan, route = road
wegblijver = absentee
wegdek = pavement
wegen = weigh
weggelaten = omitted
weglaten = omit
weglokken = entice, seduce
weglokken, verlokken, verleiden = seduce
weglopen = abscond
weglopen, wegrennen, drossen = abscond
wegnemen = deduct
wegneming = amputation
wegneming, amputatie = amputation
wegrennen = abscond
wegsmelten = melt, thaw
wegsmelten, dooien, ontdooien = melt
wegsnijden = amputate
wegvagen = delete
wegwijzer = signpost
wei = serum, meadow
weide = meadow
weiden = graze
weids = resplendant
weigering = refusal
weigering, afwijzing = refusal
weiland = meadow
weinig = few
weit = wheat
weit, tarwe = wheat
wekelijks = weekly
wekelijks, elke week = weekly
weken = soak
wekken = wake, awaken, arouse
wekken, wakker maken, opwekken = wake
wel = well-being, though, surely, now, although, source
wel degelijk = certainly
wel eens = ever
wel eens, eens, ooit, eenmaal = ever
wel, al, hoewel, ofschoon, alhoewel = though
wel, immers, zeker, toch = surely
welbewust = aware, conscious
welbewust, bewust = aware
welbewust, bewust = conscious
weledel = honorary
weledelgeboren = honorary
welgemanierd = polite, courteous, well-mannered
welgemanierd, beschaafd, wellevend = courteous
welk = who, which
welk? = who?
welke = who, which
welke? = who?
welke?, welk?, wie? = who?
welks = whose
welks, wie z'n, waarvan, wie d'r = whose
wellen = weld
wellevend = courteous, well-mannered, polite
welluidend = euphonious
welluidend, schoonklinkend = euphonious
wellustig = voluptuous, sensual, sensuous
welput = source
welriekend = good-smelling
welriekend, geurig = good-smelling
Wels = Welsh
Welshman = Welshman
welsprekend = eloquent
welstand = success, prosperity
welstand, voorspoed, geluk, bloei = prosperity
wemelen = swarm
wenden = endorse
Wenen = Vienna
wenkbrauw = brow, eyebrow
wenkbrauw = brow
wenkbrauw = eyebrow
wens = want
wens, lust, verlangen, begeerte, zin = want
wereld = world
wereldbol = worldglobe
werelddeel = continent, mainland
wereldoorlog = worldwar
wereldreiziger = globe-trotter
wereldruim = room, space
wereldstad = city
wereldstad, grote stad = city
wereldwijd = worldwide
wereldzee = ocean
wereldzee, oceaan = ocean
weren = repulse
werk = job
werkelijk = real, actual, genuinely, truly, really, factual
werkelijk, echt, wezenlijk = really
werkelijk, effectief, daadwerkelijk = actual
werkelijk, feitelijk = factual
werkelijk, wezenlijk = truly
werkeloos = unemployed
werkeloosheid = unemployment
werkeloosheid, werkloosheid = unemployment
werken = works, vary, ferment
werken, oeuvre = works
werker = operative, laborer, labourer, workman, worker
werker = worker
werkgever = employer
werkje = drawing, design
werkje, schets, tekening = design
werkje, tekening, schets = drawing
werkkracht = workman, laborer, operative, labourer
werkkracht, arbeider, werker, werkman = laborer
werkkracht, werker, werkman, arbeider = labourer
werkloos = unemployed
werkloos, werkeloos = unemployed
werkloosheid = unemployment
werkman = labourer, workman, operative, laborer
werkman, werker, werkkracht, arbeider = workman
werknemer = employee
werkplaats = workplace, workshop
werkplaats = workshop
werkplaats, atelier = workplace
werktuig = tool, instrument, means
werktuigkunde = mechanics
werktuigkundige = mechanic
werktuiglijk = automatic, mechanical
werktuiglijk, zelfwerkend, automatisch = automatic
werkwijze = procedure
werkwoord = verb
werkzaam = active
werkzaam, actief, bedrijvig = active
werpen = throw
wervel = vertebra
wervelen = swirl
wervelkolom = spine
wervelkolom, spin, ruggegraat = spine
wervelstorm = cyclone
wervelstorm, cycloon = cyclone
wesp = wasp
west = West, west
west = west
west, westen = West
westelijk = western
westen = west, West
westen = west
Westerling = Westener
Westerling, westerling = Westener
Westers = western
Westers, westers, westelijk = western
Westfalen = Westphalia
Westgoot = Visigoth
Westgoot, Visigoot = Visigoth
wetens = deliberately
wetenschap = science
wetenschappelijk = scientific
wetenschapper = scientist
wetenschapper, geleerde = scientist
wethouder = alderman
wethouder, schepen = alderman
wettelijk = legal
wettig = legal
wettisch = rigorous, stringent
weven = weave
wevervogel = weaver-bird
wezel = weasel
wezel, marter = weasel
wezen = creature, be, essence, gist
wezen = creature
wezenlijk = truly, genuinely, really
wezenlijk, werkelijk, echt = genuinely
Wezer = Weser
whisky = whiskey, whisky
whisky = whiskey
whisky = whisky
whist = whist
wie = who, which
wie d'r = whose
wie d'r? = whose?
wie z'n = whose
wie z'n? = whose?
wie? = who?
wiebelen = waver
wiebelen, waggelen, wankelen, aarzelen = waver
wieden = weed
wieden, schoffelen = weed
wieg = cradle
wiegelied = lullaby
wiegelied, slaaplied = lullaby
wiegen = lull
wiel = wheel
wiel, rad = wheel
wieldop = hub-cap
wieldop, naafdop = hub-cap
wielrijden = cycle
wielrijden, fietsen = cycle
wiens? = whose?
wiens?, wie d'r?, wier?, wie z'n? = whose?
wier = seaweed, alga
wier? = whose?
wierook = incense
wij = we
wij, ons, we = we
wijd = broad
wijd en zijd = everywhere
wijd openstaan = gape, yawn
wijd openstaan, gapen = gape
wijd openstaan, gapen = yawn
wijden = bless
wijdte = width
wijdte, ruimheid, breedte = width
wijfje = female
wijfje, vrouwtje = female
wijk = quarter, channel, canal
wijk, gracht, vaart, kanaal = canal
wijken = disappear
wijn = wine
wijnberg = vine
wijngaard = vineyard, vine
wijngaard = vineyard
wijngaard, wijnberg = vine
wijnmaand = October
wijnmaand, oktober = October
wijnstok = grapevine
wijnstok, wingerd = grapevine
wijs = fashion, melody, wise
wijs, wijsje, deun, deuntje, melodie = melody
wijsbegeerte = philosophy
wijsgeer = philosopher
wijsheid = wisdom
wijsje = melody
wijze = manner, mode
wijzerplaat = dial
wijzigen = modify
wijzigen, modificeren = modify
wikkel = wrapper
wil = willingness
wild = wild, savage
wild, woest = savage
wildebeest = gnu, wildebeest
wildebeest, gnoe = gnu
wildernis = desert
wildernis, woestenij, woestijn = desert
wilg = willow
willekeurig = arbitrary
willekeurig, arbitrair, eigenmachtig = arbitrary
willig = obedient
willig, gehoorzaam = obedient
wilsbeschikking = tendency, predisposition
wilsbeschikking, gesteldheid, aanleg = tendency
winden = wind
windhond = greyhound
windsel = binding, strip
windstilte = windlessness
wingerd = grapevine
winkel = boutique, store, shop
winkel = store
winkelhaak = T-square
winkelier = shopkeeper
winkelier, neringdoende = shopkeeper
winnen = win, earn
winnen, verdienen, behalen = win
winst = profit
winter = winter
winterkoninkje = wren
wintermaand = December
wippen = overthrow
wis = cluster, bunch, sheaf, bundle
wis, bos, bundel = cluster
wiskunde = mathematics
wiskunde, mathematica = mathematics
wiskundig = mathematical
wiskundig, mathematisch = mathematical
wiskundige = mathematician
wissel = draft
wisselen = interchange, swap
wisselend = variable
wisselend, veranderlijk, afwisselend = variable
wissen = wipe
wit = purpose, goal, white, blank
wit, blanco, oningevuld, blank = blank
witgloeiend = incandescent
witkalk = white-wash
Wit-Rusland = Byelorussia
witsel = white-wash
witsel, witkalk = white-wash
witte abeel = abele
witte mier = termite
wodka = vodka
woedend = furious
woekerrente = usury
woekerwinst = usury
woekerwinst, woekerrente = usury
woelen = spade
woelen, spitten, graven = spade
woensdag = Wednesday
woest = wild, fierce, savage
woest = fierce
woest, wild = wild
woestenij = desert
woestijn = desert
wolf = wolf
Wolga = Volga
wolk = cloud
wollen = wool
wond = injury
wond, verwonding, blessure, kwetsuur = injury
wonder = prodigy, miracle
wonder = prodigy
wonderbaar = wonderful, miraculous
wonderbaar, miraculeus = miraculous
wonderbaar, verwonderend = wonderful
wondheelkunde = surgery
wondteken = scar
wondteken, litteken = scar
woning = dwelling, residence
woning, logies, onderkomen, kwartier = residence
woonkamer = living-room, sitting-room
woonkamer, zitkamer, huiskamer = living-room
woonplaats = abode, dwelling-place
woonplaats, domicilie = abode
woonplaats, domicilie = dwelling-place
woord = word
woord, bewoording = word
woordelijk = literal, word-for-word, verbatim
woordelijk, letterlijk = literal
woordelijk, naar de letter = word-for-word
woordenboek = dictionary
woordenschat = vocabulary
woordspeling = pun
worgen = choke, strangle
worm = worm, earthworm
worm, wurm = worm
wormig = unsound, worm-eaten
wormstekig = worm-eaten, unsound
wormstekig, aangestoken, wormig = unsound
wormstekig, wormig, aangestoken = worm-eaten
worst = sausage
worstelen = wrestle, struggle, writhe, flounder
worstelen, spartelen, zich aftobben = struggle
worstelen, zich aftobben, spartelen = writhe
wortel = carrot
wortel schieten = root
woud = forest, woods
woud, bos = forest
woud, bos = woods
wraak = revenge, vengeance
wraak = revenge
wraak = vengeance
wraak nemen = avenge
wraken = disapprove, rebuke
wraken, verwerpen = disapprove
wraking = disapprobation, disapproval, censure, condemnation
wraking, afkeuring = condemnation
wrat = wart
wreed = cruel
wreed, barbaars, wreedaardig = cruel
wreedaard = barbarian
wreedaardig = cruel
wreken = avenge
wreken, wraak nemen = avenge
wriemelen = swarm
wrijven = rub
wrijving = friction
wuft = frivolous
wuiven = wave
wulps = voluptuous
wurgen = choke, strangle
wurm = worm
X = X
xeres = sherry
xerografisch = xerographic
Xhosa- = Xhosa
X-stralen = X-rays
yard = yard
yard, ra = yard
Yggdrasil = Yggdrasill, Yggdrasil
Yggdrasil = Yggdrasil
Yggdrasil = Yggdrasill
Ymir = Ymir
yoga = yoga
yoghurt = yoghourt, yoghurt
yoghurt, joghurt = yoghourt
ypsilon = Y
zaad = offspring, seed, sperm
zaad = seed
zaad, sperma = sperm
zaadkorrel = grain, granule, pip
zaadkorrel, korrel, pit = pip
zaadkorrel, pit, korrel = grain
zaagvormig = zigzag
zaak = boutique, business, affair, shop, case, matter
zaak, aangelegenheid, ding, affaire = affair
zaak, winkel = boutique
zaak, winkel = shop
zaal = lounge, salon, parlour
zaal, salon = lounge
zaal, salon = parlour
zaal, salon = salon
zacht = soft, gentle, mild
zacht, mild, zachtmoedig, zachtaardig = mild
zachtaardig = mild
zachtaardigheid = meekness, leniency, balminess, mildness
zachtaardigheid = leniency
zachtheid = mildness, softness, mellowness, balminess
zachtheid, malsheid, weekheid = mellowness
zachtheid, malsheid, weekheid = softness
zachtheid, mildheid, zachtaardigheid = mildness
zachtheid, zachtaardigheid, mildheid = balminess
zachtjes = slowly, gently, leasurely, carefully
zachtjes, voorzichtig = carefully
zachtjes, voorzichtig = gently
zachtmoedig = mild
zadel = saddle
zagen = saw
Zaïre = Zaïre
zak = bag, pocket
zak = pocket
zak, tas = bag
zakdoek = handkerchief
zaken doen = negotiate
zakenman = businessman, merchant
zakenman, handelaar, koopman = merchant
zakmes = pen-knife
zalm = salmon
Zambia = Zambia
Zambiaans = Zambian
zand = sand
zang = song
zangboek = songbook
zangeres = singer
zangerig = tuneful
zangkoor = coir, chorus
zangkoor, rei, koor = chorus
zangvogel = singing-bird, song-bird
zangvogel = singing-bird
zangvogel = song-bird
zat = drunk, intoxicated
zat, dronken, beschonken = drunk
zat, dronken, dol, beschonken = intoxicated
ze = they, them, she
zebra = zebra
zebra, Kaapse ezel = zebra
zede = mores
zedelijk = moral
zedelijk, moreel, zedenkundig = moral
zedelijkheid = morality
zedelijkheid, moraliteit = morality
zedenkunde = ethics, morals, ethic
zedenkunde, moraal, zedenleer = morals
zedenkundig = ethical, moral
zedenkundig, ethisch = ethical
zedenleer = ethic, ethics, morals
zedenmeester = moralist
zedig = chaste, prudish
zee = sea
zeebanket = herring
zeebodem = sea-bottom
zeeëngte = strait
zeeëngte, nauw, kanaal, straat = strait
zeef = sieve
zeehond = seal
zeekant = coast, seaside
zeekust = seaside, coast
zeekust, zeekant, kust, kustlijn = seaside
Zeeland = Zealand, Zeeland
Zeeland = Zealand
Zeeland = Zeeland
zeemacht = navy
zeeman = sailor
zeeman, varensgezel, janmaat = sailor
zeemeeuw = seagull
zeep = soap
zeepkwast = shaving-brush
zeepkwast, scheerkwast = shaving-brush
zeepsop = lather
zeepsop, sop = lather
zeer = pain, painful
zeer doen = ache, hurt
zeer oud = antediluvian
zeer, pijnlijk, deerlijk, smartelijk = painful
zeerob = seal
zeerob, zeehond, rob = seal
zeerover = pirate
zeeschuimer = pirate
zeeschuimer, zeerover, piraat = pirate
Zeeuw = Zealander
zeewier = seaweed, alga
zeewier, alge, wier = seaweed
zeeziekte = seasickness
zefier = zephyr
zeg = hey
zege = victory
zegen = boon, blessing
zegen, zegening = boon
zegenen = bless
zegenen, inzegenen, wijden = bless
zegening = blessing, boon
zegening, zegen = blessing
zegepralen = triumph
zegevieren = triumph
zegevieren, zegepralen, triomferen = triumph
zeggen = tell, say
zeggen, opgeven = say
zeggen, opgeven = tell
zeildoek = oilcloth
zeilen = sail
zeilvliegtuig = glider, sailplane
zeilvliegtuig, zweefvliegtuig = sailplane
zeis = scythe
zeker = certainly, certain, surely, undoubtedly, sure
zekerheid = safety
zelden = seldom
zeldzaam = precious, rare
zeldzaam = precious
zeldzaam, ongemeen, schaars = rare
zelf = himself, self, itself, herself
zelf, vanzelf = herself
zelfbesturend = autonomous
zelfbewust = self-assured, confident
zelfbewust, zelfverzekerd = confident
zelfbewust, zelfverzekerd = self-assured
zelfbewustheid = self-assurance, aplomb
zelfgevoel = dignity
zelfrespect = dignity
zelfrespect, zelfgevoel, waardigheid = dignity
zelfstandig = independant
zelfstandig naamwoord = substantive, noun
zelfstandig, onafhankelijk = independant
zelfverzekerd = confident, self-assured
zelfwerkend = automatic
zendbrief = epistle, letter
zendbrief, epistel, brief = letter
zendeling = missionary
zending = mission
zenit = zenith
zenuw = nerve
zenuw- = nervous
zenuwachtig = nervous
zenuwachtig, zenuw-, nerveus = nervous
zes = six
zesde = sixth
zestien = sixteen
zestientallig = hexadecimal
zestig = sixty
zestigste = sixtieth
zetel = seat
zetten = mount, infuse, link, typeset
zetten = typeset
zetting = erecting, mounting, composing
zetting, montage = erecting
Zeus = Zeus
zeven = sift, seven
zeven = seven
zeven, ziften = sift
zevende = seventh
zeventien = seventeen
zeventig = seventy
zever = nonsense, saliva
zeveren = salivate
zich aaneensluiten = associate, pool
zich aaneensluiten, aansluiten = associate
zich aaneensluiten, aansluiten = pool
zich aansluiten = join
zich aansluiten, lid worden, toetreden = join
zich aanstellen = attitudinize, pose
zich aanstellen, zich voordoen = attitudinize
zich aanstellen, zich voordoen = pose
zich abstineren = abstain
zich aftobben = flounder, struggle, writhe
zich bekommeren = worry, care
zich bekommeren, bezorgd zijn, zorgen = care
zich eigen maken = adopt
zich eigen maken, adopteren = adopt
zich gedragen = behave
zich herinneren = recall, recollect, remember
zich herinneren, gedenken, onthouden = recall
zich herinneren, onthouden, gedenken = recollect
zich herinneren, onthouden, gedenken = remember
zich indringen = intrude
zich indringen, zich opdringen = intrude
zich inspannen = try
zich onderscheidend = distinctive
zich onthouden = abstain
zich onthouden, zich abstineren = abstain
zich ontwikkelen = evolve
zich opdringen = intrude
zich overgeven = capitulate, surrender
zich vastklampen aan = board
zich verbazen = marvel, wonder
zich verbazen, zich verwonderen = marvel
zich verbazen, zich verwonderen = wonder
zich verbeelden = imagine, fancy
zich vermetelen = dare
zich vermetelen, wagen = dare
zich verontschuldigen = apologize
zich verpozen = relax
zich verwonderen = marvel, wonder
zich voordoen = pose, attitudinize
zich wagen aan = venture
zich wagen aan, aandurven = venture
zicht = sickle
zicht, sikkel = sickle
zichtbaar = visual, visible
zichtbaar = visible
zichtbaar = visual
zichzelf respecterend = dignified
zichzelf verloochenen = abnegate
ziedaar = behold
ziehier = behold
ziehier, kijk, ziedaar, hier, hierzo = behold
ziek = ill, sick
ziek, naar = ill
zieke = patient
ziekelijke angst = phobia
ziekelijke angst, fobie = phobia
ziekenauto = ambulance
ziekenhuis = hospital
ziekte = disease, illness
ziekte, kwaal, aandoening = disease
ziekte, kwaal, aandoening = illness
ziel = soul
ziel, gemoed, geest = soul
zieleleed = sadness
zieleleed, bedroefdheid = sadness
zielkunde = psychology
zielkunde, psychologie = psychology
zielkundige = psychologist
zielsverwant = sympathetic
ziften = sift
zigeuner = Gypsy, gypsy
zigeuner = Gypsy
zij = they, silk, she
zij- = incidental, side
zijde = silk
zijde, zij = silk
zijgen = filter
zijkant = sideshow, sideissue
zijn = her, be, its
zijn beklag doen = complain
zijn, hun, haar = its
zijn, verkeren, wezen = be
zijweg = side-way, by-way
zijweg = by-way
zijweg = side-way
zilveren = silver
zilverkleurig = silver-coloured
zilverpopulier = abele
zilverspar = fir
Zimbabwe = Zimbabwe
zin = disposal, sentence, want, sense, inclination
zin, aanvechting, lust, neiging = disposal
zin, betekenis = sense
zindelijk = pure, clean
zindelijk, puur, helder, rein, schoon = pure
zindelijkheid = purity, cleanliness
zingen = sing
zingen, bezingen = sing
zink = zinc
zinken = sink
zinken, aan de grond raken = sink
zinkput = sewer
zinkput, cloaca, riool = sewer
zinnebeeld = symbol
zinnebeeld, symbool = symbol
zinnelijk = sensuous, sensual
zinnelijk, wellustig, sensueel = sensual
zinsbouw = syntax
zinsbouw, zinsleer, syntaxis = syntax
zinsleer = syntax
zinspelen = hint, allude
zinspelen = allude
zinspelen = hint
zinspeling = allusion
zinspreuk = maxim
zitbank = bench
zitkamer = sitting-room, living-room
zitkamer, huiskamer, woonkamer = sitting-room
zitting = meeting, session
zittingsperiode = session
zitvlak = buttocks
zodiak = zodiac
zodiak, dierenriem = zodiac
zodoende = consequently
zoeker = sight, gunsight
zoektocht = quest, search
zoektocht, speurtocht, speurwerk = quest
zoektocht, speurwerk, speurtocht = search
zoel = lukewarm
zoel, lauw = lukewarm
Zoeloe = Zulu
Zoeloetaal = Zulu
Zoeloetaal, Zoeloe = Zulu
zoemer = buzzer
zoenen = kiss
zoenen, kussen = kiss
zoet = soft, sweet, gentle
zoet, oppassend = sweet
zoet, zacht, liefelijk = soft
zoetgeurend = sweet-smelling
zoetigheid = candy
zoetwaterkreeft = crayfish
zoetzuur = sweet-and-sour
zogen = suckle
zolderkamer = garret, attic
zolderkamer = attic
zolderkamer, dakkamertje = garret
zolderschuit = barge
zomer = summer
zomerhuis = summer-house, summerhouse
zomerhuisje = summer-house, summerhouse
zomerhuisje, zomerhuis = summer-house
zomerhuisje, zomerhuis = summerhouse
zomermaand = June
zomermaand, juni = June
zo'n = such
zondag = Sunday
zonde = transgression
zonder vrienden = friendless
zonderling = unordinary
zondigen = sin, transgress
zondigen = sin
zondigen = transgress
zondvloed = deluge, flood
zondvloed = deluge
zondvloed = flood
zone = zone
zonlicht = sunlight
zonnebloem = sunflower
zonnebril = sun-glasses
zonneschijn = sunshine, sun
zonneschijn = sun
zonneschijn = sunshine
zonnestraal = sun-beam, sunbeam
zonnestraal = sun-beam
zonnestraal = sunbeam
zonsondergang = sunset
zonsopgang = sunrise
zoogdier = mammal
zoölogie = zoology
zoölogie, dierkunde = zoology
zoöloog = zoologist
zoom = brim, border
zoon = son
zorgen = care, worry
zorgen voor = nurse, attend
zorgenstoel = armchair, arm-chair
zorgenstoel, armstoel = arm-chair
zorgenstoel, armstoel = armchair
zot = foolish, fool
zout = salty
zouten = pickle, salt
zouten = salt
zoutvaatje = saltshaker
zoutvat = saltshaker
zoutvat, zoutvaatje = saltshaker
zuchten = moan, sigh
zuchten, kreunen = sigh
Zuidafrikaans = Afrikaans
Zuidafrikaans, Afrikaans = Afrikaans
zuidelijk = southern, south
zuidelijk = south
zuidelijk = southern
Zuidelijke IJszee = Antarctic
Zuid-Slavië = Yugoslavia
zuigen = suck
zuiger = piston
zuilengalerij = portico
zuilengalerij, zuilengang = portico
zuilengang = porch, portico
zuilengang, portiek = porch
zuipen = drink
zuipen, pimpelen, drinken = drink
zuiplap = boozer, alcoholic
zuivelfabriek = dairy
zuivelfabriek, melkinrichting = dairy
zulk een = such
zulks = those
zullen = shall
zus = sister, sibling
zus, zuster, broeder, broer = sibling
zuster = sibling, sister
zuster, zus = sister
zuur = heartburn, sour, tart, acid
zuur = acid
zuur = sour
zuur = tart
zuurstof = oxygen
zwaaien = brandish, fling, wave, sway
zwaaien, slingeren, swingen = brandish
zwaan = swan
zwaar = burdensome, deep, onerous, difficult, heavy
zwaar, drukkend = onerous
zwaar, moeilijk, lastig, slim = difficult
zwaarhoofdig = pessimistic
zwaarlijvig = stout
zwaartekracht = gravity
zwaartillendheid = pessimism
zwaarwichtig = weighty
Zwaben = Swabia
zwachtel = bandage
zwak = weak, lightly, weakly, faint
zwak = faint
zwak, licht = weak
zwak, lichtjes, zwakjes, licht = lightly
zwakjes = lightly, weakly
zwam = tinder, punk, fungus
zwam, paddestoel = fungus
zwanger = pregnant
zwanger raken = conceive
zwart = Negro, black
zwart = black
zwartheid = blackness
zwavel = sulfur, sulphur
zwavel = sulfur
zwavel = sulphur
zwavel- = sulphureous, sulphuric, sulfuric
zwavel-, zwavelig = sulfuric
zwavel-, zwavelig = sulphureous
zwavelig = sulphuric, sulfuric, sulphureous
zwavelig, zwavel- = sulphuric
Zweden = Sweden
Zweed = Swede
Zweeds = Swedish
zweefmolen = merry-go-round, carrousel, carousel
zweefmolen, draaimolen, carrousel = carousel
zweefvliegen = glide
zweefvliegtuig = glider, sailplane
zweefvliegtuig, zeilvliegtuig = glider
zweer = ulcer, sore
zweer = sore
zweer = ulcer
zweet = perspiration
zweetkamer = sauna
zweetkamer, sauna = sauna
zwelgpartij = orgy
zwembad = swimming-pool, swimming-bath
zwembad = swimming-pool
zweminrichting = swimming-bath
zweminrichting, zwembad = swimming-bath
zwemmen = swim
zwemmen, drijven = swim
zwendelen = defraud, swindle
zwendelen, frauderen, knoeien = swindle
zwerfster = planet
zwerfster, planeet = planet
zwervend = nomadic
zwervend, nomadisch = nomadic
zwerver = vagabond
zwerver, vagebond = vagabond
zweten = sweat
zweten, transpireren = sweat
zweven = hover
zwiepen = sway
zwiepen, zwieren, zwaaien, slingeren = sway
zwieren = sway
zwijgend = silently, silent
zwijmeldronken = ecstatic
zwijmeldronken, extatisch = ecstatic
zwijn = pig
zwijn, varken = pig
Zwitserland = Switzerland
Zwitsers = Swiss
zwoel = erotic