Gelaat, aangezicht, gezicht

Jump to navigation Jump to search

Dutch: gelaat; aangezicht; gezicht

English: (ongemarkeerd) face; countenance; visage

  • een bleek gelaat = a pale / pallid countenance / visage / face
  • een blij / bedroefd gelaat = a bright / joyful / sad countenance / visage / face
  • het gelaat fronsen = frown, knit one's brows
  • met een open / bleek gelaat = open-/pale-faced, open-/pale-visaged, open-/pale-countenanced