Grammar

Jump to navigation Jump to search

adjectives[edit | edit source]

bijvoeglijk naamwoord = adjective

nouns[edit | edit source]

  • naamwoord = noun (substantive)
  • zelfstandig naamwoord = noun (substantive)

transitive/intransitive[edit | edit source]

onovergankelijk = intransitive overgankelijk = transitive

verbs[edit | edit source]

  • werkwoord = verb
  • zelfstandig werkwoord = notional verb
  • onovergankelijk werkwoord = intransitive verb (does not allow a direct object)
  • overgankelijk werkwoord = transitive verb takes one or more objects
  • overgankelijke / onovergankelijke werkwoord = transitive / intransitive verb
  • onpersoonlijke / wederkerende werkwoord = impersonal / reflexive verb
  • onregelmatig werkwoord = irregular verb
  • samengesteld werkwoord = compound verb