Inlopen

Jump to navigation Jump to search
See also: aanlopen

Dutch[edit | edit source]

  • inlopen, ingelpen, liep … in

English[edit | edit source]

  1. (lopend ingaan) walk into
  2. (m.b.t. nieuwe motoren) run in, break in, wear in
  3. (van een machine of lager) lap
  4. (van haven) enter, put into
  5. [AUTOMOT.] (van een motor) run in

Woordenlijst Engels-Nederlands op het gebied van octrooien en telecommunicatie (KPN)[edit | edit source]

*lap, to
{1} lappen
{2} GK
{3} leppen, inlopen (ve machine, lager);
omwikkelen, overlappen; 
vlaklappen (v.e. oppervlak); 
doubleren, verdubbelen.

Huitenga[edit | edit source]

INLOPEN, 
enter; walk into; run into; 
(inhalen) catch up; 
(v. trekker) run in

Addenda bij woordenboek Scheeps- Regel- en Installatietechniek[edit | edit source]

nl: inlopen
en: overtake
fr: rattraper

OGL[edit | edit source]

inlopen
(van achterstand) to catch up;
(van machine) to run in

Wolters[edit | edit source]

2. run in [an engine];
hij is zich aan het inlopen = (sp) he is warming up;