bij

Jump to navigation Jump to search

Dutch[edit | edit source]

bij

English[edit | edit source]

in de nabijheid van
near (to)
close (by / to)
met betrekking tot een raken aan / bereiken
at
to, by
met betrekking tot een niet verder gaan / een niet afwijken
to
with
in het bezit van, tijdens
while
during
met betrekking tot een aanwezigheid
at
met betrekking tot een toevoeging
along (with)
with, by
met betrekking tot een gebondenheid
for
with
met betrekking tot een meevoeren
with
along
voor, in tegenwoordigheid van
with
to
aan, met
by
gedurende, onder
by
during, at, while
gelijktijdig met
on
at, over, during
in geval van
in case of
if
wegens
by
due to
door, voor, door middel van
from
by means of, by
met betrekking tot een omstandigheid
by way of
for, as
in eden en verzekeringen
by
in vergelijking met
in comparison to
as compared with
met betrekking tot een hoeveelheid
by
(along) with
in de ogen van
for
in the eyes of
(+ af) bijna
almost
langs
by
along

Template:back to top